Vlaanderen

Toelichtingsnota 1 van 19 december 2018 - Omkering rangen

Toelichtingsnota 1 van 19 december 2018

Topic: Omkering van de rangen

 

Inhoudstafel

 

Wettelijke basis: artikelen 210, 214 en 215 van het groeipakketdecreet  

Vooraf

In deze toelichtingsnota worden steeds de bedragen gebruikt zoals ze vermeld zijn in het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.  Dit om te vermijden dat de nota dient aangepast te worden bij elke indexverhoging. Bij de praktische toepassing dienen uiteraard steeds de bedragen volgens de geldende index te worden betaald.

Deze nota legt uit hoe de omkering van de rangen dient toegepast te worden rond de bijslagtrekkende.  De omkering van de rangen dient volgens het decreet te gebeuren rond de bijslagtrekkende, zelfs als die op 31 december 2018 de kinderbijslag ontvangt vanuit verschillende rechthebbendedossiers. 

Om praktische redenen is er echter voor geopteerd om bij de migratie van de dossiers van de Algemene Kinderbijslagwet (AKBW) naar het Groeipakket op 31 december 2018 deze omkering per bijslagtrekkende in het dossier van de rechthebbende toe te passen: indien er meerdere bijslagtrekkenden in het dossier van de rechthebbende zijn, dan gebeurt de omkering rond elke bijslagtrekkende afzonderlijk.

Deze werkwijze bij de migratie heeft tot gevolg dat wanneer de bijslagtrekkende op 31 december 2018 de kinderbijslag ontvangt vanuit meerdere rechthebbendedossiers deze dossiers na de migratie in de loop van het eerste semester van 2019 moeten worden samengevoegd in het dossier waarin de bijslagtrekkende de kinderbijslag ontvangt voor het oudste rechtgevend kind

Bij deze samenvoeging zal de omkering van de rangen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 dienen te worden aangepast.  Dit zal in een aanvullende nota worden toegelicht.

Bij alle hierna toegelichte situaties dient u er dus vanuit te gaan dat de bijslagtrekkende/begunstigde de kinderbijslag ontvangt vanuit één enkel dossier.

1. Context

Artikel 210, § 1 van het Groeipakketdecreet bepaalt dat kinderen die op 31 december 2018 om 23u59, recht geven op kinderbijslag op grond van de kinderbijslagreglementering (AKBW of gewaarborgde gezinsbijslag) en die voldoen aan de toepassingsvoorwaarden van de gezinsbijslagen, bedoeld in artikel 8 van het Groeipakketdecreet (waardoor ze zich bijgevolg kwalificeren als rechtgevend kind), vanaf 1 januari 2019, recht blijven geven op kinderbijslag aan de bedragen van de AKBW en dit, in beginsel, totdat deze kinderen niet langer voldoen aan de toepassingsvoorwaarden van de gezinsbijslagen, bedoeld in artikel 8 en uitstromen uit de gezinsbijslagen.

Om recht te blijven geven op de bedragen van de AKBW zijn er drie cumulatieve voorwaarden:

1. Het kind is geboren vóór 1 januari 2019.

2. Ten aanzien van dit kind is op 31 december 2018 een recht geopend op kinderbijslag op grond van de (toenmalige) toepassingsvoorwaarden van de kinderbijslagreglementering.

3. En het gaat om een “rechtgevend kind”, dat voldoet aan de toepassingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 8 van het Groeipakketdecreet.

Met “recht geopend” op basis de kinderbijslagreglementering op 31 december 2018 wordt bedoeld dat op 31 december 2018 ten aanzien van het kind de toepassingsvoorwaarden van de kinderbijslagreglementering zijn vervuld, m.a.w. een statuut hebben in de zin van het artikel 62 of 63 AKBW.  De schorsing van de betaling omwille van bijvoorbeeld de uitoefening van een niet-toegelaten winstgevende activiteit of omdat in het buitenland een hoger bedrag verschuldigd is, doet daaraan geen afbreuk1.

Onder de toepassing van artikel 210, § 1 worden ook de kinderen inbegrepen die geboren zijn vóór 1 januari 2019 en voor wie, op grond van hun woonplaats (domicilie of bij gebrek daaraan hun feitelijke verblijfplaats) in het Franse of Duitse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, een recht op kinderbijslag is geopend op 31 december 2018 overeenkomstig de kinderbijslagreglementering, en die na de inwerkingtreding van het decreet (vanaf 1 januari 2019 of op een later tijdstip) verhuizen naar het Nederlandse taalgebied (en dus voldoen aan de toepassingsvoorwaarden van de gezinsbijslagen, bedoeld in artikel 8). Ze vallen dus onder het overgangsregime, waarbij ze recht blijven geven op de kinderbijslag, waarop ze op grond van de (Belgische) kinderbijslagreglementering recht hadden.

2. Vaststelling van het bedrag van de kinderbijslag - Omkering van de rangen

Om vanaf 1 januari 2019 het bedrag te bepalen waarop de kinderen voor wie het recht op kinderbijslag op 31 december 2018 geopend was volgens de AKBW of de gewaarborgde gezinsbijslag recht geven, moet de omkering van de rangen worden toegepast.

2.1. Principes

De omkering van de rangen houdt in dat binnen de groepering rond de bijslagtrekkende op 31 december 2018 het laagste bedrag gekoppeld wordt aan het jongste kind binnen de groep, het tweede laagste bedrag aan het tweede jongste kind en de hoogste kinderbijslag aan de derde jongste en oudere kinderen in de groepering.

De omkering van de rangen gebeurt concreet:

  • op basis van de groepering volgens artikel 42 AKBW op 31 december 2018;  
  • per bijslagtrekkende in het dossier van de rechthebbende: indien er meerdere bijslagtrekkenden in het dossier van de rechthebbende zijn, dan gebeurt de omkering rond elke bijslagtrekkende afzonderlijk;  
  • indien eenzelfde bijslagtrekkende in meerdere rechthebbende dossiers voorkomt, dan gebeurt de omkering per dossier voor die bijslagtrekkende2.

Deze toestand rond de bijslagtrekkende op 31 december 2018 is eveneens van toepassing als de omgekeerde rang pas uitwerking krijgt na 1 januari 2019, bijvoorbeeld omdat het kind op 1 januari 2019 recht had op kinderbijslag in een andere deelentiteit en pas later intreedt in het Groeipakket.

