Nota aan de leden van de Vlaamse Regering - definitieve goedkeuring - 13 juli 2018

DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN

NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING

Betreft:     Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering houdende de nadere regels over het toezicht, de nalevingsondersteuning en de handhaving ten aanzien van de burgers en de private uitbetalingsactoren betreffende de toelagen in het kader van het gezinsbeleid

Definitieve goedkeuring

Bijlagen:

  • het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering houdende de nadere regels over het toezicht, de nalevingsondersteuning en de handhaving ten aanzien van de burgers en de private uitbetalingsactoren betreffende de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;
  • het advies van de Raad van State, gegeven op 28 juni 2018.

1. INHOUDELIJK

1.1 Situering 

De Vlaamse Regering keurde voorliggend ontwerpbesluit goed op 27 april 2018 (VR 2018 2704 DOC.0394/1BIS en DOC.0394/2).

1.2 Context

Het decreet tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid wil een sanctioneringsregeling bieden die een proportionele en doeltreffende beteugeling van inbreuken op de regelgeving betreffende de toelagen gezinsbeleid mogelijk maakt, met respect voor de eigenheid van de beleidsmaterie (waarin gezinsondersteuning en zorg voor het kind centraal staan) en met aandacht voor maatschappelijke zuinigheid (geen vermijdbare lasten bij burger en bestuur).

Daarnaast staan een aantal algemeen geldende doelen zoals transparantie en een optimaal evenwicht tussen rechtszekerheid en discretionaire beleidsruimte centraal.

Ook ten aanzien van de uitbetalingsactoren is in het decreet de handhaving en sanctionering zo uitgewerkt dat op een proportionele wijze kan opgetreden worden. De bedoeling is in eerste instantie de naleving van de bepalingen te bekomen en de sancties slechts in te zetten indien de uitbetalingsactor, ondanks het feit dat hij voldoende geïnformeerd werd over de risico’s of de inbreuken en nadat hij werd aangemaand om de inbreuken weg te werken, de regelgeving alsnog niet naleeft. 

1.3 Gevolggeving aan het advies van de Raad van State

De Raad van State verleende haar advies 63.607/1 op 28 juni 2018.

De aanhef en artikel 2 van voorliggend ontwerpbesluit werden aangepast conform het advies van de Raad van State.

De Raad van State merkt op dat delegaties aan openbare instellingen “kunnen dan ook enkel worden gebillijkt om praktische redenen en voor zover zij een zeer beperkte of een hoofdzakelijk technische en niet-beleidsmatige draagwijdte hebben, en er mag worden van uitgegaan dat de instellingen die de betrokken reglementering dienen toe te passen of er toezicht op uitoefenen, ook het best geplaatst zijn om deze met kennis van zaken uit te werken.”

Aan de Raad van State werd meegegeven dat de opgenomen delegatie enkel gaat over “het vaststellen van louter procedurele regels waaraan de uitbetalingsactor zich in dergelijke gevallen dient te houden.” Het voorliggend ontwerpbesluit verduidelijkt dat ook in haar formulering. Daarmee wordt binnen de contouren van de door de Raad van State aangehaalde billijkheid gebleven. Het betrokken agentschap is immers het best geplaatst om deze procedures met kennis van zaken uit te werken.

2. WEERSLAG VAN HET VOORSTEL OP DE BEGROTING VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

2.1 Financiële weerslag van het voorstel

Daar het hier louter gaat om de continuering van het huidige handhavingsbeleid in een Vlaamse context, zoals dit momenteel in de huidige federale context gerealiseerd wordt, heeft voorliggend besluit geen budgettaire impact op de beleidsuitgaven voor de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, zoals deze werden vastgelegd binnen de conceptnota.

De personeels- en werkingsuitgaven gerelateerd aan voorliggend handhavingsbeleid kunnen worden opgevangen binnen de beschikbare enveloppe voor betalings- en administratiekosten.

2.2 Inspectie van Financiën

Het gunstig advies van de Inspectie van Financiën werd verleend op 12 december 2017. De Inspectie van Financiën stelde dat het begrotingsakkoord vereist is.

2.3 Begrotingsakkoord

Het akkoord van de Minister bevoegd voor begroting werd verleend op 21 maart 2018. In navolging van het begrotingsakkoord wordt de budgettaire impact voor het departement WVG, Kind en Gezin, het Vlaams Agentschap voor de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, de private uitbetalingsactoren en de Vlaamse Belastingdienst opgevangen binnen de beschikbare kredieten. De onderbenutting blijft aangehouden en de compensatie voor het extra personeelslid bij het departement WVG is voorzien bij de overheveling van de personeelsleden die momenteel bij FAMIFED worden tewerkgesteld.

