11 februari 2022 - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van maatregelen voor gelegenheidsarbeiders voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2021 ten gevolge van de uitbraak van het COVID-19-virus, wat betreft de toelagen in het kader van het gezinsbeleid en tot wijziging van diverse besluiten over de toelagen in het kader van het gezinsbeleid (B.S. 15.03.2022)

Nota's

Adviezen

Rechtsgronden

Dit besluit is gebaseerd op:

  • de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
  • het Groeipakketdecreet van 2018, artikel 1/1, ingevoegd bij het decreet van 21 mei 2021, artikel 8, §1, zesde lid, en §2, tweede lid, artikel 18, achtste lid, artikel 23, derde lid, artikel 27, §4, ingevoegd bij het decreet van 22 maart 2019 en gewijzigd bij het decreet van 21 mei 2021, artikel 30, §4, ingevoegd bij het decreet van 22 maart 2019, artikel 34, §4, ingevoegd bij het decreet van 22 maart 2019 en gewijzigd bij het decreet van 21 mei 2021, artikel 38, §3, artikel 57, §3, derde lid, artikel 76, tweede lid, artikel 77, §2, artikel 83, tweede lid, artikel 88, eerste lid, artikel 89, derde lid, en artikel 103, §2.

Vormvereisten

De volgende vormvereisten zijn vervuld:

  • De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 16 december 2021.
  • De Raad van State heeft advies 70.772/1 gegeven op 28 januari 2022, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Initiatiefnemer

Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Vaststelling van maatregelen voor gelegenheidsarbeiders voor de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2021 ten gevolge van de uitbraak van het COVID-19-virus

Artikel 1.  (01/04/2020- ...)

Voor de toepassing van de maandelijkse uurnorm van tachtig uren, vermeld in artikel 14, §2, eerste lid, 2°, artikel 29, §1, eerste lid, 2°, en artikel 41, eerste lid, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen, wordt geen rekening gehouden met de prestaties die geleverd zijn onder het statuut van gelegenheidsarbeider, vermeld in artikel 2/1, §1, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, tijdens de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2021.

Hoofdstuk 2. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 juni 2018 houdende nadere regels betreffende de aanwijzing van de begunstigden van de gezinsbijslagen en de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid

Artikel 2. (25/03/2022- ...)

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 juni 2018 houdende nadere regels betreffende de aanwijzing van de begunstigden van de gezinsbijslagen en de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid wordt punt 1° opgeheven.

Artikel 3. (25/03/2022- ...)

Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.

Artikel 4. (25/03/2022- ...)

In artikel 3 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” telkens vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 5. (25/03/2022- ...)

In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” telkens vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 6. (25/03/2022- ...)

In artikel 5, §1 en §3, derde lid, artikel 6, §1 en §2, eerste lid, artikel 7, eerste lid, artikel 8, eerste lid, artikel 10, artikel 11, §1, artikel 12, eerste lid en artikel 13, §1, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 7. (25/03/2022- ...)

In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. er wordt voor paragraaf 1, die paragraaf 1/1 wordt, een nieuwe paragraaf 1 ingevoegd, die luidt als volgt:
    "§1. Als de betaling van toelagen in het kader van het gezinsbeleid om technische of sociale redenen niet mogelijk is per overschrijving, worden de voormelde toelagen met een circulaire cheque betaald.”;
  2. in paragraaf 1, die paragraaf 1/1 is geworden, wordt in het eerste lid de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”;
  3. in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
    “Met behoud van de toepassing van de bepalingen van boek VII, titel 6/1, hoofdstuk 5, van het Wetboek van economisch recht wordt de eerst uitgegeven cheque die ongeïnd blijft, nadat de juistheid van de gegevens van de begunstigde onderzocht is, één keer heruitgegeven.”;
  4. in paragraaf 2 worden tussen het eerste lid en het tweede lid, twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
    “Zodra een cheque wordt heruitgegeven conform het eerste lid en als de gegevens van de begunstigde ongewijzigd zijn gebleven, wordt de betaling geschorst. De uitbetalingsactor brengt de begunstigde daarvan schriftelijk op de hoogte. De gezinsinspecteur voert een controle uit naar aanleiding van die schorsing.

