Vlaanderen

Informatienota 1994/15: - Toepassing art. 56 en art. 57 S.W.K.L. en MO 361 van 19 juli 1979.

Art. 57 stelt dat, onverminderd art. 56, §2 G.W., de arbeider die een ouderdomspensioen (of rente-) geniet, rechthebbende is op kinderbijslag tegen de bedragen bepaald in art. 40, eventueel verhoogd met de bijslagen bedoeld in art. 42bis. MO 361 van 19 juli 1979 heeft de draagwijdte van de zinssnede, " Onverminderd art. 56, §2" bepaalt als volgt: de gepensioneerde werknemer behoudt het recht op verhoogde kinderbijslag als invalide indien hij, op het ogenblik van de pensionering deze bijslag geniet of de voorwaarden vervult om erop aanspraak te maken. Moet een gepensioneerde op het ogenblik van zijn pensionering aanspraak maken of kunnen maken op de bijslag 50ter G.W. en dit conform de bepalingen die thans gelden voor het statuut van rechthebbende met personen ten laste (vervangingsinkomsten, samenwoonst, tewerkstelling van de partner...) om na zijn pensionering dit voordeel te kunnen krijgen?

Antwoord van de Directie der Controle. van 19 mei 1994. Ref.: D4948/030/K43/1417/TVN/MC (Uittreksel)

De Rijksdienst is van oordeel dat het onnodig is na te gaan of de gepensioneerde op het ogenblik van zijn pensionering aanspraak kon maken op de bijslag 50ter G.W. en dit conform de bepalingen die gelden voor het statuut van rechthebbende met personen ten laste (vervangingsinkomsten, samenwoonst, tewerkstelling van de partner,) m.a.w. het is onnodig na te gaan of de gepensioneerde al dan niet 50ter G.W. ontvangt of zou ontvangen hebben op de datum van zijn pensionering. Het is wel nodig dat betrokkene verder minstens 66% arbeidsongeschikt is zoals door de CO 1085 is voorzien) en dat hij reeds beoogd werd door art. 56, §2 G.W. op het ogenblik van zijn pensionering. Alsdan zal hij, indien hij gepensioneerd en rechthebbende met personen ten laste is, aanspraak maken op de bijslag voorzien in art. 50ter G.W. i.p.v. 42bis G.W. "

Top