A/38 van 27 juli 2022 - 1/3 gezinsbijslagen voor kinderen met materiële ondersteuning

A/38 - Mededeling van het VUTG

27 juli 2022

Betreft: 1/3 gezinsbijslagen voor kinderen met materiële ondersteuning

 

1. Context

Voor kinderen geplaatst in een voorziening van niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp worden de gezinsbijslagen, uitgezonderd het startbedrag geboorte, het startbedrag adoptie en de pleegzorgtoeslag, verdeeld tussen de voorziening en de begunstigden (artikel 68 §1 GPD). Met andere woorden deze kinderen ontvangen een derde van de gezinsbijslagen. Kinderen die ten laste zijn van de overheid maar niet geplaatst zijn via de intersectorale toegangspoort ontvangen daarentegen de volledige gezinsbijslag. Voor deze kinderen draagt de overheid ook de opvoedingskosten. Vanuit gelijkberechtiging is het belangrijk deze kinderen vanuit het Groeipakket dezelfde ondersteuning te bieden.

Kinderen die materiële ondersteuning ontvangen, ongeacht van welke overheid, blijven een derde van de gezinsbijslagen ontvangen, zoals de kinderen die al geplaatst zijn in een instelling. Met het ontvangen van materiële ondersteuning worden zowel de kinderen in een federale opvangstructuur als de kinderen die in niet-rechtstreekse toegankelijke hulpverlening gevat.

Het gaat om drie categoriën

a. Het kind krijgt opvang in een opvangstructuur
Concreet gaat het om kinderen die in een opvangstructuur van Fedasil verblijven tijdens een lopende procedure ‘verzoek internationale bescherming’ of die tijdelijk na de positieve beslissing verblijfsrecht tijdens de transitie in de individuele opvang nog in de opvangstructuur verblijven1.

b. Het kind met recht op medische ondersteuning
Het gaat om kinderen die onder de opvangwet vallen, maar afzien van een opvang in een opvangstructuur. Deze kinderen hebben recht op medische begeleiding.

c. Het kind is geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een instelling.
Concreet gaat het hier over plaatsingen onder toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp en plaatsingen onder toepassing van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht. Deze plaatsingen vallen ten laste van de Vlaamse overheid. Het gaat om typemodules die bij de intersectorale toegangspoort worden ingezet, verblijf in gerechtelijke hulpverlening en verblijf in gemeenschapsinstellingen.

De gezinsbijslagen dienen ertoe om de opvoedingskosten gedeeltelijk te dragen. Voor kinderen in een opvangstructuur of in de NRTJ zit een deel van de opvoedingskost in de materiële ondersteuning die zij ontvangen vanuit de voorziening. Om een dubbele financiering te vermijden ontvangen de begunstigden een derde van de gezinsbijslagen.
Voor de kinderen die onder de opvangwet vallen wordt naast het één derde geen twee derde betaald.

Voor de kinderen geplaatst via de NRTJ wordt voorlopig verder twee derde ingehouden voor de instellingen/plaatsende overheid. Op termijn wordt deze rechtstreekse financiering vanuit het Groeipakket niet langer behouden. Hiertoe zal een aparte autonome financieringsstroom worden opgezet. Er is een overgangsperiode voorzien (maximum twee jaar). Tot zolang blijft twee derde voor de kinderen die geplaatst zijn door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een instelling, betaald aan de instelling of plaatsende overheid.

Via artikel 12 van het decreet tot wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie en tot wijziging van het Groeipakketdecreet van 2018 werd artikel 68 Groeipakketdecreet aangepast.

2. Inwerkingtreding

De nieuwe regelgeving is van kracht vanaf 1 augustus 2022.

3. De praktijk

3.1. Voorziening

Voor kinderen geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een voorziening wijzigt er momenteel niets. De procedures besproken in toelichtingsnota 16 van 2 oktober 2020 – plaatsing in een voorziening – blijven van kracht.

3.2. Fedasil

De gegevens betreffende de kinderen die onder de opvangwet vallen en opvang in een opvangstructuur krijgen worden aangeleverd door Fedasil.

Fedasil verstrekt de gegevens van de kinderen die volgens het Groeipakketdecreet voldoen aan de verblijfsvoorwaarde. Het gaat om:

  • begeleide kinderen die over een verblijfsrecht beschikken van meer dan drie maanden en in afwachting van het vertrek uit het opvangcentrum of het lokaal opvanginitiatief (LOI) nog tijdelijk opvang in een opvangstructuur via de opvangwet ontvangen;
  • niet begeleide minderjarigen die via de vrijstelling voldoen aan de verblijfsvoorwaarde of die beschikken over een verblijfsrecht van meer dan 3 maanden en die opvang in een opvangstructuur via de opvangwet ontvangen.

