JUR/19/A00005 - Integratietegemoetkoming

Situatie

Een 22 jarige jongere die bijzonder onderwijs volgde tot 31/08/18 en een integratietegemoetkoming ontvangt, bezorgde ons een doktersattest vf 01/09/18-30/06/19.

De jongere genoot tot zijn 21 jaar een mindervaliditeitstoeslag.

Art.20 BVR Rechtgevend kind vermeldt:

“§4. Voor het kind dat al 21 jaar is op het moment dat het zich wegens ziekte niet kan inschrijven en dat tijdens het vorige schooljaar niet ziek was, bestaat er een recht op gezinsbijslagen gedurende maximaal één jaar binnen de leeftijdsgrenzen, vermeld in artikel 8, §2, eerste lid, 3°, van het decreet van 27 april 2018. Er is evenwel geen cumul mogelijk met een inkomensvervangende tegemoetkoming.”

Bovendien vermeldt art. 41 BVR rechtgevend kind:

“Als het kind een sociale uitkering ontvangt op basis van een Belgische of buitenlandse regeling over ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen, beroepsziekten, werkloosheid of loopbaanonderbreking als vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen of een inkomensvervangende tegemoetkoming, worden de gezinsbijslagen geschorst voor de maand waarop de uitkering betrekking heeft.”

Concrete vragen:

  • Geldt hetzelfde beletsel voor een student of schoolverlater die een integratietegemoetkoming ontvangt?
  • Indien ja, kan dan voor deze jongere, mits bijkomend doktersattest over augustus ’18, op basis van art.46 BVR een recht toegekend worden, aangezien Famifed destijds het volgende adviseerde onder de AKBW:

Integratie –uitkering en inkomensvervangingsuitkering

Het KB van 17/08/2007 tot wijziging van het KB van 12/08/1985 somt de sociale uitkering op in art.3§3. Geen van beide uitkeringen komen voor in deze opsomming en bijgevolg vormen ze geen beletsel voor de kinderbijslag werkzoekende schoolverlaters.

Een ARR/inkomensvervangende tegemoetkoming (ten laste van de FOD sociale zekerheid-Gehandicapte personen) wordt niet beschouwd als een sociale uitkering en is derhalve geen beletsel voor het recht op kindergeld.

Advies

Het beletsel opgenomen in artikel 20 en 41 BVR Rechtgevend kind slaat enkel op het ontvangen van een inkomensvervangende tegemoetkoming, niet op een integratietegemoetkoming.  De reden hiervoor is het verschillend toekenningsgebied van beide tegemoetkomingen.

  1. Een inkomensvervangende tegemoetkoming kan als een vervangingsinkomen worden aanzien aangezien deze tegemoetkoming wordt toegekend aan personen die wegens een beperking:

    • door te werken slechts 1/3de of minder kunnen verdienen van wat een valide persoon op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen,

    • of 

    • niet kunnen werken en niet over een inkomen beschikken.

  2. Een integratietegemoetkoming is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten die een persoon met een beperking moet maken omwille van een verminderde zelfredzaamheid. Er wordt een evaluatie gemaakt door een arts van de moeilijkheden die ondervonden worden bij het uitoefenen van een aantal dagelijkse activiteiten en afhankelijk daarvan worden punten toegekend die een invloed hebben op het bedrag waarop men recht heeft. Men kan de integratietegemoetkoming als het ware beschouwen als een verderzetting van de zorgtoeslag na de leeftijd van 21 jaar.
     

Besluit : een integratietegemoetkoming kan gecumuleerd worden met het recht op gezinsbijslagen.

Top