Vlaanderen

Mededeling van de FOD Sociale Zekerheid nr. 618 van 2 juli 2014 - Behandeling van de afwijking inzake gezinsbijslag in het kader van de Algemene Kinderbijslagwet

A. Algemene afwijkingen

In de kinderbijslagregeling werknemers kwamen meerdere algemene afwijkingen tot stand. Een overzicht hiervan vindt u terug in de MO 599 van 16 juli 2007. In de kinderbijslagregeling zelfstandigen bestaat alleen het ministerieel besluit van 29 september 1980 genomen in uitvoering van Art. 27 van het KB van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen, dat de algemene afwijkingen definieert voor kinderen opgevoed of lessen volgend in het buitenland.1

Art. 175/5 AKBW bepaalt dat de algemene afwijkingen die werden toegekend krachtens het KB van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen', van kracht blijven voor de toepassing van de AKBW.2

D.w.z. dat de algemene afwijkingen, gedefinieerd in het voormeld ministerieel besluit van 29 september 1980, toegepast vóór de ingangsdatum van de AKBW, bijgevolg van toepassing blijven ten aanzien van de zelfstandigen. Deze algemene afwijkingen hebben bijgevolg een uitdovend karakter. De kinderbijslaginstellingen kunnen bijgevolg vanaf 1 juli 2014 de algemene afwijkingen in de regeling zelfstandigen niet meer toepassen op nieuwe gevallen die zouden voldoen aan de voorwaarden van deze algemene afwijkingen.

Art. 175/6 AKBW bepaalt dat de reglementaire bepalingen ter uitvoering en toepassing van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van zijn uitvoeringsbesluiten, betrekking hebben op de zelfstandige', voor zover dit nodig is voor de uitvoering van de AKBW. Krachtens het voornoemd Art. 175/6 worden de algemene afwijkingen die in het verleden tot stand kwamen in de regeling werknemers vanaf 30 juni 2014 ook van toepassing op de zelfstandigen.

B. lndividuele afwijkingen

Vanaf 1 juli 2014 dienen alle aanvragen met betrekking tot individuele afwijkingen op grond van de AKBW, dus zowel in hoofde van werknemers, zelfstandigen als ambtenaren, te worden gericht aan de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, Directie-generaal Sociaal Beleid, Cel Kinderbijslag.

  • 1.

    Er is een algemene afwijking voor kinderen die een studiebeurs genieten, op voorwaarde van inschrijving in Belgie, van zowel het rechtgevend kind als de rechthebbende. Deze algemene afwijking bestaat eveneens in de werknemersregeling.

    Er is eveneens een algemene afwijking voor kinderen (de wezen, de eigen kinderen, die van zijn echtgenoot, de gemeenschappelijke kinderen van de echtgenoten en de kinderen die door hem of zijn echtgenoot zijn geadopteerd of ten volle geadopteerd) die in het buitenland verblijven en er lessen volgen en rechtgevend zijn, op voorwaarde van inschrijving in Belgie van zowel het rechtgevend kind als de rechthebbende.

    Het moet gaan om kinderen vanaf de leeftijd van 6 jaar, onderworpen aan de Belgische leerplicht. Er wordt tevens vereist dat de rechthebbende de Belgische nationaliteit moet hebben: deze nationaliteitsvereiste geldt niet binnen de EER of in een land waarmee een bilaterale overeenkomst inzake sociale zekerheid (kinderbijslag) is afgesloten (opm: voor zelfstandigen is dit enkel het geval voor Turkije, Macedonie, Montenegro en Bosnie-Herzegovina), maar wei buiten de EER of buiten dit land.

  • 2. De wet van 4 april 2014 tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, Belgisch Staatsblad, 5 mei 2014.
Top