Vlaanderen

Toelichtingsnota 5 van 14 januari 2019 - Leeftijdsbijslag

Toelichtingsnota 5 van 14 januari 2019

Betreft: Leeftijdsbijslag

 

 

Inhoudstafel

 

Vooraf

1. Welke kinderen hebben recht op een leeftijdsbijslag?

2. Halvering van de leeftijdsbijslag

2.1. Bij de migratie op 1 januari 2019

2.2. Bij samenvoeging van de dossiers van de bijslagtrekkende die in december 2018 de kinderbijslag ontving vanuit verschillende rechthebbendedossiers.

2.3. Na omschakeling naar de begunstigdenkern

2.4. Wanneer is er geen halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag op het bedrag voor het oudste kind in de bijslagtrekkendekern of de begunstigdenkern waar het kind met de verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang deel van uitmaakt?

2.5. Aandachtspunten

3. Leeftijdsbijslag voor rechtgevende kinderen geboren voor 1 juli 1966

4. Wijzigingen aan de bedragen

 

 

Wettelijke basis: artikelen 212 en 213 en 217 van het Groeipakketdecreet van 27 april 2018  

Vooraf

De bedragen die in deze toelichtingsnota vermeld zijn, zijn de bedragen zoals ze voorkomen in het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. Bij de betaling gelden uiteraard de geïndexeerde bedragen die op dat ogenblik van toepassing zijn.

 

1.  Welke kinderen hebben recht op een leeftijdsbijslag?

Alle kinderen die geboren zijn vóór 1 januari 2019 én voor wie het recht op kinderbijslag overeenkomstig de kinderbijslagreglementering is geopend op 31 december 2018 én recht hebben op kinderbijslag met een verbonden bedrag volgens hun omgekeerde rang of verhoogde kinderbijslag voor wezen, hebben vanaf de leeftijd van 6 jaar recht op een maandelijkse leeftijdsbijslag die bovenop de kinderbijslag wordt betaald.  Telkens als in deze nota over rechtgevende kinderen gesproken wordt, gaat het om kinderen die aan de hiervoor vermelde toekenningsvoorwaarden voldoen.

Deze maandelijkse leeftijdsbijslag verhoogt vervolgens wanneer het rechtgevend kind 12 jaar wordt en nog eens wanneer het rechtgevend kind 18 jaar wordt. 

In principe hebben deze rechtgevende kinderen recht op de volgende maandelijkse leeftijdsbijslag:

  • 31,99 euro voor een kind van minstens 6 jaar;
  • 48,88 euro voor een kind van minstens 12 jaar;
  • 62,15 euro voor een kind van minstens 18 jaar.

Rechtgevende kinderen die recht hebben op verhoogde kinderbijslag voor wezen hebben altijd recht op de volledige maandelijkse leeftijdsbijslag.

In afwijking van deze bedragen heeft het oudste rechtgevend kind met recht op kinderbijslag met een verbonden bedrag volgens zijn omgekeerde rang in de bijslagtrekkendekern of begunstigdenkern waarvan het kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro volgens de omgekeerde rang deel uitmaakt, slechts recht op de “gehalveerde” maandelijkse leeftijdsbijslag. In dat geval gelden de volgende bedragen van de maandelijkse gehalveerde leeftijdsbijslag:

  • 16,04 euro voor een kind van minstens 6 jaar;
  • 24,43 euro voor een kind van minstens 12 jaar;
  • 28,16 euro voor een kind van minstens 18 jaar.

Enkel rechtgevende kinderen voor wie het verbonden bedrag volgens hun omgekeerde rang betaald wordt, worden in aanmerking genomen voor de halvering van de leeftijdsbijslag.  De kinderen met recht op verhoogde kinderbijslag voor wezen tellen bijgevolg niet mee om dat “oudste” kind te bepalen.

Voor de rechtgevende kinderen geboren voor 1 juli 1996 gelden specifieke bedragen van de maandelijkse leeftijdsbijslag.

