Vlaanderen

Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 maart 2019 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag, wat betreft de vergoedingen voor evaluerende artsen en het bewijs over de gevorderde en actieve kennis van het Nederlands (B.S. 10.03.2021)

Rechtsgronden

Dit besluit is gebaseerd op:

- het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, artikel 16, §1, derde en vierde lid;

- het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag, artikel 22, §1, tweede lid, en artikel 25, derde lid.

Vormvereisten

De volgende vormvereisten zijn vervuld:

- De Inspectie van Financiën heeft gunstig advies gegeven op 15 januari 2021.

- De Raad van State heeft advies 68.749/1 gegeven op 18 februari 2021, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

 

Artikel 1. In artikel 3 van het ministerieel besluit van 26 maart 2019 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:

“1° voor de opdrachten, vermeld in artikel 25, eerste lid, 1°, van het besluit van 7 december 2018:

  1. voor een evaluatie in een spreekkamer: 83,29 euro;
  2. voor een evaluatie aan huis: 83,29 euro;
  3. voor een evaluatie onder begeleiding van een mentorarts: 41,65 euro;”;

2° in punt 2°, a), wordt het bedrag “170,69 euro” vervangen door het bedrag “174,10 euro”;

3° in punt 2°, b), wordt het bedrag “85,35 euro” vervangen door het bedrag “87,06 euro”;

4° in punt 3° wordt het bedrag “65,32 euro” vervangen door het bedrag “66,63 euro”.

Art. 2. In artikel 4 van hetzelfde besluit wordt het bedrag “52,90 euro” vervangen door het bedrag “124,93 euro”.

Art. 3. In artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het getal “105,10” vervangen door het getal “107,20”.

Art. 4. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt tussen de zinsnede “van het besluit van 7 december 2018,” en de woorden “door een attest voor te leggen” de zinsnede “door een studiebewijs van het genoten onderwijs als vermeld in artikel 24, tweede lid, van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie of” ingevoegd.

Art. 5. Uiterlijk twee jaar na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit evalueert Opgroeien regie, op basis van een evaluatie van de procedures voor de vaststelling van de specifieke ondersteuningsbehoefte en op basis van de ontwikkeling van nieuwe digitale toepassingen, de grootte van de vergoedingen, vermeld in artikel 3, 1°, en artikel 4 van het ministerieel besluit van 26 maart 2019 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 betreffende de nadere regels voor het verkrijgen van een zorgtoeslag, om een correcte vergoeding van de evaluerende artsen vast te stellen.

In het eerste lid wordt verstaan onder Opgroeien regie: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, opgericht bij het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie.

Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top