Vlaanderen

Informatienota 1994/14: - Recht op kinderbijslag voor kinderen waarvoor een procedure ter adoptie of pleegvoogdij werd ingezet.

Het van kracht worden op 1 januari 1993 van art. 73quater G.W. ter instelling van een adoptiepremie, en de MO 524, uitgevaardigd krachtens art. 73ter, al. 2, die kraamgeld toekent in gevallen van pleegvoogdij in het jaar volgend op de geboorte, leidt tot de opsplitsing in twee categorieën van kinderen die tot dan een categorie vormden voor de toepassing van art. 73bis G.W.

MO 466 van 13 oktober 1986 voorzag een algemene afwijking van de toepassing van art. 51, alinea's 4 (en indertijd 5), uit hoofde van de rechthebbende voor kinderen die deel uitmaken van zijn gezin en waarvoor een adoptieakte of een overeenkomst voor pleegvoogdij verleden is op initiatief van deze rechthebbende, zijn echtgenoot, ex-echtgenoot of de persoon waarmee hij samenwoont. Deze afwijking bleef toegestaan zolang de procedure verdergezet werd. Blijven deze onderrichtingen van toepassing?

Antwoord van het Overlegcomité, notulen van de vergadering van 22 november 1993. Ref.: D/4/4.1bis/8/RNB/PM (Uittreksel)

Na beraadslaging is het Comité van mening dat de MO 446 van 13 oktober 1986 geldig blijft, maar dat men ervan moet uitgaan dat hij zich voortaan uitstrekt tot de situaties bedoeld in art. 73ter en art. 73quater G.W."

Top