Vlaanderen

CO 1395 van 14 november 2014 - Verlenging beroepsinschakelingstijd - KB van 22 mei 2014 tot wijziging van KB van 12 augustus 1985 tot uitvoering van Art. 62, §5 SWKL

1. Problematiek

De beroepsinschakelingstijd (hierna genoemd BIT) werd op 1 januari 2012 ingevoerd in de werkloosheidsreglementering. Dit heeft geleid tot een overeenkomstige aanpassing van de toekenningsperiode (hierna genoemd TP) in de kinderbijslagreglementering1. Beide periodes van een jaar starten op 1 augustus2 voor alle werkzoekende schoolverlaters die hun studies beëindigd hebben op 30 juni.

1.1. Implementatie van het nieuwe systeem in de werkloosheidsreglementering - Activering zoekgedrag

Sedert 1 augustus 2013 worden werkzoekende schoolverlaters door de RVA geëvalueerd op hun inspanningen om werk te vinden. Zij worden gedurende de BIT van een jaar twee maal uitgenodigd voor een evaluatiegesprek met de directeur van het werkloosheidsbureau, één in de zevende maand (februari) en één in de elfde maand (juni). Bij de eerste evaluatie wordt nagegaan of de jongere in de voorbije periode actief naar werk heeft gezocht. De tweede evaluatie betreft de sinds de eerste evaluatie geleverde inspanningen. Ook wanneer de eerste evaluatie negatief was, worden de jongeren uitgenodigd voor de tweede evaluatie aangezien het om twee verschillende periodes gaat die geëvalueerd worden.

In de loop van de vijfde of zesde maand die volgt op elke negatieve evaluatie, informeert de directeur van het werkloosheidsbureau de jonge werknemer schriftelijk dat hij een nieuwe evaluatie van zijn zoekgedrag naar werk kan vragen, ten vroegste na het verstrijken van de periode van zes maanden na een negatieve evaluatie.

Om recht te hebben op inschakelingsuitkeringen op het einde van de reglementaire BIT van een jaar, moet de jongere gedurende die periode twee positieve evaluaties hebben gekregen. Als dat niet het geval is, wordt de BIT verlengd tot de jongere twee, al dan niet opeenvolgende, positieve evaluaties van zijn zoekgedrag naar werk gekregen heeft.

Voorbeeld

De BIT van een jongere gaat in op 1 augustus 2013 en eindigt normaal op 28 juli 2014. De eerste evaluatie wordt uitgevoerd op 5 februari 2014 (zevende maand). Ze is negatief. Hij wordt uitgenodigd voor de tweede evaluatie op 6 juni 2014 (elfde maand). Ze is positief. Hij kan echter geen inschakelingsuitkeringen ontvangen op 29 juli 2014 omdat hij op die datum maar één positieve evaluatie gekregen heeft.

Als gevolg van de negatieve evaluatie van 5 februari 2014 vraagt de jongere op 5 augustus 2014 (zes maanden na de negatieve evaluatie) een nieuwe evaluatie. Het evaluatiegesprek vindt plaats op 26 augustus 2014. De evaluatie betreft de sinds 6 juni 2014 geleverde inspanningen en is positief. De jongere heeft dus twee positieve evaluaties gekregen. Hij kan dus vanaf 1 september 2014 (de maand na de tweede positieve evaluatie) inschakelingsuitkeringen krijgen.

Bij de evaluatie wordt onder meer rekening gehouden met tewerkstelling, ziekteperiodes, inlichtingen van de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding en van de jongere zelf.

Een tewerkstelling als loontrekkende van ten minste 104/208 werkdagen in de 14 maanden voor de datum waarop inschakelingsuitkeringen toegekend kunnen worden, geldt als een/twee positieve evaluatie(s). Een beroepsopleiding, georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de gewestelijke dienst voor beroepsopleiding of een stage in het buitenland worden eveneens gelijkgesteld met een/twee positieve evaluatie(s) als die opleiding ten minste vier/acht ononderbroken maanden duurt.

