Vlaanderen

18 december 2020 - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van maatregelen met betrekking tot arbeidsovereenkomsten voor studenten ten gevolge van de uitbraak van het COVID-19-virus, wat betreft de toelagen in het kader van het gezinsbeleid (B.S. 06.01.2021)

Nota

Rechtsgrond Dit besluit is gebaseerd op: - het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, artikel 8, § 2, tweede lid.

Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 5 november 2020. - De Raad van State heeft advies 68.411/1 gegeven op 10 december 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Er is een verzoek om spoedbehandeling ingediend, gemotiveerd door de omstandigheid dat dit besluit voorziet in een dringende maatregel die de zwaar getroffen sectoren tijdens deze coronacrisis ondersteunt. Indien we deze adviesaanvraag voorleggen voor een behandeling binnen 30 werkdagen, zal de definitieve goedkeuring op de Vlaamse Regering ten vroegste in december kunnen worden geagendeerd. Zolang deze maatregel, die uitwerking dient te hebben vanaf 1 oktober 2020 om in overeenstemming te zijn met de genomen maatregel op federaal niveau, niet definitief wordt goedgekeurd en gepubliceerd is er geen juridische zekerheid wat betreft het recht op gezinsbijslagen voor studenten die nu extra uren kunnen presteren in de zorgsector of het onderwijs waar de nood aan extra mankracht actueel een probleem is. De voorliggende neutralisering zal voor veel studenten een extra stimulans zijn om zich tijdens deze crisisperiode extra in te zetten en de noodzakelijke hulp en ondersteuning te bieden in deze sectoren zonder hierdoor hun recht op gezinsbijslagen te verliezen. Het is van belang dat deze maatregel zo snel mogelijk uitwerking kan hebben zodat er rechtszekerheid en duidelijkheid is voor studenten over hun recht op gezinsbijslagen en er hierdoor geen terughoudendheid ontstaat bij deze studenten.  

Juridisch kader Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving: - het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen; - het besluit van de Vlaamse Regering van 30 april 2020 tot vaststelling van maatregelen ten gevolge van de uitbraak van het COVID-19-virus, wat betreft de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.

Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.

Na beraadslaging,

DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:

Artikel 1.  (01/10/2020 - ...)

Voor de toepassing van de uurnorm van 475 uur in het kader van arbeidsovereenkomsten voor studenten, vermeld in artikel 14, § 2, eerste lid, 1°, artikel 29, § 1, eerste lid, 1°, en artikel 41, eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 oktober 2018 tot vaststelling van de diverse hoedanigheden van het rechtgevend kind en betreffende de vrijstellingen van de toekenningsvoorwaarden voor de gezinsbijslagen, de startbedragen geboorte en adoptie en de universele participatietoeslagen, wordt in de zorgsector en in het onderwijs geen rekening gehouden met de prestaties die onder de voormelde arbeidsovereenkomst tijdens de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021 geleverd zijn. In het eerste lid wordt verstaan onder zorgsector: de paritaire comités en de openbare zorginstellingen vermeld in artikel 10, tweede lid, van de wet van 4 november 2020 inzake verschillende sociale maatregelen ingevolge de COVID-19-pandemie.

Art. 2.  (01/10/2020 - ...)

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 oktober 2020.

Art. 3. (01/10/2020 - ....)

De Vlaamse minister, bevoegd voor opgroeien, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top