Vlaanderen

CO 1422 van 11 december 2018 - Voorontwerp van ordonnantie tot wijziging van de AKBW

Ingevolge de overname van het beheer en de betaling door de drie andere deelentiteiten vanaf 1 januari 2019 blijft de GGC de enige deelentiteit die het federaal betaalcircuit in 2019 machtiging zal verlenen.

Dat jaar zullen de federale kinderbijslagfondsen dus enkel op het niveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest actief zijn, d.w.z. behoudens toepassing van het internationaal recht, hoofdzakelijk voor kinderen die in dat gewest gedomicilieerd zijn1.

De AKBW zal worden gewijzigd door een nog niet goedgekeurde ordonnantie, waarvoor echter vanaf nu instructies moeten gegeven worden. De hierna gedetailleerde geplande wijzigingen treden namelijk in werking op 1 januari 2019.

1. Organisatorische maatregelen

1.1. Verlenging van de bevoegdheidsbevriezing (Art. 3, 1e lid)

De bevriezing van de voor 2018 toepasselijke bevoegdheid zorgt ervoor dat het gezin wordt betaald door het op 31 december 2017 bevoegde fonds, ongeacht de wijzigingen die op het gebied van de aansluiting en/of van de hoedanigheid van voorrangsgerechtigde2 optreden.

De praktische regeling voor die maatregel wordt gepreciseerd in de CO 1415 van 8 september 2017.

Die bevoegdheidsbevriezing wordt behouden vanaf 1 januari 2019 zodat elke gebeurtenis die, op die datum, een bevoegdheidswijziging voor de kinderbijslaginstellingen met zich zou brengen geen enkele uitwerking heeft.

Ter herinnering, het fonds dat een dossier behoudt op basis van de bevoegdheidsbevriezing betaalt de kinderbijslag volgens de basisregels van de AKBW. Door de bevoegdheid te bevriezen, wijzigt er dus niets aan het bedrag van de kinderbijslag.

Opmerking:

In geval van fusie of opslorping van kinderbijslagfondsen wordt de bevroren aansluiting bij een fonds naar het opslorpende fonds of de nieuw opgerichte structuur overgedragen. Dezelfde regel geldt als de federale fondsen op basis van Art. 10, §4, van het samenwerkingsakkoord van 6 september 2017 dossiersubportefeuilles hebben uitgewisseld in 2018, aangezien die uitwisseling van subportefeuilles een overdracht van de rechten en plichten verbonden aan die dossiers met zich brengt. De regularisaties (terugvordering van een debet of betaling) worden bijgevolg beheerd door het opslorpende fonds of het fonds dat een Brusselse subportefeuille ontving in 2018.

1.2. Reglement voor aansluiting (Art. 2)

  • Bestaande verzekeringsplichtingen onder de AKBW (zelfstandigen en werkgevers) op 31 december 2018 Vanaf 1 januari 2019 blijven verzekeringsplichtigen die op 31 december 2018 bij een vrij kinderbijslagfonds of FAMIFED aangesloten waren, aangesloten bij dat vrij kinderbijslagfonds of FAMIFED. De optie voor verzekeringsplichtigen om hun aansluiting te wijzigen wordt dus afgeschaft.
  • Nieuwe verzekeringsplichtigen onder de AKBW vanaf 1 januari 2019 In geval van een nieuwe verzekeringsplicht onder de AKBW vanaf 1 januari 2019 (vaststelling nieuwe werkgever of begin van activiteit voor een zelfstandige) zijn de betrokken verzekeringsplichtigen ambtshalve aangesloten bij FAMIFED.

    Het betreft een maatregel: 1) die van toepassing is als er nog geen enkel kinderbijslagfonds bevoegd is 2) die van technische aard is, aangezien er geen weerslag is op de bevoegdheid van het fonds dat concreet tussenkomt voor het gezin: de bijslagtrekkende heeft 120 kalenderdagen om een kinderbijslagfonds te kiezen dat de verschuldigde prestaties zal uitkeren

Die termijn loopt vanaf de dag waarop de bijslagtrekkende die hoedanigheid verwerft of toegewezen krijgt. Als de bijslagtrekkende bij het verstrijken van die termijn geen enkele keuze heeft gemaakt, is FAMIFED bevoegd.

1.3. Rationalisering van het betaalcircuit (Art. 3, 2de lid)

De hierboven toegelichte maatregelen om het betaalcircuit te stabiliseren vormen een uitzondering om het beheer van de regeling te vergemakkelijken: als een bijslagtrekkende door meerdere kinderbijslagfondsen wordt geholpen, behoort de bevoegdheid toe aan het kinderbijslagfonds voor het jongste kind.

De bevoegdheidswijziging vindt plaats:

- ofwel op de eerste dag van het tweede kwartaal van 2019, voor wat betreft de gezinnen die zich in die situatie bevinden op uiterlijk 31 maart 2019;

- ofwel op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de hoedanigheid van bijslagtrekkende verworven is voor het jongste kind, voor wat betreft de bestaande situaties vanaf 1 april 2019.

2. Basismaatregelen: groepering van rechtgevende kinderen (Art. 4)

De regel voor de groepering van rechtgevende kinderen bepaald in Art. 42 AKBW werd aangepast: om de rang te bepalen3 wordt ook rekening gehouden met de chronologie van de geboorten van de rechtgevende kinderen op basis van de kinderbijslagregelingen die de andere deelentiteiten hebben ingevoerd.

Met andere woorden, om de rang van de kinderen te bepalen voor wie de GGC bevoegd is, wordt rekening gehouden met de kinderen in de Brusselse gezinnen voor wie de kinderbijslag door andere deelentiteiten verschuldigd is.

Een overzicht met voorbeelden ter verduidelijking van bovengenoemde maatregelen gaat als bijlage bij deze omzendbrief.

  • 1. Zie het samenwerkingsakkoord van 6 september 2017 tussen de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de aanknopingsfactoren, het beheer van de lasten van het verleden, de gegevensuitwisseling inzake de gezinsbijslagen en de praktische regels betreffende de bevoegdheidsoverdracht tussen de kinderbijslagfondsen, bekendgemaakt op 26 januari 2018, toegelicht in de omzendbrief CO... van ...
  • 2. Afwijking van de artikelen 18, 35, 38, 64, 66 en 71, AKBW.
  • 3. Bedoeld in de artikelen 40, 42bis, 44 en 50ter AKBW.
Top