Vlaanderen

Mededeling van de FOD Sociale Zekerheid nr. 624 van 14 juni 2018 - Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid en Administratieve schikking tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël

Het Koninkrijk België en de Staat Israël zijn de hierna volgende bepalingen overeengekomen op het vlak van de gezinsbijslagregeling (zie teksten van deze Overeenkomst en Administratieve Schikking in bijlage (Belgisch Staatsblad, 12 oktober 2017)1).

1. TOEPASSINGSGEBIED

Behoudens andersluidende bepalingen, is deze Overeenkomst van toepassing2:

  • op alle personen op wie de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Partijen van toepassing is of geweest is (voor België: als mogelijke rechthebbenden op kinderbijslag op basis van de Algemene kinderbijslagwet3en die:

(i) onderdaan zijn van een van de overeenkomstsluitende Partijen, (ii) onderdaan zijn van een van de lidstaten van de Europese Unie, (iii) onderdaan zijn van een derde staat waarmee beide overeenkomstsluitende Partijen verbonden zijn door een overeenkomst betreffende de sociale zekerheid, (iv) staatlozen of vluchtelingen zijn, erkend door een van beide overeenkomstsluitende Partijen, en op alle andere personen met betrekking tot de rechten die ze afleiden van de hierboven beschreven persoon;

  • op gezinsleden en nagelaten betrekkingen van personen die onderworpen zijn geweest aan de wetgeving van een van beide overeenkomstsluitende Partijen, ongeacht de nationaliteit van laatstgenoemde personen, wanneer de gezinsleden of nagelaten betrekkingen onderdanen zijn van een van beide overeenkomstsluitende Partijen, van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een staat waarmee beide overeenkomstsluitende Partijen verbonden zijn door een overeenkomst betreffende de sociale zekerheid of staatlozen of vluchtelingen zijn, erkend door een van beide overeenkomstsluitende Partijen.

Onder “gezinsbijslag” wordt verstaan in de Overeenkomst4Voor België: de periodieke uitkeringen in geld uitsluitend toegekend op grond van het aantal kinderen en hun leeftijd, met uitsluiting van andere aanvullingen5; Voor Israël: de kinderbijslag toegekend overeenkomstig de wetgeving van Israël.

2. UITVOER VAN GEZINSBIJSLAG6

Personen op wie de Belgische wetgeving van toepassing is, hebben, voor de kinderen die wonen op het grondgebied van de Staat Israël, recht op de gezinsbijslag aan de bedragen en de voorwaarden van de Algemene kinderbijslagwet7.

3. INVOER VAN GEZINSBIJSLAG8

Personen op wie de Israëlische wetgeving van toepassing is, hebben, voor de kinderen die wonen op het grondgebied van België, recht op de gezinsbijslag aan de bedragen en de voorwaarden van de Israëlische wetgeving inzake kinderbijslag.

Niettegenstaande de voormelde principes onder de punten 2. en 3. hierboven, wanneer een recht op gezinsbijslag bestaat in België en in de Staat Israël, wordt de Staat waar het kind woont beschouwd als de bevoegde Staat, die de gezinsbijslagverleend krachtens haar wetgeving ten laste heeft9.

4. SAMENTELLING TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING

Om rechthebbende op kinderbijslag te zijn op basis van de Algemene kinderbijslagwet, moet de werknemer of de zelfstandige in bepaalde gevallen voldaan hebben aan de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op tenminste zes maandelijkse forfaitaire kinderbijslagen op basis van deze wet, tijdens twaalf maanden onmiddellijk voorafgaand aan een bepaalde gebeurtenisMen kan hierbij rekening houden met de verzekeringstijdvakken vervuld onder de wetgeving van de Staat Israël10.

5. INWERKINGTREDING

Deze Overeenkomst treedt in werking op 1 juni 201711. Op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, zal de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, ondertekend te Brussel op 5 juli 1971, vervangen worden door deze Overeenkomst12.

De dossiers die afgehandeld zijn in uitvoering van een ongunstige afwijkingsbeslissing13 en die kunnen leiden tot een uitbetaling vanaf 1 juni 2017, moeten herzien worden in de mate dat ze onder het toepassingsgebied vallen van de huidige Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, opgemaakt te Jerusalem op 24 maart 2014.  

