Vlaanderen

CO 1391 van 3 juli 2013 - Art. 170bis KBW: onderrichtingen inzake aan- of verkoop van onroerende goederen

In artikel 170bis KBW worden de voorwaarden vastgelegd waaronder een vrij kinderbijslagfonds of een bijzonder fonds onroerende goederen mag verwerven of er afstand van mag doen. Die verwerving is enkel mogelijk mits een voorafgaandelijke machtiging van de bevoegde minister, op advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst.

Procedure

Indien een kinderbijslagfonds een onroerend goed wil verwerven of het wil van de hand doen, richt het vooraf een aanvraag om machtiging aan de Rijksdienst. Deze aanvraag moet minimaal de volgende elementen bevatten:

  • voor de aankoop van een gebouw:
      • de beschrijving (ligging, aantal m2,...) en de aankoopprijs van het onroerend goed;
      • een omstandig schattingsverslag van een onafhankelijk vastgoedexpert met een raming van de actuele marktwaarde van het gebouw. Dit schattingsverslag is opgemaakt overeenkomstig één van de bij deze omzendbrief bijgevoegde modellen die door de Administratie van Opmetingen en Waarderingen van de FOD Financiën voor de schatting van een ongebouwd terrein, een kantoorgebouw of een woning worden gebruikt. De door het kinderbijslagfonds aangestelde vastgoedexpert mag niet tegelijkertijd optreden als tussenpersoon bij de afwikkeling van de aankoop van het gebouw.
      • het businessplan waaruit de financiële haalbaarheid naar financiering en rentabiliteit van het voorstel blijkt. Indien het gebouw niet instapklaar is houdt het businessplan rekening met de vereiste renovatiekosten.
  • voor de verkoop van een gebouw:
      • de beschrijving (ligging, aantal m2,...) en de verkoopprijs van het onroerend goed in eigendom van het kinderbijslagfonds;
      • een omstandig schattingsverslag van een onafhankelijk vastgoedexpert met een raming van de actuele marktwaarde van het gebouw. Dit schattingsverslag is opgemaakt overeenkomstig één van de bij deze omzendbrief bijgevoegde modellen vo or de schatting van een ongebouwd terrein, een kantoorgebouw of een woning die door de Administratie van Opmetingen en Waarderingen van de FOD Financiën voor de schatting van een ongebouwd terrein, een kantoorgebouw of een woning worden gebruikt. De door het kinderbijslagfonds aangestelde vastgoedexpert mag niet tegelijkertijd optreden als tussenpersoon bij de afwikkeling van de verkoop van het gebouw.
      • het businessplan waaruit de financiële haalbaarheid (financiering en rentabiliteit) van de herlokalisatie van de diensten van het kinderbijslagfonds blijkt. Tevens wordt de meer- of minderwaarde die bij verkoop van het gebouw zal worden gerealiseerd vermeld, evenals de bestemming ervan.

Indien het dossier met de vraag om machtiging onvolledig of niet conform deze onderrichtingen is, begint de termijn van twee maanden pas te lopen op het ogenblik dat het aanvraagdossier in regel werd gesteld. De Rijksdienst vraagt tevens aan de Administratie van Opmetingen en Waarderingen van de FOD Financiën om een controleschatting uit te voeren van het te (ver)kopen onroerend goed.

Aan de hand van de voormelde elementen stelt de Rijksdienst een onderzoek in naar het marktconforme en financieel duurzame karakter van de voorgestelde vastgoedoperatie. Op basis van het resultaat van dit onderzoek verstrekt het Beheerscomité van de Rijksdienst een advies aan de minister, die binnen twee maanden na de aanvraag een beslissing neemt. Als de minister binnen de gestelde termijn geen beslissing heeft genomen, wordt geacht dat het kinderbijslagfonds de machtiging van de minister heeft verkregen.

De bovenstaande onderrichtingen vervangen deze opgenomen in de omzendbrief nr. 1388 van 16 mei 2012.

Bijlagen 1, 2 en 3

Top