Geef een zoekwoord in, en selecteer indien gewenst een filter.
Indien je zoekterm bestaat uit meerdere woorden, zet je deze tussen aanhalingstekens (“). Op meerdere termen tegelijk zoeken, kan door het gebruik van een komma.

Informatienota 1993/1: - Toepassing van art. 60, de MO 461 en het art. 54 G.W.

    Een kind, geboren in 1973, verblijft sinds de echtscheiding van de ouders in het gezin van de vader werknemer bij de NMBS. De kinderbijslag wordt door de NMBS aan de vader uitbetaald.

    Op 3 juli 1991 verlaat het kind dit gezin, en gaat bij haar moeder wonen. Deze is ambtenaar bij één van de afdelingen binnen de Europese Gemeenschappen.

    De vraag wordt gesteld, of bij het beëindigen van het recht in de gecoördineerde wetten betreffende de kinderbijslag voor werknemers:

    • de trimestrialisering wordt toegepast tot 30 september 1991, met betaling aan de moeder voor augustus en september 1991 en bijpassing door de E.G.
    • de omzendbrief 461 strikt wordt toegepast, waarbij er geen enkele betaling meer gebeurt wanneer de MO niet kan worden toegepast (in dit geval tot 31 juli).

    Een gelijkaardige situatie doet zich ook voor wanneer België betaalt hoofdens een echtgenoot en deze die hoedanigheid verliest op het ogenblik van de echtscheiding.

    Op 6 september 1991 huwt het (nog steeds schoolgaande) kind en verlaat het gezin van haar moeder. De E.G. betaalt vermoedelijk aan de moeder tot einde september.

    Bij ontstentenis van een recht in de gecoördineerde wetten zou de maand september de refertemaand nieuw recht kunnen zijn.

    Ten slotte is de vraag of de E.G. kinderbijslag kan betalen aan de ambtenaar wanneer de echtgescheiden ambtenaar geen deel uitmaakt van het gezin waar de kinderen worden opgevoed.

    Antwoord van de Directie Internationale Overeenkomsten van 12 november 1992. Ref.: G22004/KDF/BW (uittreksel)

    Basis voor de regeling van de samenloop van rechten die vastgesteld zijn op basis van de Belgische wettelijke regeling en andere, welke toegekend worden door de Europese Gemeenschappen, blijft het art. 60 van de gecoördineerde wetten.
    Zoals vermeld in de MO 454 dd. 12 november 1987 als in de MO 461 dd. 15 juli 1988 maakt het arrest van het Hof van Justitie dd. 7 mei 1987 hierop een uitzondering die qua personele werking strikt moet toegepast worden :

    Tijdens het huwelijk van een rechthebbende naar Belgisch recht met een ambtenaar bij de Europese Gemeenschappen, moet de betalingsregeling voorzien in het art. 60 G.W. opzijgezet worden om de Belgische kinderbijslag volledig toe te kennen zonder rekening te houden met bedrag waarop ten behoeve van een rechtgevend kind aanspraak kan worden gemaakt bij toepassing van de reglementsbepaling van toepassing op het personeel van de Europese Gemeenschappen.

    Wanneer een echtscheiding tot stand komt valt deze uitzonderingsregeling weg en moet het art. 60 integraal toegepast worden, wat voor gevolg heeft dat geen Belgische bijslag meer moet betaald worden, omdat het bedrag van de bijslag betaald door de Europese Gemeenschappen, hoger ligt dan het Belgische bedrag.
    De betalingsregeling verandert dus enkel en alleen omdat het huwelijk wordt ontbonden en niet omdat een recht in één van beide regelingen ontstaat of ophoudt te bestaan.
    Beide rechten blijven bestaan, alleen komt het Belgische recht in bepaalde situaties niet tot uitbetaling.

    In de op pagina 1 van uw nota voorgestelde situatie moet er dus eigenlijk van uitgegaan worden dat het recht van de vader blijft bestaan. In toepassing van het art. 60 G.W. moet rekening gehouden worden met het bedrag van de uitkeringen waarop ten behoeve van het rechtgevend kind aanspraak kan worden gemaakt ten laste van de Europese Gemeenschappen - te betalen aan de vader zolang het kind bij hem verblijft - wat inhoudt dat geen bedrag aan Belgische kinderbijslag meer hoeft betaald te worden. De verhuis van dit kind naar de moeder heeft enkel voor gevolg dat de Europese Gemeenschappen de bijslag aan de moeder zullen betalen.

    Wanneer, zoals u stelt, een "echtgenoot" uit hoofde van wie België betaalt die hoedanigheid verliest ten gevolge van een echtscheiding, heeft dit niet voor gevolg dat hij ook zijn hoedanigheid van rechthebbende verliest. Het betekent alleen dat vanaf dat ogenblik dient rekening gehouden te worden met de bedragen die door de Europese Gemeenschappen worden betaald waar dit voordien niet het geval was.

    Gezien de rechten ten opzichte van mekaar geen aanleiding geven tot een echte overgang van de ene regeling naar de andere kan er geen sprake zijn van trimestrialisering en dient er, naar analogie met de regeling met de zelfstandigen, van uitgegaan te worden dat er bij echtscheiding terug een strikte toepassing moet gemaakt worden van het art. 60 -als zodanig- vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de overschrijving van de echtscheiding. Het betreft hier namelijk geen verandering in de werksituatie, maar enkel een wijziging in de gezinssituatie (zie MO 508).

    Wanneer in een gezin de vader-werknemer (de moeder oefent geen beroepsactiviteit uit) zijn beroepsactiviteit in België stopzet en het statuut van ambtenaar bij de Europese Gemeenschappen krijgt dient de trimestrialisering ten volle uitgeput te worden terwijl ten gevolge van het eerder geciteerde arrest van het Hof van Justitie er geen rekening kan gehouden worden met de bijslag die door de Europese Gemeenschappen wordt betaald.

    Wanneer diezelfde persoon na verloop van tijd het statuut van E.G.-ambtenaar verliest en opnieuw in België komt werken wordt een nieuw recht op Belgische kinderbijslag vastgesteld vanaf de eerste dag van de maand waarin de tewerkstelling in België een aanvang heeft genomen. 0pnieuw mag geen toepassing gemaakt worden van het art. 60 gedurende de overgangsmaand.

    In geval vader en moeder uit de echt gescheiden zijn dient in de hiervoor geschetste situaties (vader wordt ambtenaar of wordt werknemer, moeder oefent geen beroepsactiviteiten uit) telkens wel toepassing gemaakt te worden van het art. 60 G.W. Elk bedrag dat door de Europese Gemeenschappen wordt toegekend moet verrekend worden met de Belgische bijslag, ook tijdens de overgangsmaand.

    Top