CO 1359 van 26 juli 2006 - Toekenning van een schoolpremie

    Het koninklijk besluit van 20 juli 2006 tot verhoging van de leeftijdstoeslagen bedoeld in de artikelen 44 en 44bis van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 oktober 1971 tot uitvoering van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag voert voor het jaar 2006 een schoolpremie in. Deze premie is bedoeld om de gezinnen met leerplichtige kinderen in het schooljaar 2006-2007 te ondersteunen bij de uitgaven waarmee ze bij het begin van het schooljaar worden geconfronteerd. De schoolpremie wordt toegekend onder de vorm van een verhoging van de leeftijdsbijslag1  en is bedoeld voor de kinderen die in 2006 minstens 6 jaar en hoogstens 17 jaar oud zijn. Het gaat met andere woorden om de kinderen geboren van 1 januari 1989 tot 31 december 2000.

    1. Toekenningsvoorwaarden

    1.1. Voor welke maand wordt de verhoging van de leeftijdsbijslag toegekend?

    De toekenning van de schoolpremie gebeurt onder de vorm van een verhoging van de leeftijdsbijslag voor juli 2006. Dit is dus het geval voor de kinderen geboren van 1 januari 1989 tot 30 juni 2000. Voor die kinderen maakt de 'verhoging van de leeftijdsbijslag' deel uit van het recht voor juli 2006, ook bij achterstallige vaststelling van het recht voor die maand.

    De kinderen geboren van 1 juli 2000 tot 31 december 2000 hebben voor juli 2006 echter nog geen recht op leeftijdsbijslag. Voor de kinderen van die leeftijdsgroep is de verhoging van de leeftijdsbijslag verschuldigd bij de eerste toekenning van de leeftijdsbijslag als het recht op die leeftijdsbijslag ontstaat tussen 1 juli en 31 december 2006. Daarbij dient rekening te worden gehouden met artikel 48 KBW. De verhoging van de leeftijdsbijslag maakt voor die kinderen deel uit van het recht voor de maand volgend op die waarin ze de le eftijd van 6 jaar bereiken, ook bij achterstallige vaststelling van het recht voor die maand.

    Voorbeeld. Voor een kind geboren in december 2000 ontstaat het recht op leeftijdsbijslag in december 2006. Volgens artikel 48 KBW heeft het recht op leeftijdsbijslag uitwerking op 1 januari 2007. De leeftijdsbijslag voor januari 2007 wordt verhoogd met de schoolpremie. De betaling ervan gebeurt in februari 2007.

    1.2. Met welk bedrag wordt de leeftijdsbijslag verhoogd?

    De verhoging van de leeftijdsbijslag (schoolpremie) voor de kinderen van 6 tot 12 jaar (kinderen geboren van 1 juli 1994 tot 31 december 2000) bedraagt 50 euro.

    Voor de kinderen van 12 tot 17 jaar (geboren van 1 januari 1989 tot 30 juni 1994) bedraagt de verhoging van de leeftijdsbijslag voor juli 2006 (schoolpremie) 70 euro.

    1.3. Andere voorwaarden?

    Aangezien de schoolpremie wordt toegekend als een aanvulling op de leeftijdsbijslag zijn alle andere toekenningsvoorwaarden inzake rechthebbende, bijslagtrekkende, voorwaarden in hoofde van het kind, evenredige verdeling, samenloop en bevoegdheid en inhoudingen op de betalingen ter aanzuivering van een debet onverminderd van kracht.

    1.4. Voorbeelden

    Voorbeeld 1. Een kind geboren op 1 juli 1994 is op 30 juni 2006 nog geen 12 jaar. Rekening houdend met artikel 48 KBW heeft het kind voor juli 2006 recht op leeftijdsbijslag voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Deze leeftijdsbijslag voor juli 2006 wordt verhoogd met een schoolpremie van
    50 euro.

    Voorbeeld 2. Een kind geboren op 30 juni 1994 bereikt op 30 juni 2006 de leeftijd van 12 jaar. Rekening houdend met artikel 48 KBW heeft het kind voor juli 2006 recht op leeftijdsbijslag voor kinderen van 12 tot 18 jaar. Deze leeftijdsbijslag voor juli 2006 wordt verhoogd met een schoolpremie van 70 euro.

    Voorbeeld 3. Een kind geboren op 31 december 2000 bereikt op 31 december 2006 de leeftijd van 6 jaar. Rekening houdend met artikel 48 KBW kan voor dat kind vanaf 1 januari 2007 leeftijdsbijslag betaald worden. Deze leeftijdsbijslag voor januari 2007 wordt verhoogd met een schoolpremie van 50 euro.

