Vlaanderen

JUR/19/A00006 - Halvering van de leeftijdsbijslag

Situatie

Gescheiden gezin en moeder ontvangt de kinderbijslag voor 2 kinderen (X en Y). Een vonnis wordt gewezen in december 2018 dat bepaalt dat de vader de kinderbijslag voor het oudste kind X dient te ontvangen. Wij ontvangen dit vonnis nog in de loop van december. Bijgevolg betalen wij uit aan de vader vanaf 1-1-2019 voor het oudste kind X. En aan de moeder vanaf die datum enkel nog voor het jongste kind Y.

Omkering van de rangen :

  • 12/2018 : X --> 92,09 euro aan de moeder

                              Y --> 173,80 euro aan de moeder

  • 1/2019 : X --> 173,80 euro aan de vader ingevolge omkering rangen en wijziging bijslagtrekker

                              Y --> 92,09 euro aan de moeder ingevolge omkering rang (bijslagtrekker blijft hier dezelfde

Dienen wij de halvering van de leeftijdsbijslag toe te kennen in beide gezinnen of enkel in het gezin van de moeder daar enkel in dit gezin een kind terug te vinden is met bijslag 92,09 euro ? Op basis van de richtlijn betreffende de leeftijdsbijslag denken wij dat wij de halvering enkel dienen toe te passen in het gezin waar het kind met 92,09 euro verblijft. 

Betekent dit dan ook dat in alle migratiedossiers (met uitzondering van deze met rangkinderen) waar geen kind met 92,09 euro in terug te vinden is, de halvering van de leeftijdsbijslag niet dient te gebeuren ? En als het kind met 92,09 euro het gezin verlaat om bij andere opvoeders te gaan wonen, betekent dit dan dat wij in het oorspronkelijke gezin geen halvering meer dienen toe te passen (richtlijn spreekt van een einde recht van het kind, hier is het een einde recht in het oorspronkelijke gezin : mag dit gelijkgesteld worden) ?

Advies

Zoals vermeld in titel 2. van Toelichtingsnota 5:

“Het oudste rechtgevend kind dat recht heeft op kinderbijslag aan het verbonden bedrag volgens zijn omgekeerde rang in de bijslagtrekkendekern of begunstigdenkern waarvan het kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro volgens zijn omgekeerde rang deel uitmaakt, heeft dus slechts recht op de gehalveerde maandelijkse leeftijdsbijslag.

In het bovenvermelde dossier zal de halvering bijgevolg enkel dienen te gebeuren in het gezin van de moeder.

De halvering zal ook enkel gebeuren per bijslagtrekkende- of begunstigdenkern indien een kind met het verbonden bedrag van 92,09 euro deel uitmaakt van deze kern. Als dient niet het geval is, zal er ook geen halvering van de leeftijdsbijslag dienen te gebeuren binnen deze kern.  Ook als het kind van 92,09 euro de bijslagtrekkende- of begunstigdenkern verlaat, zal er binnen deze kern niet langer een halvering moeten worden toegepast.

Top