De jongere die zich in een dergelijke situatie bevindt, zal pas opgeroepen worden wanneer een einde is gekomen aan die situatie.

Als een werkzoekende schoolverlater daarentegen niet opdaagt voor een gesprek, zal zijn afwezigheid gelijkgesteld worden met een negatieve evaluatie van zijn inspanningen om werk te zoeken, tenzij de rechtvaardiging van zijn afwezigheid binnen drie werkdagen wordt aanvaard door de directeur van het werkloosheidsbureau.

De jongere die twee, al dan niet opeenvolgende, positieve evaluaties heeft gekregen, heeft recht op inschakelingsuitkeringen vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin het evaluatiegesprek plaatsvond.

1.2. Implicaties op de kinderbijslag

Wanneer de BIT verlengd werd bij gebrek aan twee positieve evaluaties, sloot deze niet meer aan bij de TP die voor het recht op kinderbijslag in principe eindigt na een jaar. Gedurende de verlenging van de BIT zou de jongere bijgevolg noch kinderbijslag, noch inschakelingsuitkeringen ontvangen.

2. Aanpassing van de kinderbijslagreglementering - Nieuwigheden

Om een hiaat te vermijden tussen enerzijds het ontvangen van kinderbijslag als werkzoekende schoolverlater en anderzijds de toekenning van inschakelingsuitkeringen, stemt het in rand vermelde koninklijk besluit de werkloosheids- en de kinderbijslagreglementering opnieuw op elkaar af door de TP in de kinderbijslagreglementering, onder bepaalde voorwaarden, evenredig te verlengen met de verlenging van de BIT in de werkloosheidsreglementering.

2.1. Voorwaarden

Om een verlenging van het recht op kinderbijslag als schoolverlater te verkrijgen, moet de jongere:

  1. voldoen aan de voorwaarden van het koninklijk besluit van 12 augustus 1985 tot uitvoering van artikel 62, §5, SWKL;

  2. een nieuwe evaluatie bij de RVA aanvragen binnen vijftien werkdagen na de datum waarop een nieuwe evaluatie van het zoekgedrag kan worden aangevraagd, dit is ten vroegste zes maanden, berekend van datum tot datum, na elke negatieve evaluatie.

Aandachtspunten

Aangezien de eerste 2 evaluaties tijdens de initiële BIT gebeuren op initiatief van de RVA kan de verlenging zonder voorwaarde inzake tijdige aanvraag worden toegepast totdat de jongere zelf het evaluatiegesprek dient aan te vragen.

Concreet:

  • is de evaluatie in februari negatief en die in juni positief, dan loopt de verlenging zonder voorwaarde inzake tijdige aanvraag tot en met augustus;

  • is de evaluatie in februari positief en die in juni negatief, dan loopt de verlenging zonder voorwaarde inzake tijdige aanvraag tot en met december;

  • is zowel de evaluatie in februari als die in juni negatief, dan loopt de verlenging zonder voorwaarde inzake tijdige aanvraag tot en met augustus.

De daaropvolgende verlengingen zijn wel afhankelijk van de tijdige aanvraag. Doet de jongere geen aanvraag of dient hij ze te laat in dan eindigt de verlenging aan het einde van de voorbije periode van zes maanden.

Een met een negatieve evaluatie gelijkgestelde situatie kan eveneens in aanmerking worden genomen voor een verlenging van de TP.

Zodra de BIT wordt stopgezet of eindigt, bijvoorbeeld wegens studiehervatting of omdat de jongere inschakelingsuitkeringen ontvangt, eindigt de verlenging van de TP.

2.2. Berekening van de termijn van 15 werkdagen

Voor de berekening van de termijn van 15 werkdagen wordt uitgegaan van de 5-dagenweek (feestdagen worden niet meegerekend). Deze termijn begint te lopen de dag volgend op die waarop de jongere - ten vroegste zes maanden na de datum van de negatieve evaluatie - een nieuwe evaluatie van zijn zoekgedrag naar werk kan vragen aan de directeur van het werkloosheidsbureau.

