Vlaanderen

14 december 2018 - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een eenmalige subsidie in 2018 voor de informatisering in het kader van de kinderopvangtoeslag (B.S. 15.02.2019) - Opgeheven

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen

Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder informatisering: de maatregelen op het vlak van ICT die de organisator in staat stellen de gegevensverzameling en gegevensoverdracht te doen, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de kinderopvangtoeslag en kleutertoeslag.

Art. 2. Kind en Gezin kent een eenmalige subsidie toe voor de informatisering van een kinderopvanglocatie aan de organisator die:

1°een aanvraag voor de subsidie indient bij Kind en Gezin;

2° voor 24 december 2018 geen beslissing tot opheffing van de vergunning heeft ontvangen van Kind en Gezin voor de kinderopvanglocatie waarvoor hij de aanvraag indient;

3° niet van plan is de kinderopvanglocatie waarvoor hij de aanvraag indient, stop te zetten voor 1 juli 2019;

4° de opdrachten, vermeld in artikel 5, opneemt.

Art. 3. De subsidie voor informatisering wordt toegekend met inachtneming van het besluit 2012/21/EU van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.

Art. 4. De organisator kan geen reserves opbouwen met de subsidie voor informatisering.

HOOFDSTUK 2. - Subsidieopdrachten

Art. 5. De organisator neemt de volgende opdrachten op:

1°de kinderopvanglocatie informatiseren;

2° minstens tot en met 30 juni 2019 een actieve en vergunde kinderopvanglocatie organiseren waar hij niet werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 34 van het Subsidiebesluit van 22 november 2013;

3° de gegevensverzameling en de gegevensoverdracht, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de kinderopvangtoeslag en kleutertoeslag, uitvoeren.

In het eerste lid wordt verstaan onder actieve kinderopvanglocatie: een kinderopvanglocatie waarvoor de vergunning niet het statuut niet-actief heeft op basis van artikel 29 en 33 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014.

HOOFDSTUK 3. - Subsidiebedrag en uitbetaling

Art. 6. De subsidie voor informatisering bedraagt 1000 euro (duizend euro) per kinderopvanglocatie en wordt volledig betaald uiterlijk op 31 december 2018.

Art. 7. De subsidie voor informatisering wordt aangerekend op de begroting van Kind en Gezin.

De subsidie voor informatisering kan alleen toegekend worden binnen de perken van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse overheid.

HOOFDSTUK 4. - Subsidieaanvraag en -toekenning en de mogelijkheid tot bezwaar

Art. 8. De aanvraag van een subsidie voor informatisering wordt elektronisch ingediend uiterlijk 11 december 2018, conform de administratieve richtlijnen van Kind en Gezin. De aanvraag bevat de volgende gegevens:

1° de gegevens van de organisator: de naam, het ondernemingsnummer en het rekeningnummer;

2° de gegevens van de kinderopvanglocatie waarvoor de subsidie wordt gevraagd: het dossiernummer en de naam van de kinderopvanglocatie;

3° een verklaring op erewoord:

a) dat de organisator niet de intentie heeft om de kinderopvanglocatie stop te zetten voor 1 juli 2019;

b) dat de organisator niet de intentie heeft om te werken met het systeem voor inkomenstarief voor 1 juli 2019;

c) dat de organisator de nodige maatregelen treft om de gegevensverzameling en de gegevensoverdracht, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de kinderopvangtoeslag en kleutertoeslag, vanaf 2019 te kunnen uitvoeren;

d) dat het rekeningnummer dat vermeld wordt op de aanvraag, een rekeningnummer is op naam van de organisator;

e) dat de persoon die de aanvraag indient, gemachtigd is om te handelen in naam van de organisator;

4° de datum van de ondertekening en de handtekening van de persoon die gemachtigd is om te handelen in naam van de organisator.

Art. 9. Kind en Gezin beslist uiterlijk 24 december 2018 of de subsidie voor informatisering toegekend of geweigerd wordt. Kind en Gezin bezorgt die beslissing aan de organisator via e-mail.

Art. 10. De organisator kan uiterlijk dertig kalenderdagen na de kennisgeving van de beslissing via e-mail bezwaar aantekenen bij Kind en Gezin met een aangetekende brief. De aangetekende brief bevat de volgende gegevens:

1°de naam en het ondernemingsnummer van de organisator;

2° de motivering van het bezwaar;

3°de datum en de handtekening van de persoon die gemachtigd is om te handelen in naam van de organisator.

Voor de berekening van de termijn, vermeld in het eerste lid, is de vervaldag in de termijn begrepen. Als de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

Kind en Gezin stuurt een elektronische ontvangstmelding en beslist over de ontvankelijkheid van het bezwaar uiterlijk tien kalenderdagen na de datum van de ontvangst van het bezwaar. Het bezwaar is ontvankelijk als het bezwaar aan de volgende voorwaarden voldoet. Het bezwaar:

1°is tijdig en aangetekend aan Kind en Gezin bezorgd;

2° bevat de gegevens, vermeld in het eerste lid.

Het bezwaar wordt ten gronde behandeld volgens de regels die zijn vastgelegd in of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.

Het bezwaar schort de uitvoering van de beslissing niet op.

HOOFDSTUK 5. - Toezicht en handhaving

Art. 11. Kind en Gezin ziet toe op de naleving van de bepalingen van dit besluit.

Art. 12. Kind en Gezin vordert de subsidie voor informatisering terug conform artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, en artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2013 betreffende de algemene regels inzake subsidiëring.

HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen

Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 23 november 2018.

Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2019 tot wijziging van het Subsidiebesluit van 22 november 2013, voor wat betreft de openingsdagen, de verhoging van de onkostenvergoeding voor kinderbegeleider gezinsopvang, het inkomenstarief en het realiseren van het groeipad en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 tot toekenning van een eenmalige subsidie in 2018 voor de informatisering in het kader van de kinderopvangtoeslag (B.S. 25.04.2019), artikel 10, heeft met ingang van 21.02.2019 dit besluit opgeheven.

Datum van afkondiging
Datum einde geldigheid
Top