Vlaanderen

CO 1412 van 20 februari 2017 - Fiscale flux - Definitieve vaststelling van het recht op sociale toeslag en eenoudertoeslag voor 2015

1. Situering

Vanaf 1 januari 2015 stellen de kinderbijslagfondsen het recht op sociale toeslag en eenoudertoeslag vast op basis van het gemiddelde van de belastbare beroepsinkomsten en/of uitkeringen van het gezin.  Voor de gegevensvergaring hiervan werd de procedure van de fiscale flux ingevoerd.

De vaststelling van het recht op een toeslag gebeurt in 2 stappen:

  1. In real time: een beslissing over de provisionele betaling van de toeslag op basis van de gegevens in Trivia of op basis van een verklaring op eer van het gezin op het aanvraagformulier model S.
  2. Na 2 jaar: de definitieve vaststelling van het recht op toeslag op basis van de fiscale gegevens van de authentieke bron, de FOD Financiën.

Met de CO 1400 van 11 december 2014, de CO 1407 van 18 januari 2016 en de dienstbrief 996/121 van 18 maart 2016 ontvingen de kinderbijslagfondsen de administratieve richtlijnen voor de provisionele betaling van de toeslag.

Deze omzendbrief handelt over de definitieve vaststelling van het recht op toeslag voor 2015.

Voor de uitwisseling van de fiscale gegevens werden 2 nieuw elektronische berichten ontwikkeld:

  • Vraag: het bericht T009 waarmee de kinderbijslagfondsen de fiscale gegevens dienen op te vragen.

  • Antwoord: het bericht T010 waarmee FAMIFED de fiscale gegevens aan de kinderbijslagfondsen zal meedelen.

Met de mail van 23 november 2016 ontvingen de kinderbijslagfondsen de technische documentatie over deze berichten.

Hierna volgen de administratieve richtlijnen voor het opvragen en het verwerken van de fiscale gegevens m.b.t. het inkomstenjaar 2015.

2. Gezinnen in België

2.1. Voor wie fiscale gegevens m.b.t. inkomstenjaar 2015 opvragen?

De kinderbijslagfondsen dienen de fiscale gegevens op te vragen voor de volgende dossiers:

  • alle dossiers waarin ze op basis van een referentiemaand in 2015 provisioneel toeslag hebben betaald.

  • alle dossiers waarin ze op basis van een referentiemaand in 2015 een mogelijk recht op een toeslag (ook in de gelijkstelling en ex-gewaarborgde) dienen te onderzoeken.

Het gaat zowel om de actieve dossiers als de dossiers afgesloten in of na 2015, bijvoorbeeld dossiers met einde recht in de loop van 2015.

De basis voor de opvraging is telkens de historiek van de in aanmerking te nemen gezinstypes (situaties). De richtlijnen voor de samenstelling van deze historiek werden met de CO 1400 van 14 december 2014 meegedeeld. Samengevat dienen in deze historiek voor elk dossier de personen te zijn opgenomen wier inkomsten in aanmerking dienen te worden genomen bij de vaststelling van het recht op toeslag.

Elk kinderbijslagfonds dient de fiscale gegevens op te vragen voor zijn onderzoeksperiode (integratieperiode in het Kadaster), dus ook voor de periode waarover de dienst gewaarborgde gezinsbijslag in zijn plaats provisioneel heeft betaald met recht in de AKBW.

In de vraag worden de situaties (mono's en duo's) doorgegeven waarvoor het kinderbijslagfonds de fiscale gegevens nodig heeft. De opvraging gebeurt altijd per dossier.

2.2 Aanvragen en ontvangen van de fiscale gegevens

De aanvraag om fiscale gegevens voor een dossier gebeurt met een bericht T009.

Als antwoord op het T009- bericht ontvangen de kinderbijslagfondsen de fiscale gegevens voor het dossier met een T010-bericht.

In het T009-bericht zijn 2 scenario's mogelijk:

  • Bulk opvraging: algemene bevraging.

  • Ad hoc opvraging: opvraging voor individuele gevallen.