Voorbeeld

De evaluatie op 5 februari 2014 is negatief. Tussen 5 juni en 4 augustus informeert de directeur in dat geval de jongere dat hij een nieuwe evaluatie kan vragen. Dit kan echter ten vroegste op 5 augustus 2014. De termijn van 15 werkdagen begint te lopen op 6 augustus 2014 en eindigt dus op 27 augustus 2014.

2.3 Gevolgen van een te late aanvraag

Eens de termijn van 15 werkdagen is verstreken, na de periode van 6 maanden die begint te lopen vanaf de datum van de negatieve evaluatie en eindigt op de dag waarop de jongere ten vroegste een nieuwe evaluatie kan aanvragen (hierna de periode van zes maanden genoemd) is geen verdere verlenging van de TP meer mogelijk en eindigt het recht op kinderbijslag als werkzoekende schoolverlater dus definitief aan het einde van de voorbije periode van zes maanden.

Gebeurt in het voorbeeld de aanvraag niet of te laat, dan eindigt de verlenging van de TP op 5 augustus 2014.

3. Laattijdige inschrijving

Toepassing van artikel 48 AKBW wanneer, ingevolge een laattijdige inschrijving van de schoolverlater, de TP in de kinderbijslagregeling niet samenvalt met de BIT in de werkloosheidsreglementering

Wanneer de schoolverlater niet het nodige heeft gedaan om zich tijdig als werkzoekende in te schrijven, kunnen zich situaties voordoen waarbij de TP van 360 kalenderdagen in de kinderbijslagreglementering niet samenvalt met de BIT in de werkloosheidsreglementering. In dat geval dient vanaf de begindatum van de verlenging in de werkloosheidsreglementering de betaling van de kinderbijslag te worden hernomen rekening houdende met artikel 48 AKBW.

Voorbeeld

De student stopt zijn studies op 31 maart 2014, maar schrijft zich pas in als werkzoekende op 1 augustus 2014. De TP van 360 dagen begint te lopen op 1 april 2014 en eindigt eind maart 2015. De BIT-periode loopt daarentegen van 1 augustus 2014, datum van de inschrijving als werkzoekende, tot 28 juli 2015. De verlenging van de BIT gaat in op 29 juli 2015. In dat geval kan kinderbijslag betaald worden vanaf 1 september 2014 tot eind maart 2015 en bij toepassing van artikel 48 AKBW opnieuw vanaf augustus 2015.

Wanneer de verlenging echter begint in de maand die volgt op die waarin de TP van 360 dagen eindigt, kan, voor de toepassing van artikel 48 AKBW, het principe worden toegepast van einde en begin van het recht bij overgang van de ene categorie naar een andere zoals toegelicht in MO 593 - rubriek 1.1. - Opmerkingen - a). De betalingen kunnen dan ononderbroken worden voortgezet.

Voorbeeld

De TP van 360 kalenderdagen voor een jongere loopt af einde juni en de verlenging van de BIT gaat in op 29 juli. De kinderbijslag kan ononderbroken worden toegekend.

4. Praktische richtlijnen

4.1. Praktische toepassing van de nieuwe regeling

4.1.1. Duur van de BIT-verlenging

a) Wanneer start de verlenging van de BIT?

De verlenging van de BIT start op het ogenblik waarop in de werkloosheidsreglementering de reglementaire BIT van een jaar eindigt.

