Vlaanderen

CO 1400 van 11 december 2014 - Hervorming van de toekenning van de sociale toeslagen en eenoudertoeslagen

1. INTRODUCTIE

Verschillende categorieën sociaal verzekerden met personen ten laste, hetzij werknemers of zelfstandigen, sociaal verzekerden die een vervangingsinkomen ontvangen en alleenstaande bijslagtrekkenden (eenoudergezinnen) krijgen toeslagen bij de kinderbijslag voor zover de socioprofessionele inkomens van hun gezin het grensbedrag niet overschrijden.

Tot nu toe was geen enkele flux van een authentieke bron beschikbaar om het bedrag van de inkomsten als werknemer of zelfstandige of een sociale uitkering aan te tonen. Daardoor dienen momenteel enkel de verklaringen op eer over de inkomsten op de P19-formulieren als basis om het recht op een toeslag vast te stellen, tot ze weerlegd worden.

Om efficiënter sociale fraude te bestrijden, de sociale rechtvaardigheid te verhogen en het administratief beheer te vereenvoudigen voor zowel de sociaal verzekerden als de dossierbeheerders heeft FAMIFED in samenwerking met de FOD Financiën de nodige stappen ondernomen om het doorsturen van gegevens over de socioprofessionele inkomsten van sociaal verzekerden via een fiscale flux te ontwikkelen.

Het gebruik van de fiscale flux brengt een wijziging van de procedure met zich. Via die nieuwe procedure kan een provisionele ambtshalve beslissing worden genomen in de plaats van een beslissing op basis van een aanvraag. Bij provisionele ambtshalve beslissingen tot weigering kan een aanvraag met bewijsstukken echter door de sociaal verzekerde worden ingediend zodat die zijn recht op de provisionele betaling van de toeslag kan laten gelden. Die provisionele ambtshalve beslissing of de provisionele beslissing na de aanvraag van de sociaal verzekerde wordt vervolgens via de fiscale flux gecontroleerd (definitieve beslissing) in plaats van via de huidige verklaring op erewoord.

De provisionele ambtshalve beslissing is van toepassing vanaf 1 januari 2015.

Het gebruiken van de fiscale flux heeft bovendien een wijziging van de reglementering met zich gebracht om twee redenen.

  1. De inkomsten waar momenteel rekening mee gehouden wordt op basis van het koninklijk besluit van 24 oktober 2004 zijn bruto socioprofessionele inkomsten. De fiscale flux houdt echter rekening met de belastbare socioprofessionele inkomsten.

  2. De huidige inkomensnormen zijn momenteel maandelijks, terwijl de fiscale flux een jaarbedrag geeft.

Die wijziging van de reglementering wordt momenteel uitgewerkt.

Het doel van deze CO is de kinderbijslagfondsen algemene informatie geven over de nieuwe nieuwe (zowel provisionele als definitieve) procedure en om de instructies te verschaffen die nodig zijn om de provisionele ambtshalve beslissing toe te passen. Wat betreft de definitieve beslissing zullen bijkomende instructies aan de kinderbijslagfondsen worden gegeven op basis van het reglementair kader, als dat in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd zal zijn.

2.NIEUWE PROCEDURE OP BASIS VAN DE FISCALE FLUX

De nieuwe procedure steunt op drie principes:

  • Een provisionele ambtshalve beslissing: op basis van de gegevens van Trivia

  • Een grotere responsabilisering van de gezinnen: die moeten spontaan alle wijzigingen in hun gezins- en/of beroepssituatie laten weten, zowel om hun recht te laten gelden als om hun recht op te geven.

  • Definitieve ambtshalve beslissing: op basis van de gegevens van de fiscale flux

2.1. Provisionele ambtshalve beslissing

De provisionele ambtshalve beslissing heeft zowel betrekking op de toekenning als op de weigering van de toeslag.

Ze wordt genomen op basis van de gegevens van Trivia en niet op basis van een aanvraag van een sociaal verzekerde.

2.1.1. Provisionele ambtshalve beslissing tot toekenning

De toeslag wordt provisioneel ambtshalve toegekend aan eenoudergezinnen op basis van hun socioprofessioneel statuut zonder voorafgaande aanvraag van de betrokkene of een verklaring op erewoord.

2.1.2. Provisionele beslissing tot toekenning op verzoek van een sociaal verzekerde na een beslissing tot weigering

De sociale toeslag wordt niet langer toegekend op basis van een verklaring op erewoord maar op basis van bij de aanvraag gevoegde documenten die de bedragen van de inkomsten aantonen.