    Als de betaling wordt geschorst conform het tweede lid, wordt na inning van een uitgegeven cheque of op eenvoudig verzoek van een van de begunstigden de uitbetaling van de toelagen hervat conform de keuze die gemaakt is met behoud van de toepassing van paragraaf 1/1.”.

Artikel 8. (25/03/2022- ...)

Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:

“Art. 15. De begunstigden kunnen hun uitbetalingsactor elektronisch of schriftelijk melden dat ze geheel of gedeeltelijk afstand doen van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. De begunstigden kunnen die afstand herroepen.

De melding waarin ze afstand doen van de toelagen of de afstand van de toelagen herroepen wordt gedagtekend en, in voorkomend geval elektronisch, ondertekend door de begunstigden die de toelagen in het kader van het gezinsbeleid ontvangen.

De afstand of de herroeping van de afstand heeft uitwerking vanaf de eerste dag van de maand waarin de uitbetalingsactor die melding ontvangt en heeft alleen betrekking op de toelagen in het kader van het gezinsbeleid die op dat ogenblik nog niet vervallen zijn.”.

Artikel 9. (25/03/2022- ...)

In artikel 16, tweede lid, en artikel 17, §1, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Hoofdstuk 3. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018 tot vaststelling van de nadere regels over de rechten en plichten van begunstigden in hun contacten met uitbetalingsactoren en tot vaststelling van de regels voor de ambtshalve en gedwongen herziening van een beslissing tot toekenning van toelagen in het kader van het gezinsbeleid

Artikel 10. (25/03/2022- ...)

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 juli 2018 tot vaststelling van de nadere regels over de rechten en plichten van begunstigden in hun contacten met uitbetalingsactoren en tot vaststelling van de regels voor de ambtshalve en gedwongen herziening van een beslissing tot toekenning van toelagen in het kader van het gezinsbeleid worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. punt 1 wordt opgeheven;
  2. in punt 3 wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 11. (25/03/2022- ...)

In artikel 2, eerste lid, en artikel 3, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 12. (... - ...)

In artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in de inleidende zin wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”;
  2. in punt 3° wordt de zinsnede “artikel 210” vervangen door de zinsnede “artikel 212”;
  3. in punt 3° wordt het woord “leeftijdstoeslag” telkens vervangen door het woord “leeftijdsbijslag”.

Artikel 13. (25/03/2022- ...)

In artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 14. (25/03/2022- ...)

In artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 15. (25/03/2022- ...)

In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 16. (... - ...)

In artikel 8, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in de inleidende zin wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”;
  2. in punt 3° worden de woorden “per kind” opgeheven.

Artikel 17. (25/03/2022- ...)

In artikel 9, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 18. (25/03/2022- ...)

In hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2021, wordt een artikel 9/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 9/1. De begunstigden zijn ertoe gehouden onmiddellijk de bevoegde uitbetalingsactor op de hoogte te brengen van elk element, met uitzondering van de inwerkingtreding van een nieuwe wettelijke of reglementaire bepaling die op hen betrekking zou kunnen hebben, dat de toekenning of de betaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid zou kunnen wijzigen.”.

Artikel 19. (25/03/2022- ...)

In artikel 10, eerste lid, artikel 11, eerste lid en artikel 12 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 20. (25/03/2022- ...)