 

2.  Halvering van de leeftijdsbijslag

Het oudste rechtgevend kind dat recht heeft op kinderbijslag aan het verbonden bedrag volgens zijn omgekeerde rang in de bijslagtrekkendekern of begunstigdenkern waarvan het kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang deel uitmaakt, heeft dus slechts recht op de gehalveerde maandelijkse leeftijdsbijslag.

We herhalen dat de kinderen met recht op verhoogde kinderbijslag voor wezen niet meetellen om het “oudste” rechtgevend kind te bepalen.

Hoe wordt dat oudste kind in de praktijk geïdentificeerd.

 

2.1.  Bij de migratie op 1 januari 2019

Bij de migratie zullen alle dossiers van rechthebbenden die met het oog op de vaststelling van de rang in de Algemene Kinderbijslagwet (AKBW) dienen opgevolgd te worden met de T007/T008- berichten (zie dienstbrief 997/81 van 22 januari 2016) als dusdanig geïdentificeerd worden.

Bij elk rechtgevend kind zal worden aangegeven of de halvering van de leeftijdsbijslag van toepassing is of niet. Deze halvering wordt vanaf januari 2019 voortgezet.

Voorbeeld

In hetzelfde rechthebbendedossier zijn 2 bijslagtrekkenden, Annie en Bea.  Bijslagtrekkende Annie ontvangt de kinderbijslag voor Joren, 19 jaar en Mieke, 15 jaar. Bijslagtrekkende Bea ontvangt de kinderbijslag voor Wout, 16 jaar en Tom, 12 jaar.

In december 2018 heeft Joren, rang 1 (92,09 euro), Wout rang 2 (170,39 euro), Mieke rang 3 (254,40 euro) en Tom rang 4 (254,40 euro).  De halvering van de leeftijdsbijslag wordt toegepast op het bedrag voor Joren.

Als gevolg van de omkering van de rang hebben deze rechtgevende kinderen recht op de volgende verbonden bedragen volgens hun omgekeerde rang:

Bijslagtrekkende Annie: Joren: bedrag hoog (254,40 euro) en Mieke: bedrag laag (92,09 euro).

Bijslagtrekkende Bea: Wout: bedrag hoog (254,40 euro) en Tom: bedrag midden (170,39 euro)

De halvering van de leeftijdsbijslag wordt verder toegepast op het bedrag voor Joren.

Aangezien alle kinderen die deel uitmaken van de bijslagtrekkendekern zich in hetzelfde dossier bevinden, is er voor de toepassing van de halvering van de rangen geen uitwisseling van gegevens tussen de uitbetalingsactoren nodig.

 

2.2.  Bij samenvoeging van de dossiers van de bijslagtrekkende die in december 2018 de kinderbijslag ontving vanuit verschillende rechthebbendedossiers.

Om ook bij latere wijzigingen in het dossier de omkering van de rangen voor alle bijslagtrekkenden op dezelfde manier toe te passen, worden de dossiers van de bijslagtrekkenden die in december 2018 de kinderbijslag vanuit verschillende rechthebbendedossiers ontvingen in het 1e semester van 2019 samengevoegd.

Deze samenvoeging gebeurt in het dossier waarin die bijslagtrekkende de kinderbijslag voor het oudste kind ontvangt, d.w.z. het kind dat na aanpassing het hoogste verbonden bedrag volgens zijn omgekeerde rang heeft.  Daarbij worden de bedragen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 herzien.

Bij deze herziening van de bedragen geldt als regel dat er geen terugvorderingen voor het verleden gebeuren. Als de herziening de toekenning van een hoger bedrag meebrengt, wordt de bijpassing wel retroactief uitgevoerd.  Hoe deze samenvoeging in de praktijk zal worden uitgevoerd, zal uitgelegd worden in de bijlage 1 bij de toelichtingsnota 1 over de omkering van de rangen.