2.1.3. Definitieve ambtshalve beslissing

Definitieve ambtshalve beslissing (validatie van het recht) op de toeslag is in het merendeel van de gevallen1 niet langer op basis van de verklaring op erewoord maar op basis van de via de fiscale flux bezorgde gegevens. In bepaalde gevallen waarbij de gegevens niet via de fiscale flux bezorgd kunnen worden, zal de validatie via een ad hoc procedure gebeuren. De verklaring op erewoord wordt gehandhaafd voor de sociaal verzekerden die in het buitenland verblijven.

2.1.4. Het begrip inkomsten

Het begrip inkomsten is gewijzigd om de door de FOD Financiën bezorgde gegevens te kunnen gebruiken2.

Zo moet voortaan met de volgende inkomsten rekening worden gehouden voor de provisionele ambtshalve beslissing:

  • Voor werknemers en sociaal verzekerden met een vervangingsinkomen: de belastbare beroeps- en vervangingsinkomsten van de maand van de gebeurtenis, dus de inkomsten na aftrek van de socialezekerheidsbijdragen en voor aftrek van de loonbelasting. Die inkomsten staan op de loonfiche onder de rubriek belastbaar loon.

  • Voor zelfstandigen: het netto belastbaar resultaat van de inkomsten uit de zelfstandige activiteit vermenigvuldigd met 100/80.

Opmerking:

1) Aangezien fiscale gegevens jaarlijkse gegevens zijn, zullen bij de definitieve beslissing de belastbare socioprofessionele inkomsten waarmee rekening moet worden gehouden de gemiddelde maandinkomsten zijn, dus de jaarinkomsten gedeeld door twaalf.

2) De belastbare socioprofessionele inkomsten met betrekking tot vroegere (loonachterstallen) of latere (vervroegd vakantiegeld en opzeggingsvergoedingen) jaren dan het fiscaal jaar waar de provisionele beslissing betrekking op heeft, kunnen, hoewel ze tijdens dat jaar ontvangen werden, niet in aanmerking worden genomen in dat jaar of de jaren waarop ze betrekking hebben.

Aandachtspunt

De doelgroep (personen die de toeslag kunnen ontvangen) en het grensbedrag om de toeslag toe kennen blijven daarentegen behouden.

De gebeurtenissen die de onderzoeken van het recht op de toeslag met zich brengen zijn ook identiek aan de gebeurtenissen die het versturen van een P19 met zich brachten in de procedure op basis van de verklaringen op erewoord (P19).

3. PROVISIONELE AMBTSHALVE BESLISSING

3.1. Principe van de provisionele ambtshalve beslissing

De kinderbijslaginstellingen moeten een ambtshalve beslissing nemen op basis van de gegevens over het statuut van de sociaal verzekerde die door de verschillende bestaande fluxen (DmfA, ziekte, werkloosheid, loopbaanonderbreking etc.) worden bezorgd. Door dergelijke fluxen te behandelen wordt de procedure tot provisionele ambtshalve toekenning of tot provisionele ambtshalve weigering opgestart.

3.2. Provisionele ambtshalve beslissing tot toekenning van de toeslag3

WANNEER MOET EEN PROVISIONELE AMBTSHALVE BESLISSING TOT TOEKENNING WORDEN GENOMEN?

Na ontvangst van gegevens via Trivia waarbij een socioprofessionele wijziging of een gezinswijziging wordt vermeld van een bijslagtrekkende of een rechthebbende (naargelang het soort gezin) in een eenoudersituatie die zich in een van de volgende situaties bevindt:

  • hij ontvangt slechts een vervangingsinkomen (werkloosheid of ziekte4);

  • hij ontvangt een vervangingsinkomen werkloosheid en een loon voor een deeltijdse activiteit;

  • hij heeft het statuut zelfstandige en is gelijkgesteld aan zieke en er werden geen bijdragen betaald (code U) of valt onder de faillissementsverzekering (code K). Die codes zijn opgenomen in de flux over het begin of het einde van een zelfstandige activiteit;

  • er worden geen socioprofessionele gegevens over hen ontvangen via de fluxen.

Op basis van die gegevens moet het fonds de toeslag toekennen want er bestaat een vermoeden van niet-overschrijden van het grensbedrag.

