Artikel 216 Groeipakketdecreet

  1. Een rechtgevend kind dat geboren is vóór 1 januari 2019, dat recht geeft op kinderbijslag als vermeld in artikel 210, §1, en dat vanaf of na 1 januari 2019 wees wordt, geeft vanaf dat ogenblik recht op de gezinsbijslagen, vermeld in boek 2, deel 1, titels 3 tot en met 5, waaronder de wezentoeslag, vermeld in artikel 15.
  2. Paragraaf 1 is niet van toepassing als voor de rechtgevende kinderen in het gezin van een begunstigde door toepassing van paragraaf 1 het bedrag dat overeenstemt met het basisbedrag, vermeld in artikel 13, en de wezentoeslag, vermeld in artikel 15, voor de voormelde kinderen samen lager is dan het basisbedrag, vermeld in artikel 210, § 1, en de leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 212 en 213, zoals ze zijn toegekend voor de voormelde kinderen in de maand voor de maand waarin de voormelde kinderen wees zijn geworden.
    In geval van toepassing van het eerste lid geven de rechtgevende kinderen in het gezin van de begunstigde nadat de voormelde kinderen wees zijn geworden, samen recht op het bedrag dat overeenstemt met het basisbedrag, vermeld in artikel 210, § 1, en de leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 212 en 213, zoals ze zijn toegekend voor de voormelde kinderen in de maand voor de maand waarin de voormelde kinderen wees zijn geworden.
  3. De rechtgevende kinderen, vermeld in paragraaf 2, geven wel recht op de gezinsbijslagen conform paragraaf 1 als een van de weeskinderen in kwestie niet langer recht geeft op gezinsbijslagen binnen het gezin van de begunstigde.

Decreet van 1 juli 2022 tot wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, tot wijziging van het Groeipakketdecreet van 2018 en tot uitlegging van artikel 8 van het Groeipakketdecreet van 2018 (B.S. 29.07.2022) - artikel 20 - inwerkingtreding 01.01.2019

Aan artikel 216 van hetzelfde decreet, waarvan de bestaande tekst pararaaf 1 zal vormen, worden een paragraaf 2 en een paragraaf 3 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 2. Paragraaf 1 is niet van toepassing als voor de rechtgevende kinderen in het gezin van een begunstigde door toepassing van paragraaf 1 het bedrag dat overeenstemt met het basisbedrag, vermeld in artikel 13, en de wezentoeslag, vermeld in artikel 15, voor de voormelde kinderen samen lager is dan het basisbedrag, vermeld in artikel 210, § 1, en de leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 212 en 213, zoals ze zijn toegekend voor de voormelde kinderen in de maand voor de maand waarin de voormelde kinderen wees zijn geworden.
In geval van toepassing van het eerste lid geven de rechtgevende kinderen in het gezin van de begunstigde nadat de voormelde kinderen wees zijn geworden, samen recht op het bedrag dat overeenstemt met het basisbedrag, vermeld in artikel 210, § 1, en de leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 212 en 213, zoals ze zijn toegekend voor de voormelde kinderen in de maand voor de maand waarin de voormelde kinderen wees zijn geworden.
§ 3. De rechtgevende kinderen, vermeld in paragraaf 2, geven wel recht op de gezinsbijslagen conform paragraaf 1 als een van de weeskinderen in kwestie niet langer recht geeft op gezinsbijslagen binnen het gezin van de begunstigde.".

gearchiveerde versie (01.01.2019 - 28.07.2022)

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top