Vlaanderen

Artikel 163 Groeipakketdecreet

Een beslissing om een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen, bevat naast de identiteit van de overtreder minstens:

1° de motieven van de beboeting en van het boetebedrag en, in voorkomend geval, uitstel van uitvoering van betaling van de geldboete;

2° het bedrag van de geldboete die wordt opgelegd;

3° in voorkomend geval, het bedrag van de geldboete waarvoor uitstel van uitvoering van betaling is toegekend, en de duurtijd van de bijbehorende proeftermijn;

4° in voorkomend geval, de wijze waarop en de termijn waarin de geldboete moet worden betaald;

5° in voorkomend geval, de mogelijkheid tot herroeping van het uitstel van betaling;

6° de mogelijkheid om beroep aan te tekenen, en de wijze waarop en de termijn waarin dat moet gebeuren;

7° de vermelding dat:

a) na een herinnering tot betaling en nadat de beroepstermijn is verstreken, de bestuurlijke geldboete bij dwangbevel wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren;

b) die maatregel op kosten van de beboete persoon wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 1024 van het Gerechtelijk Wetboek.

 

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top