De omkering van de rangen geldt enkel voor de kinderbijslag, niet voor de leeftijdsbijslag, de sociale toeslag noch de verhoogde wezenbijslag. De sociale toeslag is vanaf 1 januari 2019 niet langer gekoppeld aan de rang van het kind maar aan het bedrag van de kinderbijslag voor dat kind (cfr. artikel 222 van het Groeipakketdecreet) waardoor de omkering van de rang ook een aanpassing van de bedragen van de sociale toeslag meebrengt.

De toepassing van de leeftijdsbijslag wordt in de nota voor de toepassing van dat topic uitgelegd.

Voorbeeld

De moeder is bijslagtrekkende voor 2 kinderen: Billie 13 jaar en Bob 7 jaar. Zij heeft recht op de sociale toeslag 42bis.

 

December 2018

Januari 2019 (met omkering rang)

 

 

Billie 13 jaar

kinderbijslag

92,09

170,39

leeftijdsbijslag

48,88

48,88

sociale toeslag

46,88

29,06

 

 

 

 

Bob - 7 jaar

kinderbijslag

170,39

92,09

 

leeftijdsbijslag

31,99

31,99

 

sociale toeslag

29,06

46,88

Totaal

 

419,29

419,29

 

Door de omkering van de rangen wordt een vastgeklikt bedrag bepaald voor elk rechtgevend kind.  Zodra de omkering van de rangen is toegepast op alle kinderen binnen de groepering op 31 december 2018 geldt het vastgeklikt bedrag voor de duur van het recht voor dat kind. 

Als het rechtgevend kind niet langer recht heeft op kinderbijslag na 1 januari 2019 of als het kind het gezin van zijn bijslagtrekkende of begunstigden verlaat, wordt alleen de kinderbijslag die verbonden is aan dat rechtgevende kind niet meer toegekend, de overige kinderen behouden hun vastgeklikt bedrag.

De omgekeerde rang is onmiddellijk opnieuw van toepassing na tijdelijke onderbreking vanaf 1 januari 2019 van het recht:

  • wegens verblijf buiten België;
  • wegens woonplaats in een andere deelentiteit in België;
  • wegens tijdelijk geen statuut van rechtgevend kind.

Op basis van artikel 226 van het Groeipakketdecreet behouden de geplaatste kinderen voor wie het 1/3de op een spaarrekening betaald wordt, bij ongewijzigde situatie, vanaf 1 januari 2019 het bedrag dat voor hen in december 2018 werd vastgesteld volgens de groepering rond de rechthebbende.  Dit wordt verder toegelicht in de rubriek 5.2.

2.2. Ontstaan, wijziging en einde recht in december 2018

Ook voor de kinderen geboren in december 2018 wordt het bedrag berekend rekening houdende met de omkering van de rangen.  Het recht op kinderbijslag start immers op de datum van de geboorte.  De vertraging van de begindatum van de betaling op grond van artikel 48 AKBW doet daaraan geen afbreuk.

Voorbeeld

De moeder is bijslagtrekkende voor 2 kinderen: David, 6 jaar en Joeri, 4 jaar.  Op 14 december 2018 wordt haar derde kindje Ella geboren.

 

Betaling December 2018

Bedragen op 31 december 2018 zonder rekening te houden met de vertraging van de betaling op grond van artikel 48 AKBW 

Januari 2019

David      6 j

92,09

92,09

254,40

Joeri         4j

170,39

170,39

170,39

Ella          0j     

Geen ingevolge artikel 48 AKBW

254,40

92,09

De kinderen voor wie het recht ingevolge een gebeurtenis in december 2018 eindigt op 31 december 2018 tellen eveneens mee om het bedrag volgens de omkering van de rangen voor de andere kinderen te berekenen.

Wanneer de rang en bijslagtrekkende voor het kind in december 2018 verandert met uitwerking op 1 januari 2019 (artikel 48 AKBW), wordt voor de omkering van de rangen rekening gehouden met de uitbetaalde rang voor december 2018 rond de bijslagtrekkende voor december 2018.  Dit neemt niet weg dat deze bedragen volgens de omkering van de rangen vanaf 1 januari 2019 aan de nieuwe bijslagtrekkende dienen te worden uitbetaald.

2.3. Voorbeelden

Voorbeeld 1

Het gezin De Smit bestaat op 31 december 2018 uit een gescheiden moeder met twee kinderen van 9 jaar (Billie) en 6 jaar (Bob).

 

December 2018

Januari 2019 (omgekeerde rangen)

Billie   9j

92,09

170,39

Bob     6j

170,39

92,09

Voorbeeld 2

Het gezin Peeters bestaat op 31 december 2018 uit een getrouwd koppel met drie kinderen van 15 jaar (Anne), 13 jaar (Victor) en 7 jaar (Lisa).

 

December 2018

Januari 2019 (omgekeerde rangen

Anne      15j

92,09

254,40

Victor    13j

170,39

170,39

Lisa         7j

254,40

92,09

Wijziging: vormen van een nieuw samengesteld gezin

Ook wanneer in 2020 een nieuw samengesteld gezin wordt gevormd (bv. na scheiding van mevrouw Peeters in 2019) tussen moeder De Smit en vader Peeters, met vijf kinderen Anne, Victor, Billie, Lisa en Bob blijft elk kind recht geven op diezelfde kinderbijslagbedragen, zoals toegekend op grond van het oorspronkelijke gezin zoals “vastgeklikt” op 31 december 2018.  

 

 

Januari 2019 (vastgeklikt bedrag)

Na wijziging

Anne        15j

254,40

blijft 254,40

Billie         9j

170,39

blijft 170,39

Victor       13j

170,39

blijft 170,39

Bob            6j

92,09

blijft 92,09

Lisa            7j

92,09

blijft 92,09

Wijziging: geboorte van een kind in het gezin

Wanneer in 2021 een kind Ada geboren wordt in het nieuw samengesteld gezin De Smit - Peeters zal Ada recht geven op 160 euro kinderbijslag, Anne, Victor, Billie, Lisa en Bob behouden hun vastgeklikt bedrag.

Voorbeeld 3

Een nieuw samengesteld gezin moeder Vermeer - vader Maes heeft op 31 december 2018 samen vijf kinderen:

  • Maxim Maes (18 jaar); Lara Maes (16 jaar) en Amina Maes (15 jaar), voor wie vader Maes bijslagtrekkende is;
  • Nora Vermeer (13 jaar) en Senne Vermeer Maes (10 jaar), voor wie moeder Vermeer bijslagtrekkende is.

