Vlaanderen

CO 1387 van 13 december 2011 - KB van 1 september 2011 tot opheffing van Art. 17 van KB van 10 augustus 2005 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt of een vorming doorloopt

In het Belgisch Staatsblad van 28 september 2011 verscheen het koninklijk besluit van 1 september 2011. Hierna volgt de nodige informatie voor de toepassing van dat besluit.

1. Tot nu toe geldende regeling

Volgens artikel 17 van het koninklijk besluit van 10 augustus 2005 is geen kinderbijslag verschuldigd voor de schoolvakantie als het recht op kinderbijslag geschorst was wegens een sociale uitkering of een winstgevende activiteit in de maand vóór die waarin die vakantie begint.

Dat mechanisme leidt tot een tweevoudige sanctie: naast de schorsing van het recht vóór de vakantie wordt aan het kind automatisch ook de kinderbijslag ontzegd tijdens die vakantie.

Door de duur van de zomervakantie waren de gevolgen voor die periode bijzonder zwaar. In sommige situaties betekende de schorsing van het recht voor het tweede kwartaal (meer dan 240 uren gewerkt) dat er ook geen recht was voor het derde kwartaal.

2. Koninklijk besluit van 1 september 2011

Het koninklijk besluit van 1 september 2011 heft per 1 januari 2012 dat artikel 17 op.

3. Onmiddellijke toepassing van de nieuwe reglementaire tekst vanaf 1 januari 2012

Vanaf 1 januari 2012 heeft een schorsing van het recht in de maand vóór de vakantie niet langer tot gevolg dat de jongere het recht als student verliest voor de vakantieperiode. De kinderbijslag voor de vakantieperiode wordt voortaan betaald, tenzij een niet-toegelaten activiteit of sociale uitkering (cf. MO 593) die betaling in de weg staat.

Dat betekent voor kinderen in het niet-hoger onderwijs dat een schorsing van het recht op kinderbijslag voor november 2011 al geen gevolgen meer heeft voor de kerstvakantie van het school-/academiejaar 2011-2012.

Inderdaad, ondanks een schorsing van het recht in november 2011: - is de kinderbijslag voor december 2011 verschuldigd op grond van artikel 48, derde lid, KBW, tenzij tegelijk ook het recht geschorst is voor die maand (cf. MO 593 van 3 november 2005). Concreet is de kinderbijslag voor die maand verschuldigd als de tewerkstelling of de sociale uitkering van de student de betaling niet in de weg staat. - is de kinderbijslag voor januari 2012 verschuldigd op grond van artikel 48, vijfde lid, KBW, omdat het nieuwe voordeel dat het gevolg is van de opheffing van het bedoelde artikel 17 per 1 januari 2012, vanaf die datum toegekend wordt. Bijgevolg kan ook de kinderbijslag voor januari toegekend worden als de tewerkstelling of de sociale uitkering de betaling niet in de weg staat.

Voorbeeld Een voltijds student in het niet-hoger onderwijs werkt meer dan 240 uren in het vierde kwartaal en minder dan 240 uren in het eerste kwartaal. De kerstvakantie begint eind december en eindigt in januari.

Vroegere regeling Schorsing van de betaling voor het vierde kwartaal. Verlies van het recht als student in de kerstvakantie. Opnieuw recht als student na de kerstvakantie. Bij toepassing van artikel 48 KBW wordt de kinderbijslag opnieuw toegekend vanaf februari. Voor januari wordt geen kinderbijslag betaald.

Nieuwe regeling Schorsing van de betaling voor het vierde kwartaal. Verlies van het recht als student in de kerstvakantie. Opnieuw recht als student op 1 januari 2012 wegens schrapping van het artikel 17. Bij toepassing van artikel 48, vijfde lid, KBW wordt de kinderbijslag opnieuw betaald vanaf januari.

Voor studenten in het hoger onderwijs gold het vroegere artikel 17 enkel voor de zomervakantie. Bijgevolg stelt de afschaffing van dat artikel op 1 januari 2012 geen probleem.

Top