Vlaanderen

CO 1424 van 10 mei 2019 - Toekenning van kinderbijslag voor kinderen met een aandoening - Laattijdige ambtshalve herzieningen

1.  Context

Volgens de huidige reglementering1 wordt de kinderbijslag toegekend tot 21 jaar voor een kind met een aandoening die gevolgen heeft voor hemzelf, op het vlak van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid, activiteit en participatie, of voor zijn familiale omgeving.

Onder bepaalde voorwaarden wordt de kinderbijslag verhoogd met toeslagen die variëren naargelang de ernst van de gevolgen van de aandoening van het kind2.

De ernst van de gevolgen van de aandoening wordt beoordeeld door artsen die zijn aangewezen door de Directie-Generaal Personen met een Handicap van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid.

In geval van een medische beslissing voor bepaalde duur wordt de beslissing ambtshalve herzien. 

De ambtshalve herzieningsprocedure moet ingeleid worden door de bevoegde instelling, ten laatste 150 dagen voor de uiterste geldigheidsdatum van de oorspronkelijke beslissing3.

Soms gebeurt het echter dat de medische beslissing bij deze ambtshalve herziening niet tijdig wordt genomen.

2. Procedure die de kinderbijslaginstellingen moeten volgen

Om de toekenning van de kinderbijslag in dergelijke situaties niet te onderbreken, moeten de kinderbijslaginstellingen de kinderbijslag blijven betalen alsof de vorige medische beslissing nog steeds uitwerking heeft. Dit geldt zolang de nieuwe medische beslissing niet is genomen en voor maximaal één jaar.

De kinderbijslaginstellingen zullen daarbij met de volgende principes rekening houden:

  • Als, ingevolge de ambtshalve herziening, blijkt dat voor het verleden (periode tussen het einde van de geldigheid van de vorige beslissing en het einde van de maand in de loop waarvan de nieuwe medische beslissing wordt genomen) een hoger bedrag kan worden toegekend, zal de bevoegde kinderbijslaginstelling het verschil aan het gezin uitbetalen. Voor de daaropvolgende periode, zal het nieuwe bedrag worden toegekend.

  • Als, ingevolge de ambtshalve herziening, blijkt dat het bedrag voor het verleden lager is (periode tussen het einde van de geldigheid van de vorige beslissing en het einde van de maand in de loop waarvan de nieuwe medische beslissing wordt genomen), moet er geen terugbetaling plaatsvinden. Voor de daaropvolgende periode, zal het nieuwe bedrag worden toegekend.

    De bedragen die reeds door het fonds werden betaald maar niet door de gezinnen moeten worden terugbetaald, dienen niet te worden aangerekend op het reservefonds.

  • 1. Artikel 6 AKBW
  • 2. Artikel 47 AKBW
  • 3. Artikel 23 van het Koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet van 24 december 2002.
Datum van afkondiging
Top