 

December 2018

Januari 2019 (omgekeerde rang)

Bijslagtrekkende vader Maes

Maxim 18j

92,09

254,40

Lara      16j

170,39

170,39

Amina   15j

254,40

92,09

Bijslagtrekkende moeder Vermeer

Nora     13j

254,40

254,40

Senne    10j

254,40

254,40

Omkering per bijslagtrekkende afzonderlijk3.

Wijziging: feitelijke scheiding

Wanneer het na 1 januari 2019 tot een breuk komt tussen de partners van het nieuw samengesteld gezin Vermeer - Maes, behouden de respectieve rechtgevende kinderen het vastgeklikt bedrag.

 

Januari 2019 (vastgeklikt bedrag)

Bedrag na feitelijke scheiding

Maxim  18j

254,40

blijft 254,40

Lara      16j

170,39

blijft 170,39

Amina   15j

92,09

blijft 92,09

Nora     13j

254,40

blijft 254,40

Senne    10j

254,40

blijft 254,40

Voorbeeld 4

Een nieuw samengesteld gezin moeder Janssens - vader Peeters heeft op 31 december 2018 samen 4 kinderen:

  • Maxim Peeters (18 jaar) en Amina Peeters (13 jaar), voor wie vader Peeters bijslagtrekkende is;
  • Nora Janssens (15 jaar) en Senne Janssens (10 jaar), voor wie moeder Janssens bijslagtrekkende is.

 

December 2018

Januari 2019 (omgekeerde rang)

Bijslagtrekkende vader Peeters

Maxim 18j

92,09

254,40

Amina   13j

254,40

92,09

Bijslagtrekkende moeder Janssens

Nora     15j

170,39

254,40

Senne    10j

254,40

170,39

Omkering per bijslagtrekkende afzonderlijk.

Wijziging: feitelijke scheiding

Wanneer het na 1 januari 2019 tot een breuk komt tussen de partners van het nieuw samengesteld gezin Janssens - Peeters, behouden de respectieve rechtgevende kinderen het vastgeklikt bedrag.

 

Januari 2019 (vastgeklikt bedrag)

Bedrag na feitelijke scheiding

Maxim  18j

254,40

blijft 254,40

Amina   13j

92,09

blijft 92,09

Nora     15j

254,40

blijft 254,40

Senne    10j

170,39

blijft 170,39

Voorbeeld 5

De bijslagtrekkende ontvangt in december 2018 de kinderbijslag voor 3 kinderen:

  • Nora (18 jaar) gedomicilieerd in Vlaanderen.
  • Senne (16 jaar) gedomicilieerd in Brussel.
  • Maxim (12 jaar) gedomicilieerd in Vlaanderen.

 

December 2018

Januari 2019

Nora        18j

92,09

254,40

Senne      16j

173,804

Brussel is bevoegd

Maxim    12j

254,40

92,09

 

Wijziging: kind Senne wordt terug in Vlaanderen gedomicilieerd op 15 juni 2019 in hetzelfde gezin als Nora en Maxim. Het krijgt het bedrag van170,39, nl. het Vlaamse bedrag voor het tweede jongste kind.

 

December 2018

Januari 2019

Juli 2019*

Nora        18j

92,09

254,40

254,40

Senne      16j

173,80

Brussel is bevoegd

170,395

Maxim    12j

254,40

92,09

92,09

* Overeenkomstig artikel 6 van het samenwerkingsakkoord tussen de deelentiteiten van 6 september 2017 wordt Vlaanderen pas op 1 juli 2019 bevoegd voor Senne. Artikel 2 van het Groeipakketdecreet bevestigt dat dit samenwerkingsakkoord primeert op artikel 5 van het Groeipakketdecreet.  

Voorbeeld 6

De bijslagtrekkende ontvangt in december 2018 de kinderbijslag voor 3 kinderen:

  • Nora (18 jaar) gedomicilieerd in Brussel.
  • Senne (16 jaar) gedomicilieerd in Vlaanderen.
  • Maxim (12 jaar) gedomicilieerd in Vlaanderen.

 

December 2018

Januari 2019

Nora        18j

93,936

Brussel is bevoegd

Senne      16j

170,39

254,40

Maxim    12j

254,40

170,39

Toelichting: je maakt de foto op 31 december 2018, maar draait enkel de rangen om van de kinderen voor wie uitbetaald kan worden in Vlaanderen.

3. Wanneer heeft de omkering van de rangen op basis van de situatie op 31 december 2018 uitwerking?

De omkering van de rangen heeft onmiddellijk uitwerking vanaf 1 januari 2019, behalve voor de volgende categorieën van rechtgevende kinderen:

  • de kinderen voor wie de betaling geschorst is op 31 december 2018;
  • de geplaatste kinderen met betaling van het 1/3de op een spaarboekje op naam van het kind;
  • de geplaatste en niet geplaatste kinderen voor wie in december 2018 het bedrag berekend wordt volgens de proportionele verdeling in de zin van artikel 70bis AKBW;
  • de kinderen voor wie op 31 december 2018 verhoogde wezenbijslag betaald wordt;
  • de kinderen die tot de groepering behoren maar buiten Vlaanderen gedomicilieerd zijn en na 1 januari 2019 in Vlaanderen komen wonen (domicilie of bij gebrek daaraan feitelijke verblijfplaats).

Voor die categorieën van kinderen wordt de omkering van de rangen later toegepast, maar altijd op basis van de situatie op 31 december 2018. In bepaalde situaties moet daarbij ook het bedrag van de andere kinderen die tot de groepering behoren op 31 december 2018 worden aangepast.  Dit wordt hierna onder rubriek 5 toegelicht. 

4. Voor welke kinderen geldt de omkering van de rangen niet?

De omkering van de rangen geldt niet voor:

  • de kinderen geboren vóór 1 juli 1966.  Deze kinderen behouden het bedrag waarop ze op 31 december 2018 recht hebben voor de duur van hun recht;
  • voor de kinderen voor wie betaald wordt op basis van een Bilateraal akkoord.  De Bilaterale akkoorden staan immers boven het Groeipakketdecreet.

5. Voor welke kinderen heeft de omkering van de rangen op basis van situatie op 31 december 2018 pas uitwerking na 1 januari 2019?