Het moet de sociaal verzekerde zo goed mogelijk informeren om onverschuldigde bedragen te vermijden via een naar de bijslagtrekkende verstuurde motiveringsbrief (FISC 1) (zie punt 3.5).

GEGEVENS WAARMEE REKENING MOET WORDEN GEHOUDEN OM EEN PROVISIONELE AMBTSHALVE BESLISSING TE NEMEN

Met de in Trivia beschikbare gegevens over de maand van de gebeurtenis die het onderzoek van het recht met zich brengt, moet rekening worden gehouden.

  • Bij scheiding: D036.

  • Voor werknemers: de laatste DmfA-berichten van het vorige kwartaal als geen RIP-bericht het DmfA-gegeven weerlegt.

  • Voor de vervangingsinkomsten: de bestaande berichten (flux werklozen (D042, P042), zieken (D046), loopbaanonderbreking (D044, P044), multifunctionele OCMW-attesten (D048,P048)).

  • Voor de codes voor de bijdragen van de zelfstandigen: de codes op basis van het bericht van begin of einde van een zelfstandige activiteit (D047, P061).

WANNEER MOETEN DE PROVISIONELE BETALINGEN WORDEN OPGESCHORT?

  • Als een sociaal verzekerde zijn kinderbijslagfonds informeert.

    Een sociaal verzekerde kan zijn fonds spontaan op de hoogte brengen als hij vindt dat zijn socioprofessionele inkomsten het grensbedrag (dreigen) te overschrijden.

  • Als een werkloze of zieke sociaal verzekerde een winstgevende activiteit begint uit te oefenen (gelijkstelling).

Dan:

  • schort het fonds de betaling van de toeslag onmiddellijk op aangezien het gaat om een provisionele ambtshalve toekenning. De betalingen kunnen dan niet getrimestrialiseerd worden.

  • stuurt het fonds een motiveringsbrief (FISC 5) naar de sociaal verzekerde met de vraag om een aanvraag in te dienen als hij vervolgens denkt dat hij opnieuw aan de voorwaarden voldoet (zie punt 3.5).

3.3. Provisionele ambtshalve beslissing tot weigering

In alle andere gevallen waarbij het recht op de toeslag moet worden onderzocht (zie punt 3.2) moet een provisionele ambtshalve beslissing tot weigering worden genomen aangezien niet vermoed kan worden dat het grensbedrag niet overschreden wordt. In het kader van het Handvest van de Sociaal Verzekerde moet het fonds de sociaal verzekerde de provisionele beslissing tot weigering bezorgen (FISC 2 + model S) en hem informeren over de mogelijkheid om een aanvraag tot herziening van zijn dossier in te dienen als hij over elementen beschikt waarmee kan worden aangetoond dat hij in werkelijkheid voldoet aan de inkomstenvoorwaarden om een toeslag toe te kennen.

In geval van een provisionele ambtshalve beslissing tot weigering kan de sociaal verzekerde op elk moment een nieuw onderzoek van zijn dossier aanvragen door de betaalinstelling het bewijs te bezorgen van zijn inkomsten van de maand van de gebeurtenis en/of van zijn partner of echtgenoot.

De volgende bewijzen moeten door de fondsen in overweging worden genomen:

  • Voor werknemers: de loonfiche5.

  • Voor zelfstandigen: het laatste aanslagbiljet of bewijs van het sociaalverzekeringsfonds voor zelfstandigen met betrekking tot het bedrag van de inkomens op basis waarvan de bijdragen worden berekend of als er geen bewijs is, een bewijs van het sociaalverzekeringsfonds voor zelfstandigen met het geraamd bedrag van de huidige inkomsten van de zelfstandige. Het bewijs vermeldt een belastbaar nettobedrag dat met 100/80 moet worden vermenigvuldigd. Het moet doo r de sociaal verzekerden bij het aanvraagformulier worden gevoegd.

  • Voor vervangingsinkomsten: naargelang de vervangingsinkomsten: een attest van de betaalbureaus van de RVA, het RIZIV, de RVP, de vakbonden of de ziekenfondsen of een rekeningafschrift met het bedrag van de vergoeding.

  • Voor internationale ambtenaren: loonfiche6.

