Vlaanderen

CO 1408 van 9 februari 2018 - Programmawet van 28 juni 2013 - Evaluatie van CO 1393 van 19 september 2013

Opmerking: Deze versie werd geactualiseerd op 09/02/2018 en vernietigt en vervangt de vorige versie. 

Artikelen 36, 37 en 40 tot 58 van de programmawet van 28 juni 2013 die op 1 juli 2013 in het Belgisch Staatsblad verscheen, bevatten bepalingen met gevolgen voor de kinderbijslagsector.

Met CO 1393 van 19 september 2013 werden aan de dossierbeheerders richtlijnen verschaft  in verband met de maatregelen in het kader van het dagelijks beheer van de kinderbijslagdossiers.

Na de evaluatie van de toepassing van deze omzendbrief  worden algemene richtlijnen en vereiste ophelderingen aan de dossierbeheerders verstrekt  in het kader van de controles aan huis en fraudedossiers zodat de betrokken dossiers efficiënter beheerd kunnen worden.

De belangrijkste aanpassingen in deze omzendbrief  zijn:

  • de opschorting van de gezinsbijslag wordt om te beginnen 3 maanden uitgesteld na de aanvraag om een dringende controle op initiatief van de dossierbeheerder bij vermoeden van fraude1.
  • de opschorting van de gezinsbijslag is geschrapt voor de dringende, automatische controles alsook voor de dossiers met studenten die in het kader van schooluitwisselingsprogramma's één jaar met representatieve organisaties in het buitenland gaan studeren.
  • De lijst met de automatische dringende controles is aangepast, met name om de dossiers van studenten toe te voegen die hun studie in het buitenland voortzetten terwijl ze in de loop van het vorig schooljaar buiten België of buiten de EER verbleven.

Deze omzendbrief  vervangt CO 1393. De aanpassingen in deze omzendbrief  ten opzichte van CO 1393 zijn in de marge aangeduid.

De omzendbrief  is vanaf de dag van publicatie onmiddellijk van toepassing. 

Hoofdstuk 1. Definities

Sociale fraude omvat alle bedrieglijke handelingen om ten onrechte sociale uitkeringen te verkrijgen door valse of opzettelijk onvolledige verklaringen2.

Bedrieglijke handelingen omvatten bewust ongeoorloofde handelingen die een gerechtigde op sociale uitkeringen uitvoert om die uitkeringen ten onrechte te verkrijgen, waarbij de reden van het onverschuldigd bedrag de wil is om die te ontvangen3.

Valse verklaringen omvatten verklaringen die bewust in strijd zijn met de werkelijkheid.

Bewust onvolledige verklaringen omvatten verklaringen die maar een deel van de waarheid bevatten en waarin een ander deel bewust verzwegen wordt.

Er is een vermoeden van fraude zodra er een signaal of aanwijzing van fraude is en zolang er geen bewijs van fraude geleverd is, namelijk via een officieel document.

De fraude is bewezen als er een of meerdere doorslaggevende elementen zijn.

Onder een officieel document wordt verstaan een bericht van de arbeidsauditeur, een pro justitia opgesteld door de politie of een controleverslag van een inspectiedienst van FAMIFED, van een andere openbare instelling voor sociale zekerheid of van een federale overheidsdienst, officiële documenten afkomstig van een andere instelling of dienst die al dan niet tot het netwerk van de sociale zekerheid behoort.

Hoofdstuk 2: Signalen of aanwijzingen van fraude

De lijst hierna geeft voorbeelden die  tot op hedengekende gevallen van fraude illustreren. Deze lijst is niet volledig.