Bij die samenvoeging wordt de halvering van de leeftijdsbijslag toegepast op het oudste kind met het hoogste bedrag volgens zijn omgekeerde rang in de bijslagtrekkendekern waar het kind met het verbonden bedrag 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang deel van uitmaakt.

Voorbeeld

Annie ontvangt in december 2018 in kinderbijslagdossier 1 de kinderbijslag voor Kim, 15 jaar en Jeroen, 13 jaar. In het kinderbijslagdossier 2 ontvangt Annie voor december 2018 de kinderbijslag voor de kinderen Amber, 9 jaar en Lauren, 6 jaar.

In december 2018 heeft Kim, rang 1 (92,09 euro), Jeroen rang 2 (170,39 euro), Amber rang 3 (254,40 euro) en Lauren rang 4 (254,40 euro).  De halvering van de leeftijdsbijslag wordt toegepast op het bedrag voor Kim.

Omkering van de rangen op 31 december 2018 per bijslagtrekkende binnen het dossier:

Dossier 1: Kim 170,39 euro en Jeroen 92,09 euro. Dossier 2: Amber 254,40 euro en Lauren 254,40 euro.

Betaling aan Annie.

De halvering wordt verder toegepast op het bedrag voor Kim, zijnde het kind met rang 1 in december 2018.

Omkering van de rangen na de samenvoeging van de kinderen in het dossier 1 (oudste kind)

Kim 254,40 euro, Jeroen 254,40 euro, Amber 170,39 euro en Lauren 92,09 euro

Betaling aan Annie.

De halvering wordt verder toegepast op het oudste kind in de bijslagtrekkendekern van Annie waarvan het kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang deel van uitmaakt, dus op het bedrag van Kim.

Wanneer het recht voor het oudste kind eindigt, wordt de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag toegepast op het volgende oudste kind in de bijslagtrekkendekern waar het kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang deel van uitmaakt.

Wanneer het recht voor het kind met het verbonden bedrag laag van 92,09 euro eindigt, eindigt ook de halvering van de leeftijdsbijslag, zelfs als dat recht vroeger eindigt dan dat voor de oudere kinderen in de bijslagtrekkendekern.

Wijziging.

Als in het voorbeeld het recht op kinderbijslag voor Kim eindigt, wordt de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag toegepast op het bedrag voor Jeroen.

Als in het voorbeeld het recht voor Lauren (eerst) eindigt, is de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag niet langer van toepassing.

Als het oudste kind na een onderbreking opnieuw recht heeft op kinderbijslag volgens zijn omgekeerde rang, zal de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag opnieuw toegepast worden op het bedrag voor het oudste kind.  Het tweede oudste rechtgevend kind zal dan opnieuw recht op de volledige maandelijkse leeftijdsbijslag hebben.

Als het kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang na een onderbreking opnieuw recht heeft op kinderbijslag, is de halvering van leeftijdsbijslag opnieuw van toepassing.

Wijziging.

Als in het voorbeeld het recht op kinderbijslag voor Kim opnieuw ontstaat, wordt de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag opnieuw toegepast op het bedrag voor Kim.  Jeroen heeft vanaf dan terug recht op de volledige maandelijkse leeftijdsbijslag.

Als in het voorbeeld het recht op kinderbijslag voor Lauren opnieuw ontstaat, is de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag opnieuw van toepassing.

Aangezien alle kinderen die deel uitmaken van de bijslagtrekkendekern zich in hetzelfde dossier bevinden, is er voor de toepassing van de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag geen uitwisseling tussen de uitbetalingsactoren nodig.

 

2.3.  Na omschakeling naar de begunstigdenkern

Na omschakeling van de bijslagtrekkendekern naar begunstigdenkern wordt de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag toegepast op het oudste kind met het hoogste verbonden bedrag volgens zijn omgekeerde rang in de begunstigdenkern waar het kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang deel van uitmaakt.

Wanneer het recht van dat oudste kind eindigt of wanneer dat oudste kind begint deel uit te maken van een andere begunstigdenkern, wordt de halvering toegepast op het volgende oudste kind in de begunstigdenkern waar het kind met verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang deel van uitmaakt.