5.1. Kinderen voor wie de betaling geschorst is op 31 december 2018

Wanneer het kind voor wie de betaling geschorst was op 31 december 2018 opnieuw recht geeft op kinderbijslag, moet voor dat kind vanaf de datum van het hervatten van de betalingen het bedrag van de kinderbijslag berekend worden volgens de omkering van de rangen; dus altijd op basis van de situatie op 31december 2018. Indien er nog andere kinderen tot dezelfde groepering behoren op 31 december 2018 moet desgevallend vanaf de datum van hervatting van de betalingen ook het vastgeklikt bedrag voor die andere kinderen aangepast worden, ongeacht of die andere kinderen nog tot hetzelfde gezin behoren of niet.

De te beantwoorden vraag is: welk kind zou welke rang gehad hebben, mocht er voor alle kinderen binnen de groepering op 31 december 2018 effectief betaald geweest zijn in december 2018. 

Voorbeeld 1

De bijslagtrekkende met 3 kinderen in het gezin op 31 december 2018: Nora 20 jaar, Senne 19 jaar en Amina 15 jaar.  Senne is werkzoekende schoolverlater sinds 1 augustus 2018 en als gevolg van een tewerkstelling is de betaling voor december 2018 geschorst. Op 31 maart 2019 eindigt de tewerkstelling van Senne. Op 25 juni 2019 begint Senne opnieuw voltijds te werken.

 

December 2018

Januari 2019

December 2018 met Senne erbij

April 2019

(na einde schorsing)

Juli 2019 (bij nieuwe schorsing)

Nora    20j

92,09

170,39

92,09

254,40

254,40

Senne  19j

schorsing

schorsing

170,39

170,39

schorsing

Amina 15j

170,39

92,09

254,40

92,09

92,09

Aangezien vanaf april 2019 de omkering van de rangen is toegepast voor alle kinderen die tot de groepering rond de bijslagtrekkende behoren op 31 december 2018, blijft het vastgeklikt bedrag behouden voor de verdere duur van het recht. Nora behoudt bij de nieuwe schorsing voor Senne haar vastgeklikt bedrag van 254,40€.

Voorbeeld 2

De bijslagtrekkende met 2 kinderen in haar gezin op 31 december 2018: Victor, 20 jaar en Elien, 18 jaar.  Het recht voor Victor is geschorst van november 2018 tot einde maart 2019. Vanaf april 2019 heeft Victor opnieuw recht.  Tijdens de schorsing van zijn recht is hij op 24 februari 2019 alleen gaan wonen.

 

December 2018

Januari 2019

Maart 2019 (Victor woont alleen)

December 2018 met Victor erbij

April 2019 (Victor woont alleen

Victor 20 j

schorsing

schorsing

schorsing

92,09

170,39

Elien   18j

92,09

92,09

92,09

170,39

92,09

Voorbeeld 3

De bijslagtrekkende met 3 kinderen in het gezin op 31 december 2018: Nora 20 jaar, Senne 19 jaar en Amina 15 jaar.  Senne is werkzoekende schoolverlater sinds 1 augustus 2018 en als gevolg van een tewerkstelling is de betaling voor december 2018 geschorst. Op 30 januari 2019 gaat Nora alleen wonen.  Op 31 maart 2019 eindigt de tewerkstelling van Senne. Op 25 juni 2019 begint Senne opnieuw voltijds te werken.

 

December 2018

Januari 2019

Februari 2019- Nora gaat alleen wonen

December 2018 met Senne erbij

April 2019

(na einde schorsing)

Juli 2019 (bij nieuwe schorsing)

Nora  20j

92,09

170,39

170,39

92,09

254,40

254,40

Senne  19j

schorsing

schorsing

schorsing

170,39

170,39

schorsing

Amina 15j

170,39

92,09

92,09

254,40

92,09

92,09

Ondanks het feit dat Nora op het ogenblik dat de omgekeerde rang voor Senne moet worden toegepast al alleen woont en dus niet meer in hetzelfde gezin als Senne woont, zal ook voor haar het bedrag aangepast worden.  Zij ontvangt € 254,40 vanaf het moment dat de schorsing voor Senne stopt.  Op dat ogenblik is de omkering van de rangen toegepast voor alle kinderen die tot de groepering op 31 december 2018 behoorden en is de omkering definitief. Bijgevolg behoudt Nora het bedrag van € 254,40 bij de nieuwe schorsing voor Senne.

5.2. Geplaatste kinderen met 1/3de op een spaarrekening op naam van het kind

Op basis van artikel 226 van het Groeipakketdecreet behouden die kinderen bij ongewijzigde situatie vanaf 1 januari 2019 het bedrag dat voor hen in december 2018 werd vastgesteld volgens de groepering rond de rechthebbende.

Zodra de bestemming van het 1/3de wijzigt, nl, niet langer op een spaarboekje maar aan een natuurlijk persoon of de plaatsing eindigt, zijn de nieuwe bedragen van boek 2, deel 1, titel 3 tot en met 5 van het groeipakketdecreet verschuldigd, dus basisbedrag van160 euro7.8

Voorbeeld

De rechthebbende vader opent het recht voor 2 kinderen. Beide kinderen Nora (12 jaar) en Senne (10 jaar) zijn geplaatst in een instelling en het 1/3de wordt op een spaarrekening gestort. Op 31 maart 2019 eindigt de plaatsing voor Senne. Op 24 mei 2019 beslist de Jeugdrechter dat het 1/3de voor Nora voortaan aan de moeder moet worden betaald.

 

December 2018

Januari 2019

April 2019

Na einde proportionele verdeling

Nora     12j

92,09+170,39/2 = 131,24

131,24

131,24

160

Senne   10j

92,09+170,39/2 = 131,24

131,24

160

160

5.3. Kinderen (geplaatste en niet-geplaatste kinderen) voor wie op 31 december 2018 het bedrag berekend wordt volgens de proportionele verdeling

De proportionele verdeling van de kinderbijslag, vastgesteld op 31 december 2018, blijft ten aanzien van elk rechtgevend kind behouden, althans totdat er zich een wijziging voordoet die een aanpassingvan het bedrag9 aan de bijslagtrekkende(n) binnen die de proportionele verdeling meebrengt.  Ook de geboorte van een nieuw kind in het gezin van de bijslagtrekkende valt daaronder. Het gaat om alle wijzigingen behalve de indexering van de bedragen, de aanpassing van de bedragen van de leeftijdsbijslag of de bedragen van de sociale toeslag.

