Vlaanderen

A/1 van 8 februari 2019 - Toekenningsvoorwaarden betreffende kinderopvang- en kleutertoeslag

Mededeling van het VUTG van 8 februari 2019 - Algemeen - 1

Betreft: correcte toepassing van de toekenningsvoorwaarden betreffende de kinderopvang- en kleutertoeslag

 

Met deze mededeling informeren wij u omtrent de correcte toepassing van de toekenningsvoorwaarden betreffende de kinderopvang- en kleutertoeslag. Er werd ons namelijk gemeld dat de gezinnen niet altijd correct geïnformeerd werden over het al dan niet recht hebben op deze toelagen

  • Volgens artikel 51 Groeipakketdecreet wordt een kinderopvangtoeslag toegekend aan het kind:

1° dat de Belgische nationaliteit heeft, of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, dat toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;

2° tot het naar de kleuterschool gaat;

3° dat overeenkomstig het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters wordt opgevangen op een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde opvangplaats, waarbij de organisator niet werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters.

  • Volgens artikel 53 Groeipakketdecreet wordt een kleutertoeslag toegekend aan de leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet:

1° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;

2° de leerling is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon kleuteronderwijs, als de leerling gerechtigd is dat onderwijs te volgen overeenkomstig het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.

We vestigen de aandacht op het feit dat er geen woonplaatsvereiste werd opgenomen voor het kind dat de Belgische nationaliteit bezit. Concreet betekent dit dat een kind met de Belgische nationaliteit, ongeacht zijn woonplaats, recht heeft op de kinderopvang- of kleutertoeslag, indien het voldoet aan de overige toekenningsvoorwaarden.

  • Voorbeeld 1  Het kind met Belgische nationaliteit woont in Wallonië met zijn ouders. Het gaat echter naar een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde kinderopvang zonder inkomenstarief in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Er kan voor dit kind een kinderopvangtoeslag betaald worden.
  • Voorbeeld 2 Het kind met Belgische nationaliteit woont in Nederland met zijn ouders maar gaat naar een door de Vlaamse Gemeenschap erkende kleuterschool in Antwerpen. Er zal voor dit kind een kleutertoeslag betaald worden (mits voldaan aan de voorwaarden van inschrijving en aanwezigheid zoals bepaald in artikel 54 en 55 Groeipakketdecreet).  

Indien het kind de Belgische nationaliteit niet bezit, moet het toegelaten of gemachtigd zijn om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen. Voor meer informatie betreffende de toelating of machtiging om in het Rijk te verblijven, verwijzen wij naar Toelichtingsnota 2 van 19 december 2018 . 

  • Voorbeeld 1 Het kind met Chinese nationaliteit woont met zijn ouders in Wallonië maar gaat naar een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde kinderopvang zonder inkomenstarief in Leuven. Het kind is gemachtigd om in België te verblijven en heeft dus recht op een kinderopvangtoeslag. Het kind moet niet noodzakelijk in het Nederlandse taalgebied wonen, maar wel in België.  

In het kader van het discriminatieverbod op basis van de Burgerschapsrichtlijn (Richtlijn 2004/38/EG)  en artikel 18 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is er in volgende situatie waarbij niet voldaan is aan de nationaliteits- of verblijfsvoorwaarde toch recht op een kinderopvangtoeslag en/of kleutertoeslag :

  • Het kind met de niet-Belgische nationaliteit woont met zijn ouders buiten België, maar het gaat naar een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde kinderopvang zonder inkomenstarief/erkende kleuterschool in Vlaanderen of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het feit dat de ouders of één van hen al dan niet tewerkgesteld zijn in Vlaanderen of België is niet van belang.
    • Voorbeeld 1  Een kind met Bulgaarse nationaliteit woont met zijn ouders in Frankrijk maar gaat naar een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde kinderopvang zonder inkomenstarief in Ieper. Vermits het kind de nationaliteit bezit van een EU-Lidstaat is er recht op een kinderopvangtoeslag.
    • Voorbeeld 2 Een kind met Canadese nationaliteit woont met zijn ouders in Nederland maar gaat naar een door de Vlaamse Gemeenschap erkende kleuterschool in Maasmechelen. Er zal voor dit kind een kleutertoeslag betaald worden (mits voldaan aan de voorwaarden van inschrijving en aanwezigheid zoals bepaald in artikel 54 en 55 Groeipakketdecreet).

Er is geen recht op een kinderopvang- of kleutertoeslag indien:

  • Het kind met Belgische nationaliteit of het kind dat toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen NIET naar een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde kinderopvang zonder inkomenstarief of naar een door de Vlaamse Gemeenschap erkende kleuterschool gaat.
    • Voorbeeld 1 Een kind met Belgische nationaliteit gaat naar een kleuterschool die niet door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd (in Wallonië of buiten België) à geen recht op kleutertoeslag
    • Voorbeeld 2 Een kind met Congolese nationaliteit is gemachtigd om in België te verblijven en woont met zijn ouders in Vlaanderen. Het gaat naar een kinderopvang in Frankrijk die niet door de Vlaamse Gemeenschap vergund is. à geen recht op kinderopvangtoeslag

Opmerking : In beide situaties bestaat er mogelijks een recht op een gelijkaardige toelage in de deelentiteit of het land waar het kind naar de kinderopvang of de kleuterschool gaat.

 

Meegedeeld via mail van 8 februari 2019 - gericht aan de uitbetalingsactoren 
Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top