CO 1320 van 12 augustus 1999 - Onderrichtingen met betrekking tot de aanwending van de door de Rijksdienst aan de kinderbijslagfondsen gestorte gelden en de beleggingen van de reserves van de kinderbijslagfondsen - Uitvoering van de bepalingen van Art. 170bis, 2e en 3e lid KBW

     

    Met zijn brieven van 31 augustus 1998, 15 april 1999 en 30 juli 1999 heeft de Minister van Financiën, in uitvoering van artikel 170bis SWKL, de nieuwe regels bepaald Voor de belegging van de beschikbare gelden en tegoeden. Tevens heeft hij de Rijksdienst gemachtigd om de gelden ook rechtstreeks op een bij een private bank geopende rekening te storten.

    Hierna vindt u een overzicht van de nieuwe regels inzake de belegging en de aanwending van de beschikbare gelden en tegoeden van de kinderbijslagfondsen.

    1. De administratieve reserve

    Overeenkomstig de onderrichtingen van de Minister van Financiën moet de belegging op korte, middellange of lange termijn van de niet-vastgelegde middelen van de administra-tieve reserve gebeuren overeenkomstig de bepalingen van artikel 3 van het K.B. van 15 juli 1997 en de omzendbrief van 28 november 1997 tot uitvoering van dit besluit.

    Concreet betekent dit dat :

    • de plaatsing van beschikbare gelden op middellange of lange termijn (d.w.z. een termijn van minimum drie maanden) moet gebeuren in financiële instrumenten die uitgegeven werden door de Federale Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten. Zodoende bestaat de keuze tussenschatkistcertificaten, thesauriebewijzen, lineaire obligaties,...
    • de belegging van de beschikbare gelden op korte termijn (minder dan 3 maanden° moet geschieden via een thesaurierekening bij de Schatkist (minimumbedrag : 10 miljoen frank) of in titels van de openbare schuld van de Federale Staat, de Gemeenschappen of de Gewesten.
    • de beschikbare gelden op zicht mogen aangehouden worden bij de financiële instelling die het kinderbijslagfonds verkiest met dien verstande dat een plaatsing op zicht slechts kan worden getolereerd in afwachting van de belegging van de gelden op korte, middellange of lange termijn.

    Voor de uitvoering van de onder punt 1 en 2 vermelde beleggingen kunnen de kinderbijslagfondsen zich wenden tot hun huisbankier.

    2. Het reservefonds

    Overeenkomstig artikel 91 §5, 2° swkl moeten de beschikbare gelden van het reservefonds aangewend worden tot prefinanciering van de betalinge van de kinderbijslagen. Zodoende is elke belegging van deze gelden uitgesloten.

    3. de door de Rijksdienst aan de kinderbijslagfondsen gestorte gelden

    3.1. Voorschotten voor de financiering van de kinderbijslagen

    De Minister van Financiën heeft ermee ingestemd dat de Rijksdienst voortaan de voorschotten voor het uitkeren van de kinderbijslag ook rechtstreeks op een bij een private bank geopende rekening mag storten.
    De kinderbijslagfondsen zijn daarentegen niet langer verplicht om een rekening bij het postcheckambt (679-rekening) te openen. Er wordt evenwel bij de kinderbijslagfondsen op aangedrongen om overeenkomstig het règlement nr. 1 van de Rijksdienst de te veel aangevraagde voorschotten onmiddellijk aan de Rijksdienst terug te storten. De strikte naleving van deze reglementaire bepalingen waarborgt een efficiënt beheer van de geldmiddelen binnen het stelsel. Daarenboven worden aldus alle beschikbare gelden bij de Rijksdienst gecentraliseerd zodat ze op het einde van het jaar ook in aanmerking komen voor de consolidatie van de openbare schuld.

    Tevens wordt aan de kinderbijslagfondsen gevraagd het aantal bankrekeningen te beperken en alleszins het huidige aantal niet te verhogen. Inderdaad, de juiste raming door de kinderbijslagfondsen van de maandelijks uit te keren gezinsbijslagen wordt bemoeilijkt indien de betalingen gespreid worden over meerdere financiële rekeningen. Bovendien heeft een kinderbijslagfonds er alle belang bij haar betalingen zoveel mogelijk te groeperen bij één of maximum twee huisbankiers omdat zo de beste voorwaarden (bv. inzake de kosten voor het uitgeven van de betalingstitels) kunnen worden genegotieerd. Tevens wordt er bij de kinderbijslagfondsen op aangedrongen, om met het oog op een grotere veiligheid en een beperking van de uitgiftekosten van de betalingen, op geregelde tijdstippen acties te ondernemen naar de sociaal verzekerden toe om de uitkering van de bijslagen per overschrijving te laten geschieden.
    Tenslotte wordt opgemerkt dat het reduceren van de geldmiddelen binnen het stelsel van de kinderbijslagen ook vereist dat de kinderbijslagfondsen de uit te betalen sociale prestaties zo nauwkeurig mogelijk ramen en bij het bepalen van hun financieringsbehoefte rekening houden met de op de financiële rekening nog beschikbare gelden.

    3.2. Voorschotten tot dekking van de administratiekosten

    De Minister van Financiën heeft de Rijksdienst gemachtigd om de subsidies van de kinderbijslagfondsen ook op een bankrekening te storten. Gelet op wat voorafgaat kunnen de kinderbijslaginstellingen de Rijksdienst vragen deze gelden op een andere fianciële rekening dan hun postrekening te storten.

    De kinderbijslagfondsen worden tenslotte eraan herinnerd dat de gestorte provisies bestemd voor het uitkeren van de gezinsbijslag niet mogen worden aangewend voor het dekken van de administratiekosten of omgekeerd.

    4. Inwerkingtreding

    Het bepaalde in deze omzendbrief vervangt de onderrichtingen vervat in de omzendbrieven CO 1126 van 19 april 1984 en CO 1141 van 18 februari 1985 en is onmiddellijk van toepassing.

    Top