Vlaanderen

MO 484 van 23 juli 1990 - Richtlijnen i.v.m. de programmawet van 22 december 1989, in aansluiting bij omzendbrief nr. 479 (uittreksel)

 

Artikel 59 uit Kinderbijslagwet werknemers

(...)

III. Voor de bepaling van het hoofdzakelijk uitgeoefend beroep vermeld in artikel 59, G.W., dient naast de periodes die, worden gelijkgesteld krachtens artikel 53, G.W., tevens te worden rekening gehouden met:

a) de periodes gedurende welke geen enkele arbeidsprestatie werd geleverd wegens ziekte of ongeval, in het geval bepaald bij artikel 56, G.W., voor zover deze periodes, niet reeds onder artikel 53, §1, 7°, G.W. worden bedoeld;

b) de werkloosheidsperiodes die recht openen op kinderbijslag bij toepassing van artikel 56novies, G.W.;

c) de periodes waarvoor de werknemer een uitkering wegens onderbreking van de beroepsloopbaan geniet, bedoeld in artikel 56octies, G.W.

d) de periode gedurende dewelke recht wordt geopend door de pensioengerechtigde bij toepassing van artikel 57, G.W.

vb. Moeder is zelfstandig. Vader wordt werkloos na een halftijds activiteit. De regeling werknemers blijft van toepassing.

(...)

Artikel 64 uit Kinderbijslagwet werknemers

 

(...)

IV. Elke verandering van rechthebbende in de regeling werknemers in de loop van een trimester als gevolg van de wijziging van de beroepssituatie van de voorrangsgerechtigde rechthebbende die zijn activiteit als werknemers beëindigt om zelfstandige te worden of die zijn activiteit als werknemer stopzet moet behandeld worden als een wijziging van voorrangsgerechtigde rechthebbende (cfr. art. 64, G.W.).

vb. 1 Het gezin is samengesteld uit de vader en de moeder, beiden werknemer, en de kinderen. De vader wordt zelfstandige op 4 juni. De moeder moet vanaf deze datum worden beschouwd als voorrangsgerechtigde rechthebbende in de regeling werknemers.

Deze verandering van voorrang heeft aldus uitwerking vanaf 1 juli en de kinderbijslag zal voor het derde kwartaal verschuldigd zijn uit hoofde van de moeder op basis van haar situatie in juni (referentiemaand - vestiging van nieuw recht artikel 54, § 1 G.W.).

vb. 2 De vader stopt zijn activiteit op 4 juni. Dezelfde principes als in voorbeeld 1 zullen toegepast worden.

Indien de vader zijn gezin verlaat op 4 juni, moet de moeder evenzeer vanaf deze datum beschouwd worden als voorrangsgerechtigde rechthebbende in de regeling werknemers. De principes, vermeld in de omzendbrief nr. 1225 van de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor werknemers zullen toegepast worden.

V. In artikel 64, § 3, lid 1 wordt onder de zinsnede "in de loop van een trimester" niet begrepen de eerste dag van dit trimester. De wijziging van voorrangsgerechtigde rechthebbende op de eerste dag van een trimester heeft aldus uitwerking vanaf die dag.

Onverminderd artikel 66, lid 3 heeft afstand van voorrang, overeenkomstig artikel 66, lid 1 wanneer deze geschiedt tijdens de eerste dag van een trimester aldus uitwerking voor gans dit trimester. Wanneer de afstand aldus wordt gedaan in de loop van een trimester, heeft deze slechts uitwerking vanaf de eerste dag van het volgend trimester.

 

Artikel 66 uit Kinderbijslagwet werknemers

(...)

V. (...)

Onverminderd artikel 66, lid 3 heeft afstand van voorrang, overeenkomstig artikel 66, lid 1 wanneer deze geschiedt tijdens de eerste dag van een trimester aldus uitwerking voor gans dit trimester. Wanneer de afstand aldus wordt gedaan in de loop van een trimester, heeft deze slechts uitwerking vanaf de eerste dag van het volgend trimester.

 

Artikel 54 uit Kinderbijslagwet werknemers

 

VI. Trimesterialisering houdt in dat de toekenningsvoorwaarden in de loop van een referentiemaand vervuld moeten zijn opdat het recht zou kunnen worden geopend of behouden.

Aldus heeft iemand, die afgestudeerd is op 31 mei slechts recht als student rechthebbende (art. 56sexies G.W.) tot het einde van het derde trimester, zijnde 30 september (referentiemaand : mei).

Indien hij zijn legerdienst aanvangt op 3 oktober, ressorteert deze persoon niet meer onder artikel 53,§ 2 GW en kan hij niet beschouwd worden als rechthebbende krachtens deze wetten op het ogenblik dat hij zijn legerdienst aanvangt. Alsdusdanig zal hij uit hoofde van zijn legerdienst geen recht hebben op kinderbijslag. Indien hij daarentegen zijn legerdienst aanvangt op 1 oktober blijft hij gerechtigd op kinderbijslag, aangezien hij rechthebbende is krachtens deze wetten op het ogenblik dat hij zijn legerdienst aanvangt.

Om deze situatie te vermijden moet de pas afgestudeerde zich in bovenstaand geval, laten inschrijven als werkzoekende zodat hij nog steeds rechthebbende is bij de aanvang van zijn legerdienst. (Werkzoekende in augustus - referentiemaand voor vierde trimester).

 

Artikel 56decies uit Kinderbijslagwet werknemers

 

(...)

 

VII. In artikel 56decies wordt onder werknemer eveneens verstaan de werkloze, de gepensioneerde en de op invaliditeitsuitkering gerechtigde personen. De gepensioneerde en de op invaliditeitsuitkering gerechtigde personen krijgen de bijkomende bijslag, respectievelijk voorzien door de artikelen 42bis en 50ter GW, zolang zij recht hebben op het vervangingsinkomen. Zodra dit geschorst wordt of een einde neemt, valt men terug op de bedragen, bepaald bij artikel 40, GW.

Top