Geef een zoekwoord in, en selecteer indien gewenst een filter.
Indien je zoekterm bestaat uit meerdere woorden, zet je deze tussen aanhalingstekens (“). Op meerdere termen tegelijk zoeken, kan door het gebruik van een komma.

996/120 van 24 februari 2016 - Recht op kinderbijslag voor jongeren die hun studies buiten het Belgische grondgebied voortzetten

    Hoofdstuk 1.  Context en onderwerp van de dienstbrief

    A.  Context

    Om kinderbijslag te ontvangen moet aan wettelijke en reglementaire voorwaarden voldaan worden, namelijk opgevoed worden of lessen volgen op het Belgische grondgebied (Art. 52 AKBW).

    Personen die niet aan deze voorwaarden voldoen, kunnen dus in principe geen aanspraak maken op kinderbijslag. Afwijkingen zijn evenwel voorzien:

    • Art. 52 AKBW voorziet in de mogelijkheid om aan behartenswaardige gevallen individuele of algemene afwijkingen toe te kennen op bepaalde toekenningsvoorwaarden inzake het recht op kinderbijslag die betrekking hebben op de rechthebbende of het rechtgevende kind.

    • Krachtens Art. 67 van Verordening EG 883/2004 en het vrij verkeer van personen wordt verondersteld dat alle studenten die in een van de staten van de Europese Economische Ruimte (EER1 ) studeren, voldoen aan de voorwaarde van lessen te volgen op het Belgische grondgebied zoals voorzien in Art. 52 AKBW
      Rekening houdend met de overeenkomsten tussen Zwitserland en de Europese Gemeenschap geldt dat vermoeden eveneens voor de studenten die hun studies voortzetten in Zwitserland.

    •  MO 599 van 16 juli 2007 betreffende de algemene afwijkingen is van toepassing op kinderen die (niet-) hogere studies in een land buiten de EER volgen. Deze afwijkingen gelden meestal gedurende hoogstens een schooljaar als wordt voldaan aan de voorwaarden die cumulatief vervuld dienen zijn, zoals het behoud van de inschrijving in het Rijksregister van de Natuurlijke Personen, het ontbreken van het recht op kinderbijslag op een andere basis dan de AKBW (bijvoorbeeld de internationale overeenkomsten) en het ontbreken van beroepsactiviteiten van bepaalde gezinsleden in het land waar de lessen gevolgd worden2 .

    • Een bilateraal verdrag afgesloten met België in het kader waarvan een individuele afwijking niet noodzakelijk is.

    B.  Doel van deze dienstbrief

    Deze dienstbrief heeft als doel de nieuwe maatregelen toe te lichten met betrekking tot studenten die hun studies in het buitenland voortzetten. Deze nieuwe maatregelen zijn opgenomen in CO 1408 van 18 januari 2016, die een evaluatie bevat van CO 1393 van 19 september 2013.

    De dienstbrief herinnert aan de regels voor de studenten die hun studies buiten België voortzetten, ofwel binnen de EER en in Zwitserland (hoofdstuk 3) ofwel op het grondgebied van een land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft (hoofdstuk 4).

    Verder preciseert de dienstbrief de regels voor de studenten die hun studies voortzetten op een ander grondgebied dan dat van de EER, Zwitserland of een land met een bilateraal verdrag (hoofdstuk 5).

    Deze omzendbrief voorziet eveneens in de procedure voor de dossiers die niet afgesloten zijn op 18 januari 2016, datum waarop CO 1408 betreffende de programmawet van 28 juni 2013 - Evaluatie van CO 1393 van 19 september 2013 van kracht wordt (hoofdstuk 6).

    Hoofdstuk 2.  Herhaling van de toepasselijke principes

    Als de jongere zijn studies in een land van de EER of Zwitserland voortzet, schort het kinderbijslagfonds de betaling van de kinderbijslag niet op en wordt geen aanvraag om dringende controle ingediend.

    Als de jongere zijn studies voortzet in een land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft of als hij zijn studies voortzet in een land buiten de EER, Zwitserland of een land met een bilateraal verdrag schort het kinderbijslagfonds de betaling van de kinderbijslag niet op, voor zover alle toekenningsvoorwaarden voldaan zijn. Het kinderbijslagfonds dient een aanvraag om dringende controle in, als uit het dossier blijkt dat het niet via een schoolattest of een flux D062 over het bewijs beschikt dat de jongere in het vorige schooljaar lessen in de EER of in Zwitserland volgde.

