27 maart 2015 - Ministerieel besluit houdende de vaststelling van het loon- en werkingsplafond voor de projecten die in 2014 gesubsidieerd werden via het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten (B.S. 29.04.2015)

    Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :

    1° dienstjaar : van 1 januari tot en met 31 december;

    2° loonkost : de loonkost van het personeel dat in het kader van het project is tewerkgesteld;

    3° werkingskosten : de kosten die in direct verband staan met het project, de uitgaven voor de loonkosten uitgezonderd.

    Art. 2. Het maximale plafond voor de subsidie van de loonkosten wordt voor het dienstjaar 2015 vastgelegd op de vastgestelde loonkosten van het dienstjaar 2004, verhoogd met 23%.

    Art. 3. Het maximale plafond voor de subsidie van de werkingskosten wordt voor het dienstjaar 2015 vastgelegd op het totaal van de gecontroleerde aanwezigheidsdagen van meer en minder dan drie uur van het dienstjaar 2003, vermenigvuldigd met de forfait per opvangactiviteit.

    Voor opvang van minder dan drie uur bedraagt de forfait per buitenschoolse opvangactiviteit 1,24 euro, per opvangactiviteit voor zieke kinderen 4,96 euro, per flexibele opvangactiviteit 1,24 euro en per urgentie opvangactiviteit 3,10 euro.

    Voor opvang van meer dan drie uur bedraagt de forfait per buitenschoolse opvangactiviteit 2,48 euro, per opvangactiviteit voor zieke kinderen 9,92 euro, per flexibele opvangactiviteit 2,48 euro en per urgentie opvangactiviteit 6,20 euro.

    Art. 4. Uiterlijk op 31 januari 2016 bezorgen de promotoren aan Kind en Gezin een samenvattende staat met de arbeidsprestaties en de werkingskosten van het dienstjaar 2015, volgens het model dat vastgelegd is door Kind en Gezin.

    In het eerste lid wordt verstaan onder promotor : de rechtspersoon die het project organiseert.

    Art. 5. Dit besluit is van toepassing op de subsidiëring voor het werkingsjaar 2015.

    Datum van publicatie
    Datum van afkondiging
    Top