Vlaanderen

27 november 2020 - Decreet tot toekenning van een eenmalige toeslag in het kader van het gezinsbeleid naar aanleiding van de coronacrisis (B.S. 02.12.2020)

Toelichting

1. Algemene toelichting

Het decreet van 19 juni 2020 tot invoering van een uitzonderlijke gezinsbijslag in het kader van de COVID-19-maatregelen voorziet in een uitzonderlijke toeslag in het kader van het gezinsbeleid. Dit voorstel van decreet geeft mee uitvoering aan de resolutie van het Vlaams Parlement van 20 mei 2020 over een gerichte versterking van kwetsbare huishoudens naar aanleiding van de COVID-19-pandemie.

Het decreet van 19 juni 2020 bepaalt dat gezinnen die een groeipakket ontvangen en die kunnen aantonen dat hun inkomen in maart, april, mei en/of juni 2020 gedurende minstens één maand met minstens 10 procent is gedaald in vergelijking met januari of februari 2020, recht hebben op een toeslag als hun inkomen de grens van 2213,30 euro per maand niet overschrijdt. Die toeslag bedraagt 120 euro en wordt uitbetaald in drie maandelijkse schijven. Op basis van een theoretische oefening werd het budget geraamd op 15 miljoen euro. Aanvragen konden worden ingediend tot 31 oktober 2020.

Op 1 november 2020 was er aan 16.670 kinderen een COVID-19-toeslag toegekend, wat overeenkomt met een totaalbedrag van 2.000.400 euro. Van dat bedrag is al 1.654.846,49 euro effectief uitbetaald. Aangezien de aanvragen pas worden geregistreerd op het moment dat de uitbetaler over alle gegevens beschikt en burgers hun aanvraag tot vier maanden nadien kunnen vervolledigen, is het voor een volledig en definitief beeld wachten tot maart 2021. Een voorzichtige raming toont aan dat minstens 12 miljoen euro niet zal worden benut.

Dit voorstel van decreet voorziet in een maatregel waarbij een bedrag van 12 miljoen euro wordt ingezet voor het hetzelfde doel als de COVID-19-toeslag, namelijk een financiële ondersteuning van kwetsbare gezinnen met kinderen.

Op 18 november 2020 werd in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement een resolutie goedgekeurd over aanbevelingen voor het Vlaamse coronabeleid in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Aanbeveling 95° luidt als volgt: “werk op basis van de evaluatie van de COVID-19-toeslag een specifieke en tijdelijke financiële ondersteuning uit voor gezinnen met kinderen die over een laag inkomen beschikken”.

Concreet omvat dit voorstel van decreet een eenmalige toeslag die zal worden toegekend aan gezinnen met rechtgevende kinderen waarvan het inkomen de grens van 31.605,89 euro per jaar niet overschrijdt. In november 2020 komen naar schatting 341.202 kinderen in aanmerking voor een dergelijke toeslag.

Voor de toeslag in kwestie wordt een budget uitgetrokken van 12 miljoen euro, zodat eenmalig een bedrag van afgerond 35 euro per kind kan worden toegekend.

2. Toelichting bij de artikelen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Artikel 2

Dit artikel definieert een aantal begrippen die in dit voorstel van decreet gebruikt worden.

Hoofdstuk 2. Maatregel in het kader van de COVID-19-crisis

Artikel 3

Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat een toeslag ten bedrage van 35 euro eenmalig wordt toegekend aan kinderen aan wie in de maand november 2020 het bedrag van de toeslag, vermeld in artikel 18, tweede lid, 1° en 2°, of artikel 222, §1, eerste lid, van het decreet van 27 april 2018, wordt toegekend.

Die eenmalige toeslag wordt toegekend onder de toepassingsvoorwaarden van artikel 18 van het decreet van 27 april 2018.

