Vlaanderen

Artikel 6 BVR Zorgtoeslagen

§1. De gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte, vermeld in artikel 16, §1, eerste lid van het decreet van 27 april 2018, voortvloeit, bestaan uit de volgende pijlers:

1° pijler 1 behelst de gevolgen van de aandoening op het vlak van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het kind;

2° pijler 2 behelst de gevolgen van de aandoening op het vlak van de activiteit en de participatie van het kind;

3° pijler 3 behelst de gevolgen van de aandoening voor de familiale omgeving van het kind.

De gevolgen vermeld in het eerste lid worden vastgesteld aan de hand van de medisch-sociale schaal die opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.

§2. In pijler 1 worden, naargelang het percentage lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het kind, vastgesteld conform artikel 7, op de volgende wijze punten toegekend:

1° 0 % tot 24 % : 0 punten;

2° 25 % tot 49 % : 1 punt;

3° 50 % tot 65 % : 2 punten;

4° 66 % tot 79 % : 4 punten;

5° 80 % tot 100 % : 6 punten.

§3. Pijler 2 bestaat uit de volgende functionele categorieën, die onderverdeeld zijn in subcategorieën en waaraan punten worden toegekend volgens graduele criteria:

1° leren, opleiding en sociale integratie;

2° communicatie;

3° mobiliteit en verplaatsing;

4° zelfverzorging.

Om het totaal van de punten in pijler 2 te bepalen, wordt het hoogste aantal punten dat toegekend is binnen elk van de vier functionele categorieën, vermeld in het eerste lid, samengeteld. Voor deze pijler bedraagt het maximumaantal punten 12.

§4. Pijler 3 bestaat uit de volgende categorieën, die onderverdeeld zijn in subcategorieën en waaraan punten worden toegekend volgens graduele criteria:

1° opvolging van de behandeling thuis;

2° verplaatsing voor medisch toezicht en behandeling;

3° aanpassing van het leefmilieu en leefwijze.

Om het totaal van de punten in pijler 3 te bepalen, wordt het hoogste aantal punten dat toegekend is binnen elk van de drie categorieën, vermeld in het eerste lid, samengeteld en wordt het aldus berekende aantal punten vermenigvuldigd met twee. Voor deze pijler bedraagt het maximumaantal punten, na vermenigvuldiging met twee, 18.

§5. Het eindresultaat van de vaststelling van de gevolgen van de aandoening wordt verkregen door het totale aantal punten van pijler 1 tot en met 3 op te tellen. Het bedraagt maximaal 36 punten.

§6. Voor de toepassing van artikel 16, §1, eerste lid, van het decreet van 27 april 2018, worden de gevolgen van de aandoening waaruit de specifieke ondersteuningsbehoefte van het kind voortvloeit, in aanmerking genomen als het kind als eindresultaat, als vermeld in paragraaf 5, minimaal 6 punten behaalt of als het kind in pijler 1, als vermeld in paragraaf 2, minimaal 4 punten behaalt.

 

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top