CO 1260 van 27 april 1992 - Uitsplitsing van de ten onrechte uitgekeerde kinderbijslag

     

    1. Inleiding

    De omzendbrieven CO 1153 van 20 november 1985 en 1216 van 26 juni 1989 handelden onder meer over de activiteitsstaten van de fondsen en de uitsplitsing van de ten onrechte uitgekeerde kinderbijslag in drie categorieën:

    - ten onrechte uitgekeerd wegens een vergissing of een fout van het kinderbijslagfonds (rubriek A) ;

    - ten onrechte uitgekeerd ingevolge een onjuiste aangifte of een fout of verzuim van de betrokkenen (rubriek B) ;

    - niet verschuldigde uitkeringen die noch aan het fonds noch aan de betrokkenen te wijten zijn (rubriek C).

    De bedragen en het aantal gevallen in rubriek C, die sinds het in werking treden van het koninklijk besluit van 12 augustus 1985 tot uitvoering van art. 71, § 2 G.W. vrij aanzienlijk waren, hadden een aanmerkelijke terugloop moeten kennen na de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 12 juni 1989 tot uitvoering van artikel 71, § 2 G.W., waardoor niet langer regularisatie van de rekeningen vereist was tussen instellingen wanneer ten onrechte uitgekeerd was in het kader van de provisionele betalingen.

    Omdat bedragen en aantal gevallen in rubriek C nagenoeg even hoog bleven, heeft de Rijksdienst een onderzoek gedaan. Daaruit is gebleken dat niet verschuldigde kinderbijslag meestal ten onrechte aangegeven was in rubriek C, waardoor tegelijkertijd de cijfers voor de onterechte uitkeringen wegens fouten van het fonds (rubriek A) en wegens verzuim van de betrokkenen (rubriek B) verlaagd werden.

    2. Uitsplitsing van de ten onrechte uitgekeerde kinderbijslag

    Navolgende richtlijnen hebben enkel ten doel een nauwkeurige en juiste toepassing van de bestaande instructies. De verschillende rubrieken zijn elk bestemd voor een bepaald type van onverschuldigde bijslag:

    - Categorie A : wanneer ten onrechte uitgekeerd is wegens een vergissing of een fout van het fonds ;

    - Categorie B : wanneer ten onrechte uitgekeerd is wegens een onjuiste aangifte, verzuim, een fout of zelfs fraude door de betrokkenen of door derden (bijvoorbeeld werkgever, OCMW, school, ziekenfonds, ander kinderbijslagfonds, instelling die werkloosheidsuitkeringen betaalt, enz.).

    In deze rubriek moeten bedragen en aantal aangegeven worden van de gevallen waarvoor het fonds zonder de situatie te kennen betaald heeft over een tijdvak voor de op het model Yquater vermelde datum, en waarvoor regularisatie plaats moet vinden. Dergelijke betalingen mogen in geen geval als provisionele betalingen beschouwd worden en mogen niet in rubriek C ondergebracht worden.

    - Categorie C : wanneer de niet verschuldigde bijslag bij wijze van provisionele betaling uitgekeerd is terwijl het fonds kennis had van de situatie (dus geen uitkering zonder kennis van de feiten, die onder categorie A of B zou vallen).

    Onder categorie C worden dus bedragen en aantallen opgeteld van de gevallen waarvoor provisionele betalingen gedaan zijn (= mét kenns van de situatie) en die geregulariseerd moeten worden omdat het betalingen betreft voor rekening van een in artikel 1,b) van voormeld koninklijk besluit van 12 juni 1989 bedoelde instellingen (het betreft hier hoofdzakelijk de Staat, de parastatalen en de R.S.Z.P.P.O).

    In deze rubriek horen ook de bedragen en aantallen thuis van gevallen waarvoor uitgekeerd is op grond van artikel 10 van hetzelfde koninklijk besluit en die na oplossing van het geschil aangemerkt worden als zijnde ten onrechte betaald. Het gaat hier dus niet alleen om de regularisaties met onder b) van artikel 1 vermelde instellingen maar ook met instellingen van de kinderbijslagregeling voor zelfstandigen.

    Bovendien moeten in deze rubriek ook de bedragen en aantallen vermeld worden van de gevallen waarvoor regularisatie plaats moet vinden met de kinderbijslagregeling voor zelfstandigen in het kader van het bepaalde in de ministeriële omzendbrieven 455 van 11 januari 1988 en 466 van 31 oktober 1988. Het gaat hier om de kinderbijslag betaald in de werknemersregeling wanneer de rechthebbende met voorrang:

    - zelfstandige is maar geen recht kan verkrijgen in die regeling omdat hij onder de toepasing valt van de artikelen 40 §3 (begin activiteit) en 37 (activiteit aan de gang) van het koninklijk besluit van 19 december 1967, zijnde het algemeen reglement op het sociaal statuut van zelfstandigen;
    - een uitkering wegens loopbaanonderbreking ontvangt (artikel 56octies G.W.) en werkzaam is als zelfstandige.

    Bovenstaande opsomming is geen volledige lijst van alle in rubriek C te rangschikken onverschuldigde bedragen, maar kan aangevuld worden met andere bepalingen op grond waarvan de kinderbijslagfondsen bij wijze van provisionele betaling gezinsbijslag kunnen uitkeren die later geregulariseerd moet worden.

    3. Bijzonder geval

    Hoort een onverschuldigde uitkering thuis in verschillende categorieën, dan moet in elke betrokken rubriek het desbetreffende bedrag vermeld worden en het geval als een eenheid meegeteld worden.

    Voorbeeld : Een feitelijke scheiding vanaf 5 maart 1992 in een gezin waarvan de vader werknemer is en de moeder onderwijskracht. Het kinderbijslagfonds van de vader is daarvan niet op de hoogte en keert verder uit. De moeder meldt de feitelijke scheiding op 15 mei 1992 en het fonds begint provisioneel uit te keren (met uitwerking per 1 mei 1992) tot de betrokken Gemeenschap het recht gevestigd heeft.

    In dit geval wordt de kinderbijslag van april 1992 als een onverschuldigd bedrag B beschouwd en wordt wat daarvóór uitgekeerd is tot de Gemeenschap is beginnen te betalen, onder rubriek C gerangschikt.
    Zowel in rubriek B als in rubriek C telt dit voor een geval.

    4. Datum van toepassing

    De hiervoor gegeven richtlijnen moeten strikt toegepast worden ten laatste vanaf 1 juli 1992. De uitsplitsing van vroeger aangegeven onverschuldigde bedragen moet niet worden herzien, zelfs als ze nog voorkomen in de activiteitsstaten omdat ze nog niet teruggeïnd zijn.

    Top