Artikel 108 van de Algemene kinderbijslagwet

    FAMIFED gebruikt het deel van de bijdragen van de maatschappelijke zekerheid dat voor de kinderbijslag bestemd is en door de bevoegde instellingen wordt gestort, en de staatstoelagen waarvan sprake in artikel 110, als volgt:

    1° hij verdeelt onder de kinderbijslagfondsen, met uitzondering van het bijzondere kinderbijslagfonds bedoeld in artikel 32, de sommen bestemd voor de uitkering van de kinderbijslag, het kraamgeld en de adoptiepremie, evenals van de achterstallige gezinsvakantiebijslag, verschuldigd overeenkomstig artikel 73quater zoals het van kracht was tot 1 januari 1983;

    2° hij stort aan elk kinderbijslagfonds met uitzondering van het bijzondere kinderbijslagfonds beoogd bij artikel 32, de toelage voorzien bij artikel 94 en bestemd tot het dekken van de bestuurskosten van dat
    kinderbijslagfonds;

    3° hij stort het eventuele overschot in zijn reservefonds.

    De wet van 04.04.2014 tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, art. 150 (B.S. 05.05.2014), van kracht vanaf 01.01.2015, heeft de vorige versie van artikel 108 opgeheven die van toepassing bleef ten aanzien van de werknemers die voor 01.01.1999 in dienst zijn getreden.

    Datum van publicatie
    Datum van afkondiging
    Top