Vlaanderen

Informatienota 1994/6: - Toepassing van art. 59 G.W.

Art. 59 S.W.K.L. bepaalt dat elke tewerkstelling in de hoedanigheid van werknemer in een arbeidsregeling waarvan het aantal arbeidsuren per maand ten minste gelijk is aan de helft van het aantal maandelijks gepresteerde arbeidsuren door een werknemer die voltijds is tewerkgesteld in dezelfde onderneming of, bij ontstentenis, in dezelfde bedrijfstak, beschouwd wordt als een hoofdzakelijk uitgeoefend beroep.

Uit de praktijk blijkt dat senatoren in principe hetzij één voltijdse bediende, hetzij twee deeltijdse medewerkers tewerkstellen. Elke senator afzonderlijk kan de arbeidsduur voor een voltijds medewerker vastleggen binnen de volgende grenzen: tussen 37,5 uur en 40 uur per week.

Vraag is op welke wijze art. 59 G.W. moet worden toegepast voor een deeltijdse medewerker van een senator.

Antwoord van de Directie der Juridische Studiën d.d. 10 november 1993. Ref.: Ee3147/K79/VC (Uittreksel)

U vraagt ons hoe bepaald moet worden of de deeltijdse medewerkers van senatoren al dan niet aan de voormelde norm van ten minste halftijdse tewerkstelling (art. 59 S.W.K.L.) beantwoorden. In de praktijk komt het dus blijkbaar niet voor dat één senator tegelijk een voltijdse en een deeltijdse medewerker tewerkstelt, zodat niet binnen dezelfde onderneming kan worden gekeken. Zo evenmin binnen "dezelfde bedrijfstak", vermits elke senator afzonderlijk de arbeidsduur vastlegt.

De reglementering biedt ons geen kant en klare oplossing voor het door u voorgelegd probleem. Om alle medewerkers van senatoren op dezelfde wijze te behandelen, zijn wij van oordeel dat het opportuun is om aan te nemen dat voor al die medewerkers de voltijdse arbeidsduur slechts 37,5 uur per week bedraagt. Ratio legis is dat minimumprestaties om een voltijdse betrekking uit te oefenen noodzakelijk doch voldoende zijn en derhalve geen hogere of maximale prestaties in aanmerking genomen moeten worden. Dit betekent dat betrokkenen ten minste 18 uren en 45 minuten per week moeten presteren om beschouwd te kunnen worden als ten minste halftijds tewerkgestelde werknemers of dus als werknemers in hoofdberoep.

Top