Vlaanderen

Artikel 18 Groeipakketdecreet

Gearchiveerde versie Dit artikel werd gewijzigd door artikel 56 van het decreet van 21 mei 2021 tot wijziging van diverse decreten over welzijn, volksgezondheid en gezin (B.S. 18.06.2021) 

 

Het basisbedrag, vermeld in artikel 13, wordt voor het rechtgevende kind verhoogd met een maandelijkse sociale toeslag als de inkomsten van het gezin van de begunstigden bepaalde grenzen niet overschrijden.

Het bedrag van de toeslag, vermeld in het eerste lid, bedraagt:

1° 50 euro per kind voor gezinnen tot en met twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis niet meer dan 30.378,60 euro bedragen;

2° 80 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis niet meer dan 30.386,52 euro bedragen;

3° 60 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis tussen 30.386,52 euro en 60.000 euro liggen.

Als ten gevolge van een gelijkmatig verdeelde huisvesting, bepaald of bekrachtigd door de bevoegde rechtbank, de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders, wordt het bedrag van de toeslag gehalveerd toegekend in elk rechtgevend gezin.

Als de huisvesting van het rechtgevende kind niet gelijk is verdeeld tussen beide ouders, zoals bepaald of bekrachtigd door de bevoegde rechtbank, wordt het kind voor de toepassing van het tweede lid alleen meegeteld in het gezin waar het kind meer dan de helft van de tijd verblijft.

Als de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind niet is bepaald of bekrachtigd door de bevoegde rechtbank, wordt ervan uitgegaan dat de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders en wordt het bedrag van de toeslag gehalveerd toegekend in elk rechtgevend gezin.

Als het rechtgevende kind is geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een pleeggezin, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het pleeggezin volledig meegeteld.

Als het rechtgevende kind is geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een instelling, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het gezin waar het verbleef voorafgaand aan de plaatsing, volledig meegeteld. In toepassing van artikel 68, §3, wordt het kind daarentegen niet meegeteld in het gezin waar het verbleef voorafgaand aan de plaatsing.

De Vlaamse Regering bepaalt met welke inkomsten van welke personen rekening wordt gehouden om de gezinsinkomsten, vermeld in het eerste lid, vast te stellen. Ze bepaalt de periode waarin de sociale toeslag wordt toegekend, en ze kan de gezinsgrootte nader bepalen. De Vlaamse Regering stelt ook een alarmbelprocedure vast voor de onmiddellijke aanpassing van het recht op sociale toeslag.

Decreet van 22 maart 2019 tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 en het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, wat betreft de afstemming op het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid (B.S. 15.05.2019) - artikel 47 - inwerkingtreding 01.01.2019

In artikel 18, tweede lid, 1°,  wordt het bedrag "30.386,52" vervangen door het bedrag "30.378,60".

 

Datum van publicatie
Datum van afkondiging
Datum einde geldigheid
Top