Wanneer in de begunstigdenkern het recht voor het kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro eindigt, eindigt ook de halvering van de leeftijdsbijslag, zelfs als dat recht vroeger eindigt dan dat voor de oudere kinderen in de begunstigdenkern.

Aangezien alle kinderen van de begunstigdenkern deel uitmaken van hetzelfde dossier is er geen uitwisseling tussen de uitbetalingsactoren nodig.

Voorbeeld.

Bijslagtrekkende Annie ontvangt in december 2018 de kinderbijslag voor 3 kinderen: Ruben 10 jaar, Roos 8 jaar en Sebbe 6 jaar.

Omgekeerde rang: Ruben: bedrag hoog (254,40 euro), Roos: bedrag midden (170,39 euro) en Sebbe: bedrag laag (92,09 euro).. De halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag wordt op het bedrag voor Ruben toegepast.

Wijziging

Ruben wordt geplaatst in een pleeggezin waardoor hij vanaf die datum deel uitmaakt van de begunstigdenkern rond de pleegzorger (zonder andere rechtgevende kinderen in zijn gezin).   Daardoor wordt Roos het oudste kind in de bijslagtrekkendekern waar het kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang deel van uitmaakt.  Bijgevolg wordt de halvering van maandelijkse leeftijdsbijslag voortaan op het bedrag voor Roos toegepast1.

In de begunstigdenkern rond de pleegzorger is er geen kind met een verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang. Bijgevolg wordt voor Ruben na de wijziging de volledige maandelijkse leeftijdsbijslag toegekend.

 

2.4.  Wanneer is er geen halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag op het bedrag voor het oudste kind in de bijslagtrekkendekern of de begunstigdenkern waar het kind met de verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang deel van uitmaakt?

De halvering op het bedrag voor het oudste rechtgevend kind geldt niet als dat kind recht heeft op:

  • ofwel een halve of hele sociale toeslag;
  • ofwel een zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte.

Deze beoordeling gebeurt maand per maand. Dit betekent concreet dat als het recht op de (halve) sociale toeslag of de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte eindigt, vanaf de daaropvolgende maand de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag opnieuw van toepassing is.

 

2.5.   Aandachtspunten

  • We herinneren eraan dat kinderen die overeenkomstig artikel 214 van het decreet recht hebben op de verhoogde wezenbijslag altijd recht hebben op de volledige leeftijdsbijslag.

Voorbeeld.

Bijslagtrekkende Annie ontvangt de verhoogde wezenbijslag voor Sen, 15 jaar en de gewone kinderbijslag aan een verbonden bedrag volgens hun omgekeerde rang voor Tuur, 9 jaar en Sien, 5 jaar. De halvering wordt toegepast op het bedrag voor Tuur.

  • Ook oudere kinderen die recht hebben op het basisbedrag van 160 euro tellen niet mee om te bepalen op wie de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag van toepassing is.

Voorbeeld.

Bijslagtrekkende Annie ontvangt de kinderbijslag aan een verbonden bedrag volgens hun omgekeerde rang voor Sen 15 jaar (kind uit een 1e relatie), Tuur 9 jaar en Sien 5 jaar (kinderen uit een 2e relatie).  Er is geen recht op sociale toeslag. De halvering wordt toegepast op het bedrag voor Sen.  De vader van Sen overlijdt op 14 februari 2019 waardoor Sen vanaf dan recht heeft op het basisbedrag van artikel 13 verhoogd met de wezentoeslag van artikel 15.  De halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag wordt voortaan toegepast op het bedrag voor Tuur. 

 

 3.  Leeftijdsbijslag voor rechtgevende kinderen geboren voor 1 juli 1966

Deze rechtgevende kinderen hebben in principe recht op een maandelijkse leeftijdsbijslag van 53,94 euro. 