    Voorbeeld 4. Twee kinderen komen op 1 september 2006 vanuit het buitenland in België wonen. Overeenkomstig artikel 48 KBW hebben ze recht op kinderbijslag vanaf 1 oktober 2006. Kind 1 is geboren op 24 juli 1999 en kind 2 op 4 september 2000. Kind 1 heeft geen recht op kinderbijslag voor juli 2006 en dus evenmin recht op de schoolpremie. Voor kind 2 kan er vanaf oktober 2006 leeftijdsbijslag betaald worden. Deze leeftijdsbijslag voor oktober 2006 wordt verhoogd met
    50 euro.

    Voorbeeld 5. Een kind geboren op 1 december 2000 bereikt op 1 december 2006 de leeftijd van 6 jaar. Het recht op leeftijdsbijslag ontstaat op 1 december 2006 met uitwerking op 1 januari 2007. Vanaf 1 januari 2007 dient het recht op kinderbijslag echter in de kinderbijslagregeling voor de zelfstandigen te worden gevestigd. Aangezien er voor januari 2007 geen kinderbijslag kan worden betaald in de werknemersregeling kan er voor dat kind in de werknemersregeling geen schoolpremie worden uitbetaald.

    1.5. Overzicht van de toekenningsvoorwaarden in tabelvorm

    (FIGUUR)

    2. Betaling van de verhoging van de leeftijdsbijslag

    2.1. Betaling in augustus 2006

    De betaling van de schoolpremie in augustus 2006 dient met een afzonderlijke betaling te gebeuren, en mag niet worden gelinkt aan de 'maandelijks betaling'. Op deze betalingstitel wordt vermeld 'schoolpremie'.

    De kinderbijslaginstellingen worden verzocht alles in het werk te stellen opdat de gezinnen de schoolpremie voor de kinderen geboren van 1 januari 1989 tot 30 juni 2000 op 28, 29 of 30 augustus 2006 ontvangen.

    2.2. Betaling na augustus 2006

    De verhoging van de leeftijdsbijslag voor de kinderen geboren van 1 juli 2000 tot 31 december 2000 wordt betaald in de tweede maand volgend op die waarin het kind de leeftijd van 6 jaar bereikt.
    Een betaling op dezelfde dag als de 'maandelijkse betaling op de 10e van de maand' is enkel toegestaan onder de dubbele voorwaarde dat:

    • de betaling van de schoolpremie met een afzonderlijke betaaltitel gebeurt (twee circulaire cheques of twee overschrijvingen);
    • én op de betaaltitel 'schoolpremie' wordt vermeld.

    Deze regel geldt eveneens bij achterstallige toekenning van de kinderbijslag, de leeftijdsbijslag en de verhoging van de leeftijdsbijslag voor de maand waarvan de verhoging van de leeftijdsbijslag deel uitmaakt.

    2.3. Verhoging in een internationale context

    2.3.1.De Europese socialezekerheidsverordeningen (VO 1408/71 en 574/72)

    De verhoging beantwoordt als uitkering ter bestrijding van de gezinslasten die bovendien ook periodiek en op grond van de leeftijd van de kinderen wordt toegekend, zowel aan de definitie van gezinsbijslag als aan deze van kinderbijslag zoals voorzien in artikel 1) u) van VO 1408/71 en ressorteert op die manier onder het materiële toepassingsveld van deze verordening. Dit houdt in dat zij in toepassing van de hoofdstukken 7 en 8 van titel 1 van VO 1408/71 ook uitvoerbaar is naar de andere EER-lidstaten en Zwitserland.

    • Indien het Belgische recht als enig of als voorrangsrecht wordt aangewezen, wordt de verhoging in België betaald of geëxporteerd bovenop de kinderbijslag, in de loop van maand augustus of later als het een kind betreft dat 6 jaar wordt in 2006, na 30 juni.
    • Indien het Belgisch recht enkel aanvullend2 verschuldigd is, dient rekening gehouden te worden met de uitkering met dezelfde bedoeling die voor hetzelfde schooljaar door een andere lidstaat voor hetzelfde kind wordt toegekend. Bv. Frankrijk en Luxemburg kennen voor bepaalde kinderen eenzelfde voordeel toe, in de vorm van een schoolpremie.