Opgelet: op 1 maart 2020 werden de gecofinancierde opvangplaatsen (Jongerenwelzijn/Fedasil) voor NBMV omgevormd van RTJ naar NRTJ. De kennisgeving gebeurt sedert deze datum via het gebruikelijke document D227. In deze  dossiers gaat 2/3 naar het Fonds Jongerenwelzijn en 1/3 naar de begunstigde (de NBMV).
Omdat Fedasil verantwoordelijk blijft voor de toeleiding en instroom, levert Fedasil ook de gegevens aan voor deze jongeren. Evenwel blijft de verdeling 1/3 – 2/3  voor deze jongeren van toepassing (zie 3.1.).

3.2.1. Het kind is gekend in een dossier Groeipakket

Wanneer het kind gekend is in een dossier, wordt de uitbetaler via een taak ‘fedasil inschrijving ontvangen’ hiervan in kennis gesteld.
Naast de gegevens van het kind (naam, voornaam, INSZ) worden in de taak ook volgende gegevens meegedeeld:

  • de datum vanaf wanneer het kind opvang in een opvangstructuur geniet;
  • de gegevens van de opvangstructuur (benaming en adres) waar het kind verblijft;
  • de gegevens van de door Fedasil gekende opvoeder (INSZ, naam, voornaam). In de taak wordt deze opvoeder aangeduid als ‘titularis’.
    Opgelet: Wanneer Fedasil geen opvoeder (titularis) aanduidt wordt het kind geacht een NBMV te zijn. Indien er wel een opvoeder (titularis) wordt meegegeven, besluiten we dat het gaat om een begeleid kind.

Aan de hand van deze taken wordt een controle uitgevoerd op de verblijfsvoorwaarde NBMV en de begunstigde(n) van het begeleid kind.

Controle verblijfsvoorwaarde NBMV

De controle op de verblijfsvoorwaarde in de dossiers van de begeleide kinderen moet niet worden uitgevoerd. Het gaat om recent geactiveerde dossiers waar de verblijfsvoorwaarde werd gecontroleerd op basis van TN2bis. De opvolging gebeurt volgens de hierin beschreven procedure.

De regelgeving rond de vrijstellingen op de verblijfsvoorwaarde gezinsbijslagen en selectieve participatietoeslagen voor de NBMV zonder verblijfsrecht van meer dan drie maanden werd recent gewijzigd (artikel 2 M.B. van 13/03/2019 en artikel 2 BVR selectieve participatietoeslagen). Bij ontvangst van de taak ‘fedasil inschrijving ontvangen’ wordt er van gebruik gemaakt om de verblijfsvoorwaarde opnieuw te beoordelen rekening houdende met deze wijzigingen toegelicht in mededeling A/36 en in mededeling A/37. Ook de opvolging van de vrijstellingen gezinsbijslagen wordt overeenkomstig aangepast.

Aandachtspunten bij vaststelling van ten onrechte betalingen in de periode van 01/01/2019 tot 31/03/2022:

  • De gezinsbijslagen en/of de schooltoeslag werd(en) toegekend  voor de aanstelling van de voogd terwijl het kind in het bezit was van een attest van immatriculatie: de schuld wordt als A-bis debet geboekt.
  • De gezinsbijslagen en/of de schooltoeslag werd(en) toegekend voor de NBMV vanaf 12 jaar terwijl het kind  niet in het bezit was van een attest van immatriculatie:
    • het kind was in een pleeggezin geplaatst: de schuld wordt als A-debet geboekt
    • het kind was niet in een  pleeggezin geplaatst: de schuld wordt als B-debet geboekt
  • De gezinsbijslagen en/of de schooltoeslag werd(en) toegekend voor de NBMV jonger dan 12 jaar terwijl het kind geen recht had om voorlopig op het grondgebied te verblijven in het kader van een lopende verblijfsprocedure en niet in het bezit was van een attest van immatriculatie
    • het kind was in een pleeggezin geplaatst: de schuld wordt als A-debet geboekt
    • het kind was niet in een pleeggezin geplaatst: de schuld wordt als B-debet geboekt

Controle begunstigde(n):

De NBMV zonder opvoeder is begunstigde voor zichzelf en dit ongeacht zijn leeftijd.

In de dossiers waarin Fedasil een opvoeder meedeelt2 wordt nagegaan of de opvoeder aangeleverd door Fedasil, de begunstigde of één van de begunstigden is in het dossier.
Is dit niet het geval, dan wordt de begunstigde op basis van de elementen in het dossier gecontroleerd. Bij twijfel  of deze de juiste begunstigde is, wordt het dossier aan KRING voorgelegd via de gebruikelijke weg.

CGPA

In het scherm ‘Rechten/plaatsing’ van het kind is een nieuwe rubriek ‘historiek plaatsing door Fedasil beschikbaar. De registratie van de begindatum (mm/jjjj) in deze rubriek gebeurt als volgt:

  • het kind geniet opvang in een opvangstructuur voor of op 01 augustus 2022: de beginmaand is 08/2022. Deze maand mag nooit voor augustus 2022 liggen.
     
