Vlaanderen

CO 1396 van 7 juli 2014 - Koninklijk besluit van 22 mei 2014 tot wijziging van het bevoegheidsbesluit van 25 april 1997

1. Situering

Door de integratie van de zelfstandigen in de Algemene Kinderbijslagwet (AKBW) dienen de regels voor de vaststelling van de bevoegde kinderbijslaginstelling te worden aangepast.

2. Wijzigingen aan de omschrijving van de begrippen in artikel 1 van het bevoegdheidsbesluit

In artikel 1 van het KB van 25 april 1997 wordt de omschrijving van de begrippen "situatie die een recht doet ontstaan" en "activiteit" aangepast.

2.1. Situatie die een recht doet ontstaan

Op basis van de bepalingen van de AKBW kunnen bepaalde situaties niet in aanmerking genomen worden voor de vaststelling van het recht op kinderbijslag. Door de wijziging in het bevoegdheidsbesluit kunnen deze situaties evenmin in aanmerking genomen worden voor de vaststelling van de bevoegde kinderbijslaginstelling.

Het gaat om de volgende situaties:

  • De activiteit als zelfstandige in bijberoep voor zover de rechthebbende een recht op kinderbijslag kan openen krachtens een andere bepaling van de AKBW. In dat geval is die andere hoedanigheid bepalend voor de vaststelling van het recht op kinderbijslag en voor de vaststelling van de bevoegde kinderbijslaginstelling.
  • De loopbaanonderbreking van de werknemer die tijdens zijn loopbaanonderbreking een recht op kinderbijslag kan openen als zelfstandige. In dat geval wordt de zelfstandige activiteit in aanmerking genomen voor de vaststelling van het recht en van de bevoegde kinderbijslaginstelling.
  • De zelfstandige activiteit van de werknemer die op basis van artikel 59 AKBW niet in aanmerking kan worden genomen voor de vaststelling van het recht omdat de rechthebbende tijdens die zelfstandige activiteit minstens halftijds werkt als werknemer. In dat geval wordt de minstens halftijdse tewerkstelling als werknemer in aanmerking genomen voor de vaststelling van het recht en van de bevoegde kinderbijslaginstelling.

2.2. Activiteit

De omschrijving van "activiteit" wordt uitgebreid. Voortaan wordt ook een activiteit als zelfstandige die onderworpen is aan het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen in aanmerking genomen voor de vaststelling van de bevoegde kinderbijslaginstelling.

3. Wijziging van de bevoegdheidsbepalingen

3.1. Vestiging van een nieuw recht (artikel 2 van het bevoegdheidsbesluit)

Bij de vestiging van een nieuw recht wordt voortaan ook de activiteit als zelfstandige in aanmerking genomen voor de vaststelling van de bevoegde kinderbijslaginstelling. Wanneer de rechthebbende zelfstandige is, wordt de kinderbijslag betaald door de kinderbijslaginstelling van de zelfstandige.

Elke zelfstandige is aangesloten bij een sociaal verzekeringsfonds. Conform artikel 15, §3 AKBW dient elk sociaal verzekeringsfonds zijn opdracht om gezinsbijslag te betalen toe te vertrouwen aan een kinderbijslaginstelling.

Met kinderbijslaginstelling van de zelfstandige wordt dus bedoeld de kinderbijslaginstelling waaraan het sociaal verzekeringsfonds van de rechthebbende de opdracht om de gezinsbijslag te betalen heeft toevertrouwd.

3.2. Voortzetting van het recht (artikel 3 van het bevoegdheidsbesluit)

Naast de nieuwe niet-geneutraliseerde activiteit als werknemer leidt voortaan ook een nieuwe activiteit als zelfstandige in hoofdberoep tot een verandering van de bevoegde kinderbijslaginstelling.

Concreet, wanneer de rechthebbende op de 1e dag van de referentiemaand een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uitoefent, wordt de kinderbijslaginstelling van de zelfstandige bevoegd om de kinderbijslag te betalen vanaf het daaropvolgende kwartaal.

4. Impact op de gelijkstelling

Door het feit dat de omschrijving van het begrip "activiteit" is uitgebreid, kan voortaan zowel op basis van een tewerkstelling als werknemer als op grond van een activiteit als zelfstandige een periode van gelijkstelling als ex-werkloze, ex-invalide of ex-gewaarborgde vastgesteld worden (achtkwartalenregeling). Voor de vaststelling van het begin van de gelijkstelling en de eventuele onderbreking ervan worden respectievelijk de effectieve begin- en einddatum van de zelfstandige activiteit in aanmerking genomen.

5. Verandering van sociaal verzekeringsfonds door de zelfstandige rechthebbende: situatie buiten het toepassingsgebied van het bevoegdheidsbesluit

Wanneer een werkgever van kinderbijslagfonds verandert, dan gaat de bevoegdheid om de kinderbijslag te betalen op dezelfde datum over naar de nieuwe kinderbijslaginstelling van de werkgever.

Deze regeling wordt naar analogie toegepast wanneer de zelfstandige rechthebbende van sociaal verzekeringsfonds verandert. Concreet gaat ook hier op de datum van de verandering de bevoegdheid om de kinderbijslag te betalen over naar de kinderbijslaginstelling van het nieuwe sociaal verzekeringsfonds van de rechthebbende.

6. Voorbeelden

De wijzigingen aan het bevoegdheidsbesluit werden al aan de kinderbijslagfondsen toegelicht in de tweewekelijkse vergaderingen met de kinderbijslagfondsen. Daarin heeft de Rijksdienst de wijzigingen al met voorbeelden uitgelegd. Bijkomende vragen werden beantwoord. Deze voorbeelden en antwoorden zijn opgenomen in de globale tabel met de vragen en antwoorden m.b.t. de administratieve overname van de zelfstandigendossiers. Deze tabel gaat als bijlage bij de CO 1397. De vragen over de toepassing van het bevoegdheidsbesluit vindt u terug onder punt 2, XVI 1 tot XVI 14.

7. Datum van inwerkingtreding

Het gewijzigde bevoegdheidsbesluit treedt op dezelfde dag in werking als de AKBW, namelijk op 30 juni 2014.

Top