Vlaanderen

MO 587 van 28 oktober 2004 - Samenwerking tussen de kinderbijslaginstellingen en de verzekeringsinstellingen - Verklaring van de gevallen van rechtgevenden op de bijkomende bijslag voor kinderen met een handicap en van de wezen van moeder en vader, rechtgevend op kinderbijslag

Met de omzendbrief nr. 575 van 15 januari 2002 werd U in het raam van de sociale franchise, de verhoogde verzekeringstegemoetkoming en de forfaitaire tegemoetkoming voor chronisch zieken een model van verklaring voor het dienstjaar 2001 en volgende toegezonden.

Met de omzendbrief nr. 585 van 25 augustus 2004 werd u in het raam van de overgangsregeling van de sociale maximumfactuur een model van verklaring voor het jaar 2003 toegezonden.

Als bijlage vindt U een verklaring en een verklaring bis die de verklaringen opgenomen in de omzendbrieven nrs. 575 en 585 vervangen.

A. VERKLARING.

Aan de hand van de verklaring kunnen de verzekeringsinstellingen het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, de forfaitaire tegemoetkoming voor chronisch zieken en de sociale maximumfactuur vaststellen1.

De verklaring laat eveneens toe om de betrokkene in te schrijven als minder-valide of wees of om hem deze hoedanigheid te laten behouden.

De verklaring dient jaarlijks gedurende de eerste helft van november2 bezorgd te worden en bestrijkt telkens de periode vanaf 1 november van het vorige jaar tot 31 oktober van het lopende jaar.

Artikel 174 van de programmawet (I) van 9 juli 20043 heeft met ingang van 1 mei 2003 de voorwaarden gewijzigd om gerechtigd te zijn op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming.Voortaan volstaat het om de medische voorwaarden van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van 66 % te vervullen die toelaten het recht te openen op bijkomende kinderbijslag overeenkomstig artikel 47 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslagen voor loonarbeiders of artikel 20 van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen.

Er is bijgevolg niet langer vereist dat er effectief bijkomende kinderbijslag voor personen met een handicap wordt uitbetaald en bovendien wordt de vaststelling van voormelde ongeschiktheid in de regeling van artikel 47, §24 van dezelfde wetten5 en artikel 20, § 2bis van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen6 eveneens in aanmerking genomen. In dit laatste geval zal men in de eerste pijler bijgevolg minstens 4 punten moeten scoren. Het gaat om gevallen waarbij men niet tot de uitbetaling van de bijkomende kinderbijslag kan overgaan omdat bijvoorbeeld de jongere met een handicap een niet toegelaten activiteit uitoefent of omdat er geen rechthebbende aanwezig is. De leeftijdsgrens van 21 jaar blijft vanzelfsprekend behouden.

Ten aanzien van de overgangsmaatregel van de maximumfactuur in functie van de sociale categorie van de rechthebbende (sociale MAF), geldt zoals reeds toegelicht in de ministeriële omzendbrief nr. 585 dd. 25 augustus 2004 dat, wat de kinderbijslagregeling betreft, cumulatief moet voldaan zijn aan twee voorwaarden:

a) op 4 juli 2002 geniet het kind bijkomende kinderbijslag uit hoofde van zijn handicap;

b) het kalenderjaar waarin de maximumfactuur wordt toegekend omvat een periode tijdens welke een beslissing tot toekenning van bijkomende kinderbijslag uitwerking heeft.

Op de verklaring wordt via de voetnoten verduidelijkt welke gegevens dienen vermeld te worden in de kolommen.

Naast de globale verklaring waarvan hoger sprake, zullen de nieuwe gevallen van kinderen die in de verklaring dienen te worden opgenomen7 zoals voorheen gesignaleerd worden door middel van dezelfde verklaring, dadelijk over te maken aan de betrokken families.

B. VERKLARING bis

Zoals hoger vermeld, heeft de versoepeling van de voorwaarden om gerechtigd te zijn op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming uitwerking met ingang van 1 mei 20038.

Daarom dienen de gezinnen zo spoedig mogelijk in het bezit te worden gesteld van deze verklaring bis.

Op de verklaring bis dienen de kinderen te worden vermeld die voorheen niet vermeld werden op de verklaring zoals opgenomen in de ministeriële omzendbrief nr. 575 dd. 15 januari 2002 en omwille van de voormelde versoepeling van de voorwaarden vanaf 1 mei 2003 nu wel dienen vermeld te worden.

Deze verklaring bis is bijgevolg éénmalig.

Op de verklaring bis wordt via de voetnoten verduidelijkt welke gegevens dienen vermeld te worden in de kolommen.

De kinderbijslaginstellingen in het netwerk van sociale zekerheid die de transfer van gegevens kunnen uitvoeren via de Kruispuntbank voor de sociale zekerheid, zijn vrijgesteld om de verklaring, die als bijlage is gevoegd, in te vullen.

IN 'T KORT

- Samenwerking met de verzekeringsinstellingen - Aanpassing van de modellen van verklaring.

  • 1. De bepalingen in verband met de sociale franchise werden ingevolge de wet van 5 juni 2002, met ingang van 1 januari 2002 opgeheven.
  • 2. De eerste maal in de eerste helft van november 2004.
  • 3. Art. 174. Het artikel 37, § 19, 5°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt vervangen door de volgende bepaling : " 5° de kinderen, ingeschreven als gerechtigden, die, op grond van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 %, de medische voorwaarden vervullen om het recht te openen op kinderbijslag waarvan het bedrag is verhoogd overeenkomstig artikel 47 van de gecoördineerde wetten betreffende de kinderbijslagen voor loonarbeiders of krachtens artikel 20 van het koninklijk besluit van 8 april 1976 houdende regeling van de gezinsbijslag ten voordele van de zelfstandigen, en hun personen ten laste, alsmede de kinderen, ingeschreven ten laste van de in artikel 32 en 33 bedoelde gerechtigden, die op grond van een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van ten minste 66 % de medische voorwaarden vervullen om het recht te openen op bovenbedoelde kinderbijslagen.?
  • 4. Voorheen beperkt tot de vaststelling van de ongeschiktheid in artikel 47, §1 van de samengeordende wetten.
  • 5. Nieuwe regeling ten behoeve van kinderen geboren na 1 januari 1996.
  • 6. Nieuwe regeling ten behoeve van kinderen geboren na 1 januari 1996.
  • 7. Het gaat om rechtgevenden op bijkomende kinderbijslag, kinderen die voldoen aan de medische voorwaarden om bijkomende kinderbijslag te kunnen genieten en kinderen die wees worden van vader en moeder.
  • 8. Artikel 174 van de programmawet (I) van 9 juli 2004.
Top