  • het kind geniet na 01 augustus 2022 opvang in een opvangstructuur, het recht op gezinsbijslagen ontstaat op dezelfde datum  of nadat het kind opvang in een opvangstructuur geniet: de beginmaand is de maand waarin de opvang in een opvangstructuur aanvangt.
     
  • het kind geniet na 01 augustus 2022 opvang in een opvangstructuur,  het recht op gezinsbijslagen ontstaat voor de datum dat  het kind opvang in een opvangstructuur geniet : de beginmaand is de maand waarin de opvang in een opvangstructuur aanvangt.

    Opgelet: dit wijkt af van TN 16 1.1.

    Aan de hand van enkele voorbeelden:

     
    1. een NBMV heeft recht op gezinsbijslagen vanaf 25 augustus 2022. Deze jongere heeft recht op opvang in een opvangstructuur van Fedasil vanaf 30 augustus 2022. De jongere heeft recht op 1/3 over augustus 2022.
      De beginmaand in het scherm ‘Rechten/plaatsing’ rubriek ‘historiek plaatsing door Fedasil’ is 08/2022.
    2. een NBMV heeft recht op gezinsbijslagen vanaf 25 augustus 2022. Deze jongere heeft recht op opvang in een opvangstructuur van Fedasil vanaf 05 september 2022. De jongere heeft recht op 3/3 over augustus 2022. Vanaf 01 september 2022 op 1/3.
      De beginmaand in het scherm ‘Rechten/plaatsing’ rubriek ‘historiek plaatsing door Fedasil’ is 09/2022.

Op basis van deze informatie berekent CGPA automatisch het juiste bedrag.

Opgelet: de kinderen waarvoor reeds de verdeling 1/3 – 2/3 wordt toegepast, blijven onder deze verdeelsleutel vallen. Dit betekent dat voor de kinderen geplaatst in een instelling en waar een D227 werd ontvangen, het CGPA-dossier niet wordt aangepast naar aanleiding van de taak  ‘fedasil inschrijving ontvangen’ (zie 3.2.).

Kennisgeving aan het gezin

Wanneer bij vaststelling van het recht meteen 1/3 van de gezinsbijslagen verschuldigd is, wordt de beslissing gemotiveerd via de brief ‘PL00’.

Wanneer door de opvang in een opvangstructuur het bedrag wijzigt van 3/3 naar 1/3 wordt de begunstigde hiervan in kennis gesteld via de brief ‘PL01bis’. Dit zal vooral het geval zijn bij de inwerkingtreding van het gewijzigde artikel 68 GPD.

Indien het kind een NBMV is, wordt de voogd eveneens ingelicht.

Het kind verlaat de opvangstructuur

Fedasil bezorgt eveneens de gegevens van het kind dat de opvangstructuur verlaat. De uitbetaler wordt hiervan via een taak ‘fedasil uitschrijving ontvangen’ in kennis gesteld.

Dit kind heeft over de maand waarin het recht op opvang in een opvangstructuur eindigt recht op 1/3 van de gezinsbijslagen, ongeacht welke dag van de maand3. Vanaf de maand hierop volgend kan 3/3 van de gezinsbijslagen worden betaald.

In het scherm ‘Rechten/plaatsing’, rubriek ‘historiek plaatsing door Fedasil wordt de maand (mm/jjjj) waarin het kind de opvangstructuur verliet gecodeerd.

Op basis van deze informatie berekent CGPA automatisch het juiste bedrag.

De begunstigde wordt in kennis gesteld van het gewijzigde bedrag. Indien het kind een NBMV is, wordt de voogd eveneens ingelicht.

3.2.2. Het kind is NIET gekend in een dossier Groeipakket

Het kind wordt als ‘gemist Groeipakket’ beschouwd (artikel 64 § 5 Groeipakketdecreet). De publieke uitbetaler FONS voert het onderzoek. Bij gebrek aan expliciete keuze van de begunstigde, wordt aan het gezin de kans geboden binnen de 3 maanden een nieuwe uitbetaler te kiezen. Indien binnen deze termijn geen nieuwe keuze wordt gemaakt blijft de begunstigde van rechtswege aangesloten bij FONS (minimale aansluiting van één jaar).

4. Vragen

Vragen betreffende deze mededeling kunnen gericht worden aan advies@vutg.be met vermelding van de titel van deze mededeling in het onderwerp van de mail

 

  • 1. Bepaalde categorieën van NBMV kunnen na de positieve beslissing verblijfsrecht langer dan begeleide kinderen in collectieve opvang verblijven. Ook voor de begeleide kinderen met verblijfsrecht terwijl de ouder nog geen verblijfsrecht heeft, kan de transitie naar individuele opvang worden uitgesteld.
  • 2. van een begeleid kind.
  • 3. dus ook bij de eerste dag van de maand.
Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top