In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
    “In het tweede lid, 1°, wordt verstaan onder te goeder trouw: zich in een behartenswaardige positie bevinden. ”;
  2. tussen het derde en het vierde lid, wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
    “De minister bepaalt de wijze waarop de goede trouw, vermeld in het tweede lid, 1°, in bijzondere, gemotiveerde gevallen of in bepaalde categorieën van gevallen wordt vastgesteld.”;
  3. in het zesde lid, dat het zevende lid wordt, worden de woorden “in het vierde lid” vervangen door de woorden “in het vijfde lid”;
  4. in het zevende lid, dat het achtste lid wordt, worden de woorden “uit het vijfde lid” vervangen door de woorden “uit het zesde lid” en wordt de zinsnede “overeenkomst artikel 4, §1 van het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “conform artikel 4, §1, van het Groeipakketdecreet van 2018”;
  5. in het negende lid, dat het tiende lid wordt, worden de woorden “In het vierde lid” vervangen door de woorden “In het vijfde lid”.

Artikel 21. (01/01/2019- ...)

In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de woorden “bij dwangbevel” opgeheven.

Hoofdstuk 4. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2018 tot vaststelling van de nadere regels voor het toekennen van een sociale toeslag

Artikel 22.  (... - ...)

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2018 tot vaststelling van de nadere regels voor het toekennen van een sociale toeslag worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. punt 1° wordt opgeheven.
  2. aan punt 4° wordt de volgende zin toegevoegd:
    “In dit besluit wordt het Ki van een onroerend goed niet beschouwd als Ki vreemd gebruik als dat onroerend goed niet als eigen hoofdverblijfplaats wordt gebruikt door de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het de begunstigden niet toelaten om de woning daadwerkelijk te betrekken, onder de voorwaarden, vermeld in artikel 14538, §1, van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.”;
  3. in punt 6° wordt de zinsnede “1 oktober tot en met 30 september” vervangen door de zinsnede “1 september tot en met 31 augustus”.

Artikel 23. (25/03/2022- ...)

In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” telkens vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 24. (25/03/2022- ...)

In artikel 3, §4, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit wordt tussen het woord “een” en het woord “huurovereenkomst” het woord “geregistreerde” ingevoegd.

Artikel 25. (25/03/2022- ...)

In artikel 4, eerste lid, artikel 5, tweede lid, artikel 6, eerste lid, artikel 8, artikel 9, artikel 12, eerste lid, artikel 14, artikel 15, artikel 16, artikel 17 en artikel 18 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” telkens vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 26. (25/03/2022- ...)

In artikel 18/1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018, wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Hoofdstuk 5. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen

Artikel 27. (25/03/2022- ...)

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen wordt punt 4° opgeheven.

Artikel 28. (25/03/2022- ...)

In artikel 2, eerste lid, en artikel 3, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 29. (01/01/2019- ...)

In artikel 5, §1, van het hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
    “Als een ouder met toepassing van artikel 57, §2, van het Groeipakketdecreet van 2018 tijdens de ontvoering begunstigde wordt, worden de gezinsbijslagen verder toegekend aan die ouder.”;
  2. in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, worden tussen de woorden “vermeld in het eerste” en de zinsnede “lid, mogen alleen” de woorden “en het tweede” ingevoegd.

Artikel 30. (25/03/2022- ...)

In artikel 6, tweede lid, artikel 7, eerste lid, artikel 9, eerste lid, artikel 10, eerste lid, artikel 11, vierde lid en artikel 12 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 31. (01/01/2019- ...)

In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in het eerste lid worden de woorden “in een of meer onderwijsinstellingen lessen volgt” vervangen door de zinsnede “lessen volgt in een of meer onderwijsinstellingen die door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap worden georganiseerd, erkend of gesubsidieerd conform artikel 24 van de Grondwet,”;
  2. aan het eerste lid wordt de volgende zin toegevoegd:
    “De minister kan bepalen welke lessen gelijkgesteld worden met lessen in voormelde georganiseerde, erkende of gesubsidieerde onderwijsinstellingen.”.

Artikel 32. (01/01/2019- ...)

Aan artikel 19, 1°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “die georganiseerd, erkend of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap conform artikel 24 van de Grondwet” toegevoegd.