Pro memorie: overzicht van de begindatum van de BIT en van de TP

Nr Situatie Begindatum BIT (werkloosheids-reglementering) Begindatum TP (kinderbijslagreglementering)
1 eerste zittijd of studies beëindigd op het einde van het schooljaar 1 augustus als het kind ingeschreven is als werkzoekende 1 augustus
2 werk vóór 1 augustus automatisch op de dag van werken (uitz. studentenwerk) op 1 augustus
3 tweede zit of einde studies tijdens het schooljaar inschrijvingsdatum als werkzoekende dag na beëindiging van de studies
4 thesisjaar 1 augustus als het kind ingeschreven is als werkzoekende 1 juli of de dag na indiening van de thesis
5 leerovereenkomst 1 augustus dag na beëindiging van de leerovereenkomst (1 juli)
6 te late inschrijving na het einde van de studies inschrijvingsdatum als werkzoekende dag na beëindiging van de studies
b) Vereiste gegevens voor het recht op kinderbijslag tijdens de verlenging

Om het recht op kinderbijslag tijdens de verlenging van de TP te kunnen vaststellen dienen de kinderbijslaginstellingen te beschikken over de volgende gegevens:

  • de data van de evaluatiegesprekken die op initiatief van de RVA tijdens de BIT plaatsvonden en het resultaat ervan. Op basis daarvan wordt de verlenging zonder voorwaarde inzake tijdige aanvraag bepaald3.

  • De datum/data waarop de jongere tijdens de verlenging van de BIT een nieuwe evaluatie van zijn zoekgedrag aan de RVA heeft aangevraagd en van die waarop de latere evaluatiegesprekken plaatsvonden, alsook het resultaat ervan. Op basis van deze gegevens wordt enerzijds nagegaan of de jongere tijdig een nieuwe evaluatie heeft aangevraagd en anderzijds wordt de definitieve duur van de verlenging vastgesteld.

c) Over welke periode kan er kinderbijslag betaald worden tijdens de verlenging?

De verlenging loopt tot het einde van de maand waarin het 2de positieve evaluatiegesprek plaatsvond, ook al wordt dat ondanks een tijdige aanvraag met vertraging4 uitgevoerd, ervan uitgaande dat de RVA pas inschakelingsuitkeringen toekent vanaf de eerste dag van de daaropvolgende maand.

Tijdens de verlenging blijven de andere voorwaarden, zoals de inkomensvoorwaarden die tijdens de initiële TP gelden verder van toepassing. De Rip-berichten worden behandeld volgens de procedure beschreven in de dienstbrief 999/c.153.

Bij ontvangst van de gegevens over de aanvraag voor een nieuw evaluatiegesprek in de verlenging en van het resultaat ervan wordt de duur van de verlenging voor de toekomst vastgesteld.

d) Gegevensinwinning

Op dit ogenblik zijn geen gekwalificeerde gegevens voorhanden uit de authentieke bron (RVA) over welke jongeren een negatieve evaluatie hebben verkregen en op welke datum. De RVA heeft er zich toe verbonden om in de oproepingsbrief telkens de datum van de brief waarmee de jongere een nieuwe aanvraag heeft ingediend, te vermelden. Deze datum is immers bepalend voor de vaststelling van de reglementaire verplichting dat de jongere een nieuwe evaluatie van zijn zoekgedrag naar werk moet vragen binnen de 15 werkdagen volgende op de periode van zes maanden, berekend van datum tot datum, na elke negatieve evaluatie.

De gegevensinwinning via formulieren is voorlopig de enige optie. De mogelijkheid tot ontwikkeling van een elektronische gegevensflux met de RVA5 wordt onderzocht.

Concreet:

  • werd het formulier P20 aangepast.
  • werd een formulier P20com opgesteld voor de inwinning van de gegevens over de evaluatiegesprekken aan het einde van initiële TP van 360 dagen.
  • werden briefmodules uitgewerkt om de jongere correct te informeren over de procedure, de beslissingen te motiveren, en een kopie van de oproepingsbrief van de RVA voor een nieuwe evaluatiegesprek en het resultaat van het nieuwe evaluatiegesprek op te vragen.