3. WEERSLAG VAN HET VOORSTEL OP DE LOKALE BESTUREN

Het voorstel heeft geen weerslag op de lokale besturen.

4. VAN HET VOORSTEL OP HET PERSONEELSBESTAND EN DE PERSONEELSBUDGETTEN

4.1 Het ontwerp heeft een weerslag op het personeelsbestand van de volgende diensten:

Het Agentschap voor de Uitbetaling van de Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid: De personele kosten zijn voorzien en kunnen worden opgevangen binnen de beschikbare enveloppe voor betalings- en administratiekosten.

Het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: De toezicht en inspectieopdrachten met betrekking tot de 4 vergunde uitbetalingsactoren wordt uitgeoefend door inspecteurs aangesteld bij het vermelde departement. Het betreft de naleving van de vergunningsvoorwaarden zoals vermeld in artikel 27 en 28 van het decreet van 7 juli 2017. Gelet op het beperkte aantal uitbetalingsactoren en de aanstelling van een commissaris revisor bij elke private uitbetalingsactor zal de personele impact voor het departement beperkt zijn.  De personele impact wordt geschat op 1 VTE.

De Vlaamse belastingdienst wordt belast met de invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen en de administratieve geldboeten. Aangezien de geldboeten die naar aanleiding van het decreet van 27 april 2018 en huidig ontwerp van besluit slechts zullen worden opgelegd indien geen andere middelen van handhaving effect hebben kunnen ressorteren, zal de impact op het personeelsbestand eerder gering zijn. We kunnen ons hiervoor ook baseren op de huidige praktijk van de gezinsbijslagen waaruit blijkt dat zelden of nooit een administratieve geldboete wordt opgelegd aan de burgers. Gelet op het beperkt aantal bijkomende dossiers die gedwongen dienen te worden ingevorderd voor het Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid is een bijkomende werving voor de CIC niet direct noodzakelijk en kan de werklast binnen het huidig personeelsbestand van de CIC worden opgevangen.

Uiteraard zal het personeelsluik opnieuw worden bekeken indien het aantal dossiers voor gedwongen invordering significant zou toenemen. Daarom wordt voorgesteld dat, indien mocht blijken dat het aantal dossiers (en dito werklast) significant groter is dan nu wordt geraamd, het Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid, in overleg met IVA VLABEL, ter gelegenheid van de eerstvolgende begrotingsronde de nodige kredieten inzake personeels,- werkings- en investeringskosten kan en zal overhevelen.

4.2 Het akkoord van de minister, bevoegd voor de bestuurszaken

De minister bevoegd voor bestuurszaken verleende haar akkoord op 26 maart 2018 met als referentie TS-2018-19 op voorwaarde dat de personele impact intern diende gecompenseerd te worden. Deze compensatie is voorzien bij de overheveling van de personeelsleden die momenteel bij FAMIFED worden tewerkgesteld.

5. KWALITEIT VAN DE REGELGEVING

5.1 Wetgevingstechnisch en taalkundig advies

Het bijgaande ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering werd aangepast aan het wetgevingstechnisch en taalkundig advies nr. 2018/34 van 1 februari 2018.

5.2 RIA

Het decreet tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid regelt in detail de context en de procedure met betrekking tot het handhavingsbeleid.

De Vlaamse Regering heeft slechts delegatie voor een aantal operationele bepalingen waardoor er dus in voorliggend besluit geen nieuw beleid vervat zit en een RIA niet nodig is.

Het uitgewerkte handhavingsbeleid beoogt een verderzetting van de handhaving die op dit ogenblik federaal werd opgenomen binnen Famifed en werkt een Vlaams kader hiervoor uit.

Wat betreft de handhaving van de werking van de uitbetalingsactoren gezinstoelagen wordt louter een bijkomende bevoegdheid en taak voorzien voor de inspectiedienst bij het departement Welzijn volksgezondheid en Gezin, die past binnen de algemene bevoegdheden van deze dienst.

6. VOORSTEL VAN BESLISSING

De Vlaamse Regering beslist haar definitieve goedkeuring te hechten aan het bijgaand ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering houdende het toezicht, de nalevingsondersteuning en de handhaving ten aanzien van de burgers en de private uitbetalingsactoren met betrekking tot de toelagen in het kader van het gezinsbeleid

 

De Vlaamse minister bevoegd voor Onderwijs,

Hilde CREVITS

 

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,

Jo VANDEURZEN

 

 

Top