Vlaanderen

Nota aan de leden van de Vlaamse Regering - definitieve goedkeuring

DE VLAAMSE MINISTER VAN ONDERWIJS EN

DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN

 

 

NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING  

Betreft:     Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag   Definitieve goedkeuring

 

Bijlagen:

 

1. INHOUDELIJK

 1.1 Situering 

De Vlaamse Regering keurde op 26 oktober 2018 voorliggend ontwerpbesluit principieel goed (VR 2018 2610 DOC.1218/2 en DOC.1218/2).

 

  1.2 Context 

Op 18 april 2018 werd het decreet tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid goedgekeurd, aangenomen door het Vlaams Parlement en op 27 april 2018 werd dit decreet, hierna het groeipakketdecreet genoemd, door de Vlaamse Regering afgekondigd en bekrachtigd.

Met dit decreet, dat tot stand gekomen is als gevolg van de overheveling van de gezinsbijslagen naar de bevoegde deelentiteiten door de zesde staatshervorming, wordt er expliciet voor gekozen om werk te maken van een geïntegreerd gezinsbeleid, waarbij alle kinderen en gezinnen maximaal versterkt en ondersteund worden doorheen hun ontwikkeling. De Vlaamse Regering keurde op 31 mei 2016 de conceptnota “Voor elk kind een Groeipakket op maat” (ref. VR 2016 3105 DOC.0540/1) goed dat de basis vormt voor het groeipakketdecreet.  

Het groeipakketdecreet bevat regels voor de toekenning van de gezinsbijslagen en een aantal toelagen in het kader van het gezinsbeleid. Deze laatste toelagen worden onderverdeeld in de selectieve participatietoeslagen, nl. een overheveling van de schooltoelagen vanuit Onderwijs, en andere, nieuwe toelagen (m.b.t. de deelname van kinderopvang en kleuteronderwijs) in het kader van het gezinsbeleid

Voorliggend ontwerpbesluit geeft invulling aan de delegaties die in het voormelde decreet aan de Vlaamse Regering toegekend werden met betrekking tot de zorgtoeslagen.

 

  1.3 Advies Raad van State 

De Raad van State leverde haar advies 64.564/1 af op 28 november 2018. Hierbij wordt ingegaan op de bemerkingen van de Raad van State. 

In haar randbemerking 3 geeft de Raad van State het advies om het ontwerpbesluit voor te leggen aan de Gegevensbeschermingsautoriteit. Als reactie kan gesteld worden dat de nodige garanties inzake gegevensverwerking reeds in artikel 7 van het decreet van 27 april 2018 vervat zitten. Dit decreet werd voorgelegd ter advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Daarenboven zal nog een besluit aan de Vlaamse Regering worden voorgelegd met betrekking tot gegevensdeling in het kader van het Groeipakket. Dit ontwerpbesluit zal worden voorgelegd ter advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit en vervolgens aan de Raad van State. Gezien het voorgaande en de noodzaak dat dit ontwerpbesluit voor 1 januari 2019 kenbaar wordt gemaakt aan de burger via het Belgisch Staatsblad, wordt het advies van de Raad van State in deze niet gevolgd. 

In haar randbemerking 4 vraagt de Raad van State de stellers van het ontwerp te beoordelen of de titel van het voorliggend ontwerpbesluit dient te worden aangepast. Gezien het fundamenteel karakter van dit besluit, het feit dat de zorgtoeslagen in boek 5 onderdeel uitmaken van een overgangsregeling en de wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp van dermate beperkte aard zijn, wordt de titel van het ontwerpbesluit niet aangepast. 

In haar randbemerking 6 vraagt de Raad van State om in artikel 17, tweede lid van het ontwerpbesluit de term “de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit” in te voegen. Het betreft hier echter de gevolgen (van de aandoening), waardoor de specificatie nog wordt toegevoegd na het advies van de Raad van State. 

In haar randnummer 16 acht de Raad van State dat de delegatie aan de minister om de beoordeling op stukken uit te breiden, geen bijkomende maatregelen betreft. Het advies van de Raad van State wordt in deze niet gevolgd. Het betreft wel degelijk bijkomende maatregelen, die de minister stelt, als naast de voorziene procedure een uitbreiding moet voorzien worden. Daartoe zijn ook strikte voorwaarden voorzien en kan deze maatregel enkel beperkt in de tijd worden voorzien, waardoor de nodige garanties worden geboden aan de burger. 

Aan de overige juridisch-technische opmerkingen van de Raad van State werd tegemoet gekomen. 