4.1.2. De opvolgingsprocedure.

Er zijn 4 stappen in de procedure:

  • Stap 1: aan het einde van de initiële TP.
  • Stap 2: bij ontvangst van de formulieren P20 en P20com.
  • Stap 3: aan het einde van de periode van zes maanden tijdens de verlenging.
  • Stap 4: bij ontvangst van de gegevens over de nieuwe aanvraag en het resultaat van de volgende evaluatie.
Stap 1: aan het einde van de initiële TP van 360 dagen

Verzending van de formulieren P20 en P20com om de jongeren te identificeren voor wie de BIT verlengd wordt.

De reguliere BIT stopt in de regel op 28 juli 2014 en het formulier P20 wordt verzonden rond 5 augustus 2014 (CO 1386/2014). Wanneer de jongere in februari 2014 een negatieve evaluatie heeft gekregen, kan de termijn om een nieuwe evaluatie aan te vragen al in augustus 2014 verstrijken.

Echter, in de loop van de vijfde of zesde maand die volgt op elke negatieve evaluatie, informeert de directeur van het werkloosheidsbureau de jonge werknemer schriftelijk dat hij een nieuwe evaluatie van zijn zoekgedrag naar werk kan vragen, ten vroegste na het verstrijken van de periode van zes maanden na een negatieve evaluatie.

De formulieren P20 en P20com worden voortaan verzonden op 1 augustus.

Het gezin wordt erop gewezen dat als de evaluatie in februari negatief was ten laatste 6 maanden en 15 werkdagen na de datum van de negatieve evaluatie een nieuw verzoek aan de RVA moet gericht worden.

Met het formulier P20com wordt het recht op kinderbijslag voor de verlenging aangevraagd door de jongere en wordt informatie over de verlenging opgevraagd.

De betalingen worden in afwachting van de terugzending van het formulier P20 + P20com voorlopig stopgezet.

Stap 2: bij ontvangst van de formulieren P20 en P20com

Het kinderbijslagfonds ontvangt het ingevuld formulier P20com met informatie over de verkregen evaluaties. Op basis daarvan wordt de duur van de periode van zes maanden berekend (supra). De verlenging van de TP wordt meegedeeld met de module BIT_2. De betalingen worden hernomen tot en met de maand waarin de jongere in de verlenging van de BIT een nieuw evaluatiegesprek kan aanvragen (= periode van zes maanden).

Stap3: aan het einde van de periode van zes maanden

Aan het einde van de periode van zes maanden wordt het formulier P20 verstuurd samen met de module BIT_3 waarmee gevraagd een kopie te bezorgen van de oproepingsbrief van de RVA en van het aangevraagd evaluatiegesprek.

Opmerking

Indien de eerste evaluatie in februari negatief is, vallen de stappen 2 en 3 augustus samen.

Stap 4: bij ontvangst van de gegevens over de datum van de aanvraag voor een nieuw evaluatiegesprek en het resultaat van de volgende evaluatie

Bij ontvangst van die gegevens volgt de vaststelling van het recht op kinderbijslag voor de verlopen periode van verlenging m.b.t. de inkomensvoorwaarde (P20). Is het evaluatiegesprek tijdig aangevraagd maar met vertraging uitgevoerd, dan dient een bijbetaling te gebeuren tot en met de maand waarin het evaluatiegesprek effectief plaatsvond.

Desgevallend dient men een nieuwe periode van zes maanden vast te stellen en die beslissing motiveren met de briefmodule BIT_2.

De vaststelling en de opvolging van de latere (tweede, derde,....) BIT-verlenging verloopt op de hiervoor geschetste wijze. Een nieuwe verlenging wordt toegekend, meegedeeld zoals voorheen uitgelegd met de modules. Bij elke verlenging worden de stappen 3 en 4 herhaald.

Aandachtspunt

Wat zijn de gevolgen wanneer de jongere geen nieuw evaluatiegesprek aan de RVA vraagt of de termijn om een evaluatiegesprek aan te vragen laat verstrijken?

De verlenging van de TP stopt op het einde van de periode van zes maanden en de vorige verlenging(en) blijven behouden.