2.1. Bedrieglijke handelingen

Valse documenten - Gebruik van valse documenten- Vervalsing

  • Valse arbeidsovereenkomst bij fictieve werkgevers, vastgesteld na informatie van RSZ (doorgestuurd aan het kinderbijslagfonds via FAMIFED) dat de werkgever niet is onderworpen aan de sociale zekerheid.
  • Valse C4: illegitiem recht op uitkeringen voor werkloosheid, ziekte of arbeidsongeval --> in het kader van fictieve werkgevers.
  • Vervalsing van een medisch attest om kraamgeld te verkrijgen (er wordt verklaard dat er een kind geboren zal worden hoewel dit niet het geval is of dat er een meerling zal worden geboren in plaats van één kind).
  • Vals arbeidscontract voor wat in feite een activiteit als zelfstandige is.
  • Valse naam en valse nationaliteit om het statuut van vluchteling en een verblijfsvergunning te verkrijgen (GGB).
  • Vervalsing van een schoolperiode (op basis van een echt document voor een ander jaar of een ander rechtgevend kind).
  • Vervalsing van een rekeningafschrift als bewijs van een uitkering voor gehandicapten (bewijs gevraagd met formulier 5570).
  • Vervalsing van documenten voorzien door het Europees reglement 1408/71 gebruikt in het kader van het Europees reglement 883/2004.
  • Vervalsing van een uittreksel van de loonfiche om een bedrag aan te geven dat lager ligt dan het grensbedrag.
  • Een kind vermelden als behorend tot het gezin (bevestiging Rijksregister van de natuurlijke personen RR) terwijl het opgevoed wordt door een andere persoon in België of in het buitenland of geplaatst is -> fraude door een fictief domicilie.
  • Valse identiteit: iemand treedt op in de plaats van iemand anders en doet alsof hij die persoon is.

2.2. Valse verklaringen

a) Oneigenlijk gebruik van het RR

  • Fictieve scheiding: domiciliëring op verschillende adressen: 'brievenbus'-adres, fictieve domiciliëring bij een derde, afzonderlijke domicilieringen in een eengezinswoning, domiciliëring van een van beide partners in een aangrenzend land... → fraude door een fictief domicilie.
  • Fictieve domiciliëring in België van een gezin dat in het buitenland verblijft of er gedomicilieerd is: fictief domicilie bij een derde of via een 'brievenbus'-domicilie -> fraude door een fictief domicilie.
  • Vertrek van het gezin naar het buitenland niet aangegeven aan het RR (de ambtshalve schrapping pas uitgevoerd vele jaren later na het vertrek naar het buitenland of nooit als het gezin gedomicilieerd blijft bij een meewerkende derde) -> fraude door een fictief domicilie.
  • Geen wijziging van de inschrijving van een kind in het RR
    • hoewel het soms al meerdere jaren in het buitenland verblijft (fraude die vaak ontdekt wordt als het eerste controleformulier verstuurd wordt als het onvoorwaardelijk recht eindigt of die ontdekt wordt tijdens een huisbezoek) -> fraude door een fictief domicilie.
    • hoewel het opgevoed wordt in België door een andere persoon (impact voor de GGB: geen persoon ten laste/ impact in AKBW: betaling aan een persoon die niet de echte bijslagtrekkende is/ betaling van een toeslag op basis van de inkomsten van een persoon die niet de bijslagtrekkende is/ onechte groepering) -> fraude door een fictief domicilie.
  • Valse aangifte van de ontvoering van een kind terwijl dat in het buitenland opgevoed wordt met toestemming van de aanklagende ouder.
  • Foutieve gezinssamenstelling: vormen van gezinssamenstelling waarbij een recht verkregen wordtHet gaat om gevallen van schijnhuwelijken of schijnsamenwonen die door de gerechtelijke autoriteiten meegedeeld worden.

b) Op het aanvraagformulier PFisc - P19Fisc A-B

  • Als aangifte inkomsten van de partner: 'geen inkomsten'.
  • Spontane aangifte van de netto-inkomsten en niet de bruto-inkomsten.
  • Aangifte van lagere inkomsten als zelfstandige dan de werkelijke.
  • Aangifte van een overheidspensioen terwijl dat opgeschort is wegens een activiteit als werknemer met inkomsten boven het grensbedrag (en geen aangifte van die nieuwe inkomsten).

c) Op het formulier 5570 (gehandicapte rechthebbende)

  • Vermelding van een uitkering voor gehandicapten terwijl die al enkele maanden niet meer toegekend wordt.
  • Vermelding dat een kind tot het gezin behoorde in de gecontroleerde periode terwijl het al verschillende jarenhet gezin heeft verlaten/ in het buitenland verblijft (zonder aanpassing RR) -> fraude door een fictief domicilie.

d) GGB (aanvraagformulier en jaarlijkse controleformulier)

Geen vermelding van de partner hoewel er samenwoning is (niet aangegeven aan het RR).

e) Valse verklaring afgelegd tegenover de sociale controleur tijdens een controle aan huis

