Vlaanderen

CO 1425 van 3 september 2019 - Toepassing van het koninklijk besluit van 28 december 2006 betreffende de strijd tegen de financiering van het terrorisme

Context

Het koninklijk besluit van 28 december 2006 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen de financiering van het terrorisme vervolledigt de invoering van de internationale en Europese instrumenten inzake de strijd tegen het terrorisme1, met name met betrekking tot het bevriezen van de tegoeden van personen die beschouwd worden een terroristisch risico te vormen.

Personen die ervan worden verdacht terroristische misdrijven te plegen of pogen te plegen, ze te vergemakkelijken of eraan mee te werken, worden vermeld op een nationale lijst, die wordt opgemaakt door de Nationale Veiligheidsraad op advies van het Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse (OCAD), om de zes maanden wordt bijgewerkt en bij koninklijk besluit wordt bekendgemaakt.

De inschrijving van de naam van een persoon op die lijst heeft als gevolg dat zijn tegoeden en economische middelen moeten worden bevroren. Deze maatregel wil mogelijke toekomstige terroristische activiteiten verhinderen en maakt deel uit van de strijd tegen de financiering van het terrorisme. 

Ook al betreft deze regelgeving voornamelijk de financiële instellingen, heeft de FOD Financiën onlangs bevestigd dat de gezinsbijslagsector ook wordt beoogd, voor zover die bijslag economische middelen vormt voor personen van wie de naam op de nationale lijst voorkomt.

In deze omzendbrief vindt u de instructies met betrekking tot de toekenning van gezinsbijslag voor een persoon van wie de naam op de nationale lijst voorkomt.

Door de kinderbijslaginstellingen te volgen procedure

Raadpleging van de lijst

Famifed bezorgt de bijgewerkte lijst aan de uitbetalingsinstellingen in Brussel2. Die kunnen dan mogelijke overeenkomsten tussen iemand op de lijst en iemand die voorkomt in hun dossiers controleren.

Het gaat om personen die rechtstreeks of onrechtstreeks middelen, in dit geval gezinsbijslag, ontvangen.  De maatregel slaat dus op de bijslagtrekkende en het rechtgevende kind dat bijslagtrekkende is voor zichzelf, maar ook op de rechthebbende in het gezin en elke derde die een gezin vormt met de bijslagtrekkende.

Wanneer de op de lijst ingeschreven persoon voor zijn vertrek naar het buitenland3 geen deel uitmaakte van het gezin, maar die persoon de vader/moeder van het kind of echtgenoot van de bijslagtrekkende is, moet dit in het dossier vermeld worden. Zo kan een eventuele terugkeer van die persoon in het gezin van de bijslagtrekkende worden opgevolgd. Hetzelfde geldt voor de persoon op de lijst die onmiddellijk voor het vertrek naar het buitenland aanwezig was in het gezin van de bijslagtrekkende, ongeacht zijn relatie met de bijslagtrekkende.

In de huidige lijst komt geen dergelijke bovengenoemde persoon voor4.

Opschorting van de toekenning van gezinsbijslag

Als de uitbetalingsinstelling vaststelt dat een persoon op de lijst overeenstemt met iemand in de dossiers (zoals hierboven bedoeld), zal ze de toekenning van gezinsbijslag5 opschorten vanaf de maand na de bekendmaking van het besluit dat de lijst bijwerkt en onmiddellijk alle informatie met betrekking tot de uitvoering van het besluit aan de minister van Financiën bezorgen (via e-mail quesfinvragen.tf@minfin.fed.be of per brief aan de minister van Financiën c/o Algemene Administratie van de Thesaurie, Kunstlaan 30 in 1040 Brussel). Zo kan, onder andere, de FOD Financiën , in voorkomend geval, de betrokken uitbetalingsinstelling nadien vertellen hoe ze de uitbetalingen moet hervatten of de bevroren tegoeden moet vrijmaken.

De betalingsuitstelling brengt ook de dienst Controle van Famifed op de hoogte (admin.ctrl@famifed.be).

Bovendien ontvangt de bijslagtrekkende een brief met de melding dat de betaling van zijn gezinsbijslag gestaakt wordt in toepassing van het besluit van 28 december 2006 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen de financiering van het terrorisme.

Bovendien moet deze brief uitdrukkelijk vermelden dat artikel 6 van dit besluit voorziet in een mogelijke afwijking op de bevriezing van de middelen, op verzoek van de rechthebbende, met name wanneer de betrokken middelen nodig zijn “ter dekking van basisuitgaven” zodat de betrokkene deze afwijking kan inroepen indien hij dat wenst. De bestemming van de gezinsbijslag lijkt ons immers aan die hypothese te beantwoorden. In het kader van die afwijking kan de FOD Financiën de vrijmaking of de beschikbaarstelling van de bevroren tegoeden of economische middelen toestaan.

Voor zover enkel de uitbetaling van de gezinsbijslag wordt gestaakt, moeten de kinderbijslagfondsen het recht op gezinsbijslag blijven opvolgen (in het bijzonder om gezinsbijslag in voorkomend geval te kunnen uitbetalen indien de naam van de persoon van de lijst wordt verwijderd, zie hierna).

Verwijdering van de lijst en hervatting van de betalingen

Wanneer de naam van de betrokkene van de door Famifed bezorgde lijst wordt verwijderd, kunnen de betalingen worden hervat vanaf de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit met de schrapping van de naam van de betrokkene wordt bekendgemaakt, behoudens tegenstrijdige informatie vanuit de FOD Financiën in het betrokken geval.

Daarnaast, omdat enkel de uitbetaling van de kinderbijslag wordt gestaakt en niet het recht, zal de persoon van wie de naam van de lijst wordt verwijderd, aanspraak kunnen maken op de kinderbijslagbedragen die hem wettelijk verschuldigd zijn vanaf de schorsingsdatum van de uitbetaling.

Deze procedure is onmiddellijk van toepassing.

  • 1. B.S. van 17 januari 2007
  • 2. De bijgewerkte lijst is ook beschikbaar of de website van de FOD Financiën: https://financien.belgium.be/nl/thesaurie/financiele-sanctiesExternal link
  • 3. In vele gevallen is de persoon op de lijst geschrapt voor het buitenland
  • 4. Met uitzondering van een geval, die echter van de lijst zal worden verwijderd.
  • 5. Krachtens art. 4 van het KB van 28.12.2006, dat bepaalt dat geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking gesteld worden aan of ten behoeve van de personen of entiteiten bedoeld in artikelen 2 en 3 (persoon van wie de naam op de nationale of de internationale lijsten voorkomt).
Top