Artikel 33. (25/03/2022- ...)

In artikel 20, §4, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 34. (01/01/2019- ...)

In artikel 23 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
    “1° het hoger onderwijs in België dat georganiseerd, erkend of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap conform artikel 24 van de Grondwet;”;
  2. aan punt 3° wordt de zinsnede “in een onderwijsinstelling die door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd, erkend of gesubsidieerd wordt conform artikel 24 van de Grondwet” toegevoegd.

Artikel 35. (25/03/2022- ...)

In artikel 26, §4, eerste lid, en artikel 35, §3, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 36. (01/01/2019- ...)

In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2020, 12 maart 2021 en 7 mei 2021, wordt een artikel 36/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 36/1. De minister bepaalt de procedure voor de verificatie van de winstgevende activiteit en de uitbetaling van sociale uitkeringen aan het kind dat verbonden is door een leerovereenkomst.”.

Artikel 37. (01/01/2019- ...)

Artikel 40 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:

“Art. 40. De gezinsbijslagen worden toegekend aan de schoolverlater voor een periode van in totaal twaalf maanden vanaf de maand dat het kind niet meer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, en aan de algemene vrijstellingen verleend conform artikel 8, §3, tweede lid, van het Groeipakketdecreet van 2018, met uitzondering van de voorwaarden voor schoolverlaters, vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, van het voormelde decreet.

De termijn van twaalf maanden, vermeld in het eerste lid, start op de volgende tijdstippen:

  1. de maand nadat het rechtgevende kind 18 jaar is geworden conform artikel 8, §2, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet, als het kind niet aansluitend een recht op gezinsbijslagen kan openen op basis van artikel 8, §2, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet of op basis van de algemene vrijstellingen verleend conform artikel 8, §3, tweede lid, van het voormelde decreet;
  2. de maand nadat het rechtgevende kind 21 jaar is geworden conform artikel 8, §2, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet of na het einde van de erkenning, als het kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte, tussen de leeftijd van 18 en 21 jaar conform artikel 8, §2, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet, niet aansluitend een recht op gezinsbijslagen kan openen op basis van artikel 8, §2, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet of op basis van de algemene vrijstellingen verleend conform artikel 8, §3, tweede lid, van het voormelde decreet;
  3. de maand na de datum waarop een studie, leertijd of vorming voortijdig is beëindigd op basis van artikel 16 en 24 van dit besluit;
  4. de maand waarin het rechtgevende kind niet meer voldoet aan de voorwaarden over niet-hoger onderwijs op basis van artikel 16 van dit besluit;
  5. de maand na de einddatum van de vakanties op basis van artikel 22 en 28 van dit besluit;
  6. de maand waarin het rechtgevende kind niet meer voldoet aan de voorwaarden voor hoger onderwijs op basis van artikel 24 van dit besluit;
  7. de maand na het bereiken van de zes maanden afwezigheid wegens ziekte als die afwezigheid niet gewettigd wordt na onderzoek door de bevoegde dienst conform artikel 20, §1, artikel 26, §1, en artikel 35, §1, van dit besluit;
  8. de maand nadat meer dan vier maanden is verstreken tussen twee school- of academiejaren in België of een andere EER-lidstaat of Zwitserland op basis van artikel 31 van dit besluit;
  9. de maand waarin het rechtgevende kind niet meer voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 16, tweede lid, van dit besluit, als het kind is ingeschreven voor een of meer vormingen van het hoger onderwijs met in totaal minder dan 27 studiepunten en daarnaast een opleiding in het niet-hoger onderwijs volgt, op basis van artikel 32 van dit besluit;
  10. de maand waarin het rechtgevende kind niet meer uitsluitend lessen volgt in het hoger onderwijs waarvan de modaliteiten niet uitgedrukt worden in studiepunten, of de maand waarin het rechtgevende kind niet meer ingeschreven is voor een bijkomend jaar voor de geïntegreerde proef in het onderwijs voor sociale promotie, op basis van artikel 33 van dit besluit;
  11. de maand na het einde van de stageperiode die vereist is om in een openbaar ambt te worden benoemd of de maand na de onderbreking van die stage, op basis van artikel 38 van dit besluit;
  12. de maand waarin het rechtgevende kind niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de algemene vrijstellingen voor kinderen buiten België op basis van artikel 47, 48 en 49 van dit besluit.