4.1.3. Voorbeelden

Voorbeeld 1

De jongere studeert af op 30 juni 2013 en schrijft zich op 1 augustus 2013 in als werkzoekende. De BIT start op 1 augustus 2013 en loopt af op 28 juli 2014. De eerste evaluatie op 4 februari 2014 is negatief en die op 25 juni 2014 is positief. Op 1 augustus 2014 stuurt het kinderbijslagfonds de P20 + P20com. De betalingen worden voorlopig stopgezet op 31 juli 2014 (betaling op 8 augustus 2014). Het evaluatiegesprek vindt plaats op 20 augustus. De P20 en de P20com worden ingevuld terugbezorgd op 26 augustus, daarbij is een kopie gevoegd van de negatieve beslissing(en) in de initiële BIT, van de oproepingsbrief en van het resultaat van de evalulatie in augustus. De evaluatie in augustus 2014 is positief. Het kinderbijslagfonds berekent op basis daarvan de eerste verlenging tot 31 augustus 2014. De kinderbijslag voor augustus wordt betaald.

Variante Stel dat de evaluatie op 20 augustus terug negatief is, dan wordt een nieuwe periode van zes maanden bepaald die loopt tot februari 2015 (20 augustus + 6 maanden).

Voorbeeld 2

De jongere beëindigt de studies op 30 juni 2013 en schrijft zich op 1 augustus 2013 in als werkzoekende. De eerste evaluatie in februari 2014 was positief. Op 24 juni 2014 worden de inspanningen om werk te vinden negatief geëvalueerd. De periode van zes maanden loopt voorlopig tot eind december 2014 (24 juni + 6 maanden). Aangezien deze evaluatie gebeurde op initiatief van de RVA kan de verlenging tot december zonder voorwaarde inzake tijdige aanvraag worden toegepast. De jongere vraagt tijdig op 5 januari 2015 een nieuwe evaluatie aan. Het gesprek vindt plaats op 15 februari 2015 en is positief. De kinderbijslag wordt toegekend tot februari 2015, ervan uitgaande dat de jongere pas vanaf 1 maart inschakelingsuitkeringen ontvangt.

Variante

Stel dat de jongere te laat op 3 februari 2015 een nieuw evaluatiegesprek aanvraagt en dat de evaluatie die op 12 februari 2015 plaatsvindt terug negatief is. In dat geval eindigt de verlenging van de TP op 24 december 2014. Bovendien heeft de jongere geen verder recht op kinderbijslag ook al verlengt de RVA de BIT terug met 6 maanden.

Voorbeeld 3

De jongere studeert af op 30 juni 2013 en schrijft zich in als werkzoekende op 1 augustus 2013. De evaluatie is negatief op 10 februari 2014 en op 10 juni 2014. De jongere doet tijdig een aanvraag om een nieuw evaluatiegesprek op 12 augustus 2014. Het evaluatiegesprek vindt plaats op 4 september 2014 en is positief. Bij ontvangst van de gegevens kunnen de betalingen vanaf augustus 2014 worden hernomen en wordt een periode van zes maanden bepaald die loopt tot en met december 2014 (10 juni + 6 maanden).

Variante

Stel dat de jongere in augustus geen nieuw evaluatiegesprek aanvraagt, dan eindigt de verlenging op 10 augustus (10 februari + 6 maanden). Immers in augustus had de jongere de mogelijkheid om een evaluatie aan te vragen.

Voorbeeld 4

De jongere studeert af op 30 juni 2013 en schrijft zich in als werkzoekende op 1 augustus 2013. De evaluatie is positief op 10 februari 2014 en negatief op 14 juni 2014. Er is zonder voorwaarde inzake tijdige aanvraag een eerste verlenging tot 14 december. Aangezien de jongere in oktober de studies hervat, vraagt hij geen nieuw evaluatiegesprek aan. De verlenging van de TP stopt de dag voor de studiehervatting. Vanaf het hervatten van de studies tot 14 december heeft de jongere enkel de hoedanigheid van student (geen dubbele hoedanigheid).