  • Valse verklaringen over een fictieve scheiding (RR) hoewel bepaalde feiten daarmee in tegenspraak zijn (gemeenschappelijke aankoop van goederen, gemeenschappelijke kinderen na de scheiding, partner die in principe niet tot het gezin behoort, draagt alle kosten, …).
  • Valse verklaringen over de aanwezigheid van een kind in België (zou in het buitenland met vakantie zijn terwijl het er al meerdere jaren verblijft).

f) Dossiers RSVZ

Valse verklaringen over de activiteit als zelfstandige, vastgesteld en meegedeeld door het RSVZ.

g) Varia 

  • Valse verklaringen over de aanwezigheid in België en/of de gezinssamenstelling meegedeeld door de FOD Sociale Zekerheid DG Personen met een handicap.
  • In dossiers internationale overeenkomsten van gezinnen die in het buitenland verblijven, vermelding op het formulier P12 dat de partner niet werkt terwijl die een activiteit uitoefent in het land waar het gezin verblijft.
  • Valse verklaringen op erewoord dat een kind tot het gezin behoort in België (in gevallen waarin de feitelijke situatie primeert) -> fraude door een fictief domicilie.

2.3. Bewust onvolledige verklaringen

a) Op het formulier PFisc - P19Fisc A-B

  • Inkomsten van partner niet vermeld terwijl die wel werkt.
  • Geen vermelding van een nog niet in het RR bekrachtigd samenwonen.
  • Buitenlandse beroepsinkomsten van de rechthebbende of de partner niet aangeven.
  • Spontaan weglaten van inkomsten, zoals een pensioen (overlevingspensioen, buitenlands pensioen...).

b) GGB

  • Inkomsten als werknemer of als niet-aangegeven zelfstandige niet aangeven (dat wordt echter ontdekt bij een controle van de RSZ of het RSVZ).
  • Buitenlandse inkomsten niet aangeven (werk, onroerende en roerende inkomsten, alimentatie van de bijslagtrekkende...).
  • Ontvangen buitenlandse kinderbijslag niet aangeven.
  • Niet laten weten dat de aanvrager van de gewaarborgde gezinsbijslag gedetineerd is.
  • Geen informatie over een kind buiten het gezin (dat nooit gedomicilieerd was op hetzelfde adres als de aanvrager, en voor de kinderbijslagfondsen is de afstamming niet beschikbaar via het RR).
  • Geen aangifte van een geldig huwelijk in het buitenland.

c) Valse verklaring aan de sociale controleur bij een controle aan huis

  • Personen gedomicilieerd in delen van gebouwen die onbewoonbaar zijn omdat erin gewerkt wordt, ze in opbouw zijn of niet meer in gebruik zijn. Die personen wonen in werkelijkheid samen met hun gezin, echtgenoot (samenwonende partner, etc.) en kinderen -> fraude door een fictief domicilie.
  • Bij hun grootouders gedomicilieerde kinderen die in werkelijkheid op een ander adres of in het buitenland verblijven, al dan niet met hun ouders, waarbij de werkelijke situatie nooit gemeld is geweest aan het kinderbijslagfonds -> fraude door een fictief domicilie.

d) Varia

  • Niet aangegeven werk als werknemer of als zelfstandige, eventueel in een aangrenzend land, naast werkloosheids- of ziekte-uitkeringen -> sociale en fiscale fraude.
  • Buitenlandse roerende/onroerende inkomsten niet aangeven om een leefloon en GGB te ontvangen.
  • Geen verklaring van de erkenning van een kind als de naam van dat kind niet veranderd is en de vader nooit tot het gezin behoord heeft volgens het RR.
  • Geen verklaring van samenloop van kinderbijslag en kraamgeld wegens de toekenning hiervan in België en in het buitenland zonder dat de sociaal verzekerde deze toestand aangeeft in België.
Hoofdstuk 3: Te volgen procedure

3.1. Bij vermoeden van fraude

De betaling gezinsbijslag kan worden opgeschort bij ernstige en eensluidende aanwijzingen dat de door de sociaal verzekerde meegedeelde informatie om sociale uitkeringen te krijgen frauduleus is. De betaling kan opgeschort worden tot de verdenking niet meer bestaat en dit maximum 6 maanden, éénmaal hernieuwbaar4.

a) Voorwaarden voor opschorting.                                                                                                             

De opschorting hangt af van 2 voorwaarden die tegelijk vervuld moeten zijn, namelijk:

a.1. De fraude is niet bewezen (er is nog geen definitieve beslissing) omdat er in het dossier nog tegenstrijdige elementen zijn en geen enkel bewijs de fraude kan staven

a.2. Op basis van ernstige en eensluidende aanwijzingen bestaat het vermoeden dat informatie afkomstig van de sociaal verzekerde frauduleus is.

