Artikel 12 BVR Gegevensdeling

§1. De elektronische formulieren, vermeld in artikel 7, §10, van het decreet van 27 april 2018, verkrijgen de bewijswaarde van een papieren formulier met dezelfde titel, op voorwaarde dat ze ingevuld, gevalideerd en bezorgd worden overeenkomstig de volgende voorwaarden:

1° de elektronische gegevens vermelden de identiteit van de opsteller, die geauthenticeerd wordt door middel van een identiteitscertificaat op de elektronische identiteitskaart, of een ander certificaat dat afgeleverd werd door een vertrouwensdienst die voldoet aan de bepalingen van titel 2 van boek XII van het Wetboek van economisch recht;

2° de elektronische gegevens kunnen nauwgezet gekoppeld worden aan een referentiedatum en een referentietijdstip;

3° de elektronische gegevens kunnen niet onmerkbaar meer worden gewijzigd na de vermelding van de identiteit van de opsteller, vermeld in punt 1°, en na de koppeling aan een referentiedatum en een referentietijdstip als vermeld in punt 2°;

4° als de elektronische gegevens door meerdere personen zijn opgesteld, voldoen ze aan de vereisten, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, voor iedere opsteller wat de gegevens betreft die hij heeft opgesteld;

5° de elektronische gegevens kunnen worden gelezen gedurende minstens de periode die door de toepasselijke regelgeving wordt opgelegd.

De formulieren worden vooraf ingevuld met de beschikbare gegevens.

§2. De vereiste van de verzending in verschillende exemplaren wordt geacht vervuld te zijn zodra de stukken langs elektronische weg zijn bezorgd.

§3. De vereiste van het bezorgen van een bericht van ontvangst kan rechtsgeldig vervuld worden langs elektronische weg.

§4. De minister bepaalt welke elektronische formulieren aan deze voorwaarden moeten voldoen.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top