In een afsluitende opmerking geeft de Raad van State aan dat er slechts gebruik wordt gemaakt van het impliciete principe, lex posterior derogat priori. Er kan daarentegen aangegeven worden dat er wel degelijk sprake is van een expliciete opheffing van de koninklijke besluiten in uitvoering van de Algemene Kinderbijslagwet, meer bepaald in artikel 209, §1, van het decreet van 27 april 2018

Na het advies van de Raad van State werd in artikel 22, §2, het woord zittingen vervangen door het woord vaststellingen. Deze aanpassing betreft een materiële wijziging en is van dermate technische en beperkte aard dat zij geen aanleiding geeft tot een hernieuwde adviesaanvraag bij de Raad van State. In artikel 28, 4°, werd het woord Belgisch (in het kader van het ondernemingsnummer) geschrapt, om geen onbedoelde en niet toegelaten belemmering op te werpen in het kader van de Dienstenrichtlijn. Ook deze aanpassing is dermate technisch en beperkt van aard, dat zij geen aanleiding geeft tot een hernieuwde herzieningsaanvraag bij de Raad van State.

 

2. WEERSLAG VAN HET VOORSTEL OP DE BEGROTING VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 

2.1 Financiële weerslag van het voorstel (en vereiste kredieten) 

De beleidsuitgaven in het kader van de zorgtoeslag voor kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte worden geraamd op 128.414 duizend euro (rekening houdende met de spilindexoverschrijding in augustus 2018), voor naar schatting 36.297 kinderen (zie nota Vlaamse Regering bij het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, (VR 2017 0206 DOC.0539/1). Om de nodige vaststellingen van de gevolgen van de aandoening waaruit een specifieke ondersteuningsbehoefte voortvloeit, te kunnen uitvoeren, zal er een budget nodig zijn van ongeveer 792 duizend euro, waarbij jaarlijks 24.000 kinderen worden onderzocht aan 33 euro per medische evaluatie. De eenheidsprijs zal worden vast gelegd bij ministerieel besluit. Deze uitgaven zullen worden opgevangen binnen de middelen uit de enveloppe voor betalings- en beheerskosten m.b.t. de gezinsbijslagen die vanaf 2019 worden toegewezen aan Kind en Gezin

De maatregelen die opgenomen werden in de nota VR 2018 2007 DOC.0967/1BIS en met dit ontwerpbesluit regelgevend worden verankerd, hebben tot doel meer kinderen die nu reeds recht zouden hebben op de verhoogde kinderbijslag ook effectief deze middelen toe te kennen. Het potentieel effect hiervan wordt geraamd op 5% van de huidige rechthebbenden wat een budgettair effect creëert van 5,9 mio euro. Deze meerkost zal worden opgevangen binnen de kredieten van het Groeipakket. Binnen het monitoringcomité van het Groeipakket zal hierop ook een bijkomende monitoring voorzien worden en zal ook het beleid inzake het terugdringen van de non-take up inzake de verhoogde zorgtoeslag gemonitord worden.

 

2.2 Inspectie van Financiën 

Het advies van de Inspectie van Financiën met referentienummer JVE/AVP/18/0388 werd verleend op 20 september 2018.

 

2.3 Begrotingsakkoord 

Het begrotingsakkoord werd verleend op 23 oktober 2018. Overeenkomstig het begrotingsakkoord zal de toekenning van de toeslagen van nabij worden opgevolgd door het monitoringcomité en zullen correctieve maatregelen worden wanneer de budgettaire inpasbaarheid niet kan gegarandeerd worden. De beschikbare werkingsenveloppe zal de belasting op het apparaat van Kind en Gezin en de vergoeding voor de evaluerende artsen opvangen.

 

3. WEERSLAG VAN HET VOORSTEL OP DE LOKALE BESTUREN 
  1. personeel: het voorstel heeft geen weerslag op gebied van personeelsinzet;
  2. werkingsuitgaven: het voorstel heeft geen weerslag op de lopende uitgaven van de lokale besturen;
  3. investeringen en schulden: het voorstel heeft geen investeringen als gevolg;
  4. ontvangsten: het voorstel heeft geen bijkomende ontvangsten als gevolg;
  5. conclusie: het voorstel heeft geen weerslag op de lokale besturen.  
4. WEERSLAG VAN HET VOORSTEL OP HET PERSONEELSBESTAND EN DE PERSONEELSBUDGETTEN 

Het voorstel van beslissing heeft geen weerslag op het personeelsbestand en op het personeelsbudget, zodat het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuurszaken, niet vereist is.  

5. KWALITEIT VAN DE REGELGEVING

 

5.1 Wetgevingstechnisch en taalkundig advies

Het bijgaande ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering werd aangepast aan het wetgevingstechnisch en taalkundig advies nr. 2018/389 van 12 september 2018.

 

5.2 RIA

De onderbouwing van het dossier, zoals afwegingen of motivering, is verweven doorheen de andere rubrieken van de nota.

 

6. VOORSTEL VAN BESLISSING 

De Vlaamse Regering beslist haar definitieve goedkeuring te hechten aan het bijgaande ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag.

 

De Vlaamse minister van Onderwijs,

 

 

Hilde CREVITS

 

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,

 

 

Jo VANDEURZEN

a

Top