Artikel 163 Groeipakketdecreet

Een beslissing om een alternatieve bestuurlijke geldboete op te leggen, bevat naast de identiteit van de overtreder minstens:

1° de motieven van de beboeting en van het boetebedrag en, in voorkomend geval, uitstel van uitvoering van betaling van de geldboete;

2° het bedrag van de geldboete die wordt opgelegd;

3° in voorkomend geval, het bedrag van de geldboete waarvoor uitstel van uitvoering van betaling is toegekend, en de duurtijd van de bijbehorende proeftermijn;

4° in voorkomend geval, de wijze waarop en de termijn waarin de geldboete moet worden betaald;

5° in voorkomend geval, de mogelijkheid tot herroeping van het uitstel van betaling;

6° de mogelijkheid om beroep aan te tekenen, en de wijze waarop en de termijn waarin dat moet gebeuren;

7° de vermelding dat:

a) na een herinnering tot betaling en nadat de beroepstermijn is verstreken, de bestuurlijke geldboete  wordt ingevorderd overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 22 februari 1995 tot regeling van de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen voor de Vlaamse Gemeenschap en de instellingen die eronder ressorteren;

b) die maatregel op kosten van de beboete persoon wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 1024 van het Gerechtelijk Wetboek.

Decreet van 1 juli 2022 tot wijziging van artikel 5 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, tot wijziging van het Groeipakketdecreet van 2018 (B.S. 29.07.2022) - artikel 17 - inwerkingtreding 01.01.2019

In artikel 163, 7°, a), van hetzelfde decreet worden de woorden "bij dwangbevel" opgeheven.

gearchiveerde versie (01.01.2019 - 28.07.2022)

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Top