    Hoofdstuk 3.  Het gezin woont in België - De jongere zet zijn studies voort in een land van de Europese Economische Ruimte (EER) of in Zwitserland

    Als het kinderbijslagfonds door middel van bijvoorbeeld het formulier P7 op de hoogte wordt gebracht dat de jongere zijn studies in een land van de EER of in Zwitserland volgt, verstuurt het kinderbijslagfonds formulier E402 'Bewijs van voortgezette studie in verband met de toekenning van gezinsbijslagen'.

    Wat de provisionele betalingen betreft past het kinderbijslagfonds de richtlijnen toe van dienstbrief 999/176 van 3 juli 2015 - rubriek 4.

    Als de jongere zijn studies voortzet in een land van de EER of in Zwitserland, dient het kinderbijslagfonds op die basis alleen geen aanvraag om dringende controle in en wordt de betaling van de kinderbijslag niet opgeschort, als uit de ontvangen studiebewijzen blijkt dat aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan.

    Hoofdstuk 4.  Het gezin woont in België - De jongere zet zijn studies voort in een land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft

    Als het kinderbijslagfonds bijvoorbeeld via het formulier P7 meegedeeld wordt dat de jongere zijn studies voortzet in een land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft, kunnen zich 2 scenario's voordoen: 

    1. de kinderbijslag voor de jongere werd in de loop van het vorige schooljaar op basis van een bilateraal verdrag betaald
    2. de jongere is nog altijd in België gedomicilieerd en in de loop van het vorige schooljaar werd de kinderbijslag op basis van zijn verblijf in België betaald

    1. de kinderbijslag voor de jongere werd in de loop van het vorige schooljaar op basis van een bilateraal verdrag betaald

    Als de jongere zijn studies voortzet in een land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft, en de kinderbijslag werd in de loop van het vorige jaar op basis van een bilateraal verdrag betaald, stuurt het kinderbijslagfonds het specifieke formulier voor het land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft.

    Wat de provisionele betalingen betreft past het kinderbijslagfonds de richtlijnen toe van dienstbrief 999/176 van 3 juli 2015- rubriek 4.

    Als de jongere zijn studies voortzet in een land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft en de kinderbijslag werd in de loop van het vorige schooljaar op basis van een bilateraal verdrag betaald, dient het kinderbijslagfonds op die basis alleen geen aanvraag om dringende controle in en wordt de betaling van de kinderbijslag niet opgeschort, als uit de ontvangen studiebewijzen blijkt dat aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan.

    2. de jongere is nog altijd in België gedomicilieerd en de kinderbijslag werd in de loop van het vorige schooljaar op basis van zijn verblijf in België betaald

    Als de jongere zijn studies voortzet in een land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft, als hij nog altijd in België gedomicilieerd is en als de kinderbijslag in de loop van het vorige schooljaar op basis van zijn verblijf in België betaald werd, stuurt het kinderbijslagfonds een specifiek formulier voor het land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft.

    Wat de provisionele betalingen betreft past het kinderbijslagfonds de richtlijnen toe van dienstbrief 999/176 van 3 juli 2015 - rubriek 4.

    Het kinderbijslagfonds moet voortaan aan de hand van het bewijs (een schoolattest of een flux D062) onderzoeken of de jongere in de loop van het vorige schooljaar in een land van de EER of in Zwitserland gestudeerd heeft.

    Als dit bewijs, namelijk een schoolattest of een flux D062 niet voorkomt in het dossier, worden de kinderbijslagfondsen verzocht aan de bijslagtrekkende een dergelijk bewijs te vragen als de jongere tijdens het vorig schooljaar lessen heeft gevolgd in de Franse of Duitstalige Gemeenschap, in een land van de EER of in Zwitserland. Enkel als de jongere in het vorige schooljaar in de Vlaamse Gemeenschap studeerde, moet de D062 van dat vorig schooljaar via de dienst Monitoring opgevraagd worden (monitoringnl@famifed.be).

