Vlaanderen

Mededeling van de FOD Sociale Zekerheid nr. 620 van 1 oktober 2015 - Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Servië

Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Servië1

Het Koninkrijk België en de Republiek Servië zijn de hierna volgende bepalingen overeengekomen op het vlak van de gezinsbijslagregeling (zie tekst in bijlage 1).2

1. TOEPASSINGSGEBIED

Deze Overeenkomst is van toepassing op de personen (ongeacht de nationaliteit) op wie de wetgeving van een van beide of van beide overeenkomstsluitende Staten van toepassing is of geweest is, alsmede op alle andere personen die afgeleide rechten ontlenen aan de voormelde personen3.

Onder “gezinsbijslag” wordt verstaan in de Overeenkomst4: “de periodieke uitkeringen toegekend overeenkomstig de wetgeving die van toepassing is en vastgesteld op grond van het aantal kinderen en hun leeftijd, met uitsluiting van alle andere aanvullingen of verhogingen5”.

2. UITVOER VAN KINDERBIJSLAG

Deze kinderbijslag, verschuldigd voor kinderen die in Servië wonen, moet betaald worden aan de bedragen en de voorwaarden van de Algemene kinderbijslagwet6, wanneer deze verschuldigd is7:

  • uit hoofde van personen op wie de Belgische wetgeving van toepassing is8

  • uit hoofde van de gerechtigde op een prestatie of rente inzake ouderdom, invaliditeit, een arbeidsongeval of een beroepsziekte enkel verschuldigd krachtens de Belgische wetgeving;

  • uit hoofde van de gerechtigde op een prestatie of rente inzake ouderdom, invaliditeit, een arbeidsongeval of een beroepsziekte verschuldigd krachtens de Belgische wetgeving en de Servische wetgeving, die in België woont;

  • uit hoofde van een overleden werknemer of zelfstandige die laatst onderworpen was aan de Belgische wetgeving en onder de bij deze wetgeving bedoelde voorwaarden.

3. INVOER VAN KINDERBIJSLAG

Omgekeerd moet deze kinderbijslag die verschuldigd is voor kinderen die in België wonen, betaald worden aan de bedragen en de voorwaarden van de Servische wetgeving inzake kinderbijslag, wanneer deze verschuldigd is :

  • uit hoofde van personen op wie de Servische wetgeving van toepassing is;

  • uit hoofde van de gerechtigde op een prestatie of rente inzake ouderdom, invaliditeit, een arbeidsongeval of een beroepsziekte enkel verschuldigd krachtens de Servische wetgeving;

  • uit hoofde van de gerechtigde op een prestatie of rente inzake ouderdom, invaliditeit, een arbeidsongeval of een beroepsziekte verschuldigd krachtens de Belgische wetgeving en de Servische wetgeving, die in Servië woont;

  • uit hoofde van een overleden werknemer of zelfstandige die laatst onderworpen was aan de Servische wetgeving en onder de bij deze wetgeving bedoelde voorwaarden.

Niettegenstaande de voormelde principes onder punt 2. en 3., wanneer een recht op gezinsbijslag bestaat in België en in Servië, wordt de Staat waar het kind woont beschouwd als de bevoegde Staat die de gezinsbijslag, verleend krachtens zijn wetgeving, ten laste heeft9.

4. SAMENTELLING TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING

Om rechthebbende op Belgische kinderbijslag te zijn op basis van de Algemene kinderbijslagwet, moet de werknemer in bepaalde gevallen voldaan hebben aan de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op tenminste zes maandelijkse forfaitaire kinderbijslagen op basis van deze wet, tijdens twaalf maanden onmiddellijk voorafgaand aan een bepaalde gebeurtenisMen kan hierbij rekening houden met de verzekeringstijdvakken vervuld onder de wetgeving van Servië10.

5. INWERKINGTREDING11

Deze Overeenkomst treedt in werking op 1 september 2014. Op de dag van inwerkingtreding van deze Overeenkomst houdt, wat betreft de betrekkingen tussen de beide overeenkomstsluitende Staten, het Verdrag betreffende de sociale zekerheid, op 1 november 1954 ondertekend tussen de Federatieve Volksrepubliek Joegoslavië en het Koninkrijk België, op te bestaan en wordt vervangen door onderhavige Overeenkomst.

De dossiers die behandeld zijn overeenkomstig het voormelde Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 1 november 1954 of in uitvoering van een toegekende afwijking12 en die leiden tot een uitbetaling na 31 augustus 2014, moeten herzien worden in de mate dat ze onder het toepassingsgebied vallen van de huidige Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Servië, opgemaakt te Brussel op 15 juli 2010.

IN ’T KORT Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Servië, opgemaakt te Brussel op 15 juli 2010:
  • Toekenning van de kinderbijslag aan de bedragen en de voorwaarden van de Algemene kinderbijslagwet13 ten gunste van kinderen die in Servië wonen.  

Datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst: 1 september 2014.

  • 1. Wet van 28 februari 2014 houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Servië, opgemaakt te Brussel op 15 juli 2010 (Belgisch Staatsblad van 22 augustus 2014).
  • 2. De Administratieve schikking van 10 april 2012 betreffende de toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Servië (Belgisch Staatsblad van 5 september 2014, zie tekst in bijlage 2) vermeldt hoofdzakelijk de verbindingsorganen met betrekking tot de verschillende sectoren, bij toepassing van artikel 39 van deze Overeenkomst.
  • 3. Artikel 3 van deze Overeenkomst.
  • 4. Artikel 1, 9) van deze Overeenkomst.
  • 5. Dus worden enkel beoogd op het vlak van de Belgische gezinsbijslagregeling : de kinderbijslagbedragen bedoeld in de artikelen 40, 44, 44bis en 44ter van de Algemene kinderbijslagwet.
  • 6. Zie voetnoot 4.
  • 7. Artikel 36, 2. tot 5. van deze Overeenkomst.
  • 8. - Dus al de mogelijke rechthebbenden op kinderbijslag op basis van de Algemene kinderbijslagwet. - Artikel 8 van deze Overeenkomst bepaalt ondermeer het volgende : In het geval van detachering van de werknemer naar de andere overeenkomstsluitende Staat : De werknemer die, in dienst zijnde van een onderneming die op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende Staten een vestiging heeft waaronder hij normaal ressorteert, door deze onderneming gedetacheerd wordt naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat om er een werk voor haar rekening uit te voeren, blijft, samen met zijn hem vergezellende gezinsleden, onder de toepassing vallen van de wetgeving van de eerste Staat, alsof hij werkzaam bleef op diens grondgebied, op voorwaarde dat de te verwachten duur van het door hem uit te voeren werk geen vierentwintig maanden overschrijdt en dat hij niet gezonden wordt ter vervanging van een andere persoon wiens detacheringsperiode is afgelopen. Wanneer deze detachering langer duurt dan 24 maanden, kunnen de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten of de bevoegde organen aangeduid door deze bevoegde autoriteiten overeenkomen dat enkel de wetgeving van de eerste overeenkomstsluitende Staat van toepassing blijft op de werknemer. Dit akkoord mag evenwel slechts worden toegekend voor een bijkomende periode van ten hoogste zesendertig maanden en moet worden aangevraagd vóór het einde van de aanvankelijke periode van vierentwintig maanden. Wanneer een persoon op wie de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat van toepassing is en die gewoonlijk een zelfstandige activiteit uitoefent op het grondgebied van deze overeenkomstsluitende Staat, deze activiteit stopzet en tijdelijk deze activiteit of een gelijkaardige zelfstandige activiteit uitoefent op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat, blijft op deze persoon enkel de wetgeving van de eerste overeenkomstsluitende Staat van toepassing, alsof deze persoon werkzaam bleef op het grondgebied van de eerste overeenkomstsluitende Staat, op voorwaarde dat de te verwachten duur van de zelfstandige activiteit op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat geen vierentwintig maanden overschrijdt. Wanneer de zelfstandige activiteit op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat langer duurt dan de aanvankelijke periode van vierentwintig maanden, kunnen de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten of de bevoegde organen aangeduid door deze bevoegde autoriteiten overeenkomen dat enkel de wetgeving van de eerste overeenkomstsluitende Staat van toepassing blijft op de zelfstandige. Deze verlenging mag evenwel niet worden toegekend voor een periode van meer dan zesendertig maanden en moet worden aangevraagd vóór het einde van de aanvankelijke periode van vierentwintig maanden. - Artikel 9 bepaalt het volgende : Op ambtenaren en het gelijkgesteld personeel van een overeenkomstsluitende Staat die worden gedetacheerd naar het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende Staat om er hun activiteit uit te oefenen, alsook op hun gezinsleden, is de wetgeving van eerstgenoemde Staat van toepassing.
  • 9. Artikel 36, 6. van deze Overeenkomst.
  • 10. Artikel 36, 1. van deze Overeenkomst.
  • 11. Artikel 53 van deze Overeenkomst.
  • 12. - op basis van artikel 52, tweede lid, van de Algemene kinderbijslagwet : tegen het bedrag, voorzien in artikel 57, 4), 4°, van de Administratieve Schikking van 1 juni 1970 betreffende de toepassingsmodaliteiten van het Verdrag tussen België en Joegoslavië betreffende de sociale zekerheid van 1 november 1954; - op basis van artikel 52, derde lid, van de Algemene kinderbijslagwet : tegen de bedragen opgenomen in de Algemene kinderbijslagwet.
  • 13. Zie voetnoot 4.
Top