Voor de opvraging van de gegevens voor 2015 wordt de volgende timing vastgelegd

Scenario Wanneer? T009 van KBF en aan FAMIFED T010 van FAMIFED aan kinderbijslagfondsen Facultatief/ Verplicht
Bulk 1 01-05-2017 Tussen 15-04-2017 en 30-04-2017 Tussen 15-05-2017 en 31-05-2017 Facultatief
Bulk 2 01-07-2017 Tussen 15-06-2017 en 30-06-2017 Tussen 15-07-2017 en 31-07-2017 Verplicht voor alle dossiers
Bulk 3 01-10-2017 Tussen 15-09-2017 en 30-09-2017 Tussen 15-10-2017 en 31-10-2017 Verplicht voor alle overblijvende dossiers
Ad Hoc dagelijks Vanaf 1 november 2017 Dagelijks Facultatief
Bulk 4 01-12-2017 Tussen 15-11-2017 en 30-11-2017 Tussen 15-12-2017 en 31-12-2017 Verplicht voor alle overblijvende dossiers

Toelichting

De eerste bulkopvraging is facultatief. De kinderbijslagfondsen kunnen ervoor opteren om van deze zending geen gebruik te maken.

De tweede bulkopvraging is verplicht. Uiterlijk met deze zending dienen de kinderbijslagfondsen voor alle dossiers waarvoor zij de fiscale gegevens voor 2015 nodig hebben op te vragen.  Immers uit de contacten met de FOD Financiën is gebleken dat einde juni 2017 de fiscale gegevens voor 2015 voor nagenoeg alle personen beschikbaar zijn. De kinderbijslagfondsen kunnen de opvraging niet naar eigen voorkeur spreiden over de verschillende bulkopvragingen.

Bij ontvangst van een T010-bericht met de vermelding dat gegevens nog niet beschikbaar zijn, dient het kinderbijslagfonds zelf het initiatief te nemen om voor deze overblijvende dossiers een nieuwe opvraging te doen in de volgende bulkopvraging (nieuwe T009). 

Wanneer een actor in de historiek enkel gekend is met een KSZ-nummer of wanneer de historiek een actor bevat voor wie het KSZ-nummer in de loop van 2015 is omgezet in een INSZ-nummer, gebeurt de gegevensvergaring op de gewone manier met een T009-bericht.  Indien er na de 4e bulkopvraging nog steeds geen fiscale gegevens worden meegedeeld, vraagt het kinderbijslagfonds de inkomensgegevens voor die dossiers op met een formulier P19fiscA (bijlage 1). Het formulier werd daaraan aangepast en een begeleidend schrijven opgesteld (bijlage 2). De definitieve vaststelling van het recht op de toeslag gebeurt dan op basis van die verklaring op eer.

Wanneer één van de actoren die in België woont, buiten België werkt (geen internationale ambtenaar), gebeurt de gegevensvergaring eveneens op de gewone manier met een T009-bericht (cfr. dienstbrief 999/177 addendum van 4 mei 2016).

De gegevensuitwisseling met de T009 en T010-berichten gebeurt steeds per dossier en in één keer voor het jaar 2015, ongeacht het aantal situaties in het dossier.

Het kinderbijslagfonds ontvangt per dossier voor alle opvraagde situaties (mono's en duo's) per periode of het maximumbedrag (grensbedrag) overschreden is of niet.

Aandachtspunten

  • Er mag pas op een ad hoc opvraging worden overgeschakeld na de verwerking van de gegevens van de 3e bulkopvraging.  Deze opvraging is bedoeld voor individuele anomalieën en rechtzettingen.
  • De T009 en T010-berichten worden niet gebufferd in Trivia.

2.3. Verwerking van de fiscale gegevens

De ontvangen T010-berichten die de fiscale gegevens bevatten, worden binnen 4 maanden behandeld (= termijn voorzien in het Handvest van de sociaal verzekerde), maar uiterlijk binnen de perken van de verjaring. Om de verjaring van onverschuldigde betalingen te vermijden, dienen de kinderbijslagfondsen bijgevolg eerst de dossiers waarin ze toeslag betaald hebben te behandelen (mogelijke terugvordering) en daarna die waarin ze gewone kinderbijslag betaald hebben (mogelijke bijpassing).

