Vlaanderen

CO 1413 van 2 mei 2017 - Niet-indexering gezinsbijslagen in Vlaanderen

1.  Context

Bij decreet van 23 december 2016 (BS 29 december 2016) heeft de Vlaamse Gemeenschap besloten om de spilindex volgend op deze van mei 2016 niet te verrekenen op de gezinsbijslagen.  Deze niet-indexering betreft enkel de toe te kennen bedragen.  Inderdaad, de inkomensplafonds worden wel verder geïndexeerd.

Volgens de omzendbrief van de FOD Budget en Beheerscontrole zal de eerstvolgende overschrijding van de spilindex plaatsvinden in mei 2017, wat betekent dat de sociale uitkeringen zullen geïndexeerd worden in juni 2017. Vanaf juni 2017 (betaling op 8 juli 2017) zullen dus afwijkende bedragen gelden voor de gezinsbijslag uitgekeerd ten laste van de Vlaamse Gemeenschap, aangezien die barema's niet worden geïndexeerd.

Deze niet-indexering geldt t.a.v. alle kinderen voor wie de gezinsbijslag overeenkomstig de aanknopingsfactoren in artikel 2 van het samenwerkingsakkoord van 14 juli 2016 ten laste valt van de Vlaamse Gemeenschap: concreet de kinderen met regiocode 1 (Vlaamse Gemeenschap).

De niet-indexering is dus ook op dezelfde manier van toepassing op de kinderen die rechtgevend zijn op basis van de Europese Verordeningen of een bilateraal akkoord.

2.  Toepassing in de praktijk

Aangezien de inkomensplafonds wel geïndexeerd worden, hoeven de formulieren niet te worden ontdubbeld.  Ze kunnen verder voor alle kinderen/toekenningen gebruikt worden.  Enkel een aanpassing aan de geïndexeerde bedragen is vereist.  Deze aangepaste formulieren zullen zoals gebruikelijk per dienstbrief aan de kinderbijslagfondsen worden bezorgd, zodra de geïndexeerde bedragen van de inkomensplafonds officieel zijn goedgekeurd.

In de motiveringsbrieven dienen echter wel de effectief toegekende of teruggevorderde bedragen te worden vermeld, dus de afwijkende niet-geïndexeerde bedragen.

Regularisatie van de betalingen

Wanneer de kinderbijslagfondsen de gegevens m.b.t. de toepassing van de aanknopingsfactoren met vertraging ontvangen, dienen zij de betalingen zo nodig te regulariseren (bijpassen of terugvorderen). Daarbij gelden de gewone regels.  Alle regularisaties dienen effectief te worden uitgevoerd, ongeacht het bedrag ervan. 

Wanneer het om kleine bedragen gaat, kan deze regularisatie samen met de volgende maandelijkse betaling worden uitgevoerd.  Als er echter geen inhoudingen meer mogelijk zijn op gezinsbijslag kan van de terugvordering worden afgezien als de schuld lager is dan 25 EUR, zoals uiteengezet in rubriek 2.1. van het vademecum betreffende het afzien van terugvordering ( cfr. CO 1346 van 15 december 2003)1.  Het onterecht betaald bedrag wordt dan als een oninvorderbaar debet B beschouwd en geïmputeerd op de bevoegde deelentiteit; in casu de Vlaamse Gemeenschap2.

Om pragmatische redenen en omwille van de proportionaliteit dienen regularisaties van minder van 25 EUR enkel schriftelijk gemotiveerd te worden op vraag van de sociaal verzekerde. Aan de kinderbijslagfondsen wordt wel gevraagd om via hun website informatie te geven over de niet-indexering van de gezinsbijslagen in Vlaanderen.

Samenvatting m.b.t. regularisaties van minder dan 25 EUR

Bedrag  Inhouding op gezinsbijslag mogelijk? Actie

Bijbetaling

< 25 EUR 

n.v.t. Betaling uitvoeren - Schriftelijke motivering enkel op aanvraag

Terugvordering

< 25 EUR 

Ja Debet inhouden - Schriftelijke motivering enkel op aanvraag

Terugvordering

< 25 EUR

Nee Oninvorderbaar debet B imputeren op de bevoegde deelentiteit, in casu de Vlaamse Gemeenschap - Geen schriftelijke motivering
  • 1. Overeenkomstig artikel 6 van het KB van 26 juni 1987 in uitvoering van artikel 119bis AKBW.
  • 2. Cfr. CO 1409 van 18 april 2016 - rubrieken 2.2.2. en 3.1.
Top