Vlaanderen

JUR/19/A00007 - Samenwonen van 2 bijslagtrekkenden in 2019

Situatie

Papa is bijslagtrekkende voor zijn eigen kind ingevolge opeising in 12-2018 -> bijslagtrekkendekern vf 1-1-2019 met de papa als bijslagtrekkende.

Op 10-1-2019 gaat hij samenwonen met een nieuwe partner die 3 kinderen heeft uit een eerdere relatie die uitbetaald worden door een andere uitbetalingsactor en waarvoor zij bijslagtrekkende is.

  1. Ombuiging naar BGK :

Een wijziging in de opvoedingssituatie van een kind en meer bepaald het bijkomen van een kind in het gezin, leidt tot de omvorming van een bijslagtrekkendekern naar een begunstigdenkern. Hier in deze situatie komen door de samenwoonst van de beide bijslagtrekkenden zowel in het gezin van de papa als van zijn nieuwe partner kinderen bij. Het gezin van de papa omvat na de samenwoonst 4 kinderen ipv 1 en dat van zijn nieuwe partner 4 ipv 3.

Gaan wij hier bijgevolg voor beide bijslagtrekkendekernen een omvorming naar een begunstigdenkern hebben bestaande enerzijds uit de papa en zijn ex voor zijn eigen kind en anderzijds de nieuwe partner en haar ex voor hun 3 kinderen ?

Kunnen wij deze situatie wel definiëren als ‘nieuw kind komt in het gezin’ ? Of blijven hier de beide bijslagtrekkendekernen na de samenwoonst gewoon verder bestaan ? 

  1. Leeftijdsbijslag voor oudste kind :

Onder de AKBW werden deze dossiers uit hoofde van 2 verschillende rechthebbenden betaald. Er was nog geen samenwoonst, zodat er ook geen rangbetaling kon gebeuren in 2018. Voor de papa geldt vanaf 1-2019 : 93,93 euro. Voor zijn nieuwe partner vanaf 1-2019 : 259,49 + 173,80 + 93,93 euro. We hebben dus twee bijslagtrekkendekernen of begunstigdenkernen met allebei een kind met elk 93 euro : in welke bijslagtrekkendekern/begunstigdenkern past men de halvering van de leeftijdsbijslag toe ?

  1. Gezinsgrootte :

Hoe wordt de gezinsgrootte bepaald ? Alle kinderen staan op hetzelfde adres gedomicilieerd vanaf de samenwoning. Indien echter een omvorming naar BGK’en dient te gebeuren, hoe dient de gezinsgrootte dan bepaald te worden ?

Advies
  1. Het bijkomen van een nieuw kind in het gezin leidt enkel tot overschakeling van een bijslagtrekkendekern naar een begunstigdenkern van de samenwonende ouders/opvoeders van het kind en hun gemeenschappelijke kinderen (eigen kinderen of kinderen die ze samen opvoeden).

Vb. 1: Mama en papa wonen samen en hebben een dochter waarvoor de mama bijslagtrekkende is. Op 15 februari 2019 wordt er een nieuw kindje geboren in het gezin.

--> Overschakeling van een bijslagtrekkendekern bestaande uit de mama naar een begunstigdenkern bestaande uit mama en papa voor zowel het eerste kind als het nieuw geboren kind. Beide kinderen worden namelijk door hun samenwonende ouders opgevoed.

Vb. 2: Mama en papa hebben samen twee kindjes maar zijn gescheiden. De kinderen zijn gedomicilieerd bij de mama, die bijslagtrekkende is voor beide kinderen, en haar nieuwe partner. Mama krijgt op 30 januari 2019 een kindje met haar nieuwe partner.

--> Begunstigdenkern voor het nieuw geboren kindje, bestaande uit mama en haar partner (vader van het kind). Voor haar twee oudste kinderen blijft zij echter bijslagtrekkende. Het nieuwe kindje heeft namelijk niet dezelfde ouders/opvoeders als de twee oudste kinderen.

Vb. 3: Mama en papa wonen samen met hun twee kinderen waarvoor de mama bijslagtrekkende is. Op 4 januari 2019 komt een nichtje van de mama in het gezin. Er wordt vermoed dat mama en papa dit nichtje gezamenlijk opvoeden en het vermoeden wordt niet weerlegd.

--> Overschakeling van een bijslagtrekkendekern bestaande uit de mama naar een begunstigdenkern bestaande uit mama en papa voor de drie kinderen. Zowel de 2 eigen kinderen als het nichtje worden opgevoed door dezelfde samenwonende ouders/opvoeders.

In het aangehaalde voorbeeld waarbij twee bijslagtrekkendekernen gaan samenwonen, zijn er geen gemeenschappelijke kinderen die ze samen opvoeden. De kinderen worden geacht te worden opgevoed door hun respectieve ouders die niet samenwonen. Bijgevolg blijven beide bijslagtrekkendekernen bestaan.

  1. De halvering van de leeftijdsbijslag dient toegepast te worden per bijslagtrekkende- of begunstigdenkern waarvan een kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro deel van uitmaakt. Aangezien er in beide kernen een kind van 92,09 euro voorkomt, zal de halvering in beide kernen dienen te gebeuren.  
  2. Voor het bepalen van de gezinsgrootte (welke kinderen tellen mee?) dienen volgende regels te worden toegepast :
    1. Het kind voor wie de persoon waarvoor wij de gezinsgrootte bepalen, de bijslagtrekkende/begunstigde is. Het kind moet voor minstens de helft van de tijd verblijven bij deze persoon als deze begunstigde (= geen bijslagtrekkende) is voor het betrokken kind.
    2. Het niet onder 1 bedoelde kind voor wie de toeslagpartner van de persoon bedoeld in 1 bijslagtrekkende/begunstigde is. Het kind moet voor minstens de helft van de tijd verblijven bij deze toeslagpartner als deze begunstigde (= geen bijslagtrekkende) is voor het betrokken kind.

Aangezien in het aangehaalde voorbeeld beide bijslagtrekkenden elkaars toeslagpartner zijn voor het bepalen van de inkomstenkern, zullen de kinderen voor wie zij bijslagtrekkende zijn meetellen voor het bepalen van de gezinsgrootte per bijslagtrekkendekern. In beide gevallen gaat het aldus om 4 kinderen. Omdat zij alle vier de bedragen uit de overgangsmaatregelen ontvangen, heeft de gezinsgrootte echter geen gevolg voor het bedrag van een eventuele sociale toeslag.

Top