Als ontvangstdatum geldt de procesdatum in het T010-bericht + 7 kalenderdagen.

De T010-berichten bevatten enkel de gegevens over het inkomen. Bij de verwerking van de gegevens dienen de kinderbijslagfondsen bij de vaststelling van het recht op toeslag eveneens rekening te houden met de andere gegevens en toekenningsregels die impact hebben op het recht op toeslag nl.:

  • de trimestrialisering van het recht op een toeslag;

  • de socio-professionele situatie van de rechthebbende;

  • de gelijkstelling;

  • het gezinstype;

  • Art. 48 AKBW;

  • en MO 599.

Hierna worden de 4 typesituaties die zich kunnen voordoen nader toegelicht.

2.3.1. Er is een toeslag betaald en het inkomen overschrijdt het grensbedrag niet

In dat geval bevestigen de fiscale gegevens de geldigheid van de provisionele betalingen van de toeslag op basis van de referentiemaanden in 2015.

Aangezien de betalingen niet hoeven geregulariseerd te worden, dient er geen motiveringsbrief te worden verstuurd. De motiveringbrieven m.b.t. de toekenning van de provisionele betalingen zullen daaraan aangepast worden.

De lopende provisionele betalingen van de toeslag worden opgevolgd overeenkomstig de richtlijnen gegeven met de CO's 1400 en 1407 én de dienstbrief 996/121.

De validatie van de provisioneel betaalde toeslag vanaf 2016 gebeurt eveneens volgens de richtlijnen van deze omzendbrief.

2.3.2. Er is geen toeslag betaald en het inkomen overschrijdt het grensbedrag

De fiscale gegevens bevestigen dat er op basis van de referentiemaanden in 2015 inderdaad geen recht is op een toeslag.

Aangezien de betalingen niet hoeven geregulariseerd te worden, dient er geen motiveringsbrief te worden verstuurd. De motiveringbrieven m.b.t. de toekenning van de provisionele betalingen zullen daaraan aangepast worden.

De mogelijke provisionele betaling van de toeslag wordt verder opgevolgd overeenkomstig de richtlijnen gegeven met de CO's 1400 en 1407 én de dienstbrief 996/121.

De definitieve vaststelling van het recht op toeslag vanaf 2016 gebeurt volgens de richtlijnen van deze omzendbrief.

2.3.3. Er is geen toeslag betaald en het inkomen overschrijdt het grensbedrag niet

De fiscale gegevens bevestigen dat er recht is op een sociale toeslag.  De kinderbijslagfondsen dienen de betalingen bijgevolg te herzien, nl. de toeslag bijbetalen op basis van alle referentiemaanden in 2015 waarin het gemiddelde van de belastbare beroepsinkomsten en/of uitkeringen het toegelaten maximumbedrag niet overschrijdt.

Als bijlage 3 gaat het model van motiveringsbrief FISC brief 10 waarmee de kinderbijslagfondsen de regularisatie van de betalingen kunnen motiveren conform het Handvest van de sociaal verzekerde.

In de dossiers waarin op datum van de ontvangst van de fiscale gegevens geen toeslag wordt betaald, wordt op het infoblad bij de brief FISC 10 aan het gezin ook uitgelegd dat het een model S voor 2016 en/of 2017 kan aanvragen als de inkomens- en/of gezinssituatie sinds 2015 niet gewijzigd is.

Voor de provisionele betalingen worden verder de bruto-inkomsten in aanmerking genomen.

De definitieve vaststelling van het recht op toeslag vanaf 2016 gebeurt volgens de richtlijnen van deze omzendbrief.