Voorbeeld 5

De jongere studeert af op 30 juni 2013 en schrijft zich in als werkzoekende op 1 augustus 2013. De evaluatie is negatief op 10 februari 2014 en positief op 14 juni 2014. Er is zonder voorwaarde inzake tijdige aanvraag een eerste verlenging tot 10 augustus. Aangezien de jongere in oktober de studies hervat, vraagt hij geen nieuw evaluatiegesprek aan. De verlenging van de TP stopt op 10 augustus. Rekening houdende met artikel 48 AKBW kan er geen kinderbijslag betaald worden voor september en oktober, maar mogelijk wel vanaf november op basis van de nieuwe studies.

Voorbeeld 6

De jongere studeert af op 30 juni 2013 en schrijft zich in als werkzoekende op 1 augustus 2013. De evaluatie is negatief op 10 februari 2014 en positief op 14 juni 2014. Er is zonder voorwaarde inzake tijdige aanvraag een verlenging tot 10 augustus. Aangezien de jongere vanaf 1 september 2014 werkt, vraagt hij geen nieuw evaluatiegesprek aan. De verlenging van de TP stopt op 10 augustus 2014. Het recht op kinderbijslag voor augustus blijft behouden.

Voorbeeld 7

De jongere studeert af op 30 juni 2013 en schrijft zich in als werkzoekende op 1 augustus 2013. De evaluatie is positief op 10 februari 2014 en negatief op 14 juni 2014. Er is zonder voorwaarde inzake tijdige aanvraag een verlenging tot 14 december. Aangezien de jongere vanaf 1 september 2014 werkt, vraagt hij geen nieuw evaluatiegesprek aan. De verlenging van de TP stopt op 14 december 2014. Het recht op kinderbijslag voor augustus blijft behouden. Van september tot december is er recht op kinderbijslag op voorwaarde dat het brutoloon van de jongere het toegelaten grensbedrag niet overschrijdt.

Voorbeeld 8

De jongere beëindigt zijn studies einde juni 2013 en schrijft zich in als werkzoekende op 1 augustus 2013. De eerste evaluatie in februari 2014 is negatief. Bij de evaluatie in juni 2014 blijkt dat de jongere hoe dan ook niet in aanmerking komt voor inschakelingsuitkeringen omdat zijn studies niet voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 36 van het Werkloosheidsbesluit. Er kan dus geen BIT worden vastgesteld. Bijgevolg is er ook geen sprake van verlenging noch van de BIT noch van verlengingde TP. Het recht op kinderbijslag eindigt op het einde van de initiële TP van 360 dagen, dus einddatum betaling kinderbijslag = 31 juli 2014.

4.1.4. Opvolgingsprocedure in bijzondere gevallen

FAMIFED heeft met de RVA overleg gepleegd m.b.t. de opvolgingsprocedure wanneer er zich tijdens de (verlengde) BIT een periode van ziekte, moederschapsrust, tewerkstelling of verblijf in het buitenland voordoet.

In al deze situaties beslist de RVA geval per geval over de verlenging van de BIT. De vaststelling van het recht op kinderbijslag dient daarop afgestemd te worden. Concreet betekent dit dat de betalingen worden stopgezet aan het einde van de periode van zes maanden. Vervolgens worden met het formulier P20 en de briefmodule BIT_3 de vereiste gegevens opgevraagd. Bij ontvangst van de gegevens kan een bijbetaling gebeuren voor alle periodes die door de RVA als beroepsinschakelingstijd werden in aanmerking genomen en rekening houdende met de voorwaarde dat het nieuwe evaluatiegesprek tijdig diende te worden aangevraagd.

Als hulpmiddel voor de behandeling van deze gevallen volgt hierna een vergelijking van de initiële TP en de verlenging van de TP.