Zodra die wijziging zich voordoet, wordt de groepering op 31 december 201810 vastgesteld los van de plaatsing en daarop wordt voor de kinderen die op 31december 2018 tot die groepering behoren de omkering van de rangen toegepast. Die omgekeerde rangen worden vervolgens kind per kind vastgeklikt. Ze gelden voor de verdere duur van recht.

Voorbeeld 1

Gezin met 3 kinderen, Louise (10 jaar) geplaatst in instelling A met 1/3de aan de moeder, Mats (8 jaar) in het gezin van de moeder met betaling aan de moeder en Eva (6 jaar) geplaatst in instelling B met betaling van 1/3de aan de moeder.  Het bedrag volgens de proportionele verdeling bedraagt: 92,09 + 170,39 + 254,40 /3 = 516,88 /3 = 172,29.  Op 24 februari 2020 komt Sander (16 jaar) met een vastgeklikt bedrag van 92,09 in het gezin van de moeder wonen. De moeder wordt nu ook begunstigde voor dat kind.

 

December 2018

Januari 2019

December 2018 (los van de plaatsing)

Na einde proportionele verdeling

Louise      10j

172,29

172,29

92,09

254,40

Mats          8j

172,29

172,29

170,39

170,39

Eva            6j     

172,29

172,29

254,40

92,09

Sander     16j

 

 

 

92,09

Voor de geplaatste kinderen Louise en Eva wordt verder de verdeelwijze 1/3de - 2/3de toegepast.

Voorbeeld 2

Gezin met 3 kinderen, Louise (10 jaar) geplaatst in instelling A met 1/3de aan de moeder, Mats (8 jaar) in het gezin van de moeder met betaling aan de moeder en Eva (6 jaar) geplaatst in instelling B met betaling van 1/3de aan de moeder.  Het bedrag volgens de proportionele verdeling bedraagt: 92,09 + 170,39 + 254,40 /3 = 516,88 /3 = 172,29.  Op 14 april 2020 eindigt de plaatsing van Louise. Het gaat opnieuw in het gezin van haar moeder wonen.

 

December 2018

Januari 2019

December 2018 (los van de plaatsing)

Na einde proportionele verdeling

Louise      10j

172,29

172,29

92,09

254,40

Mats          8j

172,29

172,29

170,39

170,39

Eva            6j     

172,29

172,29

254,40

92,09

Voor het geplaatste kind Eva wordt verder de verdeelwijze 1/3de -2/3de toegepast.

Voorbeeld 3

Een bijslagtrekkende met 3 kinderen, Louise (10 jaar), Mats (8 jaar) en Eva (6 jaar) geplaatst in een instelling met 1/3de aan de moeder. De moeder ontvangt de volledige kinderbijslag voor Louise en Mats. Louise is in Brussel gedomicilieerd; Mats en Eva in Vlaanderen. Het bedrag volgens de proportionele verdeling voor december 2018 bedraagt: 93,9311 + 170,39 + 254,40 /3 = 518,72  /3 = 172,90 .  Op 24 februari 2020 komt Sander (16 jaar) met een vastgeklikt bedrag van 92,09 in het gezin van de moeder wonen

 

December 2018

Januari 2019

December 2018 (los van de plaatsing

Maart 2020

Louise           10j

172,90

Brussel bevoegd

93,93

Brussel bevoegd

Mats                8j

172,90

172,90

170,39

254,40 

Eva                  6j

172,90

172,90

254,40

170,39    

Sander           16j

 

 

 

92,09

Voor Eva wordt verder de verdeelwijze 1/3de - 2/3de toegepast.

Je maakt de foto op 31/12/18 maar draait enkel de rangen om van de kinderen die recht hebben in Vlaanderen  

Opmerking: voor alle geplaatste kinderen wordt het bedrag in rang betaald volgens de verdeelwijze 1/3de - 2/3de

Als er op 31 december 2018 voor alle geplaatste kinderen volgens hun rang wordt betaald (geen proportionele verdeling), waarop de verdeling 1/3de - 2/3de wordt toegepast, wordt de omkering van de rangen gewoon toegepast, ook al kan dat tot gevolg hebben dat de instelling voor januari 2019 een ander bedrag ontvangt dan voor december 2018.

Voorbeeld

De bijslagtrekkende heeft 2 kinderen Louise (10 jaar) en Mats (8 jaar). Beide kinderen zijn geplaatst in een instelling: Louise in instelling A en Mats in instelling B.  Het 1/3de voor beide kinderen wordt aan de moeder betaald.

 

December 2018

Januari 2019

Louise    10j

92,09

170,39

Mats      8j

170,39

92,09

Voor Louise en Mats wordt verder de verdeelwijze 1/3de - 2/3de toegepast.

Combinatievoorbeeld

Het gezin bestaande uit vader en moeder met 3 kinderen: Louise 10 jaar, Mats 8 jaar en Len 5 jaar . Louise is geplaatst in een instelling met 1/3de op een spaarboekje (= groepering en evenredige verdeling rond de rechthebbende). Mats is eveneens geplaatst, maar met 1/3de aan de moeder.  Len woont bij zijn moeder.

Voor Mats en Len geldt de groepering en evenredige rond de bijslagtrekkende. Deze groepering en evenredige verdeling staat los van die voor het geplaatste Louise  met 1/3de op een spaarrekening

 

December 2018

Januari 2019

Louise    10j

92,09 + 170,39 + 254,4/3 = 172,29 

172,29

Mats      8j

92,09 + 170,39/2 = 131,24   

131,24

Len         5 j

92,09 + 170,39/2 = 131,24   

131,24

Wijziging : Op 15 mei 2019 loopt de plaatsing van Mats ten einde. Hij gaat opnieuw bij de moeder wonen.  

 

December 2018

Januari 2019

Na einde plaatsing

Louise    10j

92,09 + 170,39 + 254,4/3 = 172,29 

172,29

172,29

Mats      8j

Los van de plaatsing 92,09

170,39 (omkering)

170,39

Len         5 j

Los van de plaatsing 170,39

92,09 (omkering)

92,09

Bij de omkering van de rangen voor Mats en Len telt Louise niet mee, want zij behoort op 31 december 2018 niet tot de groepering in de zin van artikel 42 AKBW

Wijziging: de plaatsing van Louise loopt ten einde op 25 juli 2019.

