Vlaanderen

Nota aan de Vlaamse Regering - definitieve goedkeuring

DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS EN

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN

NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING

Betreft:    Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen op de toekenningsvoorwaarden van de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen

Definitieve goedkeuring

Bijlagen:

1. INHOUDELIJK

1.1 Situering

Op 13 juli 2018 werd het voorliggend ontwerpbesluit principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering (VR 2018 1307 DOC.0751/1BIS en DOC.0751/2BIS).

1.2. Context

Voorliggend ontwerpbesluit geeft invulling aan de delegaties die in het voormelde decreet aan de Vlaamse Regering toegekend werden om met betrekking tot het personeel toepassingsgebied (artikel 8), vast te leggen wanneer mag afgeweken worden van de in dit artikel vastgelegde voorwaarden, om met betrekking tot de startbedragen geboorte en adoptie (artikel 12) vrijstellingen te voorzien aan bepaalde voorwaarden en om wat betreft de universele participatietoeslagen (artikel 19-20-21), het uitbetalingstijdstip en andere uitvoeringsvoorwaarden nader te bepalen.

1.3 Gevolggeving advies Raad van State

Op 29 augustus 2018 leverde Raad van State haar advies met als referentie 63.935/1/V af.

Het ontwerpbesluit werd aangepast aan de juridisch-technische opmerkingen uit het advies van de Raad van State.

Met betrekking tot de slotopmerking van de Raad van State kan aangegeven worden dat de geldende regelingen onder de Algemene Kinderbijslagwet werden opgeheven door artikel 209 van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.

Na het advies van de Raad van State werden de bepalingen van artikel 52 inzake het startbedrag adoptie in overeenstemming gebracht met hetgeen bepaald wordt in artikel 50 met betrekking tot het startbedrag geboorte in artikel 50. Aangezien de Raad van State geen opmerkingen formuleerde op het bepaalde in artikel 50, wordt het ontwerpbesluit niet opnieuw ter advies voorgelegd.

Na het advies van de Raad van State werden nog volgende technische wijzigingen doorgevoerd:

  • de term “minstens” werd gecorrigeerd of toegevoegd in de artikelen 24, §2, 26, §2 en 26, §5;

  • de term opleidingscyclus was foutief en werd vervangen door de term academiejaar in artikel 26, §3, waarbij ook werd geduid dat het niet enkel het voorgaande academiejaar, maar ook voorgaande schooljaar betreft;

  • in artikel 26, §5 werd naar analogie met 26, §2 toegevoegd dat Kind en Gezin het attest ter beschikking stelt dat de arts moet gebruiken.

  • Door de libellering van het oorspronkelijke derde lid van artikel 41 werd een ongelijkheid gecreëerd tussen de schoolverlater die tot 21 onvoorwaardelijk recht als kind met specifieke ondersteuningsbehoefte heeft op gezinsbijslagen en de schoolverlater die na de leeftijd van 21 jaar een aandoening oploopt. Hoewel deze beiden dezelfde aandoening kunnen hebben, zou de inkomensvervangende tegemoetkoming voor de eerste categorie een beletsel zijn voor de gezinsbijslagen en voor de tweede categorie niet. Door de toevoeging van de inkomensvervangende tegemoetkoming aan de beletsels uit het tweede lid, wordt deze discriminatie opgeheven en betreft het een beletsel voor beide categorieën.

Deze wijzigingen zijn niet van die aard dat ze een nieuw advies van de Raad van State behoeven.

2. WEERSLAG VAN HET VOORSTEL OP DE BEGROTING VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

2.1 Budgettaire impact

De budgettaire weerslag kan worden opgevangen binnen het budgettair kader, zoals dat werd vastgelegd in de conceptnota “Voor elk kind en elk gezin een groeipakket op maat”.

De personeels- en werkingsuitgaven gerelateerd aan de uitvoering van voorliggend ontwerpbesluit kunnen worden opgevangen binnen de beschikbare enveloppe voor betalings- en administratiekosten.

De budgettaire impact wordt weergegeven in voorliggende tabel:

Beschikbaar simulatiebudget                                                                                       3.600,1 miljoen euro

Geraamde uitgaven 2019                                                                                              3.531 miljoen euro

Eerste pijler en deel zorgtoeslag

basisbedrag en wezentoeslag                                                                                         3091,1 miljoen euro

Tweede pijler

sociale toeslagen                                                                                                            222,6 miljoen euro

Derde pijler

Universeel

Universele participatietoeslag (0-2 jaar)                                                                        4,1 miljoen euro

Universele participatietoeslag Kleuteronderwijs (3-4 jaar)                                              2,8 miljoen euro

Universele participatietoeslag Kleuteronderwijs (5 jaar)                                                 2,5 miljoen euro

Universele participatietoeslag lager onderwijs                                                               15,5 miljoen euro

Universele participatietoeslag secundair onderwijs                                                       20,6 miljoen euro

Universele participatietoeslag hoger onderwijs                                                             18,6 miljoen euro

Selectief

Kleuteronderwijs                                                                                                           5,5 miljoen euro

lager onderwijs                                                                                                             16,9 miljoen euro

secundair onderwijs                                                                                                      88,1 miljoen euro

hoger onderwijs                                                                                                            2,7 miljoen euro

Studietoelage HBO5                                                                                                       8 miljoen euro

Andere toelagen

Kinderopvangtoeslag                                                                                                    13,9 miljoen euro

Kleutertoeslag (3-4 jaar)                                                                                                18,2 miljoen euro

2.2 Advies van de Inspectie van Financiën

Het gunstig advies van de Inspectie van Financiën met kenmerk JVE/AVP/18/0167 werd verleend op 19 april 2018.

2.3 Begrotingsakkoord

Het akkoord van de minister bevoegd voor begroting, werd verleend op 12 juni 2018.

3. WEERSLAG VAN HET VOORSTEL OP DE LOKALE BESTUREN

Dit voorstel heeft geen weerslag op de lokale besturen.

4. WEERSLAG VAN HET VOORSTEL OP HET PERSONEELSBESTAND EN DE PERSONEELSBUDGETTEN

Het Vlaams Agentschap voor de Uitbetaling van de Toelagen in het kader van het Gezinsbeleid en de private uitbetalingsactoren: de personele kosten zijn voorzien en kunnen worden opgevangen binnen de beschikbare enveloppe voor betalings- en administratiekosten.

5. KWALITEIT VAN DE REGELGEVING

Het bijgaande ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering werd aangepast aan het wetgevingstechnisch en taalkundig advies nr. advies nr. 2018/151 van 17 april 2018.

6. VOORSTEL VAN BESLISSING

De Vlaamse Regering beslist haar definitieve goedkeuring te hechten aan het bijgaande ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen.

 

 

De Vlaamse minister van Onderwijs,

Hilde Crevits

 

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,

Jo VANDEURZEN

Datum van afkondiging
Datum einde geldigheid
Top