Het kinderbijslagfonds dat twijfels heeft over de juiste toepassing van de maatregel in een concreet dossier moet contact opnemen met de cel Sociale fraude van FAMIFED (cel.fraude@famifed.be, tel. (FR) 02/237.23.25, (NL) 02/237.21.31).

b) Gedeeltelijke of volledige opschorting van de betaling kinderbijslag

Naargelang de vermoede fraude wordt de betaling van ofwel de volledige kinderbijslag ofwel een deel ervan opgeschort. Als de vermoede fraude gericht is op de toeslag bovenop het basisbedrag wordt de toeslag in kwestie opgeschort.  Als de fraude gericht is op de kinderbijslag wordt afhankelijk van een ander recht de volledige gezinsbijslag opgeschort, hetzij alleen de toeslag.  Als de fraude het recht op kinderbijslag van slechts een kind betreft, wordt alleen de kinderbijslag van dit kind opgeschort. Als een kinderbijslagfonds de volledige kinderbijslag opschort en als het vermoeden van fraude het statuut van de rechthebbende ter discussie stelt, moet dat fonds  tegelijk onderzoeken of een ander recht kan verkregen worden uit hoofde van een andere rechthebbende en eventueel in de regeling van de gewaarborgde gezinsbijslag.

c) Duur van de opschorting, gedeeltelijke of gehele betaling eventueel met interesten

De opschorting duurt 6 maanden en kan éénmaal verlengd worden. Alles moet in het werk gesteld worden opdat de opschortingsperiode zo kort mogelijk is, in het bijzonder wanneer geen ander recht gevonden kan worden.

Als na verloop van de maximale opschortingsperiode het kinderbijslagfonds nog over geen bewijs van de fraude beschikt, moet ze de kinderbijslag betalen die betaald had moeten in de betrokken periode als er geen opschorting was geweest. 

Naar analogie van de bepalingen van artikel 20 van het Handvest van de Sociaal Verzekerde zijn de interesten aan de wettelijke interestvoet van ambtswege verschuldigd door de kinderbijslagfondsen vanaf de vierde maand volgend op de laatste dag van de (maximale) opschortingsperiode.

Het kinderbijslagfonds zorgt ervoor dat de regularisatietermijn nageleefd wordt om te vermijden dat naast de regularisatie van de kinderbijslag verwijlinteresten verschuldigd zijn.

d) Begin van de gedeeltelijke of gehele opschorting

De gedeeltelijke en/of de gehele opschorting van de kinderbijslag gaat in 3 maanden na:

  • de aanvraag om controle van het kinderbijslagfonds
  • het verzoek om informatie van externe partners (politiezones, arbeidsauditoraten) via de cel Sociale fraude van FAMIFED en zonder andersluidend advies van deze laatste.

e) Betekening van de beslissing tot opschorting aan de sociaal verzekerde

Het kinderbijslagfonds dat beslist om de kinderbijslag op te schorten, moet de beslissing betekenen aan de sociaal verzekerde en meedelen of de opschorting betrekking heeft op de volledige gezinsbijslag of slechts op een deel ervan en hoe lang de opschorting zal duren. Als de opschorting verlengd moet worden, moet die verlenging aan de sociaal verzekerde betekend worden.

In de betekening moeten termen gebruikt worden die de toekomstige onderzoeken naar de grond van de situatie niet te hypothekeren. De voorschriften van het Handvest van de Sociaal Verzekerde, wat betreft de vorm, moeten nageleefd worden.

3.2. Vastgestelde fraude

Bij vastgestelde fraude bestaat er geen twijfel over het frauduleuze karakter aangezien één of meerdere elementen hiervan bewijs leveren.

Het is dus aan het kinderbijslagfonds om het onverschuldigde bedrag5 betreffende de fraudeperiode te berekenen (na een mogelijk ander recht gezocht te hebben) en om het onverschuldigde bedrag aan de sociaal verzekerde te betekenen.