 

December 2018

Januari 2019

Augustus 2019

Louise    10j

92,09 + 170,39 + 254,4/3 = 172,29 

172,29

160

Mats      8j

Los van de plaatsing 92,09

170,39 (omkering)

170,39

Len         5 j

Los van de plaatsing 170,39

92,09 (omkering)

92,09

Variant

Stel dat de plaatsing van Louise eindigt op 25 mei en de plaatsing van Mats op 25 juli, dan zijn de volgende bedragen verschuldigd

 

December 2018 met evenredige verdeling

December 2018

Juni 2019

Na einde plaatsing Mats

Louise    10j

92,09 + 170,39 + 254,4/3 = 172,29 

92,09 + 170,39 + 254,4/3 = 172,29 

160

160

Mats      8j

92,09 + 170,39/2 = 131,24   

Los van de plaatsing 92,09

131,24

170,39

Len         5 j

92,09 + 170,39/2 = 131,24   

Los van de plaatsing 170,39

131,24

92,09

5.4. Kinderen met verhoogde wezenbijslag op 31 december 2018

Voor de kinderen met recht op verhoogde wezenbijslag wordt op 1 januari 2019 bij ongewijzigde situatie verder verhoogde wezenbijslag betaald. Pas als de verhoogde wezenbijslag wegens samenwoonst niet langer verschuldigd is, worden de rangen voor de weeskinderen omgekeerd op basis van de situatie op 31 december 2018.  Daarbij worden de rangen rond de bijslagtrekkende vastgesteld alsof er op 31 december 2018 slechts gewone wezenbijslag verschuldigd was. 

Als er op 31 december 2018 naast de weeskinderen nog andere kinderen tot de groepering rond de bijslagtrekkende behoren en deze kinderen wonen op het ogenblik van de samenwoonst nog steeds in het gezin van de weeskinderen, wordt de omgekeerde rang ook voor deze andere kinderen zo nodig aangepast. Wonen deze andere kinderen echter intussen in een ander gezin, dan hoeft voor die kinderen buiten het gezin geen aanpassing van de omgekeerde rang te gebeuren.

Zodra de omkering is toegepast voor alle weeskinderen is het vastgeklikt bedrag definitief voor alle kinderen die tot de groepering behoren op 31 december 2018.

Voorbeeld 1

De bijslagtrekkende ontvangt in december 2018 verhoogde wezenbijslag voor Tom (20 jaar) en gewone kinderbijslag voor Leen (19 jaar) en Frank (15 jaar). Leen stopt met studeren op 20 maart 2019 en begint meteen te werken (einde recht). Op 17 april 2019 gaat de bijslagtrekkende samenwonen.

 

December 2018

Januari 2019

April 2019

December 2018 (zonder verhoogde wezenbijslag)

Mei 2019

Tom    20j

353,76

353,76

353,76

92,09

254,40

Leen    19j

92,09

170,39

Einde recht

170,39

Einde recht

Frank   15j

170,39

92,09

92,09

254,40

92,09

Voorbeeld 2: 

De bijslagtrekkende ontvangt in december 2018 verhoogde wezenbijslag voor Tom (20 jaar) en gewone kinderbijslag voor Leen (19 jaar) en Frank (18 jaar). Op 17 februari 2019 gaat de bijslagtrekkende samenwonen. Frank stopt met studeren op 20 april 2019 en begint meteen te werken (einde recht). Op 15 november 2019 gaat de bijslagtrekkende terug alleen wonen.

 

 

December 2018

Januari 2019

December 2018 (zonder verhoogde wezenbijslag)

Maart 2019

Mei 2019

December 2019

Tom      20j

353,76

353,76

92,09

254,40

254,40

353,76

Leen     19j

92,09

170,39

170,39

170,39

170,39

170,39

Frank    18j

170,39

92,09

254,40

92,09

Einde recht

Einde recht

Voorbeeld 3 

De bijslagtrekkende ontvangt in december 2018 verhoogde wezenbijslag voor Anne (21 jaar) en gewone kinderbijslag voor Emma (23 jaar) en Steven (18 jaar). In de loop van 2019 gaat Steven alleen wonen. Begin 2020 gaat de bijslagtrekkende samenwonen en later in 2020 gaat Emma alleen wonen.

 

December 2018

Januari 2019

2019 -Steven woont alleen

December 2018 (zonder verhoogde wezenbijslag)

2020 - samenwoonst

2020 -Emma woont alleen

Emma   23j

92,09

170,39

170,39

92,09

254,40

254,40

Anne     21j

353,76

353,76

353,76

170,39

170,39

170,39

Steven  18j

170,39

92,09

92,09

254,40

92,09

92,09

 

Variant

De bijslagtrekkende ontvangt in december 2018 verhoogde wezenbijslag voor Anne (21 jaar) en gewone kinderbijslag voor Emma (23 jaar) en Steven (18 jaar). In de loop van 2019 gaat Emma alleen wonen. Begin 2020 gaat de bijslagtrekkende samenwonen en later in 2020 gaat Steven alleen wonen

 

December 2018

Januari 2019

2019 -Emma woont alleen

December 2018 (zonder verhoogde wezenbijslag)

2020 - samenwoonst

2020 -Steven woont alleen

Emma   23j

92,09

170,39

170,39

92,09

170,39

170,39

Anne     21j

353,76

353,76

353,76

170,39

170,39

170,39

Steven  18j

170,39

92,09

92,09

254,40

92,09

92,09

Voorbeeld 4

De bijslagtrekkende is weduwe maar woont samen. Ze ontvangt in december 2018 gewone wezenbijslag voor Anne (21 jaar) en gewone kinderbijslag voor Emma (23 jaar) en Steven (18 jaar). In de loop van 2019 gaat Emma alleen wonen. Begin 2020 eindigt de samenwoonst.