IN 'T KORT

Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, opgemaakt te Jerusalem op 24 maart 2014: toekenning van de gezinsbijslag aan de bedragen en de voorwaarden van de Algemene kinderbijslagwet14 ten gunste van kinderen die in de Staat Israël wonen.

Datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst: 1 juni 2017.

  • 1. Goedgekeurd bij : Wet van 6 juli 2016 houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, opgemaakt te Jerusalem op 24 maart 2014 (Belgisch Staatsblad van 12 oktober 2017). Decreet van 8 juli 2016 houdende instemming met de overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, ondertekend te Jeruzalem op 24 maart 2014 (Belgisch Staatsblad van 4 augustus 2016). Decreet van 7 november 2016 houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, gedaan te Jeruzalem op 24 maart 2014, (Belgisch Staatsblad van 7 december 2016). Decreet van 21 december 2016 houdende instemming, wat betreft de materies waarvan de uitoefening door de Franse Gemeenschap naar het Waalse Gewest is overgedragen, met de overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, ondertekend te Jeruzalem op 24 maart 2014 (Belgisch Staatsblad van 5 januari 2017). Ordonnantie van 23 december 2016 houdende instemming met: de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, gedaan te Jeruzalem op 24 maart 2014 (Belgisch Staatsblad van 2 februari 2017). Decreet van 26 januari 2017 houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, gedaan te Jeruzalem op 24 maart 2014 (Belgisch Staatsblad van 8 februari 2017).
  • 2. Art. 3 van deze Overeenkomst
  • 3. Artikel 8 van deze Overeenkomst bepaalt eveneens onder meer het volgende : 1.De werknemer die, in dienst zijnde van een onderneming die op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende Partijen een vestiging heeft waaronder hij normaal ressorteert, door deze onderneming gedetacheerd wordt naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij om er een werk voor haar rekening uit te voeren, blijft, samen met zijn hem vergezellende gezinsleden, onder de toepassing vallen van de wetgeving van de eerste Partij, alsof hij werkzaam bleef op het grondgebied van deze Partij, op voorwaarde dat de te verwachten duur van het door hem uit te voeren werk geen vierentwintig maanden overschrijdt en dat hij niet gezonden wordt ter vervanging van een andere persoon wiens detacheringsperiode is afgelopen. … Artikel 9 van deze Overeenkomst bepaalt eveneens onder meer het volgende : 1.Op ambtenaren en het gelijkgesteld personeel is de wetgeving van toepassing van de overeenkomstsluitende Partij waaronder de administratie valt die hen tewerkstelt. Deze personen en hun gezinsleden worden, met het oog hierop, beschouwd als wonend op het grondgebied van deze overeenkomstsluitende Partij, zelfs indien ze zich op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat bevinden. 2. a) De onderdanen van een overeenkomstsluitende Partij die als leden van een diplomatieke missie of een consulaire post door de regering van deze overeenkomstsluitende Partij worden gezonden naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Partij zijn onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Partij. b) De personen die in dienst zijn genomen door een diplomatieke missie of een consulaire post van een van de overeenkomstsluitende Partijen en naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat worden gezonden, zijn onderworpen aan de wetgeving van laatstgenoemde overeenkomstsluitende Partij. De personen die onderdaan zijn van eerstgenoemde overeenkomstsluitende Partij en die vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst op basis van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Staat Israël, ondertekend te Brussel op 5 juli 1971, hebben gekozen voor de toepassing van de wetgeving van deze overeenkomstsluitende Staat, blijven evenwel onderworpen aan deze wetgeving. …
  • 4. Artikel 1, h) van deze Overeenkomst.
  • 5. Dus worden enkel beoogd op het vlak van de gezinsbijslagregeling in België: de kinderbijslagbedragen bedoeld in de artikelen 40, 44, 44bis en 44ter van de Algemene kinderbijslagwet.
  • 6. Artikel 24.2. van deze Overeenkomst.
  • 7. Zie voetnoot 5.
  • 8. Artikel 24.2. van deze Overeenkomst.
  • 9. Artikel 24.3. van deze Overeenkomst.
  • 10. Artikel 24.1. van deze Overeenkomst
  • 11. De Administratieve Schikking treedt op dezelfde datum in werking.
  • 12. Artikel 38 van deze Overeenkomst.
  • 13. Op basis van artikel 52, tweede lid, van de Algemene kinderbijslagwet.
  • 14. Zie voetnoot 5.
Datum van afkondiging
Top