Vlaanderen

MO 584 van 11 juni 2004 - Gevolgen van het statuut van onthaalouders aangesloten bij een erkende en gesubsidieerde onthaaldienst ten aanzien van de toepassing van KB van 12 april 1984 tot uitvoering van de Art. 42bis en 56, §2 van de SWKL

Krachtens de programmawet van 24 december 2002 genieten de onthaalouders die aangesloten zijn bij een erkende en gesubsidieerde onthaaldienst sinds 1 april 2003 een bijzondere sociale bescherming. Het gaat om personen die niet verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst en niet het statuut van zelfstandige hebben.

Wanneer een kind buiten de wil van de onthaalouder afwezig is, kent de RVA een "opvanguitkering" toe. Bovendien is aan de onthaalouders een "onkostenvergoeding" verschuldigd ter vergoeding van de kosten die ze hebben gemaakt met het oog op de opvang van kinderen. Deze vergoeding wordt betaald door Kind en Gezin of het ONE.

Gezien de vragen die werden gesteld in het kader van toepassing van het koninklijk besluit van 12 april 19841, acht ik het nodig om meer uitleg te geven bij de invloed op de toekenning van de toeslagen en de verschillende vormen van geldelijke voordelen waarvan deze personen genieten, hetzij in hun hoedanigheid van rechthebbende, hetzij in hun hoedanigheid van partner, ex-partner of gescheiden ouder2.

1. Opvanguitkering

De toekenning van een opvanguitkering aan een onthaalouder geeft deze laatste in geen geval de hoedanigheid van volledig uitkeringsgerechtigde werkloze. Onthaalouders die hun activiteit uitoefenen, kunnen als rechthebbenden geen recht openen op de toeslag, zoals bedoeld in artikel 42bis van de samengeordende wetten.

Als partner, ex-partner of gescheiden ouder dient de opvanguitkering die aan de onthaalouders wordt toegekend, beschouwd te worden als een vervangingsinkomen, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 12 april 1984.

2. Onkostenvergoeding

De onkostenvergoeding is aan de onthaalouders verschuldigd ter vergoeding van de kosten die ze hebben gemaakt met het oog op de opvang van kinderen.

Derhalve gaat het in de zin van het koninklijk besluit van 12 april 1984 niet om een loon verworven uit hoofde van een winstgevende activiteit, noch om een vervangingsinkomen.

IN 'T KORT

Voor de toepassing van het koninklijk besluit van 12 april 1984:

- dient de opvanguitkering in aanmerking te worden genomen als vervangingsinkomen;

- heeft de onkostenvergoeding daarentegen geen enkele invloed.

Deze omzendbrief heeft uitwerking met ingang van 1 april 2003. Op verzoek, kunnen de dossiers opnieuw onderzocht worden.

  • 1. tot uitvoering van de artikelen 42bis en 56, §2 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders.
  • 2. tot uitvoering van de artikelen 42bis en 56, §2 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders.
Top