Als de sociaal verzekerde verplicht is om de frauduleuze bedragen door middel van inhoudingen op latere betalingen terug te betalen, kan het kinderbijslagfonds ambtshalve niet alleen de frauduleus verkregen sommen terugvorderen, maar ook de interesten met betrekking tot deze sommen overeenkomstig artikel 1410, §4 van het Gerechtelijk Wetboek.  

Als sociale fraude wordt vastgesteld, meldt het departement Controle van FAMIFED dat voortaan aan het bevoegde arbeidsauditoraat.

Opdat de meldingsprocedures voortgezet worden is het overigens absoluut noodzakelijk dat de kinderbijslagfondsen het departement Controle zo snel mogelijk op de hoogte brengen van de precieze betrokken fraudeperiodes, de reden, de onverschuldigde bedragen en in voorkomend geval de reden waarom er geen financiële weerslag is meedelen. Op die manier worden nieuwe apostilles met het verzoek om dezelfde inlichtingen van de arbeidsauditeur vermeden.

Hoofdstuk 4: Uitsluitende bevoegdheid van FAMIFED voor sociale inspectie

De sociaal inspecteurs en controleurs van FAMIFED beschikken over de door het Sociaal Strafwetboek verleende bevoegdheden van sociaal inspecteurs en zijn aan haar regels onderworpen. Ze zijn gerechtigd om processen-verbaal met rechtskracht op te stellen.6.

Dezelfde behandeling wordt gegarandeerd aan alle gezinnen: alle controles zijn gericht op risicosituaties die tot onverschuldigde betalingen - en dus geschillen bij de hoven en rechtbanken kunnen leiden worden door gemachtigde medewerkers van FAMIFED uitgevoerd7.

De sociaal controleurs van FAMIFED krijgen voor de kinderbijslagsector een controleopdracht om de risico's op onverschuldigde betalingen te beperken door mogelijke sociale fraude te helpen bestrijden, met garanties voor een kwaliteitsvolle dienstverlening aan de gezinnen door die te helpen zodat ze de gezinsbijslag krijgen waar ze recht op hebben.

De controleurs van FAMIFED voeren twee soorten controles uit: de dringende controles en de willekeurige controles.

4.1. De dringende controles

Er zijn twee soorten dringende controles: de controles op initiatief van de dossierbeheerder en de automatische controles.

a) De controles op initiatief van de dossierbeheerder

Het betreft controles die op vraag van de dossierbeheerder gebeuren, als het de enige manier is om informatie te verkrijgen om een recht vast te stellen, als er twijfel is over de juistheid van de verklaring afgelegd door of de situatie beschreven door de sociaal verzekerde of als de werkelijke situatie van het gezin niet lijkt overeen te stemmen met de officiële situatie weergegeven in de elektronische berichten uit authentieke bron. Die twijfel zou tot vaststellingen kunnen leiden op basis waarvan beslist wordt om een voorkeursschaal in te trekken of om onverschuldigd betaalde kinderbijslag terug te vorderen. Als sociale fraude zoals gedefinieerd in hoofdstuk 1 en beschreven in hoofdstuk 2 vermoed wordt, moet systematisch een dringende controle worden aangevraagd.  Hiervoor moet de opschortingsprocedure van de betaling van kinderbijslag bij aanwijzingen van fraude, beschreven in hoofdstuk 3.1. gevolgd worden.

b) De automatische controles

Het betreft controles die ambtshalve uitgevoerd moeten worden in één van de volgende situaties:

  • gezinnen die kinderbijslag ontvangen en niet in het RR zijn ingeschreven, maar het huisadres in België is gekend.
  • gezinnen die op een referentieadres ingeschreven zijn8 of een ander adres dan het correspondentieadres in het dossier.
  • de kinderbijslag voor een bijslagtrekkende met recht op de eenoudertoeslag wordt op een gemeenschappelijke rekening betaald.
  • een tweede of volgend gemeenschappelijk kind wordt geboren in een eenoudergezin dat kinderbijslag krijgt tegen een voorkeursschaal9.
  • een student voor wie geen ministeriële afwijking verleend werd, studeert verder in het buitenland terwijl hij zich het voorbije schooljaar buiten België en buiten de EER bevond.