Vanaf de maand dat het kind weer aan de voorwaarden van een kind met een specifieke ondersteuningsbehoefte, leerling, student of stagiair of van de algemene vrijstellingen voldoet, wordt het recht, vermeld in het eerste lid, geschorst en worden de gezinsbijslagen toegekend conform artikel 8, §2, van het voormelde decreet en de algemene vrijstellingen verleend conform artikel 8, §3, tweede lid, van het voormelde decreet. De periode die al krachtens dit artikel is toegekend, wordt in mindering gebracht van de termijn van twaalf maanden, vermeld in het eerste lid. De schorsing loopt zolang er een recht op gezinsbijslagen toegekend kan worden conform artikel 8, §2, van het voormelde decreet en de algemene vrijstellingen verleend conform artikel 8, §3, tweede lid, van het voormelde decreet, met uitzondering van het recht van de schoolverlater.”.

Artikel 38. (01/01/2019- ...)

In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2020, 12 maart 2021 en 7 mei 2021, wordt een artikel 41/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Art. 41/1. De minister bepaalt de procedure voor de verificatie van de winstgevende activiteit en de uitbetaling van sociale uitkeringen aan de schoolverlater.”.

Artikel 39. (01/01/2019- ...)

Aan artikel 42 van hetzelfde besluit, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, worden een paragraaf 2 en een paragraaf 3 toegevoegd, die luiden als volgt:

Ҥ2. Voor de toepassing van dit besluit worden de prestaties, vermeld in artikel 17 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, niet beschouwd als een winstgevende activiteit als vermeld in artikel 14, 29, 36 en 41 van dit besluit.

§3. Voor de toepassing van dit besluit worden de prestaties als kinderbegeleider die werkt volgens het sociaal statuut van de aangesloten onthaalouders, vermeld in artikel 27bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, niet beschouwd als een winstgevende activiteit als vermeld in artikel 14, 29, 36 en 41 van dit besluit.”.

Artikel 40. (25/03/2022- ...)

In artikel 45, eerste lid en het derde lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” telkens vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 41. (... - ...)

Aan artikel 46 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 27 april 2018”.
  2. een paragraaf 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
    “§3. Als er op basis van artikel 5,§1, van dit besluit geen recht op gezinsbijslagen bestaat, kan aan de ouder van het ontvoerde kind die vlak voor de ontvoering geen bijslagtrekkende was voor dat kind, de gezinsbijslag toegekend wordenals die ouder niet uitgesloten kan worden om begunstigde te zijn op basis van artikel 57, §2, van het Groeipakketdecreet van 2018.

    De ouder, vermeld in het eerste lid, mag alleen beschouwd worden als begunstigde als hij niet rechtstreeks of onrechtstreeks heeft deelgenomen aan de ontvoering van het kind..

Arikel 42. (25/03/2022- ...)

In artikel 47, §1, artikel 48 en artikel 49 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 43. (01/01/2019- ...)

In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 april 2020, 12 maart 2021 en 7 mei 2021, wordt een hoofdstuk 9/1, dat bestaat uit artikel 53/1, ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Hoofdstuk 9/1. Samenloop van gezinsbijslagen

Art. 53/1. Ter uitvoering van artikel 23, derde lid, van het Groeipakketdecreet van 2018 worden de volgende regels gelijkgesteld met de statutaire regels die van toepassing zijn op de ambtenaren en andere agenten van de Europese Unie:

  1. de statutaire regels die van toepassing zijn op het onderwijzend personeel van de Europese scholen;
  2. de statutaire regels die van toepassing zijn op het vast personeel van Eurocontrol.”.