Nr. Situatie Initiële TP Verlenging TP
1 Werk loopt door loopt door
2 Moederschapsrust6 loopt door loopt door
3 Studiehervatting loopt door (dubbele hoedanigheid) stopt (geen dubbele hoedanigheid)
4 Ontvangst inschakelingsuitkeringen loopt door (cumul mogelijk) stopt (geen cumul mogelijk)
5 Ziekte loopt door + verlenging mits herschrijving binnen 5 werkdagen na ziekte7 geschorst tijdens de ziekte (geen betaling kinderbijslag) na de ziekte herneemt de verlengde BIT en dus ook de verlenging van de TP. Geen toepassing 5 dagenregel.
6 Verblijf buiten België loopt verder Opgelet! EER en art.52 AKBW geschorst tijdens verblijf in buitenland (geen betaling kinderbijslag), tenzij met toestemming RVA, herneemt bij terugkeer in België Opgelet! EER en art.52 AKBW
7 Studies voldoen niet aan artikel 36 Werkloosheidsbesluit geen voorwaarde, dus recht op kinderbijslag wel voorwaarde voor de verlenging dus geen recht op kinderbijslag

Opmerking

Voor de gevallen die in de kinderbijslagreglementering worden afgesloten wegens einde van de normale TP van een jaar en waarbij in de RVA-reglementering de BIT nog loopt, wordt in de kennisgeving van het einde van de TP vermeld dat de jongere opnieuw een recht kan openen wanneer hij daartoe bij het kinderbijslagsfonds een aanvraag indient.

4.2. De formulieren en modules (zie bijlage)

4.2.1. Het aangepaste formulier P20. 4.2.2. Het formulier P20com (alleen meegestuurd bij het einde van de TP) 4.2.3. De briefmodules BIT_2 en BIT_3.

5. Temporele werking van de nieuwe regeling

De nieuwe regeling is van toepassing op de werkzoekende schoolverlaters voor wie de BIT ten vroegste op 1 augustus 2013 is begonnen, ook al begint de TP voor de kinderbijslag als werkzoekende schoolverlater vóór 1 augustus 2013, bijvoorbeeld voor thesisstudenten, kinderen met een leerovereenkomst,...

De dossiers die werden behandeld volgens de vroegere interpretatie dienen te worden herzien. Dit betekent concreet dat de debetten die eventueel werden opgemaakt voor augustus wegens het niet of het te laat aanvragen van het evaluatiegesprek dienen geannuleerd te worden én dat de kinderbijslag zo nodig moet worden bijgepast indien de betalingen werden stopgezet op 31 juli 2014.

De nieuwe regeling biedt enkel de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden de TP van 360 kalenderdagen te verlengen tot het ogenblik waarop de jongere inschakelingsuitkeringen ontvangt. De richtlijnen gegeven bij de CO 1389 van 16 mei 2012 m.b.t. de initiële TP van 360 dagen blijven dan ook onverminderd van toepassing. Ook de richtlijnen gegeven met de CO 1369 van 2 oktober 2007 m.b.t. de initiële toekenningsperiode blijven onverkort van toepassing.

  • 1. Koninklijk besluit van 19 november 2012, BS 4 december 2012.
  • 2. Met uitzondering van de leerlingen en de thesisstudenten; zie CO 1389 van 16 mei 2012.
  • 3. De periode van zes maanden zoals bedoeld in rubriek 2.2.
  • 4. Om organisatorische redenen of in bijzondere situaties is het mogelijk dat het gesprek pas in de volgende maand(en) plaatsvindt. De directeur van het werkloosheidsbureau kan dan beslissen om de uitschakelingsuitkeringen retro-actief toe te kennen vanaf de maand volgend op die waarin de periode van zes maanden afloopt.(cfr. artikel 36 Werkloosheidsbesluit)
  • 5. Vanaf 1 juli 2014 behoort de betrokken materie tot de bevoegdheid van de gewesten.
  • 6. Cfr. dienstbrief 996/51 van 4 augustus 2004.
  • 7. Cfr CO 1369 en de dienstbrieven 996/82 en 996/82bis.
Top