De definitieve toekenning, vermeld in het tweede lid, overschrijft een van de toepassingsvoorwaarden van artikel 18 van het decreet van 27 april 2018. Artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2018 tot vaststelling van de nadere regels voor het toekennen van een sociale toeslag bepaalt dat er a posteriori, namelijk twee jaar na de toekenning, een controle op de gezinsinkomsten wordt uitgevoerd. De eenmalige toeslag, vermeld in dit voorstel van decreet, wordt definitief toegekend zonder controle a-posteriori.

Aangezien de toepassingsvoorwaarden van artikel 18 van het decreet van 27 april 2018 ertoe kunnen leiden dat de toeslag in helften wordt uitbetaald, stelt het derde lid van dit artikel een afrondingsregel vast.

Hoofdstuk 3. Uitbetaling

Artikel 4

Om de administratieve overlast voor de uitbetalingsactoren en de begunstigden te beperken, wordt de keuze van de uitbetalingsactor en de bankrekening geënt op de keuze die gemaakt wordt op basis van het decreet van 27 april 2018.

Artikel 5

De eenmalige toeslag wordt uiterlijk in de maand december 2020 uitbetaald of uiterlijk in de maand nadat het recht op de eenmalige toeslag werd vastgesteld.

Hoofdstuk 4. Rechtsbescherming en handhaving

Artikel 6

Dit artikel behoeft geen verdere toelichting.

Hoofdstuk 5. Inwerkingtreding

Artikel 7

Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 november 2020.

 

Decreet

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder: 1° begunstigden: de begunstigden, vermeld in boek 2, deel 4, titel 1, hoofdstuk 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, alsook de bijslagtrekkende, vermeld in artikel 225, §1, eerste lid, van hetzelfde decreet; 2° decreet van 27 april 2018: het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid; 3° uitbetalingsactor: de uitbetalingsactor, vermeld in artikel 3, §1, 45°, van het decreet van 27 april 2018.

Hoofdstuk 2. Maatregel in het kader van de COVID-19-crisis

Art. 3. In het kader van de COVID-19-crisis heeft het kind aan wie in november 2020 het bedrag van de toeslag, vermeld in artikel 18, tweede lid, 1° en 2°, of artikel 222, §1, eerste lid, van het decreet van 27 april 2018, wordt toegekend, recht op een eenmalige toeslag van 35 euro onder de toepassingsvoorwaarden van artikel 18 van het decreet van 27 april 2018.

De eenmalige toeslag, vermeld in het eerste lid, wordt definitief aan de begunstigden toegekend.

Als op basis van de toepassingsvoorwaarden van artikel 18 van het decreet van 27 april 2018 het bedrag van de eenmalige toeslag, vermeld in het eerste lid, eindigt op een gedeelte van een cent, wordt het uit te betalen bedrag vastgesteld zonder rekening te houden met het gedeelte van een cent dat minder dan 0,5 cent bedraagt. Als het gedeelte 0,5 cent of meer bedraagt, wordt het voor een cent gerekend. 

Hoofdstuk 3. Uitbetaling

Art. 4.  De uitbetalingsactor betaalt de eenmalige toeslag, vermeld in artikel 3, eerste lid, uit aan de begunstigden op een bankrekening als vermeld in boek 2, deel 4, titel 2, hoofdstuk 1 en 3, van het decreet van 27 april 2018 of als vermeld in artikel 225 en artikel 227 van het decreet van 27 april 2018.

Art. 5. De eenmalige toeslag, vermeld in artikel 3, eerste lid, wordt uiterlijk uitbetaald in de maand december 2020 of uiterlijk in de maand na de vaststelling van het recht op de eenmalige toeslag. 

Hoofdstuk 4. Rechtsbescherming en handhaving

Art. 6. Onder voorbehoud van afwijkende bepalingen in dit decreet zijn de bepalingen van boek 3 van het decreet van 27 april 2018 van toepassing op de toekenning van het recht op de eenmalige toeslag, vermeld in artikel 3, eerste lid.

Hoofdstuk 5. Inwerkingtreding

Art. 7. Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 november 2020. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Datum van afkondiging
Top