De voormelde situaties leiden systematisch tot een controle maar vormen op zich geen ernstige en eensluidende aanwijzing van fraude.  Deze kunnen zonder andere vermoedens niet leiden tot een gedeeltelijke of gehele opschorting van de kinderbijslag.

De volgende controles moeten niet meer automatisch aangevraagd worden, tenzij er specifieke vermoedens zijn van fraude of de aanvraag volgt op een klacht:

  • Een eerste kind van een van beide ouders in een eenoudergezin.
  • De controle gaat enkel over een periode in het verleden.10
  • De ouders van het kind wonen elk nog bij hun ouders.
  • De andere ouder vormt reeds een gezin met een derde persoon.11

4.2. De willekeurige controles

Voor de willekeurige controles wordt steekproefsgewijs gekozen uit alle actieve dossiers van het kinderbijslagfonds.

Vanaf 1 januari 2016  zijn de selectiecriteria van de periodieke controles en het percentage van de actieve controles de volgende:

  • jaarlijkse controle voor de gezinnen die gewaarborgde gezinsbijslag ontvangen op basis van de bestaansmiddelen of privéhulp.
  • 10% van de gezinnen die gewaarborgde gezinsbijslag en leefloon ontvangen.
  • 3% van de gezinnen die de toeslag 41, 42 bis en 50 ter ontvangen en de gezinnen die de toeslag 50 bis ontvangen.
Hoofdstuk 5. Weerslag van de voorschriften

De voorschriften in deze omzendbrief  hebben weerslag op het beheer van (mogelijke) fraudedossiers bij de kinderbijslagfondsen  en in het kader van de controle van het beheer van de kinderbijslagfondsen.

5.1. Weerslag op het beheer van (mogelijke) fraudedossiers bij de kinderbijslagfondsen

a) Bewijsstukken van de vermoedelijke en/of van de bewezen fraudedossiers bewaren

Voor alle bij fraude betrokken dossiers wordt het sterk aanbevolen om de betalingsbewijzen van de kinderbijslag, de betekeningen, de ontvangstbewijzen van een aangetekende zending, het PV van de arbeidsauditeur, etc... te bewaren, elk element dat opgevraagd zou kunnen worden bij een mogelijke dagvaarding.

De dienst Sociaal toezicht is belast met de bewaring van alle controleverslagen waaruit fraude afgeleid wordt.

b) Kwartaalstatistieken uitwerken

Om de verschillende soorten fraude, hun omvang en evolutie te kunnen analyseren, wordt FAMIFED ertoe gebracht om regelmatig statistieken van de onverschuldigde bedragen per fraude bij te houden.

Met het oog om op een optimale manier deze doelstelling te realiseren, verstrekken de kinderbijslagfondsen FAMIFED trimestrieel een Excelbestand met twee tabellen: een eerste tabel van de nieuwe fraudedossiers met de ten onrechte betaalde gezinsbijslag aan de bijslagtrekkenden ten gevolge van een fraude, zelfs indien verjaard. De tweede tabel vermeldt de evolutie van de terugvorderingen van de eerder ontdekte fraudedossiers in, waarin teruggevorderd wordt, ongeacht of dat door inhoudingen of terugbetalingen gebeurt.

5.2. Organisatorische maatregelen

De kinderbijslagfondsen hebben een SPOC fraude aangewezen.

Alle communicatie van de kinderbijslagfondsen over een dossier waarin de fraude bewezen is of vermoed wordt, gebeurt alleen via de SPOC fraude van het fonds.

De SPOC fraude van het kinderbijslagfonds zorgt ervoor dat de cel Sociale Fraude van FAMIFED alle nodige informatie van de fraudedossiers ontvangt.

Bij twijfel of als de SPOC fraude van het fonds het nodig acht, kan deze voor advies contact opnemen de cel Sociale Fraude van FAMIFED.