Artikel 44. (25/03/2022- ...)

In artikel 54 en artikel 55 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” telkens vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Hoofdstuk 6. Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 betreffende de selectieve participatietoeslagen leerling

Artikel 45. (25/03/2022- ...)

In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 betreffende de selectieve participatietoeslagen leerling worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. punt 2° wordt opgeheven;
  2. aan punt 4° wordt de volgende zin toegevoegd:

“In dit besluit wordt het kadastraal inkomen van een onroerend goed niet beschouwd als kadastraal inkomen vreemd gebruik als dat onroerend goed niet als eigen hoofdverblijfplaats wordt gebruikt door de stand van de bouwwerkzaamheden of van de verbouwingswerkzaamheden die het de begunstigden niet toelaten om de woning daadwerkelijk te betrekken, onder de voorwaarden, vermeld in artikel 14538, §1, van het wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.”.

Artikel 46. (25/03/2022- ...)

In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”.

Artikel 47. (01/09/2019- ...)

In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 2/1, dat bestaat uit artikel 2/1, ingevoegd, dat luidt als volgt:

“Hoofdstuk 2/1. Pedagogische voorwaarden

Art. 2/1. §1. Als de onderwijsinstelling, vermeld in artikel 26, 29 of 32 van het Groeipakketdecreet van 2018, over een afwijkende uurregeling beschikt, wordt het aantal halve schooldagen, vermeld in artikel 27, §2, 1° tot en met 4°, artikel 30, §2, en artikel 34, §2, van het voormelde decreet, dat de leerling aanwezig moet zijn of maximaal ongewettigd afwezig mag zijn, als volgt berekend: AWD × ASDW/SDW, waarbij:

  1. AWD: de aanwezigheidsdrempel. Dit is het aantal halve schooldagen dat de leerling per schooljaar aanwezig moet zijn of ongewettigd afwezig mag zijn, vermeld in artikel 27, §2, 1° tot en met 4°, artikel 30, §2, en artikel 34, §2, van het voormelde decreet;
  2. ASDW: het aantal halve schooldagen dat de onderwijsinstelling, met toepassing van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap of met toepassing van artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs, per volledige schoolweek lesactiviteiten organiseert;
  3. SDW: het aantal halve schooldagen dat een volledige schoolweek standaard telt, namelijk negen.

Het resultaat van de berekening, vermeld in het eerste lid, wordt afgerond naar de hogere eenheid.”.

Artikel 48. (01/09/2019- ...)

In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:

  1. in paragraaf 1 wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”;
  2. in paragraaf 2, derde en vierde lid, wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 2018”;
  3. in paragraaf 2, negende lid, 1°, wordt tussen het woord “een” en het woord “huurovereenkomst” het woord “geregistreerde” ingevoegd.

Artikel 49. (25/03/2022 - ...)

In artikel 4, eerste lid, artikel 5, eerste lid, artikel 6, §1, eerste lid, artikel 7, eerste lid, artikel 9, artikel 10, tweede lid en vierde lid, artikel 18, eerste lid, en artikel 20, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede “het decreet van 27 april 2018” telkens vervangen door de zinsnede “het Groeipakketdecreet van 27 april 2018”.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 50. (25/03/2022 - ...)

Artikel 1 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2020.

Artikel 7, 1°, treedt in werking op een datum die de minister bepaalt.

Artikel 12, 2° en 3°, artikel 16, 2°, artikel 21, artikel 22, 2°, artikel 29, artikel 31, artikel 32, artikel 34, artikel 36 tot en met 39, artikel 41, 2° en artikel 43 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2019.

Artikel 22, 3°, treedt in werking op 1 september 2022.

Artikel 45, 2°, en artikel 47 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2019.

Artikel 51. (25/03/2022 - ...)

De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top