    • Als het kinderbijslagfonds via een schoolattest of een flux D062 het bewijs ontvangt dat de betrokken jongere in de loop van het vorige schooljaar in een land van de EER of in Zwitserland gestudeerd heeft, dient het kinderbijslagfonds geen aanvraag om dringende controle in en wordt de betaling van de kinderbijslag niet opgeschort, als uit de ontvangen studiebewijzen blijkt dat aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan.

    • Als het kinderbijslagfonds via een schoolattest of flux D062 GEEN bewijs ontvangt dat de betrokken jongere in de loop van het vorige schooljaar in een land van de EER of in Zwitserland gestudeerd heeft, dient het kinderbijslagfonds een automatische aanvraag om dringende controle in. In toepassing van de instructies in CO 1408 van 18 januari 2016 schort het kinderbijslagfonds op basis van dat element de betaling van de kinderbijslag niet op.

    Hoofdstuk 5.  Het gezin woont in België - De jongere zet zijn studies voort in een land buiten de EER, Zwitserland of een land waarmee een bilateraal verdrag afgesloten werd

    Als het kinderbijslagfonds door middel van formulier P7-int op de hoogte wordt gebracht dat de jongere zijn studies voortzet in een land buiten de EER, Zwitserland of een land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft, kunnen zich 2 scenario's voordoen:

    1. de kinderbijslag voor de jongere werd in de loop van het vorige schooljaar op basis van een algemene of individuele afwijking betaald
    2. de kinderbijslag voor de jongere werd in de loop van het vorige schooljaar niet betaald op basis van een algemene of individuele afwijking

    1. de kinderbijslag voor de jongere werd in de loop van het vorige schooljaar op basis van een algemene of individuele afwijking betaald

    Als de jongere zijn studies voortzet in een land buiten de EER, Zwitserland of een land met een bilateraal verdrag en de kinderbijslag werd in de loop van het vorige schooljaar op basis van een algemene of individuele afwijking betaald, past het kinderbijslagfonds wat de provisionele betalingen betreft de richtlijnen toe van dienstbrief 999/176 van 3 juli 2015 - rubriek 4.

    Als de jongere zijn studies voortzet in een land buiten de EER, Zwitserland of een land met een bilateraal verdrag en als in de loop van het vorige schooljaar de kinderbijslag op basis van een algemene of individuele afwijking werd betaald, dient het kinderbijslagfonds op die basis alleen geen aanvraag meer om dringende controle in en wordt de betaling van de kinderbijslag niet meer opgeschort, als uit de ontvangen studiebewijzen blijkt dat aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan.

    2. de kinderbijslag voor de jongere werd in de loop van het vorige schooljaar niet betaald op basis van een algemene of een individuele afwijking

    Als de jongere zijn studies voortzet in een land buiten de EER, Zwitserland of een land met een bilateraal verdrag en de kinderbijslag werd in de loop van het vorige schooljaar niet betaald op basis van een algemene of een individuele afwijking, moet het kinderbijslagfonds aan de hand van een bewijs (een schoolattest of een flux D062 ) onderzoeken of de betrokken jongere in de loop van het vorige schooljaar in een land van de EER of Zwitserland heeft gestudeerd.

    Als dit bewijs, namelijk een schoolattest of een flux D062, niet voorkomt in het dossier, worden de kinderbijslagfondsen verzocht aan de bijslagtrekkende een dergelijk bewijs te vragen als de jongere tijdens het vorig schooljaar lessen heeft gevolgd in de Franse of Duitstalige Gemeenschap, in een land van de EER of in Zwitserland. Enkel als de jongere in het vorige schooljaar in de Vlaamse Gemeenschap studeerde, moet de D062 van dat vorig schooljaar via de dienst Monitoring opgevraagd worden (monitoringnl@famifed.be).

    • Als het kinderbijslagfonds via een schoolattest of een flux D062 het bewijs vaststelt dat de betrokken jongere in de loop van het vorige schooljaar in een land van de EER of in Zwitserland gestudeerd heeft, dient het kinderbijslagfonds geen aanvraag om dringende controle in en wordt de betaling van de kinderbijslag niet opgeschort, voor zover aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan. Wat de provisionele betalingen betreft past het kinderbijslagfonds de richtlijnen toe van dienstbrief 999/176 van 3 juli 2015 - rubriek 4.