Echter wanneer het rechtgevend kind recht heeft op verhoogde eenoudertoeslag bij de sociale toeslag heeft het recht op een maandelijkse leeftijdsbijslag van 62,15 euro.

In de praktijk is dit een voortzetting van de toepassing zoals die tot 31 december 2018 gold voor de uitvoering van de AKBW.

 

4.  Wijzigingen aan de bedragen

Op basis van artikel 5 van het decreet van 27 april 2018 heeft het ontstaan van het recht op een maandelijkse leeftijdsbijslag of op een hogere maandelijkse leeftijdsbijslag uitwerking vanaf de eerste dag van de maand waarin dat recht ontstaat.  

Voorbeelden

1. Het rechtgevend kind wordt 6 jaar op 31 januari 2019.  Er is recht op maandelijkse leeftijdsbijslag vanaf 1 januari 2019.

2. Ingevolge het ontstaan van het recht op een sociale toeslag op 24 februari 2019 valt de halvering van de leeftijdsbijslag voor het oudste kind van de bijslagtrekkendekern weg.  De betaling wordt voortgezet aan dezelfde bijslagtrekkende.  De volledige leeftijdsbijslag wordt vanaf 1 februari 2019 toegekend.

Echter wanneer ingevolge een gebeurtenis in de loop van de maand het bedrag van de maandelijkse leeftijdsbijslag eindigt of vermindert, wordt de maandelijkse leeftijdsbijslag of de volledige leeftijdsbijslag nog toegekend tot het einde van die maand.

Voorbeelden

1. Door het einde van het recht voor het oudste kind Floris op 25 maart 2019 dient de halvering van de maandelijkse leeftijdsbijslag toegepast te worden op het bedrag van het volgende oudste kind Merel.  Merel heeft tot 31 maart 2019 recht op de volledige maandelijkse leeftijdsbijslag en vanaf 1 april 2019 op de gehalveerde leeftijdsbijslag.

2. Ingevolge samenwoonst op 14 april 2019 van de bijslagtrekkende met een nieuwe partner eindigt het recht op sociale toeslag.  Als gevolg daarvan heeft het oudste kind Louise in de bijslagtrekkendekern nog slechts recht op de gehalveerde maandelijkse leeftijdsbijslag.  Louise heeft tot 30 april 2019 recht op de volledige maandelijkse leeftijdsbijslag en vanaf 1 mei 2019 op de gehalveerde maandelijkse leeftijdsbijslag.

Overgang van AKBW naar Groeipakket

Tot 31 december 2018 geldt bij wijziging van de bedragen artikel 48 AKBW.  Vanaf 1 januari 2019 geldt bij wijzigingen aan de bedragen van de toelagen artikel 5 van het decreet van 27 april 2018.

Concreet betekent dit dat zowel de kinderen die 6 jaar worden in december 2018 als degene die 6 jaar worden in januari 2019 vanaf 1 januari 2019 recht hebben op de maandelijkse leeftijdsbijslag.

Zowel de rechtgevende kinderen die 12 jaar of 18 jaar worden in december 2018 als degene die 12 of 18 jaar worden in januari 2019 hebben vanaf 1 januari 2019 recht op de maandelijkse leeftijdsbijslag voor respectievelijk rechtgevende kinderen van minstens 12 jaar of van minstens 18 jaar.

Zowel wanneer het recht op sociale toeslag ontstaat in december 2018 als in januari 2019, valt de halvering van de leeftijdsbijslag voor het oudste kind weg vanaf 1 januari 2019 en wordt vanaf 1 januari 2019 voor dat oudste kind de volledige maandelijkse leeftijdsbijslag toegekend.

  • 1. Mocht in het voorbeeld het kind Sebbe met het verbonden bedrag van 92,09 euro geplaatst worden, is er in het gezin van bijslagtrekkende Annie geen halvering meer, maar wordt de halvering toegepast op het bedrag van Sebbe in de begunstigdenkern rond de pleegzorger.
Datum van afkondiging
Top