Aandachtspunten

  • In geval van voortzetting van het recht op toeslag, kan op basis van de referentiemaand november 2015 toeslag betaald worden tot 31 maart 2016.
  • Wanneer het recht op toeslag ontstaat omdat het inkomen vanaf juli 2015 het toegelaten grensbedrag niet of niet langer overschrijdt, kan de toeslag onmiddellijk (dus zonder vertraging een maand) worden toegekend (cfr. CO 1405 van 16 juli 2015).
  • Indien het gaat om een dossier waarin er in 2015 in een eenoudergezin een geboorte plaatsvond én de eenoudersituatie nog steeds voortduurt, dient het kinderbijslagfonds eerst een controle aan huis te laten uitvoeren door FAMIFED alvorens de toeslag te betalen (cfr. dienstbrief 996/124 van 24 juni 2016). Wanneer de eenoudersituatie intussen beëindigd is, hoeft deze controle aan huis niet uitgevoerd te worden en kan de toeslag  voor het beëindigen van de eenoudersituatie onmiddellijk bijbetaald worden.
  • Eventueel dient een bijkomend brevet afgeleverd te worden in het kader van de gelijkstelling (de betaling van de toeslag doet de periode van gelijkstelling starten) of aan de dienst gewaarborgde gezinsbijslag met het oog op de regularisatie (bijpassing) van de betalingen, indien de gewaarborgde volgens het brevet voor periodes met recht in de AKBW provisioneel heeft betaald aan de schaal 40.
  • De bijbetaling van de toeslag kan ook tot gevolg hebben dat een T007-bericht (Yter - wijziging van schaal) voor de volledige herziene periode dient verzonden te worden. De andere betrokken kinderbijslagfondsen kunnen desgevallend worden opgezocht via consulatie van het Kadaster van de kinderbijslag. Als datum gebeurtenis wordt 1 januari 2015 ingevuld; in de zone varia wordt "fiscale flux" ingevuld.

2.3.4. Er is toeslag betaald en het inkomen overschrijdt het grensbedrag

Uit de fiscale gegevens blijkt dat er geen recht op toeslag bestaat. Alle provisioneel betaalde toeslagen op basis van een referentiemaand in 2015 dienen te worden teruggevorderd.

Als bijlage 4 gaat het model van motiveringsbrief FISC brief 11 waarmee de kinderbijslagfondsen de terugvordering van de toeslag kunnen motiveren conform het Handvest van de sociaal verzekerde. Op die brief moeten verplicht alle personen vermeld worden wier inkomsten in aanmerking werden genomen.

Principes voor de bepaling van het inhoudingspercentage op latere betalingen ter aanzuivering van het debet1

Als de bijslagtrekkende heeft laten weten dat haar/zijn inkomen gewijzigd is, is er geen nalatigheid. Bijgevolg worden de inhoudingen beperkt tot 10%.2

Als de bijslagtrekkende niets heeft laten weten, dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de volgende situaties:

  • Het debet betreft eenoudertoeslag of sociale toeslag 42bis of 50ter met of zonder eenoudertoeslag in geval van gezinstypes 3 en 4 (rechthebbende buiten het gezin van de bijslagtrekkende) ->In dat geval is een inhoudingspercentage hoger dan 10% mogelijk, omdat enkel het inkomen van de bijslagtrekkende in aanmerking wordt genomen en de bijslagtrekkende het kinderbijslagfonds niet heeft laten weten dat haar/zijn inkomen boven het grensbedrag lag.

  • Het debet betreft sociale toeslag 42bis of 50ter met of zonder eenoudertoeslag in geval van gezinstypes 1 en 2 (de rechthebbende woont in het gezin van de kinderen). In dat geval dienen 2 situaties te worden onderscheiden: -> wanneer er zich in 2015 een wijziging in gezinssituatie heeft voorgedaan (van mono naar duo of omgekeerd), wordt het inhoudingspercentage beperkt tot 10%, omdat de bijslagtrekkende de inkomsten van de partner niet kent tijdens de periode dat de partner niet (langer) bij de bijslagtrekkende woonde;

    -> wanneer er zich in 2015 geen wijziging in de gezinssituatie heeft voorgedaan, is een inhoudingspercentage hoger dan 10%3 toegestaan, omdat de bijslagtrekkende alle (gezamenlijke) inkomsten kende van het hele jaar 2015 en het kinderbijslagfonds diende te laten weten dat het inkomen boven het grensbedrag lag.

Voor de definitieve vaststelling van het recht op toeslag voor 2016 worden de fiscale gegevens in 2018 afgewacht.  De definitieve vaststelling van het recht voor 2017 gebeurt op basis van de gegevens over dat inkomstenjaar in 2019.