 

December 2018

Januari 2019

2019 -Emma

woont alleen

2020 - einde samenwoonst

Emma  23j

92,09

254,40

254,40

254,40

Anne   21j

170,39

170,39

170,39

353,76

Steven 18j

254,40

92,09

92,09

92,09

Voorbeeld 5

Moeder, bijslagtrekkende voor Nel (oudste) gaat samenwonen met een man die bijslagtrekkende is voor Ella.  De vader van Nel en de moeder van Ella wonen alleen.  De moeder heeft samen met haar nieuwe partner het kind Lauren .  De moeder overlijdt op 31 oktober 2018.  Vanaf november 2018 is de laatste partner van de moeder de bijslagtrekkende voor de 3 kinderen: verhoogde wezenbijslag voor Nel en Lauren en gewone kinderbijslag voor Ella.  In 2019 gaat de vader van Nel samenwonen. In 2020 gaat ook de vader van Lauren samenwonen.

 

December 2018

Januari 2019

December 2018 (zonder verhoogde wezenbijslag voor Nel)

2019 -Vader Nel woont samen

December 2018 (zonder verhoogde wezenbijslag voor Nel en Lauren

2020 - Vader Lauren woont ook samen

Nel

353,76

353,76

92,09

170,39

92,09

254,40

Ella

92,09

92,09

170,39

92,09

170,39

170,39

Lauren

353,76

353,76

353,76

353,76

254,40

92,09

Voorbeeld 6

De bijslagtrekkende ontvangt in december 2018 verhoogde wezenbijslag voor Leen (19 jaar) en gewone kinderbijslag voor Tom (20 jaar) en Frank (15 jaar).

In de loop van 2019 gaat Tom alleen wonen en studeert verder.

Begin 2020 gaat de bijslagtrekkende samenwonen.

 

December 2018

Januari 2019

2019 -Tom woont alleen

December 2018 (zonder verhoogde wezenbijslag)

2020 - samenwoonst

Tom       20j

92,09

170,39

170,39

92,09

170,39

Leen      19j

353,76

353,76

353,76

170,39

170,39

Frank    15j

170,39

92,09

92,09

254,40

92,09

Voorbeeld 7

De bijslagtrekkende ontvangt in december 2018 verhoogde wezenbijslag voor Dirk (12 jaar) en gewone kinderbijslag voor Merel (22 jaar) en Jan (20 jaar).

In de loop van 2019 gaat Jan alleen wonen en studeert verder.

Begin 2020 gaat de bijslagtrekkende samenwonen.

 

December 2018

Januari 2019

2019 -Jan woont alleen

December 2018 (zonder verhoogde wezenbijslag)

2020 - samenwoonst

Merel     22j

92,09

170,39

170,39

92,09

254,40

Jan        20 j

170,39

92,09

92,09

170,39

92,09

Dirk       12j

353,76

353,76

353,76

254,40

92,09

5.5. Kinderen die op 31 december 2018 in een andere deelentiteit wonen (domicilie of bij gebrek daaraan feitelijk verblijf) en na 1 januari 2019 in Vlaanderen komen wonen (domicilie of bij gebrek aan domicilie feitelijk verblijf)12

Voor deze kinderen wordt het bedrag vanaf het ogenblik dat Vlaanderen bevoegd is, bepaald volgens de omkering van de rangen op 31 december 2018.  Naar analogie met de regel die geldt voor de weeskinderen (zie rubriek 5.3.) dient daarbij de omgekeerde rang ook aangepast te worden voor de andere kinderen dit tot de groepering op 31 december 2018 behoorden, op voorwaarde dat die andere kinderen nog steeds deel uitmaken van het gezin van het betrokken kind

Indien de andere kinderen intussen in een ander gezin wonen, blijft hun omgekeerde rang ongewijzigd.

Ook hier geldt de regel dat eens de omgekeerde rang is toegepast voor alle kinderen die tot de groepering op 31 december 2018 behoorden, het vastgeklikt bedrag definitief is en geldt voor de volledige duur van het recht voor dat kind.

In de praktijk moet de vaststelling van de omgekeerde rang als volgt gebeuren:

  1.  Kijken naar alle kinderen binnen de groepering van de bijslagtrekkende op 31.12.2018.
  2. De bedragen per kind bepalen waarop die kinderen op 31.12.2018 recht hebben.
  3. Bedragen omkeren voor alle kinderen.
  4. Bedragen effectief aanpassen enkel voor de kinderen effectief wonen in de gezin van kind dat in Vlaanderen komt wonen.
  5. De andere kinderen buiten het gezin van kind dat in Vlaanderen komt wonen, blijven hun eerder omgekeerde rang behouden.

Voorbeeld 1

Bijslagtrekkende met 3 kinderen Amber 10 jaar, Roos 8 jaar en Ruben 6 jaar. Amber en Ruben zijn in Vlaanderen gedomicilieerd en Roos in Brussel.  In 2020 komt Roos in Vlaanderen wonen.  Alle kinderen wonen in hetzelfde gezin

 

December 2018

Januari 2019

2020 – Roos terug in Vlaanderen

Amber 10 j

92,09

254,40

254,40

Roos    8j

173,80

Brussel bevoegd

170,39

Ruben  6j

254,40

92,09

92,09

Voorbeeld 2

Bijslagtrekkende met 3 kinderen Amber 20 jaar, Roos 18 jaar en Ruben 16 jaar. Amber en Ruben zijn in Vlaanderen gedomicilieerd en Roos in Brussel.  In 2020 komt Roos in Vlaanderen wonen. Roos woont intussen alleen

 

December 2018

Januari 2019

2020 - Roos terug in Vlaanderen

Amber 20j

92,09

254,40

254,40

Roos 18 j

173,80

Brussel bevoegd

170,39

Ruben 16j

254,40

92,09

92,09

Voorbeeld 3

De bijslagtrekkende ontvangt in december 2018 de kinderbijslag voor 3 kinderen:

  • Nora (22 jaar) gedomicilieerd in Brussel.
  • Senne (20 jaar) gedomicilieerd in Vlaanderen
  • Maxim (18 jaar) gedomicilieerd in Vlaanderen en gaat in maart 2019 alleen wonen.

In juli 2019 komt Nora in Vlaanderen wonen in het gezin waar ook Senne woont.

 

December 2018

Januari 2019

April 2019 - Maxim gaat alleen wonen

Augustus 2019 - Nora komt in Vlaanderen wonen*

Nora      22j

93,93

Brussel is bevoegd

Brussel is bevoegd

254,40

Senne    20j

170,39

254,40

254,40

170,39

Maxim  18j

254,40

170,39

170,39

170,39

* Het bedrag voor Senne dient te worden aangepast, omdat Nora en Senne in hetzelfde gezin wonen.  Maxim woont intussen alleen, zijn omgekeerde rang dient bijgevolg niet te worden aangepast.