3.4. Herziening van de provisionele ambtshalve beslissing

Na een provisionele ambtshalve beslissing moet enkel een nieuwe provisionele ambtshalve beslissing genomen worden in de volgende limitatieve situaties:

  • op verzoek van de betrokkenen;

  • bij een wijziging van de gezins- of beroepssituatie. De situaties waarbij de beslissing herzien moet worden zijn dezelfde situaties als die waarbij een P19 werd verstuurd in de procedure op basis van de verklaringen op erewoord (P19), die geldt tot 31 december 2014.

  Onderzoek/herziening Geen onderzoek/herziening
Betalingen uitgevoerd tegen de basisschaal
  • Er vindt een nieuwe gebeurtenis plaats (begin van een eenoudersituatie, zevende maand werkloosheid of ziekte van de rechthebbende, pensioen, nieuw voorrangsrecht bv. gewaarborgde gezinsbijslag, werkloosheid of ziekte tijdens de gelijkschakeling of de wet D'Hondt)
  • Een aanvraag van de sociaal verzekerde
  • Een wijziging van de beroepssituatie (verandering van werkgever)
  • Een wijziging van de socioprofessionele situatie van de bijslagtrekkende of de partner
Betalingen vermeerderd met een toeslag
  • Er vindt een nieuwe gebeurtenis plaats zoals een gezinswijziging (behalve begin eenoudersituatie) of een begin van activiteit van de rechthebbende in het gezin van het kind (onderbreking in de ziekte of werkloosheid plus RIP-in van meer dan 27 dagen)
  • Een aanvraag van de sociaal verzekerde
  • Een verandering van werkgever of van toeslag
  • Een wijziging van de socioprofessionele situatie van de bijslagtrekkende of de partner

In alle andere situaties blijft de provisionele beslissing van toepassing tot ontvangst van de fiscale gegevens aangezien in de controle van de socioprofessionele gegevens in Trivia niet voorzien is.

3.5. Naar wie moet de provisionele ambtshalve7 beslissing gestuurd worden?

  • Bij het onderzoek van het recht op de eenoudertoeslag of op een sociale toeslag als ex-GGB moet het formulier naar de bijslagtrekkende worden verstuurd.

  • Bij het onderzoek van het recht op de toeslag 42bis of 50ter voor langdurig werklozen of zieken (inclusief tijdens de periode van gelijkstelling) en voor invaliden of gepensioneerden, moet de beslissing naar de volgende persoon worden gestuurd:

    • naar de rechthebbende als die deel uitmaakt van het gezin van het kind;
    • naar de bijslagtrekkende als de rechthebbende geen deel uitmaakt van het gezin.

Niets werd gewijzigd op dat vlak.

3.6. Termijn om de provisionele ambtshalve beslissing te nemen

De termijn om een ambtshalve beslissing te nemen is een maand8 vanaf ontvangst van de flux waarmee de betaalinstelling op de hoogte wordt gebracht van de nieuwe socioprofessionele situatie en/of gezinssituatie van de sociaal verzekerde.

3.7. Provisionele ambtshalve beslissing en Handvest van de Sociaal Verzeker de

Een provisionele beslissing van een kinderbijslagfonds moet gemotiveerd zijn zodat de gezinnen kunnen inschatten of de beslissing correct is.

Aldus:

  • Bij een provisionele ambtshalve beslissing tot toekenning) een motiveringsbrief versturen (FISC 1).

    Die heeft vier doelstellingen:

    1) de sociaal verzekerden informeren dat de toeslag provisioneel werd toegekend op basis van de gezinssituatie en socioprofessionele situatie

    2) ze vragen om zo snel mogelijk de betaalinstelling op de hoogte te brengen als de socioprofessionele situatie en/of gezinssituatie verschilt van de situaties waar die instelling kennis van heeft of om de instelling vervolgens op de hoogte te brengen van wijzigingen, om een onverschuldigd bedrag te vermijden

    3) ze mee te delen dat de belastbare socioprofessionele inkomsten later gecontroleerd zullen worden op basis van de door de FOD Financiën bezorgde gegevens op het aanslagbiljet, om de betalingen van de toeslagen te valideren

    4) ze te laten weten dat bij de definitieve beslissing rekening gehouden zal worden met de gemiddelde maandinkomsten (jaarinkomsten gedeeld door twaalf), die bepaald worden op basis van de fiscale gegevens.

  • Bij een provisionele ambtshalve beslissing tot weigeringð een motiveringsbrief versturen (FISC 2).