Onder welke omstandigheden kan de toeslag verder provisioneel betaald te worden?

Er zijn 2 mogelijkheden:

  • Ofwel bevindt de bijslagtrekkende zich in een situatie op basis waarvan volgens CO 1407 en dienstbrief 996/121 een ambtshalve provisionele betaling mogelijk is.  In dat geval wordt de toeslag verder provisioneel betaald.4
  • Ofwel gaat het om een andere situatie.  In dat geval wordt de provisionele betaling geschorst en wordt op het infoblad bij FISC brief 11 aan het gezin meegedeeld dat het wanneer de inkomenssituatie intussen is gewijzigd (werkloos of ziek geworden, van werkgever veranderd, gezinssamenstelling gewijzigd…)  een model S kan aanvragen met het oog op het hervatten van de provisionele betalingen.  Voor de provisionele betaling van de toeslag worden verder de bruto-inkomsten in aanmerking genomen.

Mochten de betrokkenen de fiscale gegevens betwisten, kunnen zij het tegenbewijs leveren met een kopie van het aanslagbiljet.  Deze kopie wordt voor verder gevolg doorgestuurd naar de dienst Monitoring: monitoringnl@famifed.be. Het T010-bericht bevat immers de samenstelling van het in aanmerking genomen inkomen niet.

Aandachtspunten

  • Op de betalingen uitgevoerd op basis van een referentiemaand gelegen vóór 2015 wordt niet teruggekomen.
  • Gelet op Art. 48 AKBW, zal in geval van voortzetting van het recht op de toeslag ook de betaalde toeslag voor januari 2016 dienen te worden teruggevorderd.  
  • Eventueel dient een bijkomend brevet afgeleverd te worden in het kader van de gelijkstelling (de gelijkstelling vervalt) of aan de dienst gewaarborgde gezinsbijslag met het oog op een regularisatie van de betalingen, wanneer de gewaarborgde provisioneel toeslag heeft betaald voor een periode met recht in de AKBW.  
  • De terugvordering van de toeslag kan ook tot gevolg hebben dat een T007-bericht (Yter - wijziging van schaal) voor de volledige herziene periode dient verzonden te worden.  De andere betrokken kinderbijslagfondsen kunnen desgevallend worden opgezocht via consultatie van het Kadaster.  Als datum gebeurtenis wordt 1 januari 2015 ingevuld; in de zone varia wordt "fiscale flux" ingevuld.
  • Wanneer de gelijkstelling een aanvang nam in 2015 dient deze gelijkstelling geannuleerd te worden, d.w.z. alle betalingen van sociale toeslag in de periode van gelijkstelling dienen gedebiteerd te worden. Bij deze herziening dienen de kinderbijslagfondsen wel rekening te houden met het mogelijk recht op eenoudertoeslag en de toepassing van de wet D'hondt (cfr. CO 1362 van 16 februari 2007). Voorbeeld: een gezin bestaat uit vader, moeder en de kinderen. De vader hervat het werk en vanaf 1 juli 2015 wordt de gelijkstelling toegepast. Bij ontvangst van de fiscale gegevens blijkt dat het inkomen in 2015 het grensbedrag overschrijdt. Bijgevolg dient de gelijkstelling geannuleerd te worden. Niet alleen de betaalde toeslag voor 2015 dient teruggevorderd te worden maar ook degene die in 2016 en 2017 op basis van die gelijkstelling werd uitgevoerd.

2.4. Ad hoc bevragingen

Een ad hoc bevraging is mogelijk wanneer bij de beoordeling van de fiscale gegevens of uit een ander onderzoek blijkt dat de historiek niet correct is (bijvoorbeeld vermoeden van feitelijk gezin wordt weerlegd of tijdens de controle aan huis wordt een feitelijk gezin vastgesteld).

Deze ad hoc bevragingen kunnen vanaf 1 november 2017 gebeuren.