Voorbeeld 4

Bijslagtrekkende met 3 kinderen:

  • Nora 22 jaar  gedomicilieerd in Brussel.
  • Senne 20 jaar gedomicilieerd in Vlaanderen.
  • Maxim 18 jaar, gedomicilieerd in Vlaanderen.

Nora komt op 15 juni 2019 terug in Vlaanderen wonen (domicilie). Alle kinderen wonen in hetzelfde gezin.

 

December 2018

Januari 2019

Juli 2019 - Nora komt in Vlaanderen wonen

Nora      22j

93,93

Brussel is bevoegd

254,40

Senne    20j

170,39

254,40

170,39

Maxim  18j

254,40

170,39

92,09

Voorbeeld 5

Bijslagtrekkende met 3 kinderen:

  • Nora 22 jaar  gedomicilieerd in Brussel.
  • Senne 20 jaar gedomicilieerd in Vlaanderen.
  • Maxim 18 jaar, gedomicilieerd in Vlaanderen.

Op 15 maart 2019 gaat Maxim alleen wonen.

Nora komt op 15 juni 2019 terug in Vlaanderen wonen (domicilie). Zij woont intussen alleen.

 

December 2018

Januari 2019

April 2019 Maxim woont alleen

Juli 2019 - Nora komt in Vlaanderen wonen

Nora      22j

93,93

Brussel is bevoegd

Brussel bevoegd

254,40

Senne    20j

170,39

254,40

254,40

254,40

Maxim  18j

254,40

170,39

170,39

170,39

6. Bijzondere situatie: kinderen geboren voor 1 juli 1966

De omkering van de rang geldt niet voor de kinderen geboren voor 1 juli 1966, ook al behoren ze tot een groepering rond de bijslagtrekkende op 31 december 2018.  Dit geldt ongeacht of er voor één of meerdere kinderen geboren voor 1 juli 1966 aan dezelfde bijslagtrekkende wordt uitbetaald.

Voorbeeld

De bijslagtrekkende ontvangt de kinderbijslag voor 2 rechtgevenden geboren voor 1 juli 1966 die bij haar wonen Karel (oudste) en Maria. In 2019 overlijdt Karel.

 

December 2018

Januari 2019

2019 na overlijden Karel

Karel

92,09

92,09

Einde recht

Maria

170,39

170,39

170,39

Wanneer de bijslagtrekkende op 31 december 2018 tegelijkertijd bijslagtrekkende is voor kinderen geboren voor 1 juli 1966 en andere kinderen, wordt de omkering van de rangen enkel toegepast op de andere kinderen.

Voorbeeld

De bijslagtrekkende ontvangt de kinderbijslag voor haar zus Elisabeth  geboren voor 1 juli 1966 en voor haar 2 eigen kinderen (Billy 20 jaar en Peter 19 jaar). In 2019 gaat Peter alleen wonen

 

December 2018

Januari 2019

2019 -Peter woont alleen

Elisabeth

92,09

92,09

92,09

Billy 20j

170,39

254,40

254,40

Peter 19 j

254,40

170,39

170,39

7. Stroomschema

Als bijlage gaat ter illustratie een stroomschema met een overzicht van de stappen volgens dewelke de omkering van rangen in de verschillende situaties dient te worden toegepast.  De bijzondere situatie van de bijslagtrekkenden voor kinderen geboren voor 1 juli 1966 werd daarbij buiten beschouwing gelaten.

  • 1. Ook het kind voor wie de theoretische toekenningsperiode als werkzoekende schoolverlater is gestart in 2018, maar voor wie de betaling wegens een laattijdige inschrijving als werkzoekende in 2019 pas in 2019 kan worden hernomen, valt hieronder. Voor de omkering van de rang wordt dit kind beschouwd als een kind met een geschorst recht op 31 december 2018. Bijgevolg zijn de instructies onder rubriek 5.1. van toepassing.
  • 2. Wanneer de bijslagtrekkende in december 2018 de kinderbijslag ontvangt vanuit meerdere rechthebbendedossiers zullen deze dossiers in het eerste semester van 2019 dienen te worden samengevoegd in het dossier waarin de bijslagtrekkende de kinderbijslag ontvangt voor het oudste kind. Deze eenmalige aanpassing zal in een aanvullende nota worden toegelicht.
  • 3. De impact van de omkering van de rang op de leeftijdsbijslag zal in de administratieve instructies over de leeftijdsbijslag worden toegelicht.
  • 4. Geïndexeerd bedrag voor kinderen met regiocode Brussel.
  • 5. Niet-geïndexeerd bedrag voor kinderen voor wie Vlaanderen bevoegd is.
  • 6. Geïndexeerd bedrag voor kinderen met regiocode Brussel.
  • 7. Wanneer het kind na 1 januari 2019 van instelling verandert maar het 1/3de verder op de spaarrekening op naam van het kind dient te worden gestort, dient het bedrag niet te worden aangepast. In die omstandigheden wordt verder het bedrag betaald dat is vastgesteld voor december 2018 volgens de groepering rond de rechthebbende.
  • 8. Wanneer de plaatsing met 1/3de op een spaarrekening eindigt in december 2018, zijn voor dat kind de bedragen van boek 2, deel1, titel 3 tot en met 5 verschuldigd, dus basisbedrag van 160 euro.
  • 9. De aanpassing van de bedragen als gevolg van het ontstaan van een recht op sociale toeslag of als gevolg van het verlies van een sociale toeslag alsook de aanpassing van de bedragen van de leeftijdsbijslag zijn hier niet bedoeld. In die situaties wordt de betaling volgens de evenredige verdeling verder toegepast.
  • 10. Deze regeling wordt ook toegepast als die wijziging zich voordoet in december 2018, en ook volgens de AKBW-regeling de bedragen voor januari 2019 zouden moeten worden aangepast.
  • 11. Geïndexeerd bedrag voor kinderen met regiocode Brussel.
  • 12. Deze regeling wordt naar analogie toegepast voor een kind voor wie op 31 december 2018 betaald wordt aan bedragen voorzien in een Bilateraal akkoord op het ogenblik dat het kind na 1 januari 2019 in Vlaanderen komt wonen en op basis van de overgangsbepalingen recht heeft op de bedragen van artikel 210 van het Groeipakket.
Datum van afkondiging
Top