De gegevens van de fraudecel van FAMIFED zijn:

E-mail:                       cel.fraude@famifed.be,

Tel. (FR):                   02/237 23 25

Tel. (NL):                   02/237 21 31

5.3. Impact in het kader van de controle van het beheer van de kinderbijslagfondsen

a) Impact in het kader van de administratieve controle

Wat de controle van het administratief beheer van de kinderbijslagfondsen betreft, zal FAMIFED:

  • het resultaat van de behandeling van de processen-verbaal van de dringende en willekeurige controles van FAMIFED controleren.
  • controleren of een dringende, eventueel een bijkomende controle, werd aangevraagd bij twijfel over de socioprofessionele situatie van het gezin die een risico met zich brengt op een onverschuldigd bedrag – a fortiori bij vermoeden van fraude.

b) Impact in het kader van de financiële controle

b.1. Geen terugvordering van het onverschuldigde bedrag bij een administratieve fout

Door artikelen 49 en 57 van de programmawet van 28 juni 2013 worden artikelen 120bis, derde lid AKBW en 9, eerste lid van de wet tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag gewijzigd in die zin dat de verjaringstermijn van een jaar, van toepassing voor debetten A, die het gevolg zijn van een administratieve fout, geschrapt wordt.

In die gevallen moet dus artikel 17, tweede lid van het Handvest van de sociaal verzekerde toegepast worden dat terugvordering verbiedt in geval van een administratieve fout. Maar volgens het derde lid van artikel 17 blijft terugvordering wel mogelijk als de sociaal verzekerde wist of had moeten weten, in de zin van CO 1360 van 1 augustus 2006, dat hij geen recht (meer) had op de ontvangen gezinsbijslag.

b.2. Tenlasteneming van de niet invorderbare onverschuldigde bedragen (vermelding van de wijziging van de artikelen 91, 91/1, 91/2, 106, 106bis en 119bis AKBW)

Vanaf 1 januari 2014 moeten de kinderbijslagfondsen debetten A afboeken van hun reservefonds en de kosten ervan dragen.  De berekeningswijze van de debetten B zal later aan de kinderbijslagfondsen meegedeeld.

Hoofdstuk 6: Slotbepalingen

Deze omzendbrief vervangt CO 1393.

Die treedt onmiddellijk in werking vanaf de publicatie voor elke nieuwe aanvraag in de toepassing Famicontrol vanaf die datum. De aanvragen om controle ingediend voor deze datum blijven onderworpen aan de vorige instructies.

De elementen die niet voortvloeien uit de aanvragen om controle in de toepassing Famicontrol en die na de publicatie van deze omzendbrief ter kennis gebracht worden van de kinderbijslagfondsen, worden volgens de afgekondigde regels van de laatste omzendbrief behandeld.

Alle vragen met betrekking tot de sociale controles moeten aan het secretariaat van de sociale controle gericht worden:

E-mail:          soc.ctrl@famifed.be (Nl + Fr)

Tel. (FR):      02/237 25 50

Tel. (NL):      02/237 23 44

Fax:              02/237 23 09

Alle vragen met betrekking tot de fraudedossiers moeten aan de cel Sociale Fraude gericht worden:

E-mail:          cel.fraude@famifed.be,

Tel. (FR):      02/237 23 25

Tel. (NL):      02/237 21 31

Fax:              02/237 23 09

  • 1.  Vroeger werd bij de aanvraag om een dringende controle op initiatief van de dossierbeheerder de betaling opgeschort bij vermoeden van fraude.
  • 2. AKBW, 120bis
  • 3. Hof van Beroep te Brussel, arrest van 09/03/2012 (RG2010/AB/559)
  • 4. AKBW, art. 71, §1, 2de lid.
  • 5.  In het kader van de berekening van het onverschuldigde bedrag moet erop gewezen worden dat het begin van de verjaringstermijn sinds 1 augustus 2013 gewijzigd is waardoor die voortaan ingaat als de fraude ontdekt wordt. 
  • 6. De controleurs van DIBISS beschikken eveneens over de in het Sociaal Strafwetboek bepaalde bevoegdheden en voeren dus de controles van de dossiers van DIBISS uit.
  • 7.  AKBW, art. 152.
  • 8.  Het begrip referentieadres wordt gedefinieerd in artikel 1, § 2, tweede lid van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.
  • 9. In dat geval moet de voor het rechtgevende kind bevoegde kinderbijslagfonds de controle aan huis aanvragen, eventueel de andere betrokken kinderbijslagfondsen inlichten en de resultaten van de controle naar de andere betrokken fondsen sturen via Yter of Yter-flux.
  • 10. De systematische controle bij de verwerking van de fiscale gegevens (zie CO 1412) valt weg.
  • 11. Als het vermoeden van feitelijke gezinsvorming wordt weerlegd met een fomulier J-a, moet enkel een controle aan huis worden aangevraagd bij vermoeden van fraude.
Top