    Die heeft als doelstelling de sociaal verzekerden ervan op de hoogte brengen:

    1) dat de toeslag niet toegekend kan worden omdat de betaalinstelling niet over alle gegevens beschikt daarvoor maar

    2) dat ze die wel kunnen aanvragen met het bijgevoegde aanvraagformulier (model S) als ze denken dat ze aan de inkomstenvoorwaarden voldoen door als ze werknemer zijn loonfiches bij te voegen, als ze werkloos, gepensioneerd of ziek zijn een rekeningafschrift met het ontvangen bedrag of de beslissing van de instelling in kwestie (RVA, RVP, RSVZ etc.) bij te voegen en als ze zelfstandige zijn bewijzen van het sociaalverzekeringsfonds voor zelfstandigen of het laatste aanslagbiljet toe te voegen.

    3) dat de beslissing tot weigering herzien zal worden na ontvangst van de fiscale gegevens over de socioprofessionele inkomsten, zelfs als ze geen aanvraag hebben ingediend.

  • Op verzoek van de sociaal verzekerde: aanvraagformulier versturen (model S).

4. CREËREN VAN EEN HISTORIEK

4.1. Doel van de historiek

Om de gezinsinkomens vast te stellen moet men de inkomens kennen van alle personen met wie de bijslagtrekkende op een gegeven moment in het fiscaal jaar in kwestie een feitelijk gezin heeft gevormd. Daartoe moet een historiek gecreëerd worden.

Het doel van de historiek is dus ervoor zorgen dat de personen bepaald kunnen worden voor wie de fiscale gegevens gevraagd moeten worden en vastleggen voor welke periode hun belastbare beroepsinkomsten en/of vervangingsinkomsten in aanmerking moeten worden genomen bij de definitieve vaststelling van het recht op een toeslag.

4.2. Personen die in de historiek moeten worden opgenomen

Naargelang de toeslag waarop een sociaal verzekerde recht heeft, moeten in de historiek verschillende personen worden opgenomen, zoals hieronder bepaald:

a) de bijslagtrekkende als die de eenoudertoeslag krijgt of zou kunnen krijgen (artikel 41 AKBW),

b) de bijslagtrekkende en de echtgenoot of partner van die bijslagtrekkende als die bijslagtrekkende de sociale toeslag ontvangt op basis van de gelijkstelling aan de gewaarborgde gezinsbijslag (cf. artikel 42bis AKBW).

c) Andere categorieën - Naargelang het soort gezin (cf. koninklijk besluit van 26 oktober 2004 of koninklijk besluit van 22 mei 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 oktober 2004):

  • a. Soort gezin 1: rechthebbende die alleen woont met zijn kind,

  • b. Soort gezin 2: rechthebbende die samenwoont met zijn echtgenoot of partner en de kinderen,

  • c. Soorten gezinnen 3 en 4: bijslagtrekkende (ouder van het kind of ex-echtgenoot of gescheiden echtgenoot van de rechthebbende).

Opmerking

De historiek moet worden opgemaakt voor zowel de dossiers waarin de toeslag wordt betaald als voor de dossiers waarbij er een potentieel recht op een toeslag is.

4.3. Gegevens die moeten worden opgenomen

a) INSZ-nummer,

b) Begin- en einddatum van de periode waarvoor de belastbare beroeps- en/of vervangingsinkomsten van de persoon in kwestie in aanmerking zijn genomen,

c) (Eventueel) een code die aangeeft dat de actor een internationale ambtenaar is of dat hij buiten België werkt.

4.4. Invoering in het Kadaster

Als de actor die recht geeft op de toeslag al om een andere reden is ingevoerd (rechthebbende, bijslagtrekkende of vierde actor) moet geen bijkomende invoering gebeuren.

Als de actor die recht geeft op de toeslag nog niet ingevoerd is, moet hij worden ingevoerd met rolcode 105 als vierde actor voor de bijbehorende periode.

4.5. Interferentie met de andere toekenningsvoorwaarden

In hetzelfde dossier:

a) kunnen de actoren recht geven op verschillende toeslagen naargelang de bijslagtrekkende;

b) kan een bijslagtrekkende in aanmerking komen voor een toeslag, in tegenstelling tot de andere bijslagtrekkende;

c) kan dezelfde bijslagtrekkende recht hebben op een toeslag voor bepaalde kinderen en niet voor andere kinderen.

4.6. Voorbeeld

De moeder is rechthebbende en bijslagtrekkende. Ze is langdurig werkloos. Tot 14 februari 2015 woonde ze alleen met haar kinderen. Van 15 februari 2015 tot 17 augustus vormde ze een feitelijk gezin met B en vanaf 18 augustus 2015 met C, die in Frankrijk werkt.