2.5. Ontbrekende gegevens

Wanneer er geen toeslag is betaald, wordt het onderzoek naar het mogelijk recht op toeslag op basis van een referentiemaand in 2015 stopgezet.5

In de dossiers waarin provisioneel toeslag werd betaald, kunnen de kinderbijslagfondsen zonder fiscale gegevens voor 2015 slechts tot 31 december 2017 (laatste betaling op 8 januari 2018) de toeslag provisioneel betalen.  Op dat ogenblik worden de betalingen van de toeslag geschorst.

Als bijlage 5 gaat de FISC brief 12a die daarvoor werd opgesteld. Met die brief wordt:

  1. uitgelegd  dat de betalingen van de toeslag geschorst worden wegens het uitblijven van de fiscale gegevens voor 2015.
  2. aangegeven wat de betrokkenen kunnen doen als vertraging niet te wijten is aan hun nalatigheid.
  3. uitgelegd dat de betaalde toeslag als onverschuldigd wordt beschouwd en bij gebrek aan een antwoord binnen 14 dagen ook effectief zal worden teruggevorderd.

Om de verjaring preventief te stuiten dient deze brief aangetekend te worden verzonden.

Wanneer de betrokkenen kunnen aantonen dat de vertraging buiten hun wil om ontstaan is, wordt als volgt gereageerd:

  • ofwel kan het gezin het aanslagbiljet voorleggen. In dat geval is er sprake van een anomalie en wordt deze kopie voor verder gevolg doorgestuurd naar de dienst Monitoring: monitoring.nl@famifed.be.  De terugvordering wordt in beraad gehouden tot bij de ontvangst van het antwoord.  Bij ontvangst van het antwoord wordt de procedure beschreven in rubriek 2.3.1. toegepast als het gezinsinkomen het grensbedrag niet overschrijdt en die in rubriek 2.3.4 als het gezinsinkomen het grensbedrag overschrijdt.
  • Ofwel verklaart het gezin dat het de belastingaangifte geldig heeft ingediend, maar nog geen aanslagbiljet heeft ontvangen. In dat geval worden de gegevens voor 2015 met het aangepast formulier P19fiscA opgevraagd.  In het begeleidend schrijven wordt uitgelegd waarom het formulier verzonden wordt. Bij ontvangst ervan wordt het recht op toeslag definitief vastgesteld op basis van de ontvangen inkomensverklaring volgens de procedure beschreven in rubriek 2.3.1. als het gezinsinkomen het grensbedrag niet overschrijdt en die in rubriek 2.3.4 als het gezinsinkomen het grensbedrag overschrijdt.

Wanneer de bijslagtrekkende geen van de hiervoor vermelde bewijzen kan voorleggen, wordt de betaalde toeslag effectief teruggevorderd met een brief FISC brief 12-b (bijlage 6). Daarbij wordt onder dezelfde voorwaarden als uiteengezet onder rubriek 2.3.4. nagegaan of de toeslag vanaf januari 2018 al dan niet provisioneel kan worden betaald.

2.6. Aandachtspunten

  • De ontvangen fiscale gegevens worden bewaard overeenkomstig de richtlijnen gegeven met de CO 1380 van  23 december 2009.
  • Toepassing MO 599.

De MO 599 wordt toegepast als deze mogelijkheid blijkt uit de gegevens die bij de afhandeling van de fiscale gegevens in het onderzoek dienen te worden betrokken.  Gelet op het feit dat de provisionele betalingen voor 2016 pas in 2018 en die voor 2017 in 2019 kunnen bevestigd worden, is het de bedoeling die omzendbrief  op pragmatische wijze toe te passen.

Concreet, wil dit zeggen dat het recht verder vastgesteld wordt in hoofde van de rechthebbende bij toepassing van de MO 599 zolang in hoofde van die rechthebbende effectief of potentieel een hoger bedrag verschuldigd is dan het bedrag in hoofde van de voorrangsgerechtigde in de zin van Art. 64 AKBW.

Een paar voorbeelden ter verduidelijking:

Voorbeeld 1 De ouders leven gescheiden en voeden de kinderen in co-ouderschap op. De kinderen verblijven hoofdzakelijk in het gezin van de moeder en zijn op haar adres gedomicilieerd. De wettelijke vader is werknemer, de moeder werkt deeltijds en is hertrouwd. De stiefvader in het gezin is invalide.