    • Als het kinderbijslagfonds via een schoolattest of flux D062 GEEN bewijs ontvangt dat de betrokken jongere in de loop van het vorige schooljaar in een land van de Europese Economische Ruimte (EER) of in Zwitserland gestudeerd heeft, dient het kinderbijslagfonds een automatische aanvraag om dringende controle in. In toepassing van de instructies in CO 1408 van 18 januari 2016 schort het kinderbijslagfonds op basis van dat element de betaling niet op.

    Hoofdstuk 6.  Overgangsmaatregelen en eindbepalingen

    Overgangsmaatregelen

    Hoewel CO 1408 van 18 januari 2016 maar vanaf zijn bekendmaking van toepassing is, vraagt FAMIFED de kinderbijslagfondsen om de maatregelen betreffende de studenten die hun studies in het buitenland voortzetten voor alle opgeschorte dossiers toe te passen, voor zover alle andere toekenningsvoorwaarden vervuld zijn.

    FAMIFED vraagt bijgevolg aan de kinderbijslagfondsen om de kinderbijslag met terugwerkende kracht te regulariseren en de betalingen te hervatten voor alle studenten van wie de kinderbijslag alleen opgeschort werd omdat ze buiten het Belgische grondgebied of de EER doorstuderen.

    FAMIFED verzoekt de kinderbijslagfondsen ook om de controleaanvragen te annuleren voor studenten die hun studies in het buitenland voortzetten en voor wie de kinderbijslagfondsen over het bewijs via een schoolattest of flux D062 beschikken dat deze studenten in de loop van het vorige schooljaar in België of in de EER studeerden:

    • als de jongere zijn studies voorzet in een land waarmee België een bilateraal verdrag afgesloten heeft, als hij nog altijd in België gedomicilieerd is en als in de loop van het vorige schooljaar de kinderbijslag voor hem werd betaald op basis van zijn verblijf in België

    • als de jongere zijn studies voortzet in een land buiten de EER, Zwitserland of een land met een bilateraal verdrag en als in de loop van het vorige schooljaar de kinderbijslag niet werd betaald op basis van een algemene of individuele afwijking

    Als dit bewijs, namelijk een schoolattest of een flux D062 niet voorkomt in het dossier, worden de kinderbijslagfondsen verzocht aan de bijslagtrekkende een dergelijk bewijs te vragen als de jongere tijdens het vorig schooljaar lessen heeft gevolgd in de Franse of Duitstalige Gemeenschap, in een land van de EER of in Zwitserland. Enkel als de jongere in het vorige schooljaar in de Vlaamse Gemeenschap studeerde, moet de D062 van dat vorig schooljaar via de dienst Monitoring opgevraagd worden (monitoringnl@famifed.be).

    Formulier P7-int wordt in die zin voor het schooljaar 2016-2017 aangepast.

    Slotbepalingen

    Deze dienstbrief is vanaf de dag van publicatie onmiddellijk van toepassing.

    Alle vragen met betrekking tot sociale controles kunnen aan het secretariaat van Sociaal toezicht gericht worden:

    E-mail: soc.ctrl@famifed.be
    Tel. (FR): 02/237 25 50
    Tel. (NL): 02/237 23 44
    Fax: 02/237 23 09

    Alle vragen met betrekking tot fraudedossiers kunnen aan de cel Sociale Fraude gericht worden:

    E-mail: cel.fraude@famifed.be
    Tel. (FR): 02/237 23 25
    Tel. (NL): 02/237 21 31
    Fax: 02/237 23 09

    Alle vragen omtrent het aanleveren van een bewijs via een flux D062 over de gevolgde lessen voor wat betreft de Vlaamse Gemeenschap tijdens het vorige schooljaar mogen gericht worden aan de dienst Monitoring:

    E-mail: monitoringnl@famifed.be
    Tel.: 02-237 27 29
    Fax: 02/237 23 09

    Bijlagen

    • 1Het betreft de landen van de Europese Unie en Noorwegen, IJsland en Liechtenstein
    • 2Zie ook dienstbrief 999/c.154 van 15 juli 2009
    Top