Historiek

INSZ van tot code
INSZ moeder 01-01-2015  

-

INSZ B 15-02-2015 17-08-2015

-

INSZ C 18-08-2015   code buitenland

Variant

Periode INSZ actor 1 code INSZ actor 2 code
01-01-2015 tot 14-02-2015 INSZ moeder      
15-02-2015 tot 17-08-2015 INSZ moeder   INSZ B  
vanaf 18-08-2015 INSZ moeder   INSZ C buitenland

4.7. Opmerkingen

De historiek moet uiterlijk op 30 juni 2016 zijn opgesteld. Alle sociaal verzekerden die de toeslag (kunnen) verkrijgen sinds 1 januari 2015 moeten er echter in opgenomen zijn.

Alle gezinswijzigingen die een impact hebben op de toekenning van toeslagen (scheiding/samenwonen/huwelijk etc.) moeten erin opgenomen zijn.

Alle betrokken personen moeten worden opgenomen, ook voor de dossiers (met toekenning van een toeslag of potentieel recht op een toeslag) die vóór 1 januari 2015 bestonden om ook hun inkomensgegevens te verkrijgen.

De historiek kan automatisch worden samengesteld in de gegevensbank van het fonds, of handmatig naargelang de gezinstoestand verandert.

5. OVERGANGSPERIODE

In januari 2015:

  • afschaffing van de verzending van de P19 ter controle (seriële P19).

  • Een brief (P FISC-trans) versturen naar alle sociaal verzekerden die een toeslag ontvangen om ze ervan op de hoogte te brengen dat:

    • de procedure gewijzigd is;
    • ze gevraagd wordt om alle wijzigingen van hun socioprofessionele situatie of gezinssituatie in 2014 mee te delen;
    • als ze niet reageren, de inkomsten die werden aangegeven op hun P19 die werd verstuurd in het begin van 2014, beschouwd zullen worden als de werkelijke inkomsten.

Opmerking

Als de sociaal verzekerden niet reageren zal dat als een stilzwijgende bevestiging worden beschouwd van het feit dat de inkomens 2014 het grensbedrag niet overschreden. De inkomens 2015 zullen echter via de fiscale flux gecontroleerd worden voor de definitieve beslissing.

Bij vermoeden van fraude zal nog steeds een huisbezoek worden uitgevoerd.

  • Een informatieformulier (P FISC-ter) versturen naar alle sociaal verzekerden die geen toeslag ontvangen. Die verzending zal zowel betrekking hebben op de werknemers als de zelfstandigen en er zal al rekening gehouden worden met de vanaf 1 juli 2014 geldende inkomstengrensbedragen.

Opmerking

Als na die P FISC-ter een sociaal verzekerde aangeeft dat zijn inkomsten onder het grensbedrag liggen, moet hij geen nieuwe aanvraag meer indienen. Die s ituatie is vergelijkbaar met de situatie bedoeld in punt 6.1. hierna.

6. AANDACHTSPUNTEN

6.1. Behouden van het formulier - Verklaring op erewoord

Voor de onderzoeken van het recht op de toeslag in 2015 die betrekking hebben op vroegere jaren.

De nieuwe procedure geldt vanaf 1 januari 2015 voor alle nieuwe rechten waarbij de referentiemaand in 2015 valt.

Bijgevolg

Een Pfisc-ter versturen voor alle nieuwe rechten waarbij de referentiemaand in 2014 valt (bv.: scheiding met begin van eenoudersituatie in december 2014).

Voorbeeld

De zevende maand werkloosheid van een sociaal verzekerde gaat in november 2014 in. November 2014 is dus de referentiemaand op basis waarvan het recht zal worden vastgesteld. Zelfs als het recht in 2015 wordt onderzocht, moet de oude procedure worden toegepast. Er moet dus een

Pfisc-ter worden verstuurd en de sociaal verzekerde moet worden ingelicht dat de beslissing is genomen op basis van een verklaring op eer en dat die voor 2015 zal worden herzien op basis van de fiscale flux. Indien het recht nadien voor 2015 ongeldig wordt verklaard, wordt de toeslag toch tot 31 maart 2015 toegekend (trimestrialisering).

Een positieve beslissing wordt gemotiveerd via de brief FISC 3. Een negatieve beslissing wordt gemotiveerd via de brief FISC 4.