Het kinderbijslagfonds betaalt toeslag 50ter hoofdens de invalide stiefvader in het gezin op basis van MO 599. 

Uit het T010-bericht over 2015 dat ontvangen wordt op 15 oktober 2017 blijkt dat het inkomen het grensbedrag overschrijdt: - debet tot 31 januari 2016. - validatie van de toeslag over 2016 in 2018. - de lopende betalingen van toeslagen worden geschorst. - aangezien de stiefvader invalide is en er dus potentieel voor een latere periode recht op toeslag 50ter kan ontstaan, hoeft geen brevet afgeleverd te worden. Het recht wordt verder vastgesteld op basis van de invaliditeit van de stiefvader.

Voorbeeld 2 Het kinderbijslagfonds A betaalt hoofdens de invalide moeder 50ter omdat de vader zonder beroep is.  Op 1 juli 2015 begint de vader te werken. Aangezien het gezin het model S niet heeft teruggestuurd, werd de toeslag niet verder toegekend vanaf 1 juli 2015. Het fonds leverde in de loop van juli 2015 (einddatum betalingen 31 juli 2015) een brevet af aan het kinderbijslagfonds B van de vader. - Het kinderbijslagfonds A verzendt een T009 om de betalingen van de toeslag tot 30 juni 2015 te valideren. - Bij ontvangst van het T010-bericht blijkt dat het inkomen onder grensbedrag ligt. - Kinderbijslagfonds A betaalt de toeslag voor juli 2015, motiveert die beslissing met een FISC brief 10, stuurt de gegevens over de invaliditeit van de moeder door aan kinderbijslagfonds B en vraagt aan   kinderbijslagfonds B om de toeslag van 1 augustus 2015 tot 31 maart 2016 bij te betalen én die beslissing te motiveren met een FISC brief 10. - Kinderbijslagfonds B dient het dossier terug over te maken aan het kinderbijslagfonds van de moeder. - Kinderbijslagfonds B stuurt in 2018 het T009-bericht voor 2016 en in 2019 voor zijn onderzoeksperiode in 2017. - Kinderbijslagfonds A stuurt in 2019 een T009-bericht voor zijn onderzoeksperiode in 2017.

2.7. De internationale ambtenaren

Ingeval de bijslagtrekkende of de toeslagpartner werkt voor een internationale organisatie blijft het formulier Pfisc-B noodzakelijk om het belastbaar inkomen op te vragen. Deze gevallen zijn niet opgenomen in de fiscale flux.

Bij gemengde inkomsten wordt het verklaarde inkomen van de partner op het formulier Pfisc-B opgeteld bij het Belgische inkomen meegedeeld met de fiscale flux om het recht definitief te kunnen vaststellen.

Om deze optelling te kunnen maken dient het exacte bedrag van het gemiddelde belastbaar Belgische inkomen gekend te zijn. Het kinderbijslagfonds zal daarvoor bij de verwerking van de fiscale gegevens de dienst Monitoring van FAMIFED contacteren. (Monitoringnl@famifed.be)

3.Gezinnen buiten België

Volledigheidshalve herinneren wij eraan dat de gezinnen die buiten België wonen buiten de fiscale flux vallen.  Voor die gezinnen worden de gegevens over de belastbare beroepsinkomsten en/of uitkeringen opgevraagd met het formulier P19fiscA. De richtlijnen terzake zijn meegedeeld met de dienstbrief 999/ 177 van 17 november 2015 en 999/177 addendum van 4 mei 2016.

Bijlagen in drie talen

 

  • 1. Deze principes zijn enkel van toepassing wanneer er geen sprake is van fraude
  • 2. Cfr. Art. 1410, § 4 Ger. Wetboek.
  • 3. Cfr. MO 432 van 22 augustus 1984
  • 4. Het gaat om de dossiers waarin de bijslagtrekkende zich in een eenoudersituatie bevindt en een vervangingsinkomen ontvangt.
  • 5. Het standpunt van CO 1412 (stopzetting van het onderzoek wanneer geen toeslag is betaald) werd herroepen door de dienstbrief 996/127.
Top