Artikel 29 van de Algemene kinderbijslagwet

De Koning trekt in ieder geval de toelating in wanneer, sinds twee jaar, het aantal werkgevers en sociale verzekeringsfondsen die bij het vrije kinderbijslagfonds aangesloten zijn, geslonken is beneden de helft van het minimum aantal vastgesteld bij het eerste lid, 3°, van artikel 23 of van het verlaagd minimumaantal dat vastgesteld is bij koninklijk besluit.

Zulks is ook het geval wanneer, sinds hetzelfde tijdverloop, het totaal van de personen die door de aangesloten werkgevers worden tewerkgesteld en de zelfstandigen die bij de sociale verzekeringsfondsen zijn aangesloten verminderd is tot beneden de helft van het bij artikel 23, eerste lid, 4°, vereist minimumaantal of het verlaagd minimumaantal dat zou vastgesteld zijn krachtens artikel 23, tweede lid.

De wet van 04.04.2014 tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, art. 27 (B.S. 05.05.2014), van kracht vanaf 30.06.2014, heeft aan het art. 29 de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) de woorden "en sociale verzekeringsfondsen" worden ingevoegd tussen de woorden "het aantal werkgevers" en de woorden "die bij";

b) de woorden "de compensatiekas" worden vervangen door de woorden "het vrije kinderbijslagfonds";

c) de woorden "alinea 4" worden vervangen door de woorden "het eerste lid, 3°,".

2° in het tweede lid worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) de woorden "het aantal door gezegde werkgevers aan den arbeid gebezigde personen" worden vervangen door de woorden "het totaal van de personen die door de aangesloten werkgevers worden tewerkgesteld en de zelfstandigen die bij de sociale verzekeringsfondsen zijn aangesloten";

b) de woorden "artikel 23, alinea 5," worden vervangen door de woorden " artikel 23, eerste lid, 4°";

c) de woorden "artikel 23, alinea 6" worden vervangen door de woorden " artikel 23, tweede lid".

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top