Vlaanderen

Artikel 24 BVR Rechtgevend kind

§1. Het kind dat ingeschreven is in een of meer instellingen voor hoger onderwijs binnen of buiten België om er een of meer vormingen te doorlopen met in totaal minstens 27 studiepunten per academiejaar, is rechtgevend op gezinsbijslagen.

De studiepunten voor de redactie van een doctoraatsverhandeling worden niet in aanmerking genomen om de norm, vermeld in het eerste lid, te bereiken.

Als het kind ingeschreven is in een instelling voor hoger onderwijs binnen België en een opleiding volgt in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een andere staat die deelneemt aan een communautair actieprogramma op onderwijsgebied, moet die opleiding integraal deel uitmaken van het studieprogramma van het kind in die instelling voor hoger onderwijs binnen België en volledig erkend worden door die instelling.

Als het kind een vorming volgt in een onderwijsinstelling voor hoger onderwijs buiten België waarvan het programma erkend is door de buitenlandse overheid of overeenstemt met een programma dat die overheid erkend heeft, worden de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, geacht voldaan te zijn.

§2. Het kind geeft recht op gezinsbijslagen voor het volledige academiejaar als het een totaal van minstens 27 studiepunten heeft door:

1°      een inschrijving uiterlijk op 30 november van het academiejaar in kwestie;

2°      verschillende inschrijvingen waarvan de eerste uiterlijk op 30 november van het academiejaar in kwestie.

Als het kind in totaal minstens 27 studiepunten heeft als gevolg van een of meer inschrijvingen na 30 november van het academiejaar in kwestie, is er recht op gezinsbijslagen vanaf de datum van de eerste of enige inschrijving.

Het aantal studiepunten wordt in aanmerking genomen, ongeacht de spreiding ervan per semester, de inschrijving voor een of meer opleidingen of de inschrijving in een of meer instellingen voor hoger onderwijs.

§3. Als de student voor minder dan 27 studiepunten is ingeschreven, maar het om een diplomajaar gaat, blijft het recht op gezinsbijslagen behouden gedurende één jaar per opleidingscyclus.

In het eerste lid wordt verstaan onder:

1°      diplomajaar: het academiejaar waarin de student voor de opleidingscyclus waarvoor hij is ingeschreven, een diploma kan behalen;

2°      opleidingscyclus: een samenhangend geheel van onderwijs- en andere studieactiviteiten in of over een studiegebied, afgesloten met een graduaatsdiploma, bachelor diploma of een masterdiploma.  De voortgezette academische opleidingen, zijnde een bachelor-na-bacheloropleiding, een master-na-masteropleiding, een doctoraat, een doctoraatsopleiding of een postgraduaatsopleiding, worden niet aanzien als een opleidingscyclus.

§4. De minister bepaalt de procedure om studiegegevens over de studenten in te winnen.

 

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top