Indien de zevende maand werkloosheid echter in januari 2015 ingaat, zal het recht volgens de nieuwe procedure worden onderzocht.

6.2. Huisbezoek

Via de nieuwe procedure met ambtshalve beslissingen zijn de volgende controles niet meer nodig:

  • de in punt 4.1 van omzendbrief 1386 van 24 februari 2014 en punt 1.4.b van omzendbrief 1393 van 19 september 2013 vermelde bijstandsbezoeken;

  • de in punt 1.4 van omzendbrief 1393 vermelde willekeurige controles voor de gezinnen die kinderbijslag ontvangen tegen schaal 42bis en 50ter AKBW, toch als het gaat om tweeoudergezinnen. Voor de eenoudergezinnen blijven de willekeurige tienjaarlijkse controles gelden.

Die punten worden dus op 1 januari 2015 opgeheven.

6.3. Vermeldingen op het brevet van rechthebbende (model Y)

Bij een bevoegdheidsoverdracht tussen kinderbijslagfondsen moet de oorspronkelijke betaalinstelling op het brevet vermelden of de toeslag al dan niet is toegekend.

Opmerking

De kinderbijslagfondsen worden erop gewezen dat bij een overdracht van dossiers elk kinderbijslagfonds verantwoordelijk is voor de geldigheid van de betalingen van kinderbijslag die werden uitgevoerd voor alle sociaal verzekerden van de doelgroep, ongeacht of de toeslag werd toegekend, voor hun periodes en ze moeten dus via de fiscale flux die periodes controleren.

7. UITZONDERING OP HET PRINCIPE VAN DE NIEUWE PROCEDURE

Procedure voor de gezinnen die deel uitmaken van de doelgroep en in het buitenland verblijven

Voor de sociaal verzekerden die in het buitenland verblijven en die de toeslag (kunnen) ontvangen, blijft de verklaring op erewoord behouden. De nieuwe gevallen moeten met een formulier model P19-fisc onderzocht worden en de jaarlijkse seriële controle (P19-fisc) blijft behouden. Die wordt uitgevoerd voor alle sociaal verzekerden van de doelgroep, ongeacht of de toeslag is toegekend. Het controleformulier wordt op 15 januari verzonden.

Opmerking

Op de gezinnen die deel uitmaken van de doelgroep en in België verblijven maar waarbij een van de actoren in een ander land werkt, is enkel de nieuwe procedure van toepassing (procedure op basis van bewijsstukken).

8. BIJLAGEN

Bijlage 1: Tabel met voorbeelden

Bijlage 2: De nieuwe formulieren en motiveringsbrieve n

9. INWERKINGTREDING EN OVERGANG

De nieuwe procedure geldt vanaf 1 januari 2015.

  • 1. In bepaalde gevallen waarbij de gegevens niet via de fiscale flux bezorgd kunnen worden, zal de validatie via een ad hoc procedure gebeuren. Dat zal het geval zijn voor de internationale ambtenaren en voor de sociaal verzekerden die in België verblijven en in het buitenland werken. De verklaring op erewoord wordt gehandhaafd voor de sociaal verzekerden die in het buitenland verblijven.
  • 2. Voor de sociaal verzekerden die deel uitmaken van de doelgroep en die niet in België verblijven, blijft de verklaring op erewoord behouden.
  • 3. Een provisionele ambtshalve beslissing moet ook worden genomen bij een eerste geboorte en bij een wijziging van de voorrang.
  • 4. Als de sociaal verzekerde een pensioen ontvangt, moet het kinderbijslagfonds een provisionele ambtshalve beslissing tot weigering nemen. In tegenstelling tot de werkloosheidsuitkering of de ziekte-uitkering kan een pensioen het grensbedrag overschrijden.
  • 5. Zie rubriek belastbaar loon
  • 6. Het gaat om het totaalbedrag verminderd met de persoonlijke bijdragen tegen de door hun instelling van internationaal publiek recht verzekerde socialezekerheidsrisico's
  • 7. Zie CO 1377 van 8 december 2008: Herziening en uniformisering van de formulieren voor de eenoudertoeslag en de sociale toeslagen, punt 2.1.
  • 8. Die termijn is bepaald op basis van de in CO 1330 van 21 mei 2001 vastgelegde termijnen. Informatieverwerking met elektronische en papieren dragers (formulieren)
Top