JUR/19/A00001 - Student academiejaar 2018-2019 – zelfstandige in hoofdberoep

Situatie

Een student volgt  voltijds onderwijs tijdens het academiejaar 2018-2019. Hij wordt daarnaast zelfstandige in hoofdberoep vanaf 19.01.2019.

Genereert deze zelfstandige activiteit in hoofdberoep geen verder recht meer op kinderbijslag vanaf 01.01.2019 of mag in deze situatie ook artikel 46 BVR Rechtgevend kind toegepast worden?

En als de zelfstandige activiteit een beletsel is, vanaf wanneer heeft dit beletsel uitwerking :

  • vanaf de maand volgend op de maand waarin de activiteit effectief aanving (en wat dan als zij de 1e dag van de maand aanvangt, bijvoorbeeld op 01.02.2019)
  • vanaf het begin van het kwartaal van aansluiting bij een sociale verzekeringskas omwille van die zelfstandige activiteit ?
Advies

Artikel 46 BVR Rechtgevend kind bepaalt dat een aantal kinderen die voor 1 januari 2019 recht hadden op kinderbijslag in de AKBW, hun recht op gezinsbijslagen ook na 1 januari 2019 behouden, ook al zijn zij uitgesloten op basis van artikel 8, §2, eerste lid van het Groeipakketdecreet.

Een van deze categorieën betreft leerlingen, studenten of stagiairs die uitgesloten zijn op basis van artikel 29 of 36 BVR Rechtgevend kind , maar die toch voldoen aan de voorwaarden van artikel 13 en 14 van het KB van 10 augustus 2005 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt of een vorming doorloopt, en dit ENKEL voor het school- of academiejaar 2018-2019.

Concreet betekent dit dat de student voor het lopende academiejaar 2018-2019 in eerste instantie zal moeten voldoen aan de voorwaarden van artikel 29 BVR Rechtgevend kind. Indien de toepassing van dit artikel zou leiden tot het stopzetten van het recht omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan, kan er in tweede instantie getoetst worden of er nog voldaan is aan de voorwaarden van artikel 13 en 14 van het KB van 10 augustus 2005. Aldus zal een student die een zelfstandige activiteit in hoofdberoep aanvangt tijdens het academiejaar 2018-2019 het recht op gezinsbijslagen behouden als deze activiteit niet meer dan 240 uren per kwartaal wordt uitgeoefend. Het maakt niet uit of de zelfstandige activiteit in hoofdberoep reeds werd aangevat voor of na 1 januari 2019. De student dient hiervoor een verklaring op eer af te leveren zoals bepaald in CO 1386 van 9 februari 2018. Het recht op gezinsbijslagen blijft in dat geval behouden tot het einde van het lopende academiejaar. Vanaf het academiejaar 2019-2020 zal enkel nog getoetst worden aan de voorwaarden bepaald in artikel 29 BVR Rechtgevend kind.

Top