    Voor de berekening van de verschilbetaling worden, na kennisname van de bedragen die door de andere lidstaat werden betaald, de Belgische verhoging en de buitenlandse schoolpremie opgeteld bij de respectievelijk door elke lidstaat toegekende kinderbijslag voor de maand juli of de maand waarvoor de schoolpremie later wordt toegekend, voor kinderen die in 2006 de leeftijd van 6 jaar bereiken na 30 juni. Uitgaande van beide sommen kan dan nagegaan worden of en hoeveel Belgische bijslag kan aangevuld worden op de bijslag die door de andere lidstaat, bij voorrang, werd toegekend.

    Het geval waar in het gezin in Frankrijk een enkel kind is van meer dan 3 jaar (een enig kind of een kind met broers en/of zusters van meer dan 20 jaar) verdient bijzonder aandacht3 .
    Het is aangewezen de Belgische kinderbijslag voor de maand waarvoor de verhoging 'schoolpremie' moet worden uitbetaald in beraad te houden tot bij de ontvangst van het bedrag van de betaalde rentrée scolaire (formulier E411). Op basis van die verklaring kan de Belgische bijslag per verschil worden betaald

    2.3.2. De bilaterale verdragen

    In de verdragen met Turkije, Marokko, Tunesië, Algerije en Joegoslavië (dat tot nader order wordt aangewend met de opvolgstaten) is de toekenning van de verhoging niet voorzien.

    De Overeenkomst met Kroatië definieert 'gezinsbijslag' als de periodieke uitkeringen in geld alsook de toeslag toegekend op grond van het aantal kinderen en hun leeftijd. De verhoging van de leeftijdsbijslag ressorteert onder de in artikel 1, (h) opgenomen definitie van 'gezinsbijslag' en kan naar Kroatië worden uitgevoerd, eventueel mits toepassing van artikel 60 KBW.

    3. Aandachtspunten

    3.1. Gewaarborgde gezinsbijslag

    De hiervoor beschreven verhoging van de leeftijdsbijslag is onder dezelfde voorwaarden van toepassing in de regeling gewaarborgde gezinsbijslag.

    3.2. Bevoegdheidsoverdracht met het brevet van rechthebbende

    Wanneer de bevoegdheid om de kinderbijslag te betalen wijzigt, stuurt de oorspronkelijke kinderbijslaginstelling het dossier met een brevet van rechthebbende door naar de volgende kinderbijslaginstelling. De oorspronkelijke kinderbijslaginstelling dient nog de kinderbijslag te betalen voor de maand waarin ze het brevet aflevert. Is er in die maand eveneens een schoolpremie uit te betalen, dan is het eveneens de oorspronkelijke kinderbijslaginstelling die dat doet. Deze regel wordt kind per kind toegepast.

    Voorbeeld 1. Kinderbijslaginstelling A levert in augustus 2006 een brevet af aan kinderbijslaginstelling B voor een kind geboren op 4 juni 1994. Kinderbijslaginstelling A betaalt in augustus de kinderbijslag voor juli 2006 en eveneens de schoolpremie.

    Voorbeeld 2. Kinderbijslaginstelling A levert in augustus 2006 een brevet af aan kinderbijslaginstelling B voor een kind geboren in augustus 2000. De schoolpremie kan pas in oktober 2006 worden uitbetaald. Kinderbijslaginstelling A betaalt in september 2006 de kinderbijslag voor augustus 2006. Kinderbijslaginstelling B betaalt in oktober 2006 de kinderbijslag voor september 2006 en de schoolpremie.

    3.3. Statistische aangifte

    De schoolpremie wordt onder de vorm van een aanvulling op de leeftijdsbijslag toegekend en wordt in de trimestriële financiële aangifte dan ook niet apart opgenomen (aangegeven in de barema's zoals de eigenlijke leeftijdsbijslag).

    Voor statistische doeleinden vraagt de Rijksdienst de kinderbijslaginstellingen het aantal toegekende 'schoolpremies' afzonderlijk bij te houden, volgens leeftijdsgroep en maand van betaling.

    4. Inwerkingtreding

    Dit koninklijk besluit treedt in werking op 1 juli 2006 en geldt voor het jaar 2006.

    • 1Op grond van artikel 75, 1° KBW.
    • 2Het maakt daarbij niet uit of de verschilbetaling gebeurt op basis van communautaire regels vervat in de Europese verordeningen of op basis van artikel 60 KBW.
    • 3Cfr. Bijlage 47 